reportage

‘Ons vertrouwen ze meer dan een contactonderzoeker uit Brussel’

Tony Cardoen is één van de artsen die besmette inwoners uit Zuid-West-Vlaanderen belt. ©Kristof Vadino

Uit onvrede over de Vlaams contacttracing hebben 14 Zuid-West-Vlaamse gemeenten een eigen systeem opgezet. 13 artsen bellen er zelf besmette inwoners op. ‘Vanmorgen spoorden we een cluster besmettingen in een lokale supermarkt op.’

‘Dag mevrouw. U spreekt met dokter Tony Cardoen, oogarts op rust. Samen met enkele andere artsen van AZ Groeninge in Kortrijk proberen we zo snel mogelijk een zicht te krijgen op waar de covidbesmettingen in de regio zich hebben voorgedaan. Zou ik u in dat kader enkele korte vragen mogen stellen?’

Samen met een collega zit dokter Cardoen op woensdagvoormiddag in een vergaderzaal van W13, de overkoepelende vereniging van OCMW's uit Zuid-West-Vlaanderen, met een geprint script en een notitieblok voor zich. Vandaag bellen ze met hun tweeën vijf besmette personen uit de regio op. De namen hebben ze gekregen van het lokale labo, dat elke ochtend een lijst met besmette personen doorgeeft, waarbij alleen artsen de persoonlijke gegevens te zien krijgen.

De voorbije vier dagen hebben Cardoen en zijn twaalf collega’s 25 personen opgebeld, waarvan 23 geantwoord hebben. Ze maken zich bekend als artsen op rust en vertellen dat de inhoud van het gesprek niet doorgegeven wordt aan andere instanties, behalve als bepaalde risicoplaatsen als virushaarden opduiken. Een kwartier lang stellen ze vragen over de besmetting.

Cardoen had deze ochtend een gescheiden dame aan de lijn die toegaf dat ze in contact geweest is met zowel haar vriend als haar ex. ‘Die informatie lag nogal gevoelig’, zegt Cardoen. ‘De dame was al gecontacteerd door de Vlaamse contactopspoorders, maar aan hen heeft ze die informatie niet doorgegeven.’

Het Vlaamse systeem was gewoon niet efficiënt.
Philippe De Coene
Initiatiefnemer Zuid-West-Vlaamse contacttracing

Onvrede

Het was uit onvrede met de traagheid van de Vlaamse contactopsporing dat W13-voorzitter Philippe De Coene (sp.a) een tiental dagen geleden het initiatief nam om een lokale contactopsporing op te zetten. ‘We hadden vernomen van iemand die begin juli was besmet dat die persoon 20 dagen later nog niet gecontacteerd was. Het Vlaamse systeem was gewoon niet efficiënt', zegt De Coene.

Lokaal overleg over de contacttracing. ©Kristof Vadino

Het Vlaams Agentschap voor Zorg en Gezondheid zag de lokale contactopsporing eerst niet zitten. Tot minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) begin deze week groen licht gaf voor het aanvullend lokaal systeem.

Het team van gepensioneerde chirurgen, pediaters, urologen, oogartsen, cardiologen en neurologen kwam in Kortrijk al een besmetting bij een vrouwenorganisatie op het spoor. ‘En vanmorgen konden we een cluster besmettingen in een lokale supermarkt opsporen', zegt De Coene. 

Een besmette persoon vertelde aan de arts die haar contacteerde dat er in de supermarkt waar ze werkt nog twee collega’s besmet waren. ‘Navraag leerde ons dat haar werkgever niet wilde dat de rest van het personeel getest werd', zegt De Coene. ‘Nu kunnen we de geanonimiseerde gegevens doorgeven aan het gemeentebestuur, dat op zijn beurt kan optreden tegen die supermarkt.’

Privacy

Is het lokale initiatief geen inbreuk op de privacy van de besmette inwoners? ‘Wij bellen alleen mensen als ze daar aan hun huisarts toestemming voor geven’, zegt coördinerende arts Chris De Nil. ‘We hebben er bewust voor gekozen met gepensioneerde artsen te werken. Zo kunnen we niet het verwijt krijgen dat we patiënten ronselen.’

Wat met de contacten van de besmette personen, die hun toestemming niet gegeven hebben? ‘Die bellen we niet op', zegt De Nil. ‘Wel sporen we naar mogelijke besmettingshaarden door te polsen naar de aanwezigheid op evenementen of activiteiten.’ Daardoor is het lokale initiatief meer een bron- dan een contactonderzoek.

Dat we snel in het dialect kunnen overschakelen zal ook wel helpen.
Tony Cardoen
Gepensioneerde arts en lokale contacttracer

Dubbel werk

Het Vlaams contactonderzoek loopt naar verluidt intussen vlotter dan enkele weken geleden. Volgens het Agentschap Zorg en Gezondheid worden acht op de tien patiënten binnen de 48 uur gecontacteerd. In Kortrijk en 13 omliggende gemeentes krijgen de besmette inwoners dus twee keer telefoon van een contactonderzoeker.

Creëert dat dubbel werk geen verwarring, administratieve overlast en onnodige overlappingen? ‘In ongeveer de helft van de gevallen zijn de mensen die we contacteren, al door iemand van een Vlaams callcenter gebeld', geeft De Coene toe. ‘Maar niemand van onze contacten maakte daar een probleem van. Mensen gaan heel verantwoord om met deze crisis. Als we voelen dat ze hulp nodig hebben of niet goed beseffen wat de quarantaine inhoudt, sturen we iemand van onze wijkwerking ter plekke.’

Vanaf donderdag komen de artsen niet meer samen in deze anonieme vergaderzaal, maar werken ze van thuis uit. ‘Waarom we onze vakantie hiervoor opofferen? Uit verantwoordelijheidszin', zegt Tony Cardoen. ‘Ik ben ervan overtuigd dat mensen ons veel sneller vertrouwen dan een contactopspoorder uit een callcentrum in Brussel. Dat we snel in het dialect kunnen overschakelen zal ook wel helpen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud