Elke leerling krijgt laptop of tablet vanaf vijfde leerjaar

©Hollandse Hoogte / Richard Brocken

De coronacrisis legde pijnlijk bloot hoe ons land achterophinkt op het vlak van de digitalisering in de klas. Met de Digisprong moet tegen 2023 elke leerling ouder dan 10 op school een eigen laptop of tablet hebben.

Minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) geeft het officiële startschot voor de Digisprong, die onze achterstand inzake de digitalisering in de klas moet aanpakken. De scholen kunnen daarvoor vanaf volgend schooljaar rekenen op 342 miljoen euro, twaalf keer meer dan vroeger.

Dat geld mogen scholen in de eerste plaats besteden aan ICT-toestellen voor hun leerlingen. De vuistregel is dat alle leerlingen vanaf het vijfde leerjaar tegen juni 2023 over een eigen laptop of tablet moeten beschikken. Per lagere scholier krijgen scholen daarvoor een budget van 290 euro, voor het middelbaar is dat 510 euro per leerling.

342 miljoen
budget digisprong
De scholen krijgen volgend jaar 342 miljoen euro voor de digitalisering van de klassen.

Ook voor kinderen jonger dan 10 moeten er meer toestellen in de klas komen, weliswaar voor gedeeld gebruik. Daarvoor trekt Weyts 25 euro per leerling uit. Gespreid over het leerplichtonderwijs gaat zo 292 miljoen euro naar de aankoop van hardware. Het is aan directies om uit te maken welke ICT-toestellen ze met die cheque aanschaffen.

Ondersteuning

De Digisprong zet evenwel niet enkel in op de aankoop van hardware. Schoolbesturen kunnen bijkomstig rekenen op 42 euro per leerling om geschikte leersoftware aan te kopen, te investeren in goede wifi en netwerkbeveiliging en randapparatuur.

Alles inbegrepen zal een gemiddelde basisschool met 100 kleuters en 200 leerlingen in het lager, waarvan een derde in het vijfde en zesde leerjaar kunnen rekenen op ongeveer 40.000 euro. Voor een grote secundaire school met 1.200 leerlingen loopt dat zelfs op tot 660.000 euro.

Relance

Daarnaast wil Weyts ook sleutelen aan het statuut van de ICT-coördinator, zodat scholen makkelijker ondersteunend personeel kunnen aantrekken, en maakt hij werk van digitale dienstverlening en een kennis- en adviescentrum voor scholen. Met seminaries moeten de ICT-skills van de leerkrachten worden bijgespijkerd.

De middelen voor de digitalisering maken niet voor niets deel uit van het Vlaamse relanceplan. Tijdens de coronacrisis werd pijnlijk duidelijk dat ons land achterophinkt op het vlak van de ICT-toepassingen in scholen. 'We grijpen de coronacrisis aan om de achterstand inzake digitaal onderwijs om te buigen in een voorsprong', zegt Weyts.

Onderwijskwaliteit

Vooral zwakke leerlingen gaan erop vooruit dankzij digitale toepassingen, omdat de leerkracht de les kan differentiëren.
Kristof De Witte
Onderwijseconoom

In vergelijking met Scandinavische landen en Nederland hebben relatief weinig leerlingen voor hun schoolwerk toegang tot een computer, waardoor Weyts bij de aanvang van de crisis in allerijl laptops moest aankopen voor kwetsbare leerlingen. Vlaamse scholen waar de digitalisering al veel verder stond, konden veel makkelijker overschakelen op afstandsonderwijs.

Door in te zetten op nieuwe leermethodes via laptops en computers moet ook de achteruitgang van het onderwijsniveau gekeerd worden. 'Vooral zwakke leerlingen gaan er in onderzoeken op vooruit dankzij digitale toepassingen, omdat de leerkracht de les kan differentiëren en afstemmen op hun problemen', zei onderwijseconoom Kristof De Witte (KU Leuven) daarover eerder deze maand in De Tijd. 'Tegelijk kunnen we meer uitdagingen aanreiken aan de sterke leerlingen', zegt Wilfried Wens, directeur van het Sint-Ursula Instituut in Onze-Lieve-Vrouw-Waver.

Eenmalig?

Met 342 miljoen euro voor ICT-toestellen en de gepaste omkadering lijkt de impuls voor de komende schooljaren alvast sterk genoeg. Maar in het veld wordt luidop de vraag gesteld wat er zal gebeuren als het ICT-materiaal over 3 à 4 jaar aan vervanging toe is.

Garanties op nieuwe investeringen kan Weyts momenteel niet geven, maar volgens hem is er voor de volgende onderwijsminister geen weg terug

De Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) toonde zich al bezorgd over de duurzame verankering van digitalisering in ons onderwijs. De Vlaamse regering kan voor de relance - en dus voor de financiering van Digisprong - immers rekenen op Europees geld. Die bron droogt na 2022, als de relance voorbij is, op en scholen vrezen dat ze de vervanging van de toestellen over enkele jaren dus zelf moeten betalen.

Garanties op nieuwe investeringen kan Weyts momenteel niet geven, maar volgens hem is er voor de volgende onderwijsminister geen weg terug. 'Elke onderwijsminister na mij zal moeten inzetten op digitalisering. We hebben de kar aan het rollen gebracht en ze zal blijven rollen', zegt hij.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud