portret

Egbert Lachaert, de man die niet aan de zijlijn kon blijven staan

Egbert Lachaert wordt met 61 procent van de stemmen de nieuwe voorzitter van de Vlaamse liberalen. Zijn politieke loopbaan startte twintig jaar geleden.

De Oost-Vlaming kreeg 9.784 stemmen, terwijl de Oostendse burgemeester Bart Tommelein het met 4.768 stemmen (29,7%) moest doen. Bij de andere kandidaten kreeg Els Ampe 1.172 stemmen, ofwel 7,31 procent. Stefaan Nuytten tot slot haalde 307 stemmen, ofwel 1,92 procent.

Daarmee komt de 42-jarige Lachaert op het hoogtepunt van een politieke carrière die twintig jaar geleden met de rem op begon. In 2000, toen hij in Gent net was afgestudeerd als jurist, werd hij verkozen in de gemeenteraad van Merelbeke. Hij kon echter niet zetelen omdat zijn vader, toenmalig Vlaams Parlementslid Patrick Lachaert, ook verkozen was en zijn zitje opnam.

Advocatuur

Bovendien speelde iets anders. Zijn vader drong erop aan dat hij eerst de advocatuur in ging, bij het kantoor van professor arbeidsrecht Willy van Eeckhoutte. Dat was belangrijk, vond Patrick Lachaert, omdat je in de politiek maar echt onafhankelijk bent als je eerst zelf je boterham verdient. Zo niet heeft de partijleiding je in de greep. Ze kan beslissen over je inkomen door je een zo goed als onverkiesbare plaats op de lijst te geven.

Zijn vader drong erop aan dat hij eerst de advocatuur inging, omdat je in de politiek maar echt onafhankelijk bent als je zelf je boterham verdient.

Toch kriebelde de politieke microbe toen al. In 1999 werd hij als laatstejaarsstudent rechten nationaal voorzitter van het Liberaal Vlaams Studentenverbond. Drie jaar later was hij een van de oprichters van de denktank Liberales. Het was een tijdperk waarin de politieke hemel blauw kleurde. De Vlaamse liberalen waren voor het eerst de grootste partij in de Kamer geworden, met 23 zetels. Met Guy Verhofstadt leverden ze de eerste liberale premier sinds 1938. In andere landen, zoals het VK van Tony Blair, hadden zelfs de socialisten delen van het liberale gedachtegoed omarmd.

Naarmate zijn advocatencarrière van wal stak, ging het met de liberalen bergaf. De tweede regering-Verhofstadt was maar een schim van de eerste en daarna namen de christendemocraten de Zestien weer over. Al tijdens het beruchte congres over het migrantenstemrecht in 2004 vond Lachaert dat Open VLD moest overwegen de regering te verlaten. Niet wegens die migrantenkwestie, maar omdat de sociaal-economische resultaten zo pover waren geworden.

Tegenkandidaat 

Zo bleef de politieke microbe kriebelen. In 2007 werd hij gemeenteraadslid in Merelbeke. In 2008 overwoog hij met enkele jongeren - onder wie Mathias De Clercq, Alexander De Croo, Philippe De Backer en Jean-Jacques De Gucht - om vanuit de liberale jongeren een tegenkandidaat voor Bart Somers in de voorzittersrace te laten stappen. Maar tijdens dat overleg - in de kelder van Karel De Gucht in Berlare - bleek dat ze te laat waren om dat te doen.

In 2008 overwoog Lachaert met enkele jongeren een tegenkandidaat voor Bart Somers aan de voorzittersverkiezingen te laten meedoen.

Toen Somers na de verkiezingen van 2009 als voorzitter opstapte, was Lachaert achter de schermen een van de jongeren die De Croo steunden om de sprong naar de politiek te maken. Ditmaal lukte het wel, al ging De Croo uiteindelijk zijn eigen weg en werd hij partijvoorzitter met Patricia Ceysens en Vincent Van Quickenborne als running mates.

2012, het jaar waarin zijn vader overleed, werd een kanteljaar voor Lachaert. Hij stoorde zich almaar openlijker aan de partijtop, die zich op de trappen in het Vlaams Parlement als een man achter de kandidatuur van Gwendolyn Rutten schaarde. Er is een tegenkandidaat nodig, schreef hij in een opiniestuk. 'Desnoods doe ik het zelf.'

We moeten de geloofwaardigheid herstellen, zodat de partij ook doet wat ze zegt.
Egbert Lachaert
in 2012

Dat deed hij uiteindelijk. ‘Als ik zie in welke richting mijn partij gaat, kan ik niet langer aan de zijlijn blijven staan’, zei hij toen. ‘We moeten de geloofwaardigheid herstellen, zodat de partij ook doet wat ze zegt.’ Hij vond dat Open VLD deels kapot geregeerd was, na twaalf jaar samen te besturen met de PS. En hij deed de trapfoto na, maar dan met partijmilitanten.

Parlement

Lachaert haalde vanuit het niets 40 procent van de stemmen. Hij werd dan wel geen voorzitter, maar niemand kon daarna nog om hem heen. Eind 2012 werd hij schepen en OCMW-voorzitter in Merelbeke, in 2013 Vlaams Parlementslid, in 2014 volksvertegenwoordiger in de Kamer. Het Nieuwsblad, dat punten geeft aan parlementsleden, bekroonde hem tot de beste volksvertegenwoordiger van die legislatuur.

Als voorzitter erft Lachaert een partij die nog twaalf zetels heeft in de Kamer, de helft van toen hij zijn allereerste stappen in de politiek zette.

Lachaert en Rutten hervonden na de felbevochten campagne van 2012 een modus vivendi, al duurde het een jaartje voor dat lukte. Na de verkiezingen van mei 2019 laaiden de spanningen opnieuw op, toen de partijtop begon warm te lopen voor een paars-groene regering zonder de N-VA. Samen met Van Quickenborne leidde hij het verzet daartegen. Volgens Lachaert kwam het voortbestaan van Open VLD in het gedrang, als de partij op dat moment meegestapt was in de - qua inkomsten niet becijferde - voorstellen van PS-voorzitter Paul Magnette.

Genadeloze analyse

Een grote verrassing was het daarom niet dat hij zich drie maanden geleden kandidaat stelde om voorzitter van Open VLD te worden. Zijn analyse over de partij is even genadeloos als toen. ‘Heel veel mensen weten niet meer waarvoor we staan’, zei hij in februari in een interview met De Tijd.

Als voorzitter erft Lachaert een partij die nog twaalf zetels heeft in de Kamer, de helft van toen hij zijn allereerste stappen in de politiek zette. En hij erft een formatie die een jaar na de verkiezingen echt kan herstarten, nu alle partijen die van voorzitter wilden wisselen dat ook gedaan hebben.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud