Nederland geeft richting voor fijnmaziger tijdelijke werkloosheid

Vlaams Parlementslid Axel Ronse (N-VA).

Om bedrijven de coronaschok te helpen opvangen heeft Nederland een meer geraffineerd systeem dan onze tijdelijke werkloosheid. Het Nederlandse overbruggingssysteem is gelinkt aan omzetverlies en stimuleert bedrijven tot opleiding van hun personeel.

Hoewel de strengere coronamaatregelen pas op het eind van de maand ingingen, waren in oktober al ruim 100.000 meer werknemers voor minstens een dag tijdelijk werkloos dan in september. Bovendien zou op basis van cijfers van de eerste week van november de gemiddelde duur van tijdelijke werkloosheid deze maand naar schatting 11,6 dagen bedragen, terwijl dat vorige maand nog 7,3 dagen was.

Door de nieuwe lockdown moeten veel bedrijven hun productie opnieuw afschalen. De regering-De Croo voorziet daarom met de verlenging van de tijdelijke werkloosheid opnieuw in een vervangingsinkomen voor de tijdelijk inactieve werknemer. Door de loonkost weg te nemen bij de werkgever hoeft die geen personeel te ontslaan.

Loonsubsidie

Het systeem heeft zijn verdiensten, maar kan volgens arbeidseconoom Stijn Baert (UGent) fijnmaziger. 'Je zou die tijdelijke werkloosheid actiever moeten invullen, zodat de werknemer nadien sterker op de arbeidsmarkt staat', zegt hij.

Er wordt daarom naar het Nederlandse systeem gekeken. Met de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) keert de overheid er een loonsubsidie uit aan de werkgever in plaats van een uitkering aan de werknemer. Tegenover die uitkering staat een inspanningsverplichting voor de werkgever. Die moet zijn personeel opleidingsmogelijkheden bieden of de met ontslag bedreigde werknemer naar nieuw werk begeleiden.

Je zou die tijdelijke werkloosheid actiever moeten invullen, zodat de werknemer nadien sterker op de arbeidsmarkt staat.
Stijn Baert
Arbeidseconoom (UGent)

'Het is belangrijk dat de tijd in werkloosheid zinvol overbrugd wordt door een opleidingstraject voor up- en reskilling of een bijkomende werkervaring elders', zegt Vlaams Parlementslid Axel Ronse (N-VA).

Omzetverlies

De steun wordt in Nederland in tegenstelling tot in ons land voorwaardelijk toegekend. Tot en met december kunnen alleen bedrijven die een omzetverlies van minstens 20 procent lijden er aanspraak op maken. Nadien wordt die drempel verhoogd tot 30 procent. 'Door die voorwaarde haal je er schijnondernemingen uit, die vorig jaar amper of geen omzet draaiden', zegt Baert. 'Alles wat de steun fijnmaziger maakt, is positief.' Daarnaast mogen Nederlandse bedrijven die een beroep doen op NOW geen dividend of bonus uitkeren en geen eigen aandelen inkopen.

De omvang van de subsidie is er gelinkt aan het omzetverlies. Bedraagt het omzetverlies 100 procent tegenover een jaar eerder, dan ontvangt de werkgever een subsidie van 80 procent van de volledige loonmassa. Daalt dat tot 20 procent, dan wordt van een overeenkomstig aandeel van de loonmassa 80 procent terugbetaald.

De Nederlandse werkgever betaalt zijn werknemers zelf volledig door, maar heeft de keuze om hen nog actief te laten meedraaien. Katrien Vermeire, zaakvoerder van eventbureau John&Jane en een van de bezielers van de actie 'Sound of Silence', ziet brood in de loonsubsidie die toelaat personeel aan het werk te houden.

Haar bedrijf levert klank, licht, video en decors voor bedrijfsevenementen, maar ligt nu volledig stil. 'Daardoor zouden we tijd kunnen maken om ons materiaal te controleren of om ons nieuwe magazijn te inventariseren', zegt ze. 'Alleen doen we dat nu niet. Als we ons personeel in tijdelijke werkloosheid weer activeren, verliest het zijn uitkering en moeten wij het opnieuw betalen. Dat kunnen we door het wegvallen van onze omzet niet.' Omdat Nederlandse bedrijven die nevenactiviteiten wel kunnen blijven doen, bouwen we volgens Vermeire een concurrentieel nadeel op.

Draaiboeken

Volgens Baert had ons systeem de afgelopen zomer dan ook beter uitgewerkt moeten zijn. 'Bij de eerste golf zijn we in snelheid gepakt, nu zouden er toch draaiboeken moeten zijn om preciezer en activerender te werk te gaan.'

Het is belangrijk dat de tijd in werkloosheid zinvol overbrugd wordt door een opleidingstraject voor up- en reskilling of een bijkomende werkervaring elders.
Axel Ronse
Vlaams Parlementslid (N-VA)

Ook in Nederland waren er in de eerste fase van NOW geen inspanningsverplichtingen ingebouwd omdat de situatie zo urgent was, zegt arbeidseconoom Andries de Grip (Universiteit Maastricht). 'In de intussen derde fase wel, zodat we bedrijven die in normale omstandigheden al niet meer goed functioneerden niet kunstmatig in stand houden', zegt hij.

'De Nederlandse arbeidsbemiddelaar UWV speelt een actieve rol in het scholingsbeleid. Er zijn scholingsprogramma's en dankzij de NOW-regeling zien we dat veel technische bedrijven zelf opleidingen organiseren', zegt De Grip. Ook de VDAB probeert met opleidingen de competenties van werknemers op peil te houden. 'Waardevolle initiatieven, maar de respons is beperkt. Slechts 2.324 mensen hebben zich daarvoor aangemeld bij de VDAB, terwijl er toch zo'n 30.000 mensen minstens 10 dagen tijdelijk werkloos waren', zegt Ronse.

Hoewel het een federale bevoegdheid is, hoopt Ronse dat het systeem in Vlaanderen uitgerold wordt. 'In het federale regeerakkoord staat dat een asymmetrisch arbeidsmarktbeleid mogelijk is. De Vlaamse regering moet het Nederlandse model daarom zo snel mogelijk op tafel leggen. Te veel mensen in tijdelijke werkloosheid zijn nu aan het verwelken.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud