Een op drie werklozen in Vlaanderen is allochtoon

©katrijn van giel

Vlaanderen telde eind december 53.667 allochtone werkzoekenden, goed voor 30 procent van alle werklozen.

Als de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) het over allochtone werklozen heeft, gaat het over werkzoekenden met een huidige of vorige nationaliteit van buiten de Europese Unie. Nieuwe Belgen met een vorige nationaliteit uit een niet-EU-land zitten dus mee in de statistieken.

De daling van de werkloosheid in Vlaanderen is veel minder sterk bij allochtonen dan bij autochtonen. De algemene werkloosheid daalde van 229.697 eind 2014 naar 178.963 eind 2019. De daling van het aantal werkloze allochtonen is veel minder sterk: van 58.187 naar 53.667. Daardoor is het aandeel van de allochtonen in de werkloosheidscijfers gestegen van 25 procent eind 2014 naar 30 procent eind 2019.

Het is bekend dat de werkloosheid onder allochtonen een zorgenkind is, en dat België slecht scoort in Europees verband. Volgens arbeidsmarktexpert Stijn Baert is er geen wondermiddel, maar kunnen wel inspanningen worden gedaan. Hij wijst erop dat er een probleem is aan de vraagzijde, bij de werkgevers. ‘De verklaring is deels dat allochtonen minder kansen krijgen. Een vreemde naam vormt een drempel om een jobgesprek los te krijgen. Werkgevers vrezen dat hun klanten er minder open voor staan.’

Praktijktests

Baert is een pleitbezorger voor praktijktests, weliswaar op sectorniveau. Maar hij benadrukt dat allochtonen zich moeten blijven inspannen. ‘De ongunstige beoordelingen vallen weg als blijkt dat allochtonen zelf een inspanning leveren. Hoogopgeleide allochtonen en allochtonen met ervaring hebben betere kansen.’

Baert ziet ook een ‘culturele’ verklaring voor de hogere werkloosheidscijfers onder allochtonen. ‘De cijfers maskeren een groot verschil tussen allochtone mannen en vrouwen. Die laatste groep scoort zeer slecht. Volgens een recent rapport van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid zoekt minder dan de helft van de allochtone vrouwen werk.’

De verklaring is niet alleen ‘cultureel’. Ook de werkloosheidsval zet een rem op de integratie van allochtone vrouwen op de arbeidsmarkt. ‘Voor kroostrijke gezinnen is het verschil tussen werken en niet-werken niet zo groot, zeker als je de extra kosten meerekent. Als je gaat werken, moet je je kinderen naar de opvang brengen. En dat is hier duur in vergelijking met andere landen.’

Achilleshiel

De achilleshiel is volgens Baert ons migratiebeleid. ‘Dat is niet gericht op het aantrekken van de profielen die nodig zijn op de arbeidsmarkt. Andere Europese landen die werk maken van economische migratie, trekken meer mensen aan die in hun economie passen en kunnen ook betere werkloosheidscijfers onder allochtonen voorleggen. Het gaat om allochtonen die minder belast zijn met hun culturele achtergrond en ervoor willen gaan.’

Volgens Baert kan het beleid dus nog winst boeken door in te zetten op een economisch migratiebeleid en door werken lonender te maken. Hij verwijst ook naar de tien aanbevelingen van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid. In oktober 2018 stelde die in een rapport over de integratie van immigranten op de arbeidsmarkt een dubbel spoor voor: een aanscherping van de voorwaarden om toegang te verwerven tot het grondgebied én een betere inschakeling op de arbeidsmarkt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud