Experts adviseren Vlaamse regering banenbeleid om te gooien

Vlaams minister van Werk Hilde Crevits (CD&V) kreeg donderdag het advies om haar banenbeleid grondig bij te sturen. ©Photo News

Bouw de kortingen op socialezekerheidsbijdragen af, maak de dienstencheques duurder en herdenk de jobbonus. Arbeidsmarktxperts maakten donderdag de Vlaamse regering duidelijk dat haar jobbeleid aan bijsturing toe is.

In het Vlaams Parlement houden deze week experts de regering al de hele week een spiegel voor over hoe de relance na de coronaschok moet worden aangepakt. Dinsdag werden twee rapporten over de maatschappelijke en de economische herstart gepubliceerd, die woensdag werden besproken. Donderdag volgde dan een hoorzitting met experts over de arbeidsmarkt.

Waar de Vlaamse regering uit de eerste twee rapporten vooral kon besluiten dat de grote lijnen van haar regeerakkoord goed zitten, leverde de discussie over de arbeidsmarkt een confronterender beeld op. Op cruciale onderdelen is volgens de experts bijsturing nodig.

Twee derde van het Vlaams budget voor werk gaat naar kortingen op socialezekerheidsbijdragen voor werknemers die moeilijk een job vinden, zoals laaggeschoolden en ouderen. Daarnaast gaat nog eens 1,3 miljard euro naar dienstencheques, gesubsidieerde jobs voor huishoudelijke hulp. Een andere blikvanger is de Vlaamse jobkorting: een belastingvermindering op lage lonen.

Het wordt tijd dat we de tanker van de doelgroepenkorting proberen te keren.
Ive Marx
Hoogleraar Universiteit Antwerpen

Alle drie zitten ze niet goed ineen, luidt de kritiek. De experts adviseren daarom de doelgroepenkorting af te bouwen. Volgens professor Ive Marx (Universiteit Antwerpen) steunt die korting op een foute maar hardnekkige reflex: dat sommige mensen vooral geen werk vinden omdat de loonkosten te hoog zijn. Volgens hem leert wetenschappelijk onderzoek al jaren dat het veel efficiënter is dat geld te besteden aan de opleiding en begeleiding van de werkzoekenden. De oplossing ligt dus eerder bij de VDAB dan bij een korting voor de werkgever. 'Het wordt tijd dat we die tanker proberen te keren', zei hij.

Ook over de dienstencheques was hij kritisch. Die werken goed als je ze bekijkt vanuit de gezinnen die huishoudelijke hulp willen én ze helpen mensen die vroeger in het zwart werkten aan een betere sociale bescherming.

Maar als jobinstrument zijn ze gebrekkig. Slechts een op de vijf mensen in de sector was daarvoor werkzoekend of kwam rond met een leefloon. Vrij veel mensen ruilen een normale job - waarin ze sociale bijdragen betalen - in voor een gesubsidieerde dienstenchequejob, zei Marx. 'Dat kan toch niet de bedoeling zijn?' Het rendement van een uitgave van 1,3 miljard euro kan groter zijn, besloot hij, zeker als je ziet hoeveel laaggeschoolde vrouwen nog altijd werkloos zijn. Hij riep op de dienstencheques niet af te schaffen, maar ze voor de overheid minder duur te maken. Dat kan door de gezinnen iets meer te laten betalen.

Werkende armen

Marx fileerde ook de jobkorting. Vlaanderen telt 100.000 werkende armen, en vaak gaat het om alleenstaande ouders. De Vlaamse regering voerde daarom de jobkorting opnieuw in, waardoor mensen met een laag inkomen netto 50 euro extra over houden.

Ook die maatregel steunt op een misvatting, zei Marx, namelijk het idee dat mensen met een laag loon ook de werkende armen zijn. Vaak zijn ze dat niet, omdat ze in hun gezin de tweede of derde kostwinner zijn. Veel beter is het alleenstaande ouders met een laag te loon te helpen via een toeslag op de kinderbijslag.

Hij waarschuwde ook voor te veel vertrouwen in financiële prikkels. Hij merkte op dat een belangrijke groep mensen niet werkt en geen uitkering krijgt: allochtone vrouwen. Voor hen is de financiële prikkel - het verschil tussen niets en een minimumloon - immens en toch werkt hij niet. Er zijn dus blijkbaar andere barrières, waarop de overheid zich moet richten.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud