analyse

De zeven magere jaren van Gwendolyn Rutten

Hoe uitgekiend de voorzitter de strategische lijnen ook uitzette, de mayonaise pakte niet.

Ooit was ze een ‘mirakelvoorzitter’. Maar nu trekt Gwendolyn Rutten de deur van de Melsensstraat 34 met stille trom achter zich dicht. Electoraal is haar ietwat geforceerde positivisme nooit echt aangeslagen. Een mislukte paars-groene gok werd haar fataal.

Ik heb het gehad met negativiteit en stilstand. Ik wil vooruit. Vooruit met het leven, met ons land, met de planeet. We zijn fier op ons verleden, maar vooral enthousiast over de toekomst.’ Met die woorden begint het afscheidspamflet ‘100 ideeën voor een betere toekomst’ dat Gwendolyn Rutten postte, nadat bekend was geraakt dat ze geen kandidaat is om zichzelf op te volgen als voorzitter van Open VLD.

Het is de essentie van Rutten. Ze heeft de Vlaamse liberalen proberen te positioneren als een partij die bruist van optimisme en goesting. Gewoon doen, werd het motto. Bij de lancering van de verkiezingscampagne trokken de liberalen langs de snelweg een groot spandoek op, met de boodschap: welkom in het land van de doeners.

Ik weet wat ik moet doen om veel likes te krijgen. Maar ik weiger naar de dark side te gaan.
Gwendolyn Rutten
Voorzitster Open VLD

Toen spindoctor Noël Slangen nog op de blauwe payroll stond, had hij het gat in de politieke markt gevonden. Met de focus op optimisme en goesting had Open VLD volgens hem een unique selling proposition vast. Rutten omarmde dat positivisme, al was het maar om te verbergen dat de N-VA het centrumrechtse sociaal-economische verhaal van Open VLD had gekaapt en Rutten en co. verlegen zaten om een eigen blauw verhaal.

Voor Open VLD is het een permanente zoektocht geworden naar een nieuw verhaal, zodat het verschil kon worden gemaakt met de N-VA, die geloofwaardiger was geworden in de oppositie tegen de regering-Di Rupo, waarvan Open VLD deel had uitgemaakt.

Dat gebrek aan geloofwaardigheid is de achilleshiel van niet alleen Open VLD, maar ook van Rutten zelf. Hoe uitgekiend de voorzitter de strategische lijnen ook uitzette, de mayonaise pakte niet. De mensen geloofden haar niet. Het kwam niet oprecht over, als ze nog maar eens haar riedeltje over optimisme, positivisme en goesting begon af te spelen.

Zelf zegt ze dat het een bewuste keuze is geweest om in een tijdsgewricht waarin de angst de bovenhand heeft gekregen en de mensen naar de extremen gaan toch niet mee te huilen met de wolven. ‘Ik heb ermee geworsteld. Ik weet wat ik moet doen om veel likes te krijgen, maar ik wil de populistische toer niet opgaan. Ik weiger naar de
dark side te gaan’, zegt Rutten.

Verlies

Rutten was niet de charismatische voorzitter die erin slaagde om de partij naar een hoger electoraal niveau te tillen. Die kritiek is ook intern te horen. Toen ze in 2012 de voorzittersverkiezingen won van Egbert Lachaert erfde ze een partij die op een dieptepunt van 14 procent zat, maar zeven jaar later zat de partij nog altijd even diep. Open VLD klokte bij de verkiezingen in mei 2019 af op 14,6 procent in de Kamer en 13,1 procent in Vlaanderen. De zeven jaar van Rutten waren de zeven magere jaren.

Rutten was niet de charismatische voorzitter die erin slaagde om de partij naar een hoger electoraal niveau te tillen.

Volgens Rutten heeft de partij een klap gekregen, toen de jonge voorzitter Alexander De Croo in 2010 de regering had laten vallen over de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde (BHV). Dat kostte de partij bijna 5 procentpunten. Ze is daar nooit van hersteld. Al denkt Rutten dat ze wel de fundamenten heeft gelegd voor een sprong voorwaarts, door de partij te verjongen en te vernieuwen. ‘Op een dag zal de mayonaise pakken’, zegt ze.

Rutten hoopte dat de regering-Michel al een ommekeer voor de liberalen zou inluiden, maar omdat de N-VA er voortijdig is uitgetrokken, is dat niet gebeurd. Dat was de grote ontgoocheling van Rutten, die nog altijd niet begrijpt hoe voorzitter Bart De Wever het liet gebeuren dat Theo Francken de N-VA op sleeptouw nam met zijn kruistocht tegen het Marrakeshpact.

Sindsdien heeft Rutten zich losgemaakt van De Wever. De Open VLD-voorzitster, die meer dan haar mannetje staat als het om politiek stratego gaat, geloofde niet meer dat er nog zaken te doen zijn met de N-VA. Het besef was al gegroeid dat ze zich niet mocht laten opsluiten in de confederale gijzeling door de N-VA, die volgens haar weer uit was en is op een verrottingsstrategie voor België.

Vandaar ook dat ze in de verkiezingscampagne nooit een paars-groene regering met een Vlaamse minderheid heeft uitgesloten, in tegenstelling tot onder meer De Croo. Toen De Wever de paars-gele poging van de informateurs Johan Vande Lanotte (sp.a) en Didier Reynders (MR) niet wilde voortzetten, besliste ze de N-VA te lossen en de bocht in te zetten naar een paars-groene regering, waar CD&V dan wel zou bij aansluiten. Dat leidde tot de grote breuk met De Wever, die vond dat Rutten ‘verraad’ pleegde door zich in de armen van PS-voorzitter Paul Magnette te werpen.

Berekende gok

‘Gwendolyn Rutten is scotchée aan Paul Magnette sinds die de Wetstraat 16 in de weegschaal heeft geworpen. Dat heeft bij haar tot zinsverbijstering geleid. Plots begon ze op Instagram paars-groene zeepbellen te blazen en is ze blind en blij meegegaan in een rood-groen programma dat haaks staat op dat van de Vlaamse regering, waar haar partij deel van uitmaakt. Daar stond ik danig van te kijken. Dat ze ons plots liet vallen.’ Met die woorden rakelde De Wever die breuk nog eens op in een weekendinterview met Het Laatste Nieuws. 

Gwendolyn Rutten is scotchée aan Paul Magnette sinds die de Wetstraat 16 in de weegschaal heeft geworpen. Dat heeft bij haar tot zinsverbijstering geleid.
Bart De Wever
N-VA-voorzitter


Het was een berekende gok van Rutten die faliekant afliep. De nieuwe voorzitter van de Mouvement Réformateur, Georges-Louis Bouchez, wilde niet mee, en ook de eigen blauwe achterban was er niet klaar voor. Rutten had de partijtop er wel van overtuigd dat paars-groen een sterk verhaal voor Open VLD kon worden, waarbij de liberalen het verschil zouden kunnen maken met het Vlaams conservatisme van de N-VA en CD&V, maar haar eigen achterban had het gevoel dat ze haar ziel wilde verkopen om toch maar in de Wetstraat 16 te geraken.

Dat Rutten in de verkiezingscampagne had gezegd dat ze niet zou weigeren, mocht ze de eerste vrouwelijke premier kunnen worden, is haar blijven achtervolgen en is haar achilleshiel geworden. Was Ruttens grote verdienste dat ze alle haantjes in haar partij in toom had kunnen houden, en dat ze de verscheurende clangevechten een halt had kunnen toeroepen, dan lag nu alles aan diggelen. Het stille verbond tussen haar en De Croo was weg, want De Croo was niet meer zeker dat hij de nummer één in de federale regering zou zijn.

Perfecte storm

Ze kwam in een perfecte storm terecht, waardoor haar vertrek uit de M34, het partijhoofdkwartier aan de Melsensstraat 34, er een met de stille trom is geworden. Noemde de burgemeester van Kortrijk, Vincent Van Quickenborne, haar in 2014 nog de ‘mirakelvoorzitter’, toen ze haar partij op de valreep nog in de Vlaamse regering had kunnen loodsen, dan heeft ze nu gegokt en verloren.

Rutten blijft ervan overtuigd dat ze gelijk had met voor Vivaldi te gaan, ook al kreeg ze het deksel op de neus. Daarin lijkt ze wat op Karel De Gucht, in wiens kielzog ze haar politieke carrière begon, die ook steevast besluit dat hij gelijk had en heeft. Dat ze het gelijk aan haar kant heeft, maakt dat Rutten nergens spijt van heeft, ook al is ze politiek dood verklaard.

Rutten blijft ervan overtuigd dat ze gelijk had met voor Vivaldi te gaan, ook al kreeg ze het deksel op de neus. Daarin lijkt ze wat op Karel De Gucht.



Rutten is onthecht. Ze heeft er vrede mee dat er niet meer dan de burgemeestersjerp van Aarschot en een zitje in het Vlaams Parlement voor haar inzit. Al is het niet uit te sluiten dat ze het nog op een akkoordje heeft gegooid met de kandidaat-voorzitters om alsnog minister te worden in een federale regering. Maar zelfs als het een hard exitscenario wordt, zoals destijds bij de sp.a met toenmalig voorzitster Caroline Gennez is gebeurd, zal Rutten wel terugvechten. Ze is een overlever.

Dat ze op Aalst Carnaval, tussen Karel De Gucht en haar man Jimmy, verkleed rondliep als Magritte met een pijp - ‘Ceci n’est pas une pipe’ - in haar mond, geeft aan dat ze het kan relativeren, dat ze niet verbitterd is geraakt. ‘Een flinke portie zelfrelativering, surrealisme en plezier op Aalst Carnaval’, zette ze op Instagram. ‘België is een land met surrealistische trekjes, maar is niet kapot, zoals de N-VA zegt nu ze is afgewezen’, verduidelijkt Rutten.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud