Advertentie
Advertentie
netto

Een jaar hoger onderwijs zonder beurs? Dat kost minstens 9.331 euro

Een beursstudent betaalt 849 euro minder inschrijvingsgeld dan een niet-beursstudent. ©Frank Toussaint

De studie- en leefkosten voor een kotstudent aan een hogeschool of universiteit zonder beurs bedragen komend academiejaar 14.103 euro. Voor een pendelstudent volstaat 9.331 euro.

Daarmee wordt het leven van een kotstudent in academiejaar 2021-2022 197 euro duurder, dat van een pendelstudent 86 euro. Dat blijkt uit de jaarlijkse berekeningen van het Centrum voor Budgetadvies en -onderzoek (CEBUD) van de Thomas More-hogeschool.

Afhankelijk van de gezinssituatie en het inkomen kan een student aanspraak maken op een studietoelage, waardoor ook het inschrijvingsgeld daalt. Dat verlaagt de totale kosten met 849 euro. 

De kosten van een student vallen uiteen in de strikte studiekosten, de ruimere studiekosten en de leefkosten.

Strikte studiekosten

Strikte studiekosten zijn de kosten die verbonden zijn met de opleiding die een student volgt, zoals het studiegeld bij inschrijving, de uitgaven voor cursussen en studieboeken, ICT-kosten en de uitgaven voor een studiereis, een stage, en/of een eindwerk.

Het inschrijvingsgeld voor het academiejaar 2020-2021 bedraagt 962 euro voor wie geen beurs krijgt. Het beurstarief komt op 113 euro. De kosten voor cursussen en handboeken variëren sterk naargelang van de opleiding. Voor een universiteitsopleiding moet gemiddeld 259 euro per jaar neergeteld worden, voor een hogeschoolopleiding 243 euro.

1.592
EURO
De strikte studiekosten zijn dezelfde voor een kot- en een pendelstudent. Ze komen op 743 euro voor een beursstudent en op 1.592 euro voor een niet-beursstudent.

Voor sommige uitgavenposten is CEBUD afhankelijk van onderzoek dat andere onderzoeksinstellingen uitvoeren. ‘Uit nieuwe cijfers van het Steunpunt Onderwijsonderzoek blijkt dat de uitgaven voor studiematerialen en studiereizen sterk zijn gedaald ten opzichte van eerder onderzoek in 2009, terwijl een grotere groep studenten aangeeft deze uitgaven te moeten maken’, zegt Ilse Cornelis, onderzoekster bij CEBUD-Thomas More. ‘Het referentiebudget voor de strikte studiekosten voor hogeschoolopleidingen ligt in 2021 8 procent lager dan in 2020, voor universitaire opleidingen ongeveer 2 procent.’

De strikte studiekosten zijn dezelfde voor een kot- en een pendelstudent. Ze komen op 743 euro voor een beursstudent en op 1.592 euro voor een niet-beursstudent.

Ruimere studiekosten

Ruimere studiekosten verwijzen naar uitgaven die nodig zijn voor de verplaatsingen van en naar de campus, de huur en de inrichting van een studentenkamer en de aankoop van spullen zoals een schooltas of brooddoos.

358
euro
De gemiddelde huurprijs voor een privékamer bedraagt 358 euro per maand.

Voor een kotstudent moet een jaarbudget van gemiddeld 4.612 euro worden uitgetrokken. De gemiddelde huurprijs voor een privékamer bedraagt 358 euro per maand. De meeste koten worden verhuurd voor een periode van twaalf maanden. Naast de huur moeten soms ook nog verbruikerskosten (voor elektriciteit, gas en internet) en diverse kosten (voor de kookuitrusting, het bedlinnen,…) worden ingecalculeerd.

Het ruime studiekostenbudget voor pendelstudenten die het openbaar vervoer gebruiken is maar een fractie van dat van een kotstudent: zo’n 219 euro per jaar. Kiest een student voor een auto, reken dan op minimaal 3.000 euro per jaar voor een tweedehandswagen.

Leefkosten

Naast studeren moet ook geleefd worden. Eten, kleding, ontspanning, gezondheid en persoonlijke verzorging,… hebben strikt genomen niets met het studeren te maken, maar geen student kan zonder.

Nieuw dit jaar is een coronasupplement van 10 euro per maand bij het budget voor persoonlijke verzorging en hygiëne. Dat dekt de kosten voor chirurgische mondmaskers, desinfecterende handgel, papieren zakdoekjes en extra handzeep en water.

Uit de berekening van CEBUD blijkt dat de leefkosten een groter budget opslorpen dan de directe en indirecte studiekosten samen: minimaal 7.899 euro voor een kotstudent en 7.520 euro voor een pendelstudent. Het verschil zit voornamelijk in de hogere kosten voor een kotstudent.

Corona

De onderzoekers maken een kanttekening voor mogelijke gevolgen van de coronacrisis. ‘Voor het academiejaar 2021-2022 wordt gemikt op een opstart in code groen, waarbij een maximaal aantal lessen op de campussen plaatsvindt. Komen er in de loop van het academiejaar toch wijzigingen - bijvoorbeeld bij een lockdown of als lessen weer uitsluitend online gegeven worden - dan kunnen de uitgaven van studenten hierdoor beïnvloed worden’, zegt Cornelis.

Zo kan de sluiting van studentenrestaurants ertoe leiden dat de voedingsuitgaven voor kotstudenten op hetzelfde niveau komen als die van pendelstudenten. Ook de vervoersuitgaven kunnen grondig wijzigen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud