interview

De balans | Carl Decaluwé

Carl Decaluwé. ©BELGA

De West-Vlaamse gouverneur Carl Decaluwé (59) riep deze week op weg te blijven van de kust tijdens het lang weekend. Ook tweedeverblijvers massaal ontvangen lukt nog niet, voegde hij toe. Hier maakt hij zijn persoonlijke balans op.

Wat zijn uw belangrijkste activa?

‘Materieel zijn dat mijn woning en - ik durf het bijna niet te zeggen - mijn tweede verblijf. Mijn boot heb ik vorig jaar verkocht. Ik ben gepassioneerd door maritieme historiek en heb wel nog een grote verzameling van bijna 1.000 schaalmodellen, 1.500 boeken en een grote fotocollectie. In mijn mancave doe ik aan modelbouw: me er ’s avonds laat afzonderen en wat schilderen en plakken brengt rust. Immaterieel staan de kinderen en kleinkinderen bovenaan. De jongste jaren waren ook de vele internationale ontmoetingen een verrijking. Ik kon praten met politici, topindustriëlen, cultuurmensen en de man in de straat. Bij de herdenking van WO I is zowat de hele wereld in West-Vlaanderen geweest.’

Wie heeft in u geïnvesteerd?

‘Mijn ouders, en zeker ook mijn echtgenote. Zonder haar had ik nooit mijn carrière kunnen uitbouwen. Toen de kinderen klein waren, was vooral zij er voor hen. Een van mijn eerste bazen was Raf Chanterie in het Europees Parlement, waar ook Rika De Backer zetelde. Zij deden een wereld voor me opengaan. Nadien kwam ik bij de studiedienst van het ACW terecht. De toenmalige topmannen Rudy D’Havé en Leo Pauwels ben ik eeuwig dankbaar voor de kansen. Zonder een voorafgaand examen mocht ik me er inwerken in dossiers zoals Europa, sociale huisvesting, ruimtelijke ordening en media. Ik had er ook veel contact met Jean-Luc Dehaene, die ik als een grote leider zie. Hij kon uitstekend luisteren.’

Investeert u in anderen?

‘In mijn vorig leven was ik voortdurend van huis om stemmen te werven. Vinkenzettingen, tentoonstellingen, kaartavonden, ik ging overal naartoe. Toen compenseerden we dat door de kinderen mee te nemen op grote reizen, waardoor ze een flink deel van de wereld hebben gezien. Intussen is die balans hersteld, zeker bij de kleinkinderen. In vrienden heb ik altijd geïnvesteerd, ook in drukke periodes. Ik heb er die al 35 jaar meegaan. Als topambtenaar doe ik meer dan aan mijn bureau dossiertjes afwerken. Zo investeer ik fel in onze veiligheidsmensen - twee gewezen korpschefs - door hen alle vertrouwen, ruimte en steun te geven.’

Wanneer bent u het sterkst gegroeid?

‘Sinds het gouverneurschap. Binnen mijn beperkte bevoegdheden heb ik veel vrijheid om tastbaar bakens te verzetten en te innoveren. Ik denk aan het cameraschild waarmee we de grenscriminaliteit hebben teruggedrongen. En als we nu het crowdmanagement aan de kust in goede banen leiden, zal ik ook trots zijn. In het parlement zat ik soms maar in ‘t kotje. Ik werd erkend als een goed debater. Ik bleef mezelf en hield een lijn aan, soms ook tegen de stroom in. Maar dat werd intern niet altijd in dank afgenomen. Soms worden je standpunten achter de schermen genuanceerd vanwege een politiek compromis waar je niets van weet. Ambetant.’

In mijn mancave doe ik aan modelbouw: me er ’s avonds afzonderen en wat schilderen en plakken brengt rust.


Bent u ooit in het rood gegaan?

‘Op het einde van mijn parlementaire carrière was ik wellicht de burn-out nabij. Ik deelde graag eens een klap uit, en dan krijg je er soms een terug. Maar gelijk hebben en het niet krijgen om tactische redenen en politieke spelletjes: ik was het zo moe. Ook thuis werd ik cynisch en onaangenaam, zoals veel ex-collega’s eindigden. Mijn nieuwe functie heeft me daaruit geholpen, maar ik zou hoe dan ook gestopt zijn. Ik voelde dat ik eraan kapotging. Nu ga ik alleen met periodes in het rood. Sinds begin maart heb ik geen uur vrije tijd gehad, behalve een wandeling met m’n vrouw op het industrieterrein in Kortrijk. Ik krijg positieve reacties, maar er is ook brutale, beschamende bagger op sociale media. Ik verdraag dat mensen het niet met me eens zijn, maar heb wel een klacht ingediend tegen twee stalkers.’

Wie zetelt in uw raad van bestuur?

‘Mijn echtgenote, en vrienden met wie ik zelfs niet over het werk praat. Professioneel hangt dat af van het thema. Ik bel haast wekelijks over de kust met mensen zoals Leopold Lippens, Bart Tommelein, Daphné Dumery en Wilfried Vandaele. Verschillende meningen kristalliseren dan uit. Ik probeer veel op te nemen door te luisteren, ook als die indruk er niet is. Een van mijn beste politieke vrienden was Dany Vandenbossche. Ook met Bart Tommelein en Hilde Crevits kan ik in vertrouwen praten. En Kris Van Dijck is een goede maat. Wat die man heeft doorstaan, maak het maar mee.’ (Hij nam vorig jaar ontslag als parlementsvoorzitter na een ongeval onder invloed en aantijgingen van sociale fraude, red.).’

Staat er winst op uw balans?

‘Ja, zeker de jongste jaren. Wat ik allemaal meegemaakt heb, is fenomenaal. En er is meer ruimte voor de familie. Mijn grote droom is nog de Pacific te doorkruisen, van Australië tot San Francisco. Maar ik begin ervoor te vrezen: zoiets moet je voor je zeventigste doen, en ik denk dat reizen na corona structureel anders wordt. De vraag is of het haalbaar en betaalbaar zal zijn.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud