reportage

‘Natuurlijk zullen we besmettingen op school zien’

'Het zijn pubers die elkaar al meer dan een halfjaar niet gezien hebben. Het wordt niet simpel om ze uit elkaar te houden’, zegt directeur Christine Hannes van de Spectrumschool in Deurne. ©katrijn van giel

Kunnen de scholen straks open zonder dat het aantal besmettingen explodeert? In de aanloop naar 1 september stijgt de temperatuur in GO! Spectrumschool Deurne in coronahotspot Antwerpen.

Het ruikt naar metaal in de werkplaats mechanica. Over een dikke week klinkt hier weer het gedreun van de freesmachines, als de GO! Spectrumschool in Deurne de deuren opent. In deze werkplaats worden potentiële werknemers voor bedrijven als Umicore en Atlas Copco gevormd. ‘Hier komen vier klassen, vaak op hetzelfde moment, die minstens tien uur per week praktijkles hebben’, zegt directeur Christine Hannes. ‘Doe dat maar eens in bubbels.’ Ze wijst naar het hoge plafond. ‘We gaan nog snel een gat boren zodat er een betere ventilatie is.’

Zo veel mogelijk leerlingen weer op de schoolbanken krijgen, dat is de essentie van het scenario voor 1 september dat minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA), de onderwijskoepels en de vakbonden hebben geschreven. Telewerkende ouders kreunen onder de combinatie job en thuisonderwijs, kwetsbare leerlingen lopen de grootste leerachterstand op als ze niet naar school kunnen en onrustwekkende signalen over een toename van geweld en kindermisbruik tijdens de lockdown creëren een enorme druk om de scholen voor iedereen te openen. Dat betekent dat meer dan een miljoen leerlingen naar school gaat, terwijl het virus ver van weg is.

Wat dat betekent voor de verspreiding van het SARS-CoV-2-virus is nog niet uit- geklaard. In Scandinavische landen als Denemarken en Zweden leidde het openen van de scholen niet tot meer besmettingen en ook de zeer gefragmenteerde heropstart van ons onderwijs in mei en juni verliep veilig. Data uit crèches en lagere scholen suggereren dat (jonge) kinderen niet de motor zijn van de epidemie.

Maar een uitbraak in een middelbare school in Crépy-en-Valois, op een uur van Parijs, wijst erop dat scholen wel degelijk virushaarden kunnen zijn. Niemand dacht aan SARS-CoV-2 toen twee leerkrachten in die school begin februari begonnen te hoesten. In korte tijd geraakte 38 procent van de studenten besmet, 43 procent van de docenten en meer dan de helft van het niet-onderwijzend personeel, met meerdere ziekenhuisopnames tot gevolg. Als we ons gedrag niet aanpassen, leert deze case, dan kan het virus op school volop zijn gang gaan.

Met een combinatie van afstand, bubbels en mondmaskerplicht binnens- kamers voor leerlingen in het secundair onderwijs wil de administratie het virus buiten de schoolpoort houden. Maar de belangrijkste factor, zeggen virologen, is de mate waarin SARS-CoV-2 in de omgeving van de school opflakkert. Meer dan 200 gemeentes zitten boven de alarmdrempel van 20 besmettingen per 100.000 inwoners. In Antwerpen en Brussel zijn dat er respectievelijk 120 en 132. Heel wat directeurs beginnen hyperalert en licht bezorgd aan het nieuwe schooljaar.

©katrijn van giel

Volle tram

Bij de beperkte herneming van de lessen in mei kwam slechts een honderdtal leer- lingen per dag naar de Spectrumschool. Op 1 september komen ze met 900 tegelijk. Ze stromen uit volgepakte trams de trechter in die toegang geeft tot de school. Daar werken ze samen aan machines en delen computers en gereedschap. Allemaal contactmomenten waarop het virus kan overspringen.

‘Het zijn pubers die elkaar al meer dan een halfjaar niet gezien hebben. Het wordt niet simpel om ze uit elkaar te houden’, zegt Hannes. ‘Bovendien wonen onze leerlingen in wijken waar de besmettingsgraad hoog is. Natuurlijk zullen we op school besmettingen zien, en misschien wel sneller en meer dan we ons vandaag kunnen voorstellen.’

Daar leeft onder het personeel bezorgdheid over, erkent Hannes, en ze noemt die angst terecht. ‘Maar veel belangrijker is de vraag wat er dan moet gebeuren. Dat weten we nog niet. In belangrijke delen van draaiboeken van het departement onderwijs staat vandaag: ‘info volgt’.’

De onderwijsadministratie werkt draaiboeken uit met richtlijnen per risiconiveau, aangeduid met kleurcodes van groen tot rood. Het is de bedoeling dat iedereen begint met code geel, waarbij alle lessen op school kunnen doorgaan.

Je voelt aan alles dat de minister en de professoren geen idéé hebben hoe het er in het beroepsonderwijs aan toe gaat.
Christine Hannes
Directeur Spectrumschool

Maar veel directeurs gaan er nu al van uit dat het regime snel zal verstrengen, met minder leerlingen op school. ‘Ik acht de kans groot dat we binnen de kortste keren naar code oranje gaan’, zegt Hannes. ‘Maar wat dat precies betekent voor onze werking, is nog heel onduidelijk. We weten niet eens bij welke drempel code oranje wordt geactiveerd, of wat de procedure is bij een besmetting op school. Moeten hele klassen en hun betrokken leerkrachten in quarantaine? Dan kan ik de school wel sluiten. Ik wil vooral de 220 mensen die hier werken kunnen vertellen wat ze mogen verwachten. Niet voor een paar weken, maar voor een lange periode. En de klok tikt.’

Ook Nathalie Vanden Bossche, coördinerend directeur van 13 secundaire scholen van GO! Gent, heeft haar directeurs gevraagd zich al op code oranje voor te bereiden. ‘Wat in Antwerpen en Brussel gebeurt, kan ook in Gent.’

Scholen zijn erg beducht om het virus te ‘importeren’. In de Brusselse rand leeft veel vrees voor de komst van de vele leerlingen uit het Hoofdstedelijk Gewest, waar veel besmettingen zijn. ‘Veel leerlingen keren nu pas terug van vakantie uit rode en oranje gebieden’, zegt Vanden Bossche. ‘Zullen zij de vrijwillige of verplichte quarantaine respecteren? Dat kunnen we niet controleren.’

Ze voelt de onrust onder het personeel. ‘Die proberen we weg te nemen met maatregelen. Ik vraag mij alleen soms af of de draaiboeken wel zijn opgemaakt door mensen die weten hoe een school in de praktijk werkt. Ik voorspel nu al problemen met mondkapjes. Nog nooit hebben leerlingen die zeven uur per dag, 32 uur per week moeten dragen. Ik voel de klachten over irritatie en concentratieproblemen al komen, en ik begrijp ook waarom.’

Schooluitval

Nooit eerder gingen de scholen zo lang voor zo veel leerlingen dicht als door Covid-19. De bezorgdheid over de impact op het kennen en kunnen is groot. Maar periodes van oorlog, natuurrampen of de zes weken schoolstaking in het Franstalig onderwijs van 1990 zijn niet te vergelijken, omdat deze keer veel inspanningen werden gedaan voor afstandsonderwijs, van videolessen en WhatsApp-feedback tot telefoontjes en oefenblaadjes in de brievenbus.

Experten schatten het leerverlies op 5 tot 35 procent. De impact is sterk afhankelijk van hoe goed scholen erin geslaagd zijn hun leerlingen te bereiken. Maar als die achterstand niet wordt weggewerkt, dreigen studenten de gevolgen hun hele leven mee te dragen door meer schooluitval, minder kansen op werk en inkomstenverlies.

Die vrees is in het technisch en beroepsonderwijs nog concreter, omdat veel leerlingen hier worden klaargestoomd voor de arbeidsmarkt. Stages en praktijklessen zijn van heel groot belang. Vandaar de grote vrees om leerlingen opnieuw voor lange periodes naar huis te moeten sturen. ‘Digitaal lesgeven en houtbewerking gaan maar in heel beperkte mate samen’, zegt Brecht Persoons, directeur van het Koninklijk Atheneum Geraardsbergen. Bij code oranje zouden leerlingen volgens de richtlijnen maar om de week naar school komen. ‘Dat betekent onvermijdelijk minder tijd voor de praktijk. Terwijl we dit jaar juist achterstand moeten inhalen. Vorig schooljaar zijn enkele stages niet kunnen doorgaan, heel wat doelstellingen zijn niet gehaald. En dan is het nog maar de vraag of onze leerlingen dit jaar wel op stage kunnen. Dat hangt volledig van de bedrijven af.’

Digitaal lesgeven en houtbewerking gaan maar in heel beperkte mate samen.
Brecht Persoons
Directeur van het Koninklijk Atheneum Geraardsbergen

Het watervalsysteem - waarbij leerlingen van ASO naar TSO of BZO ‘zakken’ - maakt dat veel leerlingen die in het beroeps instromen al wat schoolmoe zijn, zegt Hannes. ‘Het is net de praktijk en de werkervaring die hen erg motiveren. We zijn dus zeker bang voor meer schooluitval. Hetzelfde geldt voor de 350 leerlingen die bij ons in een systeem van leren en werken zitten. Zij werken in de bouw, de horeca, de verkoop: zullen we in deze recessie voor iedereen een job vinden?’

Met deze doelgroep is het elke dag ‘trekken en sleuren’ om ze op het juiste spoor te houden, zegt Hannes. ‘Dat is nu eenmaal veel lastiger op afstand. 98 procent van onze 1.100 leerlingen hebben een GOK-statuut (minstens een kenmerk van kans- armoede, red.). We hebben 100 OKAN-leerlingen (nieuwkomers, red.). Je voelt aan alles dat de minister en de professoren geen idéé hebben hoe het er in het beroeps- onderwijs aan toe gaat, en dat die goedbedoelde richtlijnen zijn geschreven met een traditionele ASO-school in het achterhoofd. Ze kennen onze leerlingen en dit soort scholen gewoon niet. We willen de angst voor het virus even loslaten en binnen veilige krijtlijnen onderwijs zelf organiseren. Want deze jongeren hebben de school zo hard nodig.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud