Profiel: wie is de echte Jan Jambon?

Weinigen weten wie de echte Jan Jambon is. ©katrijn van giel

Wie is de ware Jan Jambon? De koele cijferaar die bespaart op cultuur of de passionele operaliefhebber? De minzame levensgenieter of de brutale machtspoliticus? De pragmatische bestuurder of de keiharde Vlaams-nationalist? Wij liepen twee weken in zijn spoor om de paradoxen van de Vlaamse minister-president te ontrafelen.

‘Sorry, Jan. We moeten echt weg, anders missen we de afspraak met de Nepalezen.’ Kabinetschef Cultuur Joachim Pohlmann trekt bijna letterlijk aan de mouw van Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA), die zijn ogen niet kan afwenden van het ‘Lam Gods’ van de broers Van Eyck. Een restauratrice brengt met de precisie van een monnik de laatste millimeters verf aan op het grasveldje voor de groep maagden met wuivende palmen op het centrale doek. Het reliëf van het gras en de levendige kleuren van de maagden doen het tafereel bijna uit het doek springen.

Jambon in de knel door dood Chovanec

Vlaams minister-president Jan Jambon ligt zwaar onder vuur in de nasleep van de dood van de Slovaak Jozef Chovanec op de luchthaven van Charleroi in 2018. De omstandigheden van zijn overlijden werden pas deze maand openbaar. Dit portret van Jambon dateert uit december 2019 en biedt meer inzicht in de persoon achter de minister-president van Vlaanderen.

Over enkele dagen wordt het gerestaureerde doek voorgesteld aan de pers, maar Jambon krijgt nu al een persoonlijke uitleg over de recentste vorderingen tijdens een werkbezoek aan het Museum voor Schone Kunsten in Gent. Het is het eerste van vier bezoeken aan Vlaamse musea, waarbij hij als minister van Cultuur een soort stage doet door achter de schermen te kijken wat allemaal bij de organisatie van een museum komt kijken: van het aankoopbeleid, over de verzekeringen tot de publiekswerking.

De aandacht van de opgetrommelde lokale pers is welkom na de heisa die in de cultuursector heerst over de besparingen van de nieuwe Vlaamse regering. Met een knip van 60 procent zijn vooral de projectsubsidies zwaar getroffen. Heel cultureel Vlaanderen, van Jan Decleir over Luc Tuymans tot Clara Cleymans, schreeuwde moord en brand.

Achter die besparingen blijft hij staan, zegt hij als we in zijn dienstwagen stappen op weg naar Brussel. Maar Jambon geeft toe dat de kritiek hem raakt. ‘Bij het begin van de legislatuur als cultuurbarbaar worden afgeschilderd, dat is niet plezant, nee. Ik heb nu al veel contacten gehad met de sector. Op een bepaald moment vroegen ze me: ‘Wilt u nu de cultuursector kapot of niet?’ Het feit alleen dat die vraag wordt gesteld, is pijnlijk. Terwijl dit over het beheer van overheidsmiddelen gaat, niet over de kennis van cultuur.’

Een bron uit zijn directe omgeving bevestigt dat de harde reacties uit de cultuursector de schijnbaar onbewogen Jambon hebben geraakt. ‘De kritiek doet pijn omdat hij een cultuurmens is. Hij kan het niet hebben dat hij die hele wereld tegen zich krijgt, al komt hem dat politiek gezien niet slecht uit. De rechtse achterban van zijn partij vindt natuurlijk dat hij gelijk heeft om daarin te snijden.’

Als mijn bovenkamer nog mee wil, ga ik na mijn pensionering kunstgeschiedenis studeren.
Jan Jambon

Jambon vertelt dat hij vooral verzot is op klassieke muziek. ‘Ik ga al vijftien of twintig jaar naar de opera. Dat maakt me geen kenner, wel een liefhebber. Als mijn bovenkamer nog mee wil, ga ik na mijn pensionering kunstgeschiedenis studeren. Om de liefhebberij te overstijgen en echt kennis te vergaren.’

De koele bespaarder versus de cultuurliefhebber. Het is maar een van de vele paradoxen die Jambon in zich draagt. Hoewel hij bij gebrek aan een federale regering wellicht een van de belangrijkste politieke figuren van het jaar is, weten weinig mensen wie hij echt is en waar hij voor staat. ‘Ik ken niemand in de Wetstraat die er zo in slaagt een ander beeld in de media te schetsen dan wie hij werkelijk is,’ zegt zijn gewezen collega Hendrik Vuye.

Op bezoek in het Museum voor Schone Kunsten in Gent. ©katrijn van giel

Dossiervreter of  bon-vivant?

Het grote publiek leerde Jambon kennen als de minister van Binnenlandse Zaken die zich profileerde als de crisismanager na de aanslagen in Zaventem en Brussel, en die met zijn zakelijke aanpak ook in Franstalig België respect afdwong. Al sinds hij met Peter De Roover het roer bij de Vlaamse Volksbeweging (VVB) overnam, wordt hij beschouwd als de nuchtere bestuurder die zonder veel poespas resultaten wil boeken.

Zijn zakelijke ervaring is daar niet vreemd aan. Jambon bekleedde managementfuncties bij onder meer Creyf’s en Bank Card Company, voor hij de politiek in ging. ‘Hij is analytisch en kan doordachte conclusies uit complexe situaties trekken,’ zegt zijn vriend en gewezen kabinetschef Herman De Bode, zelf ex-McKinsey. ‘Dat is een voordeel in een wereld waar velen als jongelingen zijn binnengekomen in het parlement of op een kabinet zonder te beseffen hoe complex de wereld daarbuiten in elkaar zit.’

Zelf ziet Jambon vooral zijn eerste job bij IBM als een grote leerschool. ‘Ik werkte er negen jaar en werd er ondergedompeld in verkooptechnieken, leerde er een human resourcesaanpak kennen waarbij naar iedereen werd geluisterd, maar de baas uiteindelijk wel besliste.’

In feite had ik altijd gedacht dat ik ooit ondernemer ging worden. Dat is er dus niet van gekomen.
Jan Jambon

Daarna was hij twee jaar consultant bij Mercury International. ‘Dat was niets voor mij. Ik wil zelf aan de knoppen zitten. In feite had ik altijd gedacht dat ik ooit ondernemer ging worden. Dat is er dus niet van gekomen.’

In zijn latere jobs maakte hij naar eigen zeggen vooral het verschil met veranderingstrajecten, zoals bij de klantendienst van de VUM, nu Mediahuis. ‘Ik moest inschatten hoeveel exemplaren van Het Nieuwsblad, De Standaard of Het Volk je in dat ene kleine krantenwinkeltje in dat dorp moest leggen. Dat systeem trok op niets: er kwamen te veel exemplaren terug. In drie jaar heb ik dat rechtgetrokken. Ook de dienst zelf heb ik aangepakt. Toen ik er aankwam, namen ze 50 procent van de telefoons op. Ik heb dat opgekrikt tot 95 procent, en er tegelijk op toegezien dat de mensen er zich goed voelden en gemotiveerd waren.’

‘Maar zodra zo’n grote verandering achter de rug is, moet ik iets anders doen. Of we er vandaag 94 en morgen 96 procent opnemen, dat interesseert me niet meer. Als ik op routine draai, word ik minder performant.’

Sommige politici hebben vragen bij dat imago van goede bestuurder. ‘Jambon is helemaal niet de doordachte dossiervreter die hij pretendeert te zijn’, zegt Hendrik Vuye. ‘Hij neemt niet meer dan enkele pagina’s per dossier door', beweert een andere collega. 'Bij de federale regeringsonderhandelingen van 2014 was hij in die zin zelfs een beetje een handicap voor de N-VA. In tegenstelling tot partijgenoten die hun nota’s hadden voorbereid, opende hij het mapje dat hij op het moment van de vergadering van de partij had gekregen.’

Dat hij op het openingscollege van de Universiteit Gent beweerde dat preventieve gezondheidszorg federale materie is, terwijl het wel degelijk tot het Vlaamse domein behoort en zelfs een belangrijk onderdeel van het Vlaams regeerakkoord is, bewijst volgens critici dat Jambon zich in tegenstelling tot zijn voorganger Geert Bourgeois (N-VA) niet in alle materies even grondig verdiept.

Iemand uit de cultuurwereld die met het kabinet onderhandelde, was evenmin onder de indruk van Jambons dossierkennis. ‘Hij heeft het protest van de sector totaal onderschat. Hij ging ervan uit dat de kunstenaars die de projectsubsidies nodig hadden alleen jonge en amateuristische mensen waren, terwijl ook bestaande organisaties er structureel gebruik van maken. Eigenlijk was het een misverstand, liet hij uitschijnen. Hij had niet door hoe fijnmazig de kunstensector is. Het is alsof je over de gezondheidszorg zou praten zonder goed door te hebben wat een huisdokter en een thuisverpleger doen.’

Jan focust zich op de belangrijkste punten en voelt intuïtief heel goed aan waar de politieke wolfijzers liggen.
Herman De Bode
Ex-kabinetschef Jambon

Ook een collega-minister uit de Vlaamse regering vindt dat Jambon de bal heeft misgeslagen door zoveel heisa te creëren over een besparing die uiteindelijk slechts 5 miljoen euro opbrengt. ‘Er kroop te veel politieke energie in, zeker als je het afzet tegen de resultaten.’

Leen Laconte, de directeur van het Overleg Kunstenorganisatie, heeft begrip op voor de focus die Jambon op de internationale uitstraling van onze kunsten wil leggen. ‘Maar hij besefte aanvankelijk onvoldoende hoe hoog de Vlaamse kunstensector nu al staat aangeschreven in het buitenland en hoe divers het Vlaamse aanbod is. Hij leert het nu met sneltreinvaart. Hij begrijpt intussen beter dat het internationale succes verworven is zowel door grote instellingen, die als cruiseschepen onze reputatie waarmaken, als door tientallen supersnelle motorbootjes die ook de oceaan oversteken.’

Velen uit zijn directe omgeving vinden de snelheid waarmee Jambon informatie verwerkt dan weer een grote troef. Zoals De Bode. ‘Wat is een goede dossiervreter? Jan focust op de belangrijkste punten en voelt intuïtief aan waar de politieke wolfijzers liggen. Hij houdt zich alleen bezig met de krachtlijnen, dat klopt. Maar dat is ook positief. Hij laat anderen toe te scoren.’

Dat Jambon weinig nodig heeft om snel tot de essentie door te dringen, blijkt tijdens een vergaring op zijn kabinet ter voorbereiding van het Overlegcomité tussen de regio’s de dag nadien. Aan de muur hangt een Panamarenko, op tafel liggen kunstboeken over Breughel. IMC, bijzondere wetten, horizontaal protocol, Navap, single digital gateway. De technische termen vliegen over de salontafel, waaraan behalve Jambon ook kabinetschef Jeroen Overmeer en adjunct-kabinetschef Tillo Baert zitten.

Soms komt Jambon zelf tussen en ziet hij mogelijke politieke pijnpunten opduiken. Of een Europese maatregel om gemeentelijke dienstverlening ook in een andere taal toe te laten niet misbruikt kan worden door de faciliteitengemeenten, bijvoorbeeld. Of hoe het federale klimaatplan het best kan worden onderhandeld. En hoe hij met zijn Waalse evenknie Elio Di Rupo op een lijn zit om het protocol bij officiële plechtigheden aan te passen zodat de deelstaten letterlijk een prominentere plaats krijgen.

‘Elio is daar ook voor te vinden. De PS en de N-VA: één strijd’, zegt hij lachend. De dag ervoor zat hij samen met Di Rupo ergens op de derde rij tijdens de herdenking van de slag om Bastogne. ‘Er waaide voortdurend een vlag in mijn gezicht. Gelukkig was het een Amerikaanse, geen Belgische’, schertst hij. ‘Wij zitten altijd achter zelfs de minst beduidende federale staatssecretaris. En als de koning komt, is het helemaal een ramp. Dan moeten wij daar een uur op voorhand zijn en staan wachten. Puur tijdverlies.’

Protocol is aan Jambon niet besteed, zegt hij. Zijn omgeving beschrijft hem als absolute no-nonsense. ‘Hij is een levensgenieter. Zijn doel lijkt soms: ‘Laat ons de dingen efficiënt organiseren, zodat we snel tijd hebben om iets te eten, te drinken of te reizen.’’

Dat Jambon geen capsones heeft, zien we zelf als de timing tussen een vergadering van de commissie Buitenlandse Zaken van het Vlaams Parlement en een afspraak in De Singel in Antwerpen geheel onverwacht een gaatje in de anders overvolle agenda mogelijk maakt. De minister-president vraagt zijn chauffeur om bij de Ikea van Wilrijk te stoppen zodat hij er een zetel voor zijn kleindochter kan oppikken. Bij het buitengaan koopt hij een chocolaatje voor de Warmste Week. De grote doos laadt hij zelf in de koffer van de auto, voor zijn chauffeur kan helpen.

Diplomaat of bruut?

Als de vergadering met de Nepalese delegatie niet meer blijkt dan het afleggen van vage intentieverklaringen, het poseren voor de fotograaf in Nepalese kledij en het uitwisselen van cadeaus, kan Jambon zijn ergernis amper verbergen. Sommigen vragen zich daarom af of het ambt van minister-president hem wel ligt. Hij heeft nu veel meer de functie van voorzitter van de ploeg dan die van vakminister die op het terrein met oplossingen kan komen. Iets waar hij volgens velen zijn populariteit te danken had.

Nepalese delegatie op bezoek bij het kabinet Jambon. ©katrijn van giel

Was zijn functie op dat terrein niet dankbaarder? ‘Je bedoelt dat ik geluk heb gehad dat er zo’n terreurcrisis was?’, zegt Jambon glimlachend. ‘Zo cynisch is het wel een beetje. Omdat je zo’n crisis hebt, kan je tonen dat je zoiets aankan als bestuurder. Maar laat ons wel wezen, net als het hele land wil ik zoiets nooit meer meemaken. Dat heeft er echt ingehakt. Ik word ’s nachts soms nog wakker met de vraag of we alles wel goed hebben aangepakt.’

Al was zijn parcours niet helemaal vlekkeloos. De uitspraak dat na de aanslagen dansende moslims op straat kwamen, werd hem niet in dank afgenomen. Zou hij zoiets nu herhalen? ‘Ja’, zegt hij gedecideerd. ‘Ik was gedekt door mijn veiligheidsdiensten, die feestvierende mensen in de straten van Brussel hadden gezien. Of ze nu dansten of joelden, daar gaat het niet om.’

Maar was zo’n brute formulering nodig? ‘Bon, ik had misschien wat meer zinnen moeten gebruiken om duidelijk te maken dat het niet om alle moslims gaat.’

Jambon zegt dat hij niet milder is geworden in zijn politieke denken door op het federale niveau actief te zijn en er compromissen te moeten sluiten. ‘Integendeel. Ik zie nu nog beter dat België niet werkt. Of ik zachter geworden ben in mijn manier van communiceren? Ik denk misschien wat meer na over welk doel ik wil bereiken met een uitspraak. Af en toe lukt dat, en soms ook niet.’

Dat laatste bleek in het debat over de Septemberverklaring in het Vlaams Parlement, toen hij Meyrem Almaci (Groen) - en niet Joris D’Haese (PvdA) zoals uit de beelden leek - toesnauwde: ‘Da gade gij nie bepalen.’ Een uitspraak die hem sindsdien achtervolgt. ‘In het federaal parlement zou dat geen enkele rimpeling in het water veroorzaakt hebben. Geen enkele. Het Vlaamse niveau is op dat vlak veel minder politiek en zakelijker’, reageert hij nu. Al geeft hij wel toe daar wat spijt van te hebben. ‘Als zo’n uitspraak tot een onnodige rel leidt, dan win ik daar niets bij.’

Ik ken weinig mensen die zich achter de schermen zo autoritair kunnen opstellen als Jambon.
Hendrik Vuye
Gewezen N-VA-parlementslid

Zijn harde taal is volgens critici geen toeval. Jambon is een wolf in schaapsvacht, hoor je weleens. ‘Ik ken weinig mensen die zich achter de schermen zo autoritair kunnen opstellen als Jambon’, zegt Vuye. ‘In de N-VA-fractie in het parlement zag ik mensen van dertig of veertig jaar met tranen in de ogen nadat ze van hem een uitbrander hadden gekregen. Toen hij naar Meyrem Almaci uithaalde, zag je zijn ware gelaat. Het is behoorlijk imponerend als iemand van zijn gestalte zo begint te snauwen.’

Ook deze analyse deelt niet iedereen. Intimi wijzen erop dat ze niemand minzamer kennen dan Jambon. ‘Ik heb hem in al die jaren nog nooit horen roepen’, zegt zijn chauffeur, die hem constant vertrouwelijke telefoongesprekken hoort voeren op de achterbank.

Gematigd of extreem?

We vergezellen de minister-president tijdens een diner in de Vlaamse zakenclub De Warande in Brussel, een plek waar journalisten normaal niet welkom zijn. Van aan de eretafel kijken eminente ondernemers als Duco Sickinghe, Jan Suykens (Ackermans & van Haaren) en Ingrid De Ceuster (van de gelijknamige vastgoedgroep) toe hoe Jambon de plannen van zijn regering verdedigt.

Dit is een thuismatch voor Jambon, die hier trouwens de basis voor zijn politieke carrière legde door met andere zakenlui als Remi Vermeiren, Herman De Bode, Julien De Wilde en Hugo Vandamme het Vlaams-nationalistische manifest ‘In De Warande’ uit te werken.

Zijn speech wordt enthousiast onthaald. Als prioriteiten waarop mensen hem aan het einde van zijn legislatuur mogen afrekenen, noemt hij de 120.000 extra jobs die de regering nastreeft, een efficiënter vergunningenbeleid naar Nederlands voorbeeld waarbij burgers grote werken niet langer voor jaren kunnen vertragen, en de Vlaamse canon, vooral voor de opvoeding van onze kinderen. Daarnaast wil hij initiatieven opzetten om Vlaanderen op de kaart te zetten op het vlak van technologie en innovatie.

Kritische vragen over de heikele hangijzers zoals het cultuurbeleid en het eveneens bekritiseerde klimaatplan zijn er amper. En als een bepaalde vraag toch te lastig is, lacht Jambon ze weg: ‘Nu mag het dessert er wel aankomen.’ Heel expliciet wordt hij wel als het gaat over asielzoekers. Hij hekelt het systeem waarbij vluchtelingen na hun erkenning het kindergeld gestort krijgen van de hele periode waarin hun aanvraag liep. ‘En dat terwijl ze heel die tijd bad, brood en bed van de overheid kregen. Ik heb het verhaal gehoord van een familie die meteen een huis kon kopen van dat kindergeld. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?’

Ook tijdens een toespraak in Hasselt haalt hij dat voorbeeld aan. Een huis kopen met het bijeengespaard kindergeld van een asielprocedure, is dat geen fake news? Kinderen die voor 2019 geboren zijn, krijgen in Vlaanderen tussen de 93 euro en 259 euro. Zelfs in een extreem scenario waarbij een gezin vijf kinderen zou hebben en twee jaar moest wachten op asiel, kom je zo op een maximaal bedrag van 32.000 euro. Dat is veel geld, maar lijkt niet echt genoeg om in Vlaanderen een huis mee te kopen.

Is Jambon dan toch extremer dan hij laat uitschijnen? Hij beweert van niet. Zo is hij een van de weinigen in de partij die Theo Francken terugfloten over zijn tweets. ‘Als goede vriend kan ik hem zeggen met welke bullshit hij ons in de problemen brengt.’ Toch circuleren al jaren geruchten dat Jambon in zijn politieke beginjaren dicht bij het Vlaams Belang aanleunde. Op Wikipedia staat nog altijd dat Jambon eind jaren tachtig na zijn breuk met de Volksunie op aanraden van Gerolf Annemans de Vlaam Blok-afdeling van zijn thuisstad Brasschaat oprichtte.

Annemans ontkent dat verhaal tot vandaag. Maar hij zei er in een interview wel het volgende over: ‘Het zou kunnen dat hij later, als secretaris van de Vlaamse Volksbeweging, zowel een VU- als een VB-lidkaart bezat, zoals toen bij VVB’ers gebruikelijk was. Maar hij is nooit actief geweest als Vlaams Blokker.’

Een politieke alliantie met het Vlaams Belang om de staatshervorming te forceren, is voor mij denkbaar, al laat de huidige context dat niet toe.
Jan Jambon

Volgens Jambon bleef het bij toenaderingspogingen van één kant. ‘Het Vlaams Belang is een hele tijd lang elke verkiezing aan mijn deur geweest om te vragen of ik niet op zijn lijst wilde staan. Ik kreeg de plaats die ik wilde, op de kopplaats na. Maar ik heb altijd feestelijk bedankt. Het radicaal-Vlaamse gedachtegoed van het Belang trok me wel aan, maar zijn visie op migratie was voor mij no pasarán.’

De Bode maakt van ons gesprek over Jambon gebruik om een ballonnetje op te laten: als de N-VA echt het confederalisme wil doordrukken, waarom gaan we dan geen fusie aan met een soort Vlaams Belang light, waaruit de meer aangebrande figuren als Filip De Winter zijn verwijderd? Met Tom Van Grieken en Gerolf Annemans is een fusie wel denkbaar, zegt De Bode, die bij de jongste verkiezingen als opvolger op de federale kamerlijst stond.

Jambon wuift de piste van zo’n fusie weg. ‘Het is een redenering vanuit het een laboratorium, niet vanuit de politieke realiteit.’ Een politieke alliantie met het Vlaams Belang om de staatshervorming te forceren sluit hij niet uit. ‘Dat is denkbaar, al laat de context het niet toe. Voor een staatshervorming heb je de helft van de Franstaligen nodig. En als je gaat onderhandelen terwijl het Belang mee in de zetel van de beslissingen zit, is het sciencefiction dat je die Franstaligen meekrijgt.’

Staatsman of separatist?

Dat brengt ons bij misschien wel de grootste paradox van de figuur Jambon: zijn radicale Vlaamse gedachtegoed. Ondanks het feit dat hij moeiteloos de rol opnam van federaal minister, bevoegd voor nationale structuren als de politie, daarbij als Vlaamse viceminister het compromis met de Franstaligen opzocht en in Franstalig België populair werd als verzoenende bestuurder na de aanslagen, is de Vlaams-nationalist in Jambon levendiger dan ooit. Niet toevallig noemt Di Rupo hem ‘le dur des durs.’

Jambon bij zijn Catalaanse ambtgenoot Quim Torra. ©BELGA

Dat is ook te merken in zijn buitenlands beleid, waarin hij als een van de eerste bestemmingen Catalonië aandeed. Ontroerd luisterde hij onder de sinaasappelbomen in de binnentuin van het Catalaanse regeringsgebouw naast zijn ambtgenoot Quim Torra naar de beiaard die de Vlaamse Leeuw speelde. Hij riep Europa op een politieke oplossing te zoeken voor het conflict tussen Catalonië en Madrid, maar hij kon er als minister-president, die moet spreken voor zijn voltallige regering, niet openlijk voor de Catalaanse onafhankelijkheid pleiten.

Dat laatste stak wel wat, geeft hij nu toe. ‘Dat is zeer moeilijk. Maar de mensen daar weten natuurlijk hoe ik erover denk.’

Het Vlaams-nationalisme kreeg Jambon met de paplepel ingegoten. Zijn ouders zijn intussen 88 en 90, maar zitten fier als een gieter in de zaal als Jambon samen met Zuhal Demir in Hasselt het regeringsbeleid gaat toelichten voor lokale N-VA-militanten.

‘Onze Jan is altijd al zo’n flinke jongen geweest. Hij was de oudste thuis en moest vaak klusjes opknappen van mij. Het was altijd: ‘Janneke, doe eens dit, Janneke, doe eens dat’’, zegt zijn moeder. Het enige wat zijn ouders niet snappen, is dat hij zijn familienaam nu op zijn Nederlands uitspreekt, terwijl het oorspronkelijk een Frans klinkende naam is. ‘In het Frans vroegen mensen nooit hoe ze dat moesten spellen, in het Nederlands wel’, glimlacht zijn vader.

Jambon tussen zijn ouders na een toespraak in Hasselt. ©katrijn van giel

Jambon weet nog goed wanneer hij zijn familienaam vernederlandste. ‘Dat was tijdens mijn studies informatica aan de VUB. In het clubleven begonnen ze schertsend mijn naam te vernederlandsen, en ik heb dat als geuzennaam gehouden.’ Jambon was erg actief in het studentenleven. Hij schreef onder meer de tekst van het clublied van de Wetenschappelijke Kring, dat nog altijd wordt gebruikt.

Voor de rest beleefde Jambon ‘een traditionele Vlaams-katholieke jeugd’. ‘Ik ging naar het college, was bij de Chiro, was misdienaar en ging aan de KU Leuven voor burgerlijk ingenieur studeren.’ Dat bleek iets te hoog gegrepen, waarna hij naar de VUB verhuisde. Jarenlang was hij een trouwe bezoeker van de IJzerbedevaart. ‘Soms zelfs met de fiets vanuit Limburg, samen met enkele mede VU-jongeren. Ik vond het symbolisch om vanuit Voeren, waar de taalperikelen volop woedden, naar Diksmuide te rijden. De eerste avond fietsten we dan tot mijn Chirolokaal in Genk, waar we overnachtten. De dag nadien reden we door via Leuven en Gent naar de IJzertoren.’

Na een dispuut over het feit dat een meer gematigde figuur een plaats op de lijst kreeg, brak Jambon met de VU. Van de toenmalige CD&V-burgemeester van Brasschaat kreeg hij de vraag of hij wilde opkomen voor de kartelpartner N-VA, waarna Jambon Bart De Wever contacteerde, die hij al een paar jaar kende uit het milieu van nationalistische verenigingen. ‘Bart legde de vraag voor aan het partijbureau, dat enthousiast reageerde. Hij beloofde me een plaats in de Kamer, wat voor mij belangrijk was, omdat ik mijn inkomen natuurlijk niet wilde verliezen.’

Minister-president of premier?

Hoewel Jambon bij de jongste verkiezingen aanvankelijk als kandidaat-premier werd gecast, lag zijn hart toen al veel meer bij de Vlaamse dan bij de federale regering. Omdat toenmalig minister-president Geert Bourgeois zijn plaats alleen zou willen afstaan aan Bart De Wever, werd die in stelling gebracht voor het Vlaamse niveau. Maar De Wever verbrak zijn belofte aan de kiezer en gaf het minister-presidentschap door aan Jambon.

Die is daar niet rouwig om. ‘Voor een Vlaams-nationalist is dit het summum van een politieke loopbaan’, zegt hij. Daar is niet iedereen het mee eens. Zijn vriend en adviseur Herman De Bode ziet Jambon het liefst eindigen als federaal premier. ‘De impasse in de regeringsvorming bewijst nog maar eens dat het water aan de lippen van ons politieke bestel staat. Het staat zelfs boven de lippen, en België overleeft alleen nog met een strootje boven het water. Vroeg of laat zullen ook de Franstaligen dat beseffen en instemmen met een confederaal model. Op dat moment moet de N-VA de premier leveren, om die staatshervorming rechtlijnig en consequent te voltrekken. Jan is de ideale figuur om als laatste het licht van het federale België uit te doen.’

Jambon glimlacht als we hem de redenering voorleggen. ‘Dat is te veel eer. Of ik het nu doe of iemand anders, dat maakt niet uit.’ De Bodes redenering dat de N-VA de federale verantwoordelijkheid zal moeten opnemen eens het zover is, spreekt hij niet tegen. ‘Toen ik in de politiek stapte, vroegen mensen me wat ik als flamingant in het federaal parlement ging doen. Maar het communautaire gevecht speelt zich nu eenmaal op dat niveau af.’

Op De Bodes uitspraak dat hij de enige N-VA’er is die genoeg vertrouwen geniet van de Franstaligen om die hervorming erdoor te krijgen, reageert hij bijna verontschuldigend. ‘Er is niemand in de partij die de rol van vicepremier in de vorige regering heeft gespeeld. La fonction crée l’homme. Ik was de spits in de federale ploeg, en als de compromissen moesten worden gesloten, deed ik dat. En dan moest je natuurlijk on speaking terms zijn met je partners. En minister van Binnenlandse Zaken is per definitie een functie van het terrein, waardoor ik veel in Wallonië kwam.’

De kaarten liggen stilaan goed om de ultieme vraag op tafel te leggen.
Jan Jambon

Dat Jambon zo onbewogen blijft bij de heisa over de begrotingscijfers, het cultuurbeleid, de klimaatplannen en de teruggedraaide besparingen in de preventie van zelfmoord, valt misschien wel te verklaren door het feit dat hij zich optrekt aan de hoop dat de blokkering van België een nieuwe staatshervorming steeds dichter brengt. ‘Op een bepaalde manier komt die blokkering ons wel goed uit, ja.’

In die zin is er geen paradox-Jambon. ‘What you see is what you get’, zegt iemand. En dat is: een Vlaams-nationalist in hart en nieren. Jambon: ‘De kaarten liggen stilaan goed om de ultieme vraag op tafel te leggen. Als je ziet hoe moeilijk het al vier keer na elkaar is om een federale regering te vormen, wordt het dan niet stilaan tijd dat we elkaar in dit land eens diep in de ogen kijken?’

Jambon weet als geen ander dat hij het tactisch slim moet blijven spelen. Als eerste stap wil hij dat het Vlaams Parlement zich snel in een commissie buigt over de technische uitwerking van fiscale autonomie en homogene bevoegdheidspaketten. Dan liggen de teksten klaar als het confederalisme ook federaal op tafel komt. En dat kan weleens sneller dan verwacht zijn, denkt hij, mochten er vervroegde verkiezingen komen. ‘Ik sta er niet om te roepen, maar het valt niet uit te sluiten. De partijen die daarover beslissen, zijn niet in de positie om daarop aan te sturen. Dat is een tegenindicatie. Maar dat is vaak zo in de politiek: wat je denkt dat nooit zal gebeuren, gebeurt dan opeens toch.’

Het ultieme doel komt dichterbij, denkt Jambon. Maar geduld blijft aangewezen. ‘Soms is het gemakkelijker en plezanter om ergens op een tribune ‘Vlaanderen onafhankelijk!’ te gaan roepen. Maar daarmee is Vlaanderen nog niet onafhankelijk, natuurlijk. Maar als ik er aan het einde van mijn politieke loopbaan niet in geslaagd ben een autonoom Vlaanderen dichterbij te brengen, dan zal ik die niet als geslaagd beschouwen, nee.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud