‘De VDAB staat klaar om ook zestigplussers aan een job te helpen'

Minister van Werk Philippe Muyters (N-VA, rechts) en VDAB-topman Fons Leroy willen zo veel mogelijk mensen aan het werk krijgen. ©Dieter Telemans

Vlaams minister van Werk Philippe Muyters (N-VA) wil zo snel mogelijk zestigplussers activeren. De arbeidsmarkt is er klaar voor, zegt hij in een gesprek met VDAB-topman Fons Leroy.

Apetrots zijn Vlaams minister van Werk Philippe Muyters (N-VA) en Fons Leroy, topman van de Vlaamse arbeidsbemiddelingsdienst VDAB. De reden is een Europees rapport dat de VDAB als een voorbeeld voor de publieke arbeidsbemiddelingsdiensten in de Europese landen beschouwt. Echte verbeterpunten hebben de experts niet, wel een aantal suggesties om het huidige pad voort te bewandelen. Muyters glundert. ‘Met zo’n positief rapport mag je wel eens uitpakken, Fons’, lacht hij.

Beide heren bewieroken elkaar tijdens het interview. Er is tijdens de vorige regeerperiode, toen Muyters ook bevoegd was voor werk, een vertrouwensband gegroeid. ‘En ook deze rit doen we samen uit’, benadrukken ze. Nochtans hebben ze verschillende politieke achtergronden. Voordat Leroy aan het hoofd van de VDAB kwam, werkte hij op een reeks socialistische kabinetten. Leroy wil, net zoals zijn voogdijminister van de N-VA, zo veel mogelijk mensen aan het werk krijgen. ‘Werkloosheid heeft een individuele en een sociale kost’, betoogt de VDAB-topman. ‘Het leidt tot sociale deprivatie, verlaagd welzijn, weinig maatschappelijke erkenning en meer zelfmoordneigingen. Voor mij is een activeringsbeleid een positieve keuze.’

De goede sfeer aan tafel doet bijna vergeten hoe gevoelig de werking van de VDAB bij velen ligt. Werk vinden in crisistijd is vaak frusterend, en het blijft moeilijk om langdurige werklozen opnieuw aan de slag te krijgen. De VDAB gaat daarom uit van een positief verhaal: de focus ligt niet op het gebrek aan diploma of ervaring, maar altijd op wat iemand wel kan.

Een mooie slogan, maar hoe zet de VDAB dat om in de praktijk?

Fons Leroy: ‘Dikwijls levert een bepaald diploma of een beroep geen match op tussen de werknemer en de werkgever omdat het diploma verouderd is of het beroep niet meer bestaat. In ons systeem wordt ook gezocht op basis van competenties. Na de sluiting van Ford waren er mensen die in bijberoep actief waren in de bouw. Zij kunnen gemakkelijk de stap naar de bouw zetten, maar je moet zoiets wel weten. Velen hebben bij Ford leren heftruckrijden en dat is een knelpuntberoep. Anderen hebben competenties verworven in de privésfeer of hebben zin in iets anders.’

Philippe Muyters: ‘Omgekeerd kunnen bedrijven in het systeem van de VDAB makkelijk invoeren welke vaardigheden ze bij werknemers belangrijk vinden. Het is een uniek systeem dat nergens in Europa zo ontwikkeld is. We letten niet alleen op de diploma’s, maar ook op de talenten van mensen. Werkgevers en werknemers zoeken in eerste instantie zelf naar een match. De VDAB komt pas tussen als iemand bijscholing of extra begeleiding nodig heeft.’

Staan werkgevers daarvoor open?

Leroy: ‘We leren werkgevers op die manier te denken. Bij een vacature vraagt ons systeem niet alleen welk diploma eventueel nodig is, maar ook wat de persoon in kwestie moet kennen en kunnen. Als ze zien dat een zoektocht op basis van een diploma niets oplevert, vullen ze vanzelf meer in. Vandaag zijn 80 procent van de vacatures op die manier ingevuld.’

Muyters: ‘Het is ook nuttig voor de werkgevers. Ik ken een zuivelbedrijf dat zeven technische mensen zocht. Je krijgt die nooit ingevuld. Ze hebben daarom hun eigen werknemers aangemoedigd om te solliciteren. Het bedrijf heeft een aantal mensen opgeleid die in eerste instantie niet het juiste diploma hadden, en tegelijkertijd staan ze bekend als een onderneming waar je ook zonder diploma kan doorgroeien. Een diploma blijft uiteraard belangrijk, maar het zegt lang niet alles. Ik ben meer dan 30 jaar geleden in de econometrie afgestudeerd, maar vraag me nu niet meer om een regressieanalyse te maken.’

De Vlaamse regering wil op termijn ook de 60-plussers activeren. Vanaf wanneer maken jullie daar werk van?

Muyters: ‘Wanneer we de stap zetten naar de activering van 60-plussers hangt af van de capaciteit van de VDAB en de evolutie van de arbeidsmarkt. We zien dat de arbeidsmarkt verbetert, steeds meer mensen vinden werk. Van de VDAB vergt het niet veel capaciteit, want we activeren enkel de 60-plussers die vanaf het moment dat het systeem in voege treedt zonder werk vallen. Waar ik eigenlijk op wacht, is het federale kader. Dat voorziet een trapsgewijze verhoging van de leeftijd waarbij oudere werklozen nog op zoek moeten naar werk van 60 naar 65 jaar. Wij willen daarmee rekening houden. Zodra daar duidelijkheid over is, staan wij klaar.’

U wilt binnenkort 60-plussers activeren, maar ondertussen vindt amper een kwart van de 55-plussers na een jaar intensieve begeleiding een job.

Leroy: ‘De mentaliteit verandert heel langzaam. Vroeger kon je op 48 jaar met brugpensioen. In een cao van een supermarkt ging het toen over ‘het recht op uitkering voor bejaarde werknemers’. De overheid wou die ‘bejaarden’ uit de arbeidsmarkt duwen om plaats te maken voor de jongeren. Vandaag is een vijftigjarige zogezegd in de fleur van zijn leven, maar de arbeidsmarkt is nog niet mee geëvolueerd. Die cultuurswitch vraagt tijd.’

Muyters: ‘Maar het gebeurt wel. Steeds meer 50-plussers blijven aan het werk. Werkgevers zien in dat ze elk talent nodig hebben als ze hun vacatures willen invullen. Maar wie in een systeem van brugpensioen zit, is vaak moeilijk te motiveren. De verdere afbouw van het brugpensioen is daarom een goede zaak, want 50-plussers zijn meestal nog vitaal genoeg om te werken. Als overheid dragen we trouwens ook ons steentje bij. We geven via het doelgroepenbeleid een korting op de sociale bijdragen voor het aanwerven en het aanhouden van 50-plussers.’

Moet er nog meer gebeuren?

Muyters: ‘In Groot-Brittannië gaat een werkloze die 1 uur per dag of zelfs per week werkt er financieel al op vooruit. Dat is ook iets wat ik bij mijn federale collega (Kris Peeters, red.) wil aankaarten. We moeten bijvoorbeeld mensen stimuleren die door een handicap een uitkering krijgen, maar wel drie uur per week gaan werken.

Leroy: ‘In de groep 50-plussers neemt de groep van mensen met een ziekte- of invaliditeitsuitkering toe. Zij kunnen dikwijls maar beetje per beetje beginnen werken, maar onze federale kaders zijn nog heel rigide. Als ze twee uur per dag werken, moeten ze kunnen doorgroeien en aan de VDAB kunnen vragen om verder te zoeken naar een voltijdse job.’

De Europese experts loven het maatschappelijk vertrouwen in de VDAB. Werkzoekenden worden niet als profiteurs afgeschilderd. Heeft de polarisering tussen de vakbonden en de werkgevers dit jaar daar iets aan veranderd?

Muyters: ‘Het VDAB-beleid is het resultaat van een filosofie die door de jaren heen gegroeid is. Dat verandert niet zomaar door een maatschappelijke discussie. De overheid en de sociale partners bepalen ook in Vlaanderen samen het sociaal-economisch beleid.’

De VDAB moet door de zesde staatshervorming niet enkel begeleiden, maar ook sanctioneren. Is dat een moeilijk evenwicht?

Leroy: ‘Het blijft onze prioriteit om openstaande vacatures in te vullen. Alleen door zoveel mogelijk mensen aan het werk te helpen, die zo lang mogelijk met zin werken, komen we uit de crisis. Mensen sanctioneren heeft misschien gunstige effecten op de uitgaven in de sociale zekerheid, maar het lost het arbeidsmarktprobleem niet op. Pas als we merken dat mensen niet aan het werk willen, volgen consequenties.’

Muyters: ‘We gaan uit van een positief verhaal: wat kunnen mensen? Welke talenten hebben ze? Sanctionering is geen doel, maar een middel om zo veel mogelijk mensen aan het werk te krijgen. Maar wie wil profiteren van het systeem, hoort hier niet thuis. Je kan arbeidsbemiddeling weigeren, maar dan moet je ook geen uitkering verwachten.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud