Meer herhalingen en minder Vlaams op VRT

Besparingen zullen leiden tot meer (goedkope) herhalingen, waarschuwt de VRT-topman. ©BELGA

De televisiezenders van de VRT zullen de komende jaren vaker programma’s herhalen en meer producties in het buitenland aankopen in plaats van ze hier te laten produceren. Een kaalslag dreigt onder Vlaamse productiehuizen

De top van de VRT reageert voor het eerst uitgebreid op de besparingen die ze kreeg opgelegd van de nieuwe Vlaamse regering.

De openbare omroep becijferde dat de komende vijf jaar 10 miljoen euro minder beschikbaar zal zijn voor eigen, Vlaamse producties. Herhalen en in het buitenland inkopen is een goedkope oplossing om beeldtijd te vullen. ‘Eigen televisie produceren kost per uur tienduizenden euro’s, elders inkopen maar duizenden euro’s’, zegt CEO Paul Lembrechts.

Eigen televisie produceren kost per uur tienduizenden euro’s, elders inkopen maar duizenden euro’s.
Paul Lembrechts
CEO VRT

De VRT gaf vorig jaar 18,29 procent van haar budget uit aan programma’s die in Vlaanderen geproduceerd worden. Zo zit de openbare omroep licht boven het streefdoel van 18,25 procent dat hij eigenlijk pas volgend jaar moet halen. Op Eén en Canvas was 68 procent van de producties Vlaams, ook meer dan de gevraagde 65 procent.

De komende jaren komt dat streefdoel in sneltempo onder druk te staan. ‘Het budget voor 2020 is niet noodzakelijk toereikend om die 18,25 procent nog te halen’, stelt Lembrechts. De openbare omroep moet in de daaropvolgende jaren alleen maar extra besparen, tot meer dan 40 miljoen euro in 2024.

Vlaamse identiteit

De kans bestaat dat het aantal Vlaamse producties op Eén en Canvas daardoor onder het streefdoel van 65 procent zakt. Dat ligt gevoelig bij de N-VA. Voorzitter Bart De Wever hamerde er in zijn startnota, die de prelude vormde voor het regeerakkoord, al op dat de VRT de ‘Vlaamse identiteit moet versterken’.

De Vlaamse productiehuizen dreigen het kind van de rekening te worden, op een moment dat ze wereldwijd in de prijzen vallen. Geprezen programma’s zoals ‘Down The Road’ blijven overeind, vanwege hun maatschappelijke meerwaarde. Maar ze zullen omringd worden door meer herhalingen, zoals van ‘De Kampioenen’.

De sector stevent af op de perfecte storm. Dat erkent hij zelf. In juni publiceerde de VOFTP, de federatie van de onafhankelijke film- en televisieproducenten, een open brief waarin ze de noodklok luidde over de sector. De VOFTP stelde door een vete met de VRT zijn sector analyse uit. Maar het staat vast dat de concurrentie stevig is.

Uit een interne doorlichting van de VRT bleek dat de openbare omroep tussen 2014 en 2017 met  113 productiehuizen samenwerkte. Dat is veel aanbod voor een beperkte vraag. Buiten de VRT nemen in ons land alleen nog DPG Media (de koepel boven VTM-moeder Medialaan) en SBS (eigendom van Telenet) programma’s af.

Opmerkelijk genoeg werden de voorbije jaren nog tal van nieuwe productiehuizen uit de grond gestampt. Bekende schermgezichten zoals Tom Lenaerts en Bart De Pauw richtten met respectievelijk Panenka en Koeken Troef elk hun eigen productiehuis op. Dat laat financiële sporen na. Zeven spelers in de top 15 van de productiehuizen staan er niet goed voor.

Taxshelter

Een belangrijke factor is de wankele taxshelter, gaf de VOFTP zelf aan in de open brief. Het fiscale gunstregime leverde vorig jaar niet voldoende op om de lopende producties waarvoor de opnames dit jaar gepland stonden te financieren.

Bronnen in de sector hekelen dat de taxshelter te lijden heeft onder negatieve media-aandacht, na de oplichting bij het Antwerpse filmhuis Corsan. Het fiscale gunstregime geldt vandaag bovendien ook voor gameontwerpers en start-ups. Als klap op de vuurpijl doet de verlaagde vennootschapsbelasting de appetijt naar fiscale optimalisatie afnemen.

De VRT toonde zich lange tijd een betrouwbare partner voor de productiehuizen. De openbare omroep moest dat ook zijn. De beheersovereenkomst schreef voor dat de omroep 18,25 procent van zijn budget moest investeren in de productiesector. Het gaat daarbij zowel om productiehuizen als facilitaire bedrijven (bedrijven die bijvoorbeeld camera- en klankploegen leveren).

De openbare omroep haalde dat percentage al in 2018. Maar volgend jaar dreigt hij daar door de besparingen niet meer in te slagen. Het VRT-budget wordt door de besparingen ook steeds kleiner, waardoor het verplichte af te dragen percentage zich vertaalt in steeds minder investeringen in de productiehuizen.

De sector kan ten onder gaan aan een terugval van de investeringen van die grootteorde.
Anonieme bron

De sector houdt zich in een eerste reactie op de vlakte en vraagt dat het minimum van 18,25 procent in Vlaanderen geproduceerde programma’s gerespecteerd wordt. Maar achter de schermen heerst nervositeit. De sector ‘kan ten onder gaan aan een terugval van de investeringen van die grootteorde’.

 

De berekeningen van de VRT zijn nog maar theoretisch. Ze gaan ervan uit dat de minimumgrens van 18,25 procent overeind blijft in de nieuwe beheersovereenkomst. Daar moet de VRT volgend jaar over onderhandelen met de Vlaamse regering. 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect