Advertentie

Het eerste academiejaar na corona: knaldrang of koudwatervrees?

Studente Isabeau Geeroms (18). ©Wouter Van Vooren

Na anderhalf jaar in het keurslijf van corona start het hoger onderwijs deze week eindelijk weer met een 'echt' academiejaar. Overheerst de knaldrang of is er juist koudwatervrees?

Professor Renzo van der Bruggen | 'Hybrideonderwijs? Daar geloof ik niet in'

Renzo van der Bruggen. ©Wouter Van Vooren

In maart won hij de verkiezing tot ‘coronaprof’ van het jaar in de faculteiten Recht en Criminologie én Economie en Bedrijfskunde van de Gentse universiteit, maar nu verlaat Renzo van der Bruggen (36) na meer dan een decennium zijn alma mater. ‘Ik zit een grijze zone’, lacht de Oost-Vlaming. ‘Tot en met volgende week ben ik professor Handels-, Economisch en Ondernemingsrecht aan de Universiteit Gent, daarna mag je mij professor Contractenrecht aan de Koninklijke Militaire School in Brussel noemen’, zegt van der Bruggen, die ook nog actief is bij het advocatenkantoor Eubelius.

Hoewel hij al tien jaar lesgeeft, werd van der Bruggen pas vorig jaar benoemd tot professor. ‘Midden in de coronapandemie, ja. Het gaf me de kans om van een wit blad te starten. Ik redeneerde: zowat alle studenten zijn fan van Netflix, dus ik ga geen lessen doceren, maar afleveringen maken. Die begon ik telkens met een ludieke ijsbreker, zoals bijvoorbeeld in het televisieprogramma ‘De Ideale Wereld’ gebeurt. De drie of vier studenten die toevallig bovenaan in mijn Zoom-venster prijkten, bombardeerde ik dan tot mijn sidekicks. Zo probeerde ik er met humor het beste van te maken.’

Mijn lessen begon ik met een ludieke ijsbreker. De studenten in mijn Zoom-venster waren mijn sidekicks.
Renzo van der Bruggen
Professor handelsrecht aan de Universiteit Gent

Die aanpak werd gesmaakt, en wil van der Bruggen behouden. ‘Omdat ik zelf ook thuis zat, liet ik vaker iets van mijzelf zien. Als ik een slechte dag had, vertelde ik dat gewoon. Vroeger zou ik dat nooit gedaan hebben. Als ik nood had aan menselijke interactie, vroeg ik een student om iets randoms te vertellen. Of vroeg ik hoe het weer daar was. Dat maakt de lesblokken luchtig en werkt drempelverlagend. Zo hou je de aandacht van de studenten beter vast. Die technieken wil ik in de aula toepassen, want volledige onlinelessen laat ik liever in het coronatijdperk.’

Over hybrideonderwijs is van der Bruggen resoluut. ‘Dat werkt niet. Het is het een of het andere. Anders doe je voor niemand goed. Als je de studenten in de aula entertaint, dan speel je het online- publiek kwijt. En als je te veel op de studenten thuis focust, vragen de mensen in de zaal zich af waarom ze daar eigenlijk zitten. Ik pleit daarom voor fysieke lessen, die eventueel opgenomen worden. Wie achteraf de opnames online bekijkt, is dan eerder toeschouwer dan een deelnemer. Het kan niet anders, denk ik.’

Studente Isabeau Geeroms | ‘Ik wil inhalen wat ik vorig jaar gemist heb’

Isabeau Geeroms. ©Wouter Van Vooren

Op weg naar de campus komt Isabeau Geeroms (18) elke dag door de Overpoort, de Gentse uitgaansbuurt. Maar tijdens haar eerste academiejaar als studente journalistiek aan de Arteveldehogeschool heeft ze geen enkel café uit de befaamde straat aan de binnenkant gezien. ‘In mei heb ik met enkele klasgenoten een terrasje gedaan. Het onweerde en regende keihard, maar we hebben doorgezet. Als eerstejaars niet één keer op café gaan, dat kon toch niet?’

Voor Isabeau, wiens lessen volgende week opnieuw aanvatten, voelt de terugkeer naar Gent niet echt vertrouwd aan. ‘Ik heb stress, omdat ik niet weet wat ik moet verwachten. Op een groep van 200 medestudenten ken ik er misschien tien bij naam. Mijn beste vriendin verandert van richting en zal dus niet meer in mijn klas zitten. Sommige docenten heb ik nog nooit in levenden lijve gezien en de campus lijkt op een doolhof. Gelukkig beginnen we maandag met een soort teambuilding om onze klasgenoten te leren kennen en volgen er de dagen daarna nog workshops.’

Op de groep van 200 studenten journalistiek ken ik er misschien tien bij naam.
Isabeau Geeroms
Studente aan de Arteveldehogeschool in Gent

De jonge studente, die in Aalst woont en niet op kot zit, hoopt vurig dat de tijden van afstandsonderwijs niet snel meer terugkeren. ‘Na de blok van vorig jaar ben ik bijna zot geworden. We hadden er al een kerstvakantie opzitten waarbij elke vorm van ontspanning onmogelijk was. De cafés, de cinema’s: alles was dicht. Ook de lesvrije week in februari stelde niks voor en tot overmaat van ramp bleek dat de beloofde lesdagen op de campus in het tweede semester evenmin mochten doorgaan.’

In de agenda van Isabeau staat de Student Kick-Off, het openluchtfestival op het Gentse Sint-Pietersplein dat het academiejaar aftrapt, met stip aangeduid. ‘Ik wil eindelijk wel eens proeven van het nachtleven, ja. Als corona niet te veel roet in het eten gooit, ga ik nu meer profiteren van het leven, zonder onvoorzichtig te zijn. Mensen van mijn leeftijd hebben al zoveel gemist. Het begon al in het zesde middelbaar toen de honderddagenviering, waar ik erg naar uitkeek, geschrapt werd. Ons eerste jaar in het hoger onderwijs hebben we vervolgens zo goed als volledig thuis doorgebracht. Hopelijk kan ik nu een stukje van mijn studententijd inhalen.’

Cafébaas Dries Claeys | ‘De studenten staan precies wat feller’

Dries Claeys. ©Wouter Van Vooren

Studentencafé Defoo is al sinds de eeuwwisseling een begrip in het Gentse nachtleven. Studenten, niet zelden met een accent dat West-Vlaamse wortels verraadt, komen er samen voor ze de stad in duiken om te feesten. Achteraf kamperen ze vaak tot in de vroege uurtjes aan de toog van uitbater Dries Claeys (40), een naam die al twee decennia in één adem genoemd wordt met ‘den Defoo’.

Twee weken voor de start van het academiejaar, nochtans op een donderdagavond, is de opkomst bepaald niet overrompelend. ‘Ik ben nog maar sinds dinsdag open’, zegt Claeys terwijl hij van zijn streekbier nipt. ‘Traditioneel zie je in de laatste weken van augustus ‘remorqueskes’ de stad uit rijden met spullen van studenten die hun kot leegmaakten. In september gaan er dan veel op vakantie, maar vanaf dit weekend en volgende week zal de stroom wel weer op gang komen.’

Hoe kijkt Claeys naar de heropstart, met op een beperkte mondkapjesplicht na nog amper maatregelen? ‘Met gezonde stress, hoewel ik het al twintig jaar doe. Uit ervaring weet ik dat het er vanaf de eerste week op moet zijn. Dan ben je meteen vertrokken. Ons voordeel is dat we intussen bij veel studenten bekend zijn.’

Het is alsof studenten het weer gewoon moeten worden om op café te gaan.
Dries Claeys
Uitbater café Defoo in Gent

Claeys nam de zaak over in 2002 en zag sindsdien hele generaties studenten passeren. ‘Ik kan hun gedrag al redelijk goed inschatten. Maar je mag de impact van die lockdowns niet onderschatten. Door corona is het nog meer ingeburgerd geraakt om op kot af te spreken en als de studenten daarna naar hier komen, staan ze precies wat feller. Alsof ze het weer gewoon moeten worden om op café te gaan. Maar dat zal wel weer loslopen.’

Dat hij zijn staminee weer onbeperkt kan openen, is voor Claeys een grote opluchting. ‘In het begin is dat allemaal tof, zo’n sluiting. Ik heb eens goed uitgerust, een nieuwe vloer gelegd en een lenteschoonmaak gedaan. Maar op den duur loop je de muren op. Ik heb volk rond mij nodig.’

Om corona financieel door te komen, kon Claeys rekenen op de reserves die hij in de vette jaren heeft opgebouwd. ‘Voor zaken die nog maar twee, drie jaar open zijn, is het veel erger. Al is er ook wel een hap van tien jaar uit mijn reserves. Ik zal nog een tijd moeten voortdoen, zeker? Erg vind ik dat niet, ik leef graag op het ritme van de studenten.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud