start-ups netto

Bedrijven botsen op muren voor Vlaamse coronalening

Renasci, een start-up die plastic recycleert tot biodiesel, kreeg geen coronalening van PMV. ©Benny Proot

Vier op de tien bedrijven dienen een onvolledig dossier in als ze een coronalening aanvragen bij de Vlaamse investeringsmaatschappij PMV. 'Boeiende bedrijven sneuvelen nog voor het over de inhoud kan gaan.'

Nog maar een op de vijf bedrijven die een coronalening aanvroegen bij de Vlaamse overheid kreeg groen licht. Volgens Vlaams minister van Economie Hilde Crevits (CD&V) ontbreekt vaak een realistisch terugbetalingsplan.

‘Een nieuwe technologie, een onzekere marktpositie en nog geen trackrecord dat het tegendeel kon bewijzen: dat waren blijkbaar te veel risico’s’, zegt Guy De Clercq, medeoprichter van Renasci. Renasci, het nieuwe afvalverwerkingsproject van ondernemer Luc Desender, is een van de start-ups die naast een coronalening greep. Het wil niet-recycleerbaar afval zoals plastic op industriële schaal omzetten in biodiesel, een primeur.

Vlaamse coronalening

Sinds 5 mei kunnen bedrijven die door de coronacrisis in zwaar weer zijn terechtgekomen een achtergestelde lening aanvragen bij de Vlaamse investeringsmaatschappij PMV. De Vlaamse regering riep die hulplijn in het leven voor kmo’s, zelfstandigen, start-ups en scale-ups die niet in aanmerking kwamen voor de overbruggingskredieten die de federale regering uitdokterde met de banken.

Het bedrag kan variëren van 25.000 tot 4,3 miljoen euro. De lening loopt drie jaar, met intrestvoeten van 3 tot 6 procent. 646 ondernemers hebben al een aanvraag voor een achtergestelde lening ingediend. In totaal gaat het om 310,7 miljoen euro. De regering voorzag een budget van 500 miljoen euro.

‘We zijn afgekeurd op basis van inhoudelijke argumenten, maar heel wat boeiende bedrijven sneuvelen in het begin van de procedure, waarin allerlei hokjes afgevinkt moeten worden, nog voor het over de inhoud kan gaan. Het is maar weinigen gegeven om dat dossier zelf tot een goed einde te brengen’, vindt De Clercq. Wie het goed wil doen, neemt maar beter een adviseur in de arm, is de teneur.

Aelbrecht Van Damme werkt bij The Harbour, dat ondernemers bijstaat in financieringsrondes en al een tiental bedrijven hielp met een dossier voor een lening bij de Vlaamse Investeringsmaatschappij (PMV). 'Voor bedrijven die ouder zijn dan drie jaar geldt het Europese criterium van ‘een bedrijf in moeilijkheden’. Dat is vrij streng. Het zegt dat het eigen vermogen niet lager mag zijn dan de helft van het totale kapitaal. Precies de positie waarin een bedrijf dat financiële hulp vraagt vaak zit.’

Rode vlag

Eenzelfde geluid is te horen bij de techkoepel Agoria. Die begeleidt onder meer scale-ups die wel al iets bewezen hebben, maar vaak financieel niet supersterk staan. ‘Dat is eigen aan die categorie bedrijven: ze zitten midden in een groeitraject en verbranden cash om te investeren. Tegelijk hebben ze een beperkt eigen vermogen’, zegt projectleider Frederik Tibau. ‘Dat is voor PMV al van bij de eerste screening een rode vlag. Zo geraken scale-ups niet snel in een volgende fase, de onderhandelingen met de investeringsmanagers van PMV.’

Zo verliep het ook bij een bedrijf dat sinds januari actief is en een lening van 250.000 euro aanvroeg. De start-up, die anoniem wil blijven, kon geen krediet krijgen omdat ‘het businessmodel nog niet bewezen is’. ‘Maar in het begin van de procedure kregen we meermaals te horen dat het geen probleem was als onze kasstroom niet positief was.’

Volgens Van Damme ontbreekt het start-ups vaak aan de nodige technische kennis. 'Voor de PMV is zo'n converteerbare lening als een investering, want ze kan omgezet worden in aandelen. Dus gaat ze niet alleen na of de balans in orde is. Ze wil vooral inzicht krijgen in het financiële model van een bedrijf, om te zien wat de kansen op de lange termijn zijn.’

Infosessies

‘Vaak loopt het mis als het over de financiële voorwaarden gaat: over bedrijfsbudgetten en de garanties dat de lening terugbetaald kan worden’, zegt Bart Candaele van het Vlaams Agentschap Innoveren & Ondernemen (Vlaio). ‘Uit de aanvragen blijkt geregeld een gebrek aan financiële geletterdheid: de bedrijven hebben onvoldoende zicht op hun cijfers. Ook los van corona is dat een aandachtspunt.’

Als de overheid een maatregel zo ad hoc uitwerkt, is een helpdesk geen overbodige luxe.
Christine Mattheeuws
Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen

Eerder deze week riep Crevits de banken en boekhouders op ondernemers bij te staan, maar ook daar is het niet altijd even duidelijk. ‘Zelfs boekhouders komen aankloppen voor advies’, zegt Christine Mattheeuws, de voorzitter van het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen (NSZ). ‘De coronalening is een goed instrument en strenge voorwaarden zijn zeker nodig. Maar als de overheid een maatregel zo ad hoc uitwerkt, is het geen overbodige luxe ook een helpdesk in het leven te roepen om bedrijven door de procedure te gidsen.’

In het voorjaar, nadat de coronalening werd aangekondigd, organiseerde de werkgeversorganisatie Voka samen met Vlaio en PMV twaalf digitale infosessies over de achtergestelde lening. ‘Daar kwamen 350 à 400 ondernemers op af’, zegt Voka-woordvoerder Kasper Demol. ‘Maar ons netwerk bestaat vooral uit bedrijfsleiders. Vaak gebeurt de concrete invulling en afwerking van zo’n dossier door een accountant of adviseur, die wij minder goed bereiken.’

Die doelgroep wil Vlaio nu meer viseren.  ‘We organiseerden enkele weken geleden een infomoment specifiek voor boekhouders, met 40 inschrijvingen. Er ligt dus nog veel terrein bloot. Deze week bekijken we samen met PMV de opties om nieuwe sessies voor boekhouders te organiseren', zegt Candaele. Ook met de bankenkoepel Febelfin wordt overlegd over hoe de financiële instellingen hun klanten beter kunnen helpen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud