interview

‘De kans om te tonen dat we krachtdadig besturen komt nog’

©Karoly Effenberger

Een dik jaar na zijn aantreden blinkt de ster van Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) niet meer. ‘Voor onze achterban is het lastig om te zien dat Vlaanderen in het heetst van de coronabestrijding maar één wiel aan de Belgische wagen was.’

In de Brusselse Nieuwstraat is het normaal over de koppen lopen, maar door de coronamaatregelen ligt de winkelstraat er verlaten bij. Op wat jonge koeriers met een Uber Eats-zak op de rug na is Brussel- centrum een spookstad. Vlaams minister- president Jan Jambon is als een van de weinigen dezer dagen afgezakt naar zijn kantoor, een monumentaal pand op het vlak bij de Nieuwstraat gelegen Martelaarsplein. Voor de N-VA-politicus was het een drukke week: van maandag op dinsdag werkte hij de nacht door om een sociaal akkoord over hogere lonen in de zorg- sector af te sluiten. Vrijdag volgde het Overlegcomité, waar een beslissing viel over het heropenen van de niet-essentiële winkels en de coronastrategie voor de feestdagen.

Zozeer als het Martelaarsplein een spookplein is, zozeer krijgt de Vlaamse regering de kritiek dat ze een spookregering is geworden. Premier Alexander De Croo (Open VLD) en federaal minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (sp.a) trekken alle aandacht naar zich toe, waarbij zeker die laatste een harde verdediger is van zo streng mogelijke coronamaatregelen. ‘Ook op de vergaderingen van het Overlegcomité is Vandenbroucke veel en lang aan het woord. Hij geeft les’, zegt Jambon. ‘Maar naast het overeind houden van de zorg moet ik als Vlaams minister-president ook kijken naar het mentaal welzijn van de mensen en de economie. En dan leg je soms andere accenten.’

De N-VA verkoos na de verkiezingen van 2019 Jambon boven Geert Bourgeois als Vlaams minister-president. De voormalige minister van Binnenlandse Zaken moest het Vlaamse niveau wat meer cachet geven, maar onder meer door de coronacrisis komt zijn ploeg moeilijk uit de verf. ‘Het vervelende aan corona is dat wij het project van deze Vlaamse regering nog altijd niet in gang konden duwen: meer jobs, meer groei, meer innovatie, meer positivisme. Maar dat komt nog wel.’

De winkels mogen weer open, maar voor Kerstmis en Nieuwjaar komen er nauwelijks versoepelingen waardoor iedereen binnen het eigen gezin moet vieren. Voor veel mensen moet dit toch bijzonder hard aankomen?

Jan Jambon: ‘Dit is ook hard. Voor wie alleen woont, hebben we het wel mogelijk gemaakt dat ze op kerstavond of kerstdag met twee andere mensen kunnen vieren. Door de epidemiologische situatie is het echter niet uit te leggen dat we zouden versoepelen. Als we dat toch zouden doen en het komt in januari tot een derde golf, moeten we dan gaan uitleggen dat dit door die versoepelingen zou zijn. Dat zou alles nog veel moeilijker maken.’

Het sluiten van de niet-essentiële winkels had geen aantoonbare impact op het aantal besmettingen, maar de betrokken handelaars leden wel veel schade. Was dat achteraf gezien geen overdreven maatregel?

Jambon: ‘Als er geen effect is, moeten we ze weer openen, mits er crowdcontrol wordt georganiseerd in de winkelstraten. Aan de andere kant valt over elke individuele maatregel wel iets te zeggen als je hem geïsoleerd bekijkt. De boodschap die we enkele weken geleden met het Overleg- comité wilden doen aankomen, was dat het menens was. Dat geldt ook bij versoepelen. Op zich zal het openen van de winkels geen impact hebben, maar het risico bestaat dat je ongewild bij veel mensen een andere boodschap nalaat. Ze beginnen te denken dat het voorbij is en dat de teugels gevierd mogen worden. Dat is helaas niet het geval.’

©Karoly Effenberger

Gaat u nog graag naar het Overlegcomité? U moet daar samen met de Vivaldi- ministers maatregelen nemen die nog dezelfde dag worden bekogeld door uw eigen partijgenoten.

Jambon: ‘Elk zijn rol. De partij vertolkt haar standpunt, ik zit daar als bestuurder, die compromissen moet smeden. Misschien had ik andere keuzes gemaakt als ik het alleen voor het zeggen had, maar je moet wel nog altijd tot beslissingen komen. Mijn partij heeft mij nooit gezegd: ‘Jan, op dat punt moet je blijven dwarsliggen tot het barst.’ Het zou voor de hele politiek een dramatisch beeld zijn als we over crisismaatregelen geen deal meer kunnen sluiten.’

U weet toch ook wel dat uw optreden in de coronacrisis tot veel kritiek heeft geleid, zelfs in eigen huis?

Jambon: ‘Ik heb kritiek gekregen uit eigen rangen, omdat velen hadden gehoopt dat het Vlaams niveau stevig uit de verf zou komen bij het bestrijden van de gezondheidscrisis. Dat was een grote frustratie bij onze partij en achterban. Eigenlijk was die niet zozeer tegen mij gericht. Het is gewoon de realiteit dat Vlaanderen weinig hefbomen heeft in de bestrijding van een pandemie: dat is vooral iets voor het federale niveau, de gouverneurs en de burgemeesters. Maar we hebben ons wel vol gesmeten in de bestrijding van de economische crisis.’

Geef toch toe dat u geprangd zit: u wilt Vlaanderen besturen en uw partij wil Vlaanderen gebruiken om oorlog te voeren tegen de federale Vivaldi-coalitie.

Jambon: ‘Nee, dat is niet waar. We voeren oorlog tegen Vivaldi in de Kamer en we besturen in Vlaanderen. Natuurlijk is dat in het begin zoeken. De frustratie in onze partij over hoe de federale regeringsvorming gelopen is, is torenhoog. We zijn daar gewoon belazerd. Maar we moeten de twee kunnen scheiden. Onze coalitiepartners in de Vlaamse regering kunnen dat ook: zij stellen zich nog altijd heel loyaal aan het regeerakkoord op.’

Ik ben niet verkleefd aan mijn stoel. De dag dat de partij niet meer tevreden is over mijn werk moet ze dat vooral zeggen, en dan ben ik weg.

Er gaat in het Vlaams Parlement geen week voorbij zonder dat N-VA’ers vragen stellen die uw Vlaamse coalitiepartners CD&V en Open VLD ambeteren: de effectentaks, de koolstoftaks, de Brusselse stadstol, de kernenergie, enzovoort.

Jambon: ‘U noemt allemaal dossiers die een weerslag hebben op het Vlaamse niveau. De kernuitstap is bijvoorbeeld geen cadeau als je in Vlaanderen de CO₂-uitstoot probeert te verkleinen. Dat mogen we toch aankaarten? Kijk, alles hangt af van de toon waarop je iets zegt. En daar proberen we op te letten. De relaties met CD&V en Open VLD zijn goed in de regering en ik werk daar ook hard aan. Ik merk geen verzuring.’

Dus u gaat voor samenwerkingsfederalisme?

Jambon: (foetert) ‘Dat zijn zo van die begrippen… Ik ga voor goed bestuur in Vlaanderen. De federale regering kan dat versterken of tegenwerken. Wij kunnen bijvoorbeeld pas een werkzaamheidsgraad van 80 procent realiseren als het federale niveau ook mee wil. Op dat vlak heeft de nieuwe regering nog niet veel verkeerd gedaan, maar ze is ook nog maar pas begonnen.’

De lakmoesproef wordt de opmaak van een Belgisch relanceplan. Als de discussie over de verdeling van de centen straks even lang duurt als in het 5G-dossier, komen we grandioos te laat.

Jambon: ‘Daarover zijn duidelijke afspraken gemaakt. We gaan eerst het Europees budget verdelen: wie krijgt welk deel van de koek? Daarna kan er geen afgunst meer zijn over wie welke projecten krijgt. Ons relanceplan ‘Vlaamse Veerkracht’ staat daarvoor al in de steigers.’

Onze columnist Rik Van Cauwelaert schreef een paar weken geleden dat uw regering in de Vlaamse ondernemers- wereld als traag en inert wordt gezien, onder meer door het getalm rond het relancepact. Er is vervanging aan de top nodig, schreef hij. Ruikt u geen onraad?

Jambon: ‘Ik heb hem gebeld en vastgesteld dat hij maar een deel van de informatie had. Kritiek zal er altijd zijn en zeker in crisistijd. Het is een ongelofelijke eer en een grote verantwoordelijkheid voor een Vlaams-nationalist om Vlaams minister- president te mogen zijn, maar ik ben niet verkleefd aan mijn stoel. De dag dat de partij niet meer tevreden is over mijn werk moet ze dat vooral zeggen, en dan ben ik weg. Vooralsnog heeft de partij dat niet gezegd. Nogmaals, voor onze achterban is het vooral lastig om te zien dat Vlaanderen in het heetst van de coronabestrijding maar één wiel aan de Belgische wagen was.’

We moeten het Vlaams Belang niet op zijn eigen terrein proberen te verslaan. We moeten de beste van de twee zijn, niet de strafste.

Dankzij het sociaal akkoord in de zorgsector, waardoor Vlaams zorgpersoneel uitzicht heeft op een loonsverhoging van gemiddeld 4,5 tot 6 procent kon u nog eens uitpakken deze week. Waarom heeft het zo lang geduurd?

Jambon: ‘Van bij het begin van de onderhandelingen was afgesproken dat we voor het einde van het jaar wilden landen. Het is nu eind november, dus we zijn ruim op tijd. Er is dus helemaal niet mee getreuzeld, zoals wordt gesuggereerd. Maar het zijn complexe onderhandelingen: dit gaat niet enkel over de woon-zorgcentra, maar ook over de jeugdzorg, de sector van mensen met een beperking, de sociale economie en de socioculturele sector. Voor de finale ronde waren we met meer dan 40 mensen aan het zoomen.’

Bent u geflikt door Vandenbroucke, die twee weken geleden met een premie voor het ziekenhuispersoneel kwam, terwijl Vlaanderen nog met lege handen stond?

Jambon: ‘We gaan toch geen vier jaar zitten afmeten wie waarmee eerst komt, hé? Ik heb mijn beleid te voeren op mijn niveau en rekening te houden met de uitdagingen in Vlaanderen. Een ervan is maken dat het loonpakket van het personeel van de woon-zorgcentra - waarvoor Vlaanderen in de financiering voorziet - in de lijn ligt met wat iemand met een gelijkaardige functie in een ziekenhuis krijgt. Op een krappe arbeidsmarkt is een loonkloof tussen het Vlaamse en federale niveau niet opportuun.’

Er was een tijd dat de N-VA het verhogen van de jaarlijks terugkerende sociale uitgaven PS-beleid genoemd zou hebben. Bent u hiermee uw principes niet overboord aan het gooien?

Jambon: ‘Nee. We zijn al jaren bezig extra geld in de welzijnssector te pompen, omdat die ondergefinancierd was. Bovendien heeft corona in de hele wereld de zaken op zijn kop gezet. Het is pompen om de economie te redden en mensen aan het werk te houden. Wie dat niet doet, is helemaal verloren. Maar het is waar: die loonsverhoging voor de zorg komt jaarlijks op de begroting en dus zullen we dat moeten inpassen, want wij willen de begrotings- discipline niet loslaten. Mijn ambitie is om het tekort dat er eind 2021 is te halveren tegen 2024.’

Hoe denkt u daar nog een winnend verhaal van te kunnen maken voor de N-VA in 2024? Het Vlaams Belang hoeft zich niet vuil te maken en zal altijd luider roepen in de federale oppositie.

Jambon: ‘Onze positie op de scheidingslijn tussen systeempartij en anti-systeempartij is geen simpele. Maar België besturen is voor Vlaams-nationalisten ook niet simpel, weet ik uit ervaring. Wat ons federale oppositiewerk betreft, denk ik dat we de beste van de twee moeten zijn en niet de strafste. Dat doe je met een inhoudelijke oppositie. We moeten het Vlaams Belang niet op zijn eigen terrein proberen te verslaan. En wat Vlaanderen betreft denk ik dat er na de coronacrisis nog voldoende kansen zullen komen om te tonen dat we hier krachtdadig besturen. Ik zit met een project in mijn hoofd dat het geloof in de kracht van Vlaanderen en de vooruitgang moet aanwakkeren. Als je ziet waar wij met biotech staan, is dat wereldklasse. Flanders Technology was in de jaren tachtig een uitstekende campagne voor Vlaanderen. We hebben opnieuw zoiets nodig, maar geen kopie. Alleen moet je daar op dit moment niet mee komen.’

Wat als u in 2024 samen met het Vlaams Belang een meerderheid in het Vlaams Parlement hebt? Is de wrok om de federale dumping dan zo groot dat de N-VA afwijkt van zijn langetermijnstrategie en de onafhankelijkheid uitroept?

Jambon: ‘Ik denk niet dat een meerderheid van de Vlamingen dat vandaag wil, want zelfs bij de N-VA en het Vlaams Belang zijn niet alle kiezers separatisten. Dat is het verschil met Catalonië: daar heeft de bevolking die klik op een bepaald moment wél gemaakt. Los daarvan is een samenwerking met het Vlaams Belang momenteel een weinig attractief vooruitzicht. Die partij geeft niet de minste indruk dat ze bereid is om komaf te maken met haar foute kanten.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud