Antwerpen zet zes keer meer leefloners aan het werk dan Gent

©Tim Dirven

Het Antwerpse OCMW plaatste vorig jaar 725 extra leefloners in een werkervaringstraject. In Gent ging dan weer een kwart minder OCMW-cliënten aan de slag. ‘Onze aanpak is anders.’

Zelden was het verschil tussen het linkse stadsbestuur in Gent en het N-VA-model in Antwerpen zo uitgesproken als in de manier waarop beide steden hun OCMW-cliënten aan een job proberen te helpen. Terwijl Gent de nadruk legt op opleidingen, zet het Antwerpse OCMW leefloners veel sneller aan het werk om hen voor te bereiden op een echte baan. Van de grote Vlaamse steden plaatst Antwerpen veruit het grootste aandeel leefloners in een gesubsidieerd werkervaringstraject. Dat berekende De Tijd op basis van cijfers uit het jaarverslag van de Vlaamse arbeidsbemiddelingsdienst VDAB.

Bij een tijdelijk werkervaringstraject (TWE) behoudt de leefloongerechtigde zijn uitkering terwijl hij aan de slag gaat bij bijvoorbeeld de gemeentediensten, de sociale economie of een privébedrijf. Daarvoor krijgt hij boven op zijn uitkering een beperkte vergoeding. De bedoeling is dat het werktraject - ook bekend als het artikel 60-statuut - na maximaal twee jaar leidt tot een volwaardige job. Onder begeleiding doet de OCMW-cliënt ondertussen ervaring op.

De Vlaamse OCMW’s startten vorig jaar 5.500 nieuwe trajecten met Antwerpen afgetekend op kop. Van de 11.000 Antwerpse OCMW-cliënten startte een op de vijf vorig jaar een traject. Ter vergelijking: Gent, dat vorig jaar net geen 7.000 leefloners telde, zette maar 4 procent van hen aan het werk.

©Mediafin

Meer plaats bij privésector

Het systeem is sinds vorig jaar aangepast. Vlaams minister van Werk Philippe Muyters (N-VA) legde bijkomende voorwaarden op. Wie in een traject zit, moet nu iedere zes maanden van functie veranderen en binnen twee jaar doorstromen naar de ‘gewone’ arbeidsmarkt. ‘Vroeger lieten OCMW’s mensen net genoeg uren werken tot ze recht kregen op een werkloosheidsuitkering’, zegt Thomas Pollet, de woordvoerder van Muyters. ‘Nu moeten de trajecten naar een job op de reguliere arbeidsmarkt leiden.’

'Een derde van de Antwerpse werkervaringstrajecten vindt plaats in privébedrijven zoals Katoen Natie en Umicore.'
Fons Duchateau
Antwerps OCMW-voorzitter (N-VA)

In Antwerpen greep OCMW-voorzitter Fons Duchateau (N-VA) de hervorming aan om flink meer mensen aan het werk te zetten en de samenwerking met de VDAB te intensifiëren. De 2.073 nieuwe werktrajecten in 2017 zijn een toename met 54 procent in een jaar. 

‘We geven nu enkel nog werkervaringscontracten als die een structurele oplossing en perspectief op een job bieden’, wordt op het kabinet van Duchateau gezegd. ‘We werken steeds meer samen met privébedrijven zoals Katoen Natie, Umicore, Opnieuw&co, Hema of McDonald’s. Zij leveren begeleiding en stellen een vaste job in het vooruitzicht. Een derde van de trajecten vindt nu in de privésector plaats.’

Hogere drempel

Niet iedereen is even enthousiast over de aanpassingen door Muyters. In Gent viel het aantal OCMW-cliënten in een werktraject vorig jaar terug met 29 procent. ‘Vlaanderen legt de lat nu veel hoger om OCMW-cliënten in een traject naar werk te zetten’, klinkt het op het kabinet van Gents OCMW-voorzitter en kandidaat-burgemeester Rudy Coddens (sp.a).

‘Je moet al vooraf weten dat er binnen twee jaar een doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt in zit. Voor veel mensen is dat te hoog gegrepen. Het gaat om de kwetsbaarste profielen: laagopgeleiden, langdurig werklozen, anderstaligen, vluchtelingen en mensen met psychische problemen.’ 

De mensen die door de nieuwe regels niet direct in aanmerking komen voor een werkervaringstraject plaatst het Gentse OCMW in een voorbereidend traject arbeidszorg. Ze werken om te beginnen een tot drie halve dagen per week in de non-profitsector, waar ze basisvaardigheden ontwikkelen zoals op tijd komen, werk oppakken en Nederlands spreken. Terwijl de werkervaringstrajecten terugvielen, verdubbelde het aantal voortrajecten. Bovendien ligt de klemtoon in Gent meer op opleidingen. De opleidingen en stages incluis zitten negen op de tien leefloners in een activeringstraject.

‘Als iemand nog niet klaar is voor de arbeidsmarkt, heeft het starten van zo’n traject weinig zin.’
VDAB

De VDAB benadrukt dat het nooit de bedoeling was alle OCMW-cliënten in een werkervaringstraject te plaatsen. ‘Als iemand nog niet klaar is voor de arbeidsmarkt, heeft het starten van zo’n traject weinig zin’, zegt de woordvoerder.

Succesratio

Gent zet minder mensen in een werktraject. Maar, benadrukt Coddens, de succesratio ligt er ‘bij de hoogste in Vlaanderen’. Een half jaar na het doorlopen ervan heeft 53 procent een vast contract. In Antwerpen belandt direct na het beëindigen van een werkervaringstraject slechts 37 procent in een vaste job of een opleiding.

'Vlaanderen heeft de lat veel hoger gelegd om leefloners nog in een traject naar werk te zetten.'
Rudy Coddens
Gents OCMW-voorzitter (sp.a)

Gent is niet de enige stad waar het aantal werktrajecten terugviel na de hervorming. Ook Genk, Aalst, Brugge en Sint-Niklaas kenden een daling van meer dan 15 procent. In Oostende, Turnhout en Hasselt ging het aantal werktrajecten vorig jaar dan weer sterk omhoog. 

Het kabinet-Muyters verklaart die verschillen vanuit de lokale autonomie. ‘De criteria zijn overal dezelfde, maar gemeenten hebben een grote beslissingsvrijheid om in te schatten of iemand in aanmerking komt om via een werktraject door te stromen naar de arbeidsmarkt. We zijn tevreden over de hervorming. Het traject is nu veel meer op de arbeidsmarkt gericht.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content