Advertentie
interview

Lieven Boeve: ‘Ook N-VA-minister moet met katholiek onderwijs samenwerken'

Lieven Boeve: ‘Een tweede emancipatiebeweging in het onderwijs is nodig. Als het niet uit idealisme is, dan wel uit eigenbelang.’ ©Debby Termonia

Lieven Boeve, de topman van het katholiek onderwijs, pleit voor een nieuwe emancipatiegolf. Na de arbeiderskinderen moet het onderwijs ook de allochtone jongeren optillen. Maar hij waarschuwt meteen ook dat dat alleen lukt als iedereen samenwerkt, ook een eventuele N-VA-minister.

Wanneer Lieven Boeve (52) op de speelplaats van de Leuvense basisschool Sancta Maria voor onze fotograaf poseert, proberen zo veel mogelijk leerlingen ook een plaatsje op de foto (‘in de krant!’) te bemachtigen. Het deert Boeve niet. Integendeel, de topman van het katholiek onderwijs, het net waar zowat twee derde van de Vlaamse leerlingen schoolloopt, lijkt te genieten van de jolige sfeer onder de kinderen.

Dat staat in schril contrast met de reputatie die de theoloog na bijna vijf jaar aan het hoofd van het katholieke onderwijs heeft opgebouwd. Boeve is rechtdoorzee - volgens sommigen zelfs een tikkeltje autoritair. Daar wordt door de N-VA op ingespeeld. Volgens hen legt Boeve te veel regels op aan de katholieke scholen waardoor hun vrijheid wordt ingeperkt.

De titel van zijn nieuwe boek speelt daar met een knipoog op in. ‘Het evangelie volgens Lieven Boeve’ is ironisch bedoeld, benadrukt hij. ‘Ik word soms inderdaad afgeschilderd als diegene die over het evangelie begint. Dan kunnen we er maar eens mee lachen.’

Tegelijkertijd is het Bijbelse evangelie een van de redenen waarom hij de stap van de KU Leuven naar Katholiek Onderwijs Vlaanderen heeft gezet. ‘Als decaan van de faculteit theologie wou ik vanuit de traditie van het evangelie iets voor het katholiek onderwijs betekenen. Het eerste hoofdstuk van het boek gaat niet toevallig over de katholieke dialoogschool. Volgens dat project gaan katholieke scholen in dialoog met andere levensbeschouwingen vanuit hun eigen katholieke identiteit.’

Katholieke scholen verliezen door dialoog hun identiteit, vrezen sommigen. Wat is er vandaag nog katholiek aan het katholiek onderwijs? 

Lieven Boeve: ‘Alles. Maar het is inderdaad niet meer evident. Er was een tijd dat in ons onderwijs alles vanzelfsprekend katholiek was. Het zat bij wijze van spreken in de muren van de school. Vandaag moeten we die christelijke stem explicieter maken. Hoe brengen we dat christendom binnen? Welke Bijbelse verhalen vinden we belangrijk om mee te geven? Het project van de katholieke dialoogschool zit in grote dingen, zoals de visie op het zorgbeleid of het omgaan met conflicten op school. Maar het zit ook in kleine dingen, die ik hier vandaag op school gezien heb. Een leerkracht had aandacht voor het hyperindividueelste probleempje van een leerling. Ik zeg niet dat andere scholen dat niet doen, maar onze scholen moeten dat zeker doen.’

De kwaliteit van het onderwijs gaat erop achteruit.

Lieven Boeve: 'In landen waar de vrijheid van onderwijs bestaat, ligt de kwaliteit van onderwijs hoger.' ©Debby Termonia

Boeve: ‘Er zijn inderdaad pijnpunten. Die proberen we aan te pakken. We zetten in de eerste graad van het secundair onderwijs bijvoorbeeld expliciet in op een taalbeleid op schoolniveau omdat de vaardigheid begrijpend lezen in ons onderwijs een alarmsignaal is. Begrijpend lezen gebeurt niet alleen in het vak Nederlands. Ook in de lessen geschiedenis worden teksten gelezen. We vragen wel dat die discussie wordt gevoerd met respect voor de vrijheid van onderwijs, want dat is de basis van onze onderwijskwaliteit.’

Waarom leidt de vrijheid van onderwijs tot meer onderwijskwaliteit?

Boeve: ‘In landen waar de vrijheid van onderwijs bestaat, ligt de kwaliteit van het onderwijs hoger. Een beetje competitie houdt iedereen scherp. Bovendien vullen leerkrachten en directies hub job beter in als ze ‘eigenaar’ zijn van hun onderwijs. De vrijheid van onderwijs is ook elementair voor een goede democratie. Er zijn genoeg buitenlandse voorbeelden van regimes die bijvoorbeeld het geschiedenisonderwijs heel sterk wilden sturen. Dat is niet ondenkbeeldig.’

Staat die vrijheid vandaag onder druk?

De huidige onderwijshervorming zal weinig veranderen aan het watervaleffect in het middelbaar onderwijs. Er zijn kansen gemist.

Boeve: ‘De overheid geeft middelen aan het onderwijs en vraagt in ruil een aantal kwaliteitsgaranties. Daar hebben we geen enkel probleem mee. Maar de vraag is hoever die overheidsbemoeienis mag gaan zonder dat aan die vrijheid wordt geraakt.’

‘Bovendien is de onderwijscontext in ijltempo veranderd. Ik was deze week in Antwerpen in een school die in zes jaar een volledig ander leerlingenpubliek heeft. Dat is een enorme uitdaging voor zo’n school. Het onderwijs en de samenleving moeten die uitdaging samen aangaan.’

U pleit voor een tweede emancipatiebeweging, net zoals het onderwijs in de jaren 60 en 70 een sociale ladder was voor arbeiderskinderen.

Boeve: ‘Er was toen een maatschappelijke en economische drijfveer: de economie had meer geschoolde mensen nodig. De hele samenleving ging actief op zoek naar getalenteerde leerlingen. Dat heeft een opwaartse dynamiek opgeleverd waar ik zelf een product van ben. Toen die kinderen verder studeerden, waren er ook mensen die vreesden voor dalende onderwijskwaliteit.’

‘Vandaag staan we voor een gelijkaardige uitdaging. Een groeiende groep leerlingen met een andere socio-economische of culturele achtergrond krijgen we in ons onderwijs niet mee. Ook vandaag zijn velen bang dat het niveau daardoor zal dalen. De arbeidsmarkt schreeuwt om meer geschoolde arbeidskrachten. Laat ons samen die uitdaging aangaan. Als we het niet uit idealisme doen, dan minstens uit welbegrepen eigenbelang. Iemand zal onze pensioenen moeten betalen.’

Hoe wilt u dat concreet realiseren?

Boeve: ‘Er zal een batterij aan maatregelen nodig zijn. Die zullen zowel van het onderwijs, de overheid als de samenleving moeten komen. Het onderwijskorps kan bijvoorbeeld diverser. We zullen ook moeten investeren in ons onderwijs waardoor zeker in het basisonderwijs extra handen voorhanden zijn in de klas.’

‘Een ander voorbeeld: iedereen vindt kleuterparticipatie belangrijk. De Vlaamse overheid bestraft ouders financieel als hun kleuter niet naar school gaat. Het lijkt ons beter die families uit te leggen waarom dat kleuteronderwijs zo belangrijk is.’

Veel allochtone jongeren belanden via het watervaleffect in het technisch of het beroepsonderwijs. De onderwijshervorming wou daar komaf mee maken, maar u zegt dat dat niet zal lukken?

Er was een tijd dat in ons onderwijs alles vanzelfsprekend katholiek was. Het zat bij wijze van spreken in de muren van de school.

Boeve: ‘We vrezen dat de volgende minister met dezelfde uitdagingen zal worden geconfronteerd. Het doel van de modernisering van het secundair onderwijs was elke leerling op de juiste plaats te krijgen. De hervorming heeft kansen gemist. De huidige hervorming zal weinig veranderen aan het watervalsysteem, zowel in het algemeen secundair onderwijs als tussen het algemeen, technisch en beroeps secundair.’

Het katholiek onderwijs staat vandaag in het oog van de storm. Hoe komt dat?

Boeve: ‘Traditioneel is er in ons land een breuklijn tussen katholieken en vrijzinnigen. Vroeger heeft die tweedeling twee keer tot een schoolstrijd geleid. Daarbij komt nog dat sommigen zich tegen het middenveld kanten. Vandaag komen die beide breuklijnen vaak samen en worden wij onder vuur genomen. Wij staan in het oog van de storm, maar precies daar is het rustig. We mogen ons door die kritiek niet laten opjagen.’

Vooral de N-VA levert kritiek terwijl die partij de volgende minister van Onderwijs wil leveren. Wat zou dat betekenen voor het katholiek onderwijs?

Boeve: ‘Wij hebben al met ministers van verschillende kleuren samengewerkt. De vraag is of de minister bereid is met ons samen te werken om de uitdagingen, zoals die tweede democratiseringsgolf, te realiseren.’

‘Een onderwijsminister die geen oog heeft voor een samengedragen beleid zal het moeilijk hebben om welk beleid dan ook te realiseren’, schrijft u.

Boeve: ‘Ik schrijf er expliciet bij: dat is geen dreigement. Het is een vaststelling. We willen ons als verantwoordelijke partner opstellen voor elke minister van elke partij. Maar hoe dan ook zal die minister met ons moeten samenwerken. Het verleden toont dat veel gerealiseerd kan worden als alle partners in het onderwijs aan hetzelfde zeel trekken. Politieke overtuigingen zijn een ding. De pragmatiek van elke dag waarbij je probeert in het algemeen belang te handelen, is iets anders. De N-VA hecht bijvoorbeeld veel belang aan integratie. Als je dat wil realiseren, heb je het onderwijs nodig.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud