Leerlingengroei komt volgende Vlaamse regering duur te staan

©BELGA

De komende jaren starten fors meer leerlingen in het secundair onderwijs. Dat kost de volgende Vlaamse regering bijna een half miljard euro per jaar.

Het jaarlijkse budget voor het secundair onderwijs stijgt van 4,3 miljard euro in 2019 naar 4,8 miljard in 2024. Dat blijkt uit de meerjarenraming van de Vlaamse regering. Het secundair onderwijs zal daardoor zwaar doorwegen op de marge voor extra investeringen van de Vlaamse regering. Onderwijs is vandaag al goed voor bijna 12 miljard euro van de totale Vlaamse begroting van 44 miljard euro.

Hoe meer leerlingen, hoe meer geld scholen krijgen voor hun werking en om leerkrachten aan te werven. Dat geld volgt automatisch, in tegenstelling tot onder meer de welzijnssector die niet automatisch extra geld krijgt als er meer personen met een handicap zijn.

De afgelopen jaren steeg het aantal leerlingen in het lager onderwijs. Die leerlingenboom verschuift de komende jaren naar het secundair. Tussen 2017 en 2025 stijgt het aantal middelbare scholieren met 50.000 van 408.814 tot 458.963 leerlingen. In het lager onderwijs blijft het leerlingenaantal in diezelfde periode stabiel.

Scholen van verschillende netten bieden soms op een boogscheut van elkaar dezelfde richtingen aan om de vrije schoolkeuze te garanderen.
Hans Maertens
Topman VOKA

Een leerling in het secundair onderwijs kost een pak meer dan in het lager onderwijs. Terwijl in het lager onderwijs alle leerlingen in één klas zitten, kunnen leerlingen in het secundair tussen verschillende richtingen kiezen. Niet elke studierichting telt evenveel leerlingen. Bovendien zijn er vooral in technische richtingen soms extra investeringen nodig zoals in machines.

Die leerlingengroei heeft dus tot gevolg dat er flink wat extra geld nodig is voor de loonkosten en de werkingsmiddelen van het secundair. Bovendien is het Vlaamse secundair onderwijs een van de duurste van Europa. Dat blijkt uit internationaal vergelijkend onderzoek van de rijkelandenclub OESO. Terwijl er in Vlaanderen een leerkracht per tien leerlingen in het secundair onderwijs is, ligt het OESO-gemiddelde op een op 13. Door het grote aanbod aan studierichtingen zijn er soms klassen met slechts een paar leerlingen.

Bovendien kent Vlaanderen vrijheid van onderwijs waardoor er scholen van verschillende onderwijsverstrekkers zijn. ‘Scholen van verschillende netten bieden soms op een boogscheut van elkaar dezelfde richtingen aan om de schoolkeuze te garanderen’, hekelt de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka. ‘Zo worden kleine klasjes in stand gehouden.’

De hervorming van het secundair onderwijs is er niet in geslaagd het aantal studierichtingen grondig te verminderen
Hans Maertens
Topman VOKA

De hervorming van het secundair onderwijs die volgend jaar van start gaat, schrapt een aantal studierichtingen. In het derde en vierde middelbaar wordt een kwart van de studierichtingen geschrapt.

Voka pleit voor een drastischer aanpak. ‘De hervorming van het secundair onderwijs is er niet in geslaagd het aantal studierichtingen grondig te verminderen’, zegt Voka-topman Hans Maertens. ‘Het was nochtans de bedoeling een transparant aanbod te verkrijgen waarbij studierichtingen zonder voldoende kansen op de arbeidsmarkt of in het hoger onderwijs geschrapt zouden worden.’

Naast het budget voor de dagelijkse werking en de leerkrachten zal Vlaanderen ook nog in extra schoolinfrastructuur moeten investeren. Vooral in Brussel, Antwerpen en Gent zal er te weinig plaats voor de leerlingen zijn.

De Vlaamse regering heeft al 130 miljoen euro uitgetrokken om de komende drie jaar extra plaatsen te creëren in het secundair onderwijs, maar Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) erkent dat er meer nodig is. ‘Zowel in het lager als in het secundair onderwijs zijn de uitdagingen groot. De scholen en ons onderwijs worden volop klaargemaakt voor de toekomst. Dat betekent investeren in ons menselijk kapitaal.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n