Het (te?) ambitieuze jobplan van de Vlaamse regering

©jonas lampens

Acht op de tien Vlamingen aan het werk krijgen is een van de doelstellingen van de Vlaamse regering. Volgens het Steunpunt Werk kan dat ambitieuze doel enkel worden gehaald als er maatregelen komen om 55-plussers, laagopgeleiden en mensen met een migratieachtergrond te activeren.

‘De Vlaamse regering zet alles op alles om de werkzaamheidsgraad naar 80 procent op te trekken. Zo zullen we aansluiten bij de top van Europa. We willen de volgende jaren 120.000 extra Vlamingen aan een job helpen’, schrijft de regering-Jambon op een van de eerste pagina’s van haar regeerakkoord. Een hogere werkzaamheidsgraad, die leidt tot meer belastinginkomsten en minder sociale uitgaven, is volgens de meerderheidspartijen de enige manier om de begroting op orde te krijgen en de vergrijzing betaalbaar te houden.

De werkzaamheidsgraad verhogen tot 80 procent is evenwel een ambitieuze doelstelling. Vorig jaar was maar 74,6 procent van de Vlamingen tussen 20 en 64 jaar aan de slag. Tegen het einde van de legislatuur in 2024 afkloppen op 80 procent is volgens een studie van het Steunpunt Werk, een kenniscentrum dat de Vlaamse arbeidsmarkt opvolgt, zelfs onrealistisch.

120.000
extra jobs
De Vlaamse regering wil dat er tegen 2024 120.000 banen bijkomen. Maar dat is onvoldoende om de werkzaamheidsgraad tot 80 procent te verhogen.

Uit berekeningen van het steunpunt blijkt dat als de vooropgestelde 120.000 jobs er tegen 2024 bijkomen, de werkzaamheidsgraad tot 77,9 procent stijgt. Om in 2030 op 80 procent af te kloppen, wat landen als Nederland en Duitsland nu al halen, moeten 150.000 extra mensen aan de slag gaan, terwijl er door de vergrijzing tegen dan 68.000 mensen minder op beroepsactieve leeftijd zijn.

‘Een werkzaamheidsgraad van 80 procent komt er niet vanzelf’, zegt Gert Theunissen van het Steunpunt Werk. Dat leert het recente verleden. Tussen 2011 en 2018 is de werkzaamheidsgraad van 71,8 tot 74,6 procent gestegen. Dat is een toename van 0,41 procentpunt per jaar. Om tegen 2030 aan 80 procent te komen, moet de werkzaamheidsgraad vanaf nu jaarlijks met 0,45 procentpunt stijgen. Dat is veel, want door de hoogconjunctuur kwamen er de voorbije jaren veel jobs bij. Het valt te betwijfelen of dat de komende jaren evenzeer het geval zal zijn.

Daarbovenop komt dat het laaghangend fruit intussen is geplukt. ‘Het is een redelijke veronderstelling dat elk extra procentpunt werkzaamheid moeilijker - uitdagender - is dan het vorige procentpunt. Naarmate we een hoger werkzaamheidsniveau bereiken, wordt de ruimte voor quick wins beperkter’, schrijft het Steunpunt Werk.

Voor bepaalde groepen scoort Vlaanderen al bijzonder sterk. 86,7 procent van de 30- tot 55-jarigen is aan de slag. Voor hooggeschoolden halen we eenzelfde percentage. In die groepen nog veel vooruitgang boeken is zo goed als onmogelijk. Vlaanderen scoort dan weer slecht voor midden- en zeker voor laaggeschoolden. Van de eerste groep is 73,7 procent aan de slag, van de tweede slechts 52,1 procent. Ook bij de 55-plussers scoren we ondermaats. Slechts 52,5 procent van hen is aan de slag, wat veel minder is dan in Nederland en Duitsland. Tot slot ligt de werkzaamheidsgraad een pak lager bij wie van buiten Europa komt (61,2%) dan bij de groep die in ons land is geboren (76,2%).

0,45 %
werkzaamheidsgraad
Om de werkzaamheidsgraad tegen 2030 tot 80 procent te verhogen, moet die jaarljiks met 0,45 procentpunt stijgen. De voorbije jaren bedroeg de stijging slechts 0,41 procentpunt.

‘Het komt erop aan de groepen die minder goed scoren te activeren’, zegt Theunissen. Voor de 55-plussers is er de voorbije jaren al veel vooruitgang geboekt, want aan het begin van de eeuw was slechts een derde van hen aan de slag. De stijging kwam er doordat vrouwen almaar langer werken en opeenvolgende regeringen vervroegde uittredingsstelsels zoals het brugpensioen hebben afgebouwd en de voorwaarden om vervroegd met pensioen te gaan hebben verstrengd.

Bij laagopgeleiden en mensen van buiten de Europese Unie werd er dan weer nauwelijks winst geboekt. ‘Er moet een actief beleid worden gevoerd om die groepen verder te activeren’, zegt Theunissen. Het Steunpunt Werk roept de Vlaamse en de federale overheid op hun beleid op elkaar af te stemmen. ‘Het activeren van personen die nu niet werken, zowel werklozen als niet-beroepsactieven, is cruciaal, maar hetzelfde geldt voor het aan het werk houden van de werkenden, via onder andere de preventie van vroegtijdige uitstroom en tijdelijke uitval’, klinkt het.

Thuisblijvers

Onze relatief lage werkzaamheidsgraad is geen gevolg van een hoge werkloosheid, want het aantal werklozen is tot een historisch dieptepunt gezakt. Veeleer is het een probleem van mensen die niet aan het werk zijn, maar ook geen werk zoeken. Het gaat daarbij om mensen die bewust thuisblijven, vervroegd uit de arbeidsmarkt treden of langdurig ziek zijn.

De Vlaamse regering probeert laagopgeleiden aan de slag te krijgen door de financiële kloof tussen werken en inactief blijven groter te maken. Door de invoering van een Vlaamse jobbonus zouden werknemers met lage lonen er maandelijks met 50 euro netto op vooruitgaan. Daarnaast wil de regering-Jambon de kinderopvang toegankelijker maken en de sociale tarieven voor bijvoorbeeld het openbaar vervoer afhankelijk maken van het inkomen, zodat werknemers met een laag loon er ook een beroep op kunnen doen. Tot slot wordt aan de Vlaamse arbeidsbemiddelingsdienst VDAB gevraagd de klemtoon niet enkel te leggen op het activeren van werkzoekenden, maar ook op het begeleiden van inactieven.

Concrete doorrekeningen zijn er nog niet, maar allicht zijn bijkomende maatregelen nodig om tegen 2030 op een werkzaamheidsgraad van 80 procent te landen. Arbeidsmarktexperts hameren op het verder afbouwen van vervroegde uittredingsstelsels als het brugpensioen om 55-plussers langer aan de slag te houden. Bij langdurig zieken moet voort worden ingezet op een kwalitatieve begeleiding naar werk bij wie nog (aangepast) werk aankan. Voor laaggeschoolden moet ten slotte worden bekeken hoe met meer flexibiliteit en het combineren van werk met een uitkering banen kunnen worden gecreëerd. De meeste van die hervormingen zijn evenwel federale materie en een nieuwe federale regering dient zich niet meteen aan.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud