België mikt tegen begin juli op corona-app

©Photo News

Na lang dralen wil ons land tegen het begin van de zomervakantie toch een coronatraceerapp uitrollen. Die kan helpen de contacten van een coronapatiënt na te gaan.

Een interfederale werkgroep onder leiding van KU Leuven-professor Bart Preneel doet woensdag de technologie uit de doeken. ‘Vijf weken later, tegen begin juli, kan je live gaan met tests’, zegt Preneel. 

Ook politiek gaat de bal aan het rollen. Het juridisch kader waarbinnen de app moet opereren, ligt als wetsontwerp in het parlement. Finaal moeten de deelstaten hun fiat geven voor een app. Maar ook daar zijn er positieve geluiden. ‘We hadden nooit a priori een probleem met de app’, stelt Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V).

Na de initiële hype was de komst van een app onzeker geworden. De overheden focusten op het manuele contactonderzoek. Daarbij bellen callcentermedewerkers coronapatiënten op om hun contacten in kaart te brengen. ‘Contactonderzoek gebeurt al lang in de epidemiologie, en vooral handmatig’, zei minister van Privacy Philippe De Backer (Open VLD) op 23 april in de Kamer.

Voor een werkgever is de app winst. Hij kan extra besmettingen onder het personeel vermijden.
Frank Robben
gedelegeerd bestuurder Smals

De Backer waarschuwde dat een app te weinig geïnstalleerd zou worden. Een installatiegraad van 60 percent is nodig voor succes, zeggen experts. Maar Frank Robben, de gedelegeerd bestuurder van het IT-bedrijf Smals en adviseur van de overheid in het tracen van coronapatiënten, betwist dat.

Een corona-app kan volgens hem ook al in beperktere kring, in bijvoorbeeld grote bedrijven, van nut zijn. ‘Voor een werkgever is zo’n app winst: werknemers zullen sneller weten dat ze in contact kwamen met een besmet persoon, sneller thuis gaan werken en zo extra besmettingen op de werkvloer vermijden. Werknemers zullen zich op het werk ook veiliger voelen.’

De app zal draaien op bluetoothtechnologie die op elke smartphone aanwezig is. De techniek is er een die Preneel mee ontwikkelde in een Europees consortium, waarbij de data op de smartphone zelf blijven. Ook landen als Zwitserland en Oostenrijk doen dat zo.

Mogelijk komt er wel een lokale touch. Vlaanderen kende 225.000 euro subsidie toe aan een app- prototype van de UGent en de UHasselt. Die combineert bluetooth met localisatiedata. Bluetooth mist besmettingen via oppervlakten, waarbij de ene persoon de kamer al verliet, en de andere later binnenkomt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud