Cultuur wordt steeds kleinere post in Vlaamse begroting

©jonas lampens

De Vlaamse cultuursector steigert over een besparingsronde van de regering-Jambon. Het cultuurgeld zakt naar 508 miljoen euro, het kleinste aandeel in twintig jaar op de Vlaamse begroting.

Er is nooit veel liefde geweest tussen de Vlaamse cultuursector en de Zweedse coalitie, en dan vooral de N-VA. Kop van Jut is dit keer minister-president Jan Jambon (N-VA), die Cultuur in zijn portefeuille heeft. De cultuursector schreeuwt moord en brand nu duidelijk is dat Jambon 6 procent beknibbelt op alle werkingsmiddelen, en dat al vanaf januari 2020. In uitzonderlijke gevallen wordt daar wel van afgeweken, onder meer bij de Gentse Vooruit en de Brusselse AB, waar de besparing beperkt wordt tot 3 procent.

Bij een ander luik subsidies wordt de kaasschaaf ingeruild voor het mes. Het budget voor projectsubsidies - middelen voor individuele, vaak beginnende kunstenaars - gaat van 8,5 naar 3,4 miljoen euro. Volgens de sector blokkeert de regering daarmee de toekomst van de kunsten.

Jambon schrapt niet alleen. Hij geeft meer geld aan cultureel erfgoed, het Vlaams Audiovisueel Fonds en Literatuur Vlaanderen. Nog opvallend is dat Jambon - een halve Limburger met nog drie Limburgse ministers in zijn ploeg - ook extra subsidie stopt in de Limburgse culturele centra Z33, Bokrijk/Crafts en Alden Biesen.

In totaal zakt het cultuurbudget van 518 miljoen vorig jaar naar 508 miljoen in 2020. Dat berekende Bart Caron (Groen), de voorzitter van de cultuurcommissie in het vorige Vlaams Parlement, door alle middelen voor cultuur in de begroting samen te tellen.

©MEDIAFIN

Paybacktime

Het regende reacties en opiniestukken vanuit de sector. 3 tot 6 procent lineair besparen is niet weinig. Maar de grootste commotie is er over een knip van 5 miljoen euro in de projectsubsidie, ongeveer 1 procent van het Vlaamse cultuurbudget.

‘Op de hele begroting is dat inderdaad peanuts, maar voor de hele cultuursector is dit nefast’, zei de pianist Jef Neve. ‘Dit is geen besparing, dit is een pesterij. Ze proberen ons monddood te maken en ons naar hun pijpen te laten dansen, net zoals ze met de VRT proberen te doen. Dit is ons geld, belastinggeld waar zij zich fors mee betalen voor hun postjes en lonen. Als alle politici een kwart van hun uittredingsvergoeding zouden afstaan, hebben we meteen 5 miljoen gevonden.’

Neve is niet de enige uit de sector die suggereert dat de besparingen ook met een sausje van revanchisme worden geserveerd. Het is geen geheim dat de N-VA het er moeilijk mee heeft dat de cultuursector geen actieve bondgenoot is in haar strijd voor een onafhankelijk Vlaanderen, een entente die er in Catalonië wel is tussen nationalisten en de culturele elite.

Bovendien liep het onder de vorige Zweedse coalitie geregeld storm tegen het regeringsbeleid, onder meer door het collectief Hart boven Hard. Dat kreeg flinke steun vanuit de cultuursector. Daarom leeft in culturele kringen de gedachte dat het paybacktime is voor de N-VA. Dat de nieuwe regering tegelijk met de besparingen een opening maakt voor subsidies aan de rijke privéverzamelaars Fernand Huts en Axel Vervoort, versterkt die overtuiging.

Cultuur is niets meer dan een dwerg, een sympathieke kabouter, zo klein dat niemand hem nog ziet.
Bart Caron (Groen)

De reactie bij de regering is dat iedereen zijn duit in het zakje moet doen. ‘Wij hebben er als Vlaamse regering voor gekozen geen schulden door te schuiven naar de volgende generatie. We kunnen onze kop niet in het zand steken’, zegt minister van Financiën en Begroting Matthias Diependaele (N-VA). ‘Om te kunnen investeren heeft de regering gekeken naar de lopende uitgaven, onder meer de cultuursubsidies. Nu horen dat we dat bij hen niet mogen doen, vind ik choquerend.’

Iedereen moet besparen. ‘Behalve de politiek zelf dan’, wordt opgeworpen. Er wordt op gewezen dat de door Bart De Wever (N-VA) aangekondigde hervorming om het aantal parlementsleden te verminderen bij de regeringsonderhandelingen niet is opgepikt en voorlopig dode letter blijft. Er zijn ook geen plannen bekend om in de ministeriële kabinetten te snoeien.

De boosheid kolkt ook naar buiten omdat de besparing geen alleenstaand geval is. Volgens de sector is sinds 2010 bij de gesubsidieerde kunstenorganisaties 25 miljoen euro geschrapt. Bij het socio-cultureel werk en de amateurkunsten zou het om 20 miljoen euro gaan.

Het aandeel van cultuur in de Vlaamse begroting is vandaag het kleinste in twintig jaar. Het cultuurgeld is sinds 1999 weliswaar ruim verdubbeld (zie grafiek), maar het aandeel in de begroting is sindsdien gezakt van 1,5 tot 1,1 procent. ‘Het historische dieptepunt was er in 2016, na twee jaar Sven Gatz als minister. Daarna was er herstel, als we de cijfers niet indexeren. Zetten we de bedragen wel om naar hun actuele waarde, dan is het cultuurbudget vanaf 2009 continu blijven dalen. De waarheid is dat cultuur niets meer is dan een sympathieke kabouter, zo klein dat niemand hem nog ziet’, zegt Caron.

Politiek spel

Experts vragen zich af of de soep zo heet zal worden gegeten als ze wordt opgediend. Ze wijzen erop dat dit deel uitmaakt van het politieke spel. Daarbij wordt aan het begin van de legislatuur het mes bovengehaald, om dan bij te sturen zodat het eindresultaat minder erg uitvalt.

‘De Vlaamse besparingen lijken relatief bescheiden, zeker als je ze afzet tegen wat zeven jaar geleden in enkele buurlanden is gebeurd’, zegt Annick Schramme, hoogleraar cultuurmanagement aan de Universiteit Antwerpen. ‘In Nederland en het Verenigd Koninkrijk zijn er operaties geweest van 20 tot 25 procent in één keer. Bij ons is het eerder een opeenvolging van veel kleine beetjes, door met de kaasschaaf over de middelen te gaan.’

‘Maar als je keer op keer beperkt bespaart, is het resultaat op de lange termijn hetzelfde. In die zin komen deze besparingen hard aan. Bovendien zit de Vlaamse cultuur al op haar tandvlees. Er zit niet veel vet meer op de soep. De Nederlandse cultuursector had ondanks forse besparingen relatief gezien veel meer middelen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud