Pensioenfactuur gemeenten weegt op lokale investeringen

Mechelen is één van de gemeenten waar onder burgemeester Bart Somers (Open VLD), midden op de foto, de laatste jaren fors is geïnvesteerd. ©Wouter Van Vooren

Driekwart van de gemeenten krijgt het deze bestuursperiode moeilijk de pensioenfactuur van ambtenaren te betalen. Dat dreigt de lokale investeringen nog meer te bemoeilijken.

In heel Vlaanderen zijn de gemeentebesturen die na de verkiezingen van oktober 2018 aan de slag zijn gegaan aan het bekijken wat ze de komende jaren doen. Welke wegen leggen ze aan? Welke dorpspleinen vernieuwen ze? Welke muziek- of gemeenteschool heeft een facelift nodig?

Die oefening wordt bijzonder moeilijk, blijkt uit de jaarlijkse studie van Belfius, de belangrijkste financier van lokale overheden, over de gemeentefinanciën. Drie op de vier gemeenten worstelen deze bestuursperiode met een pensioenfactuur voor hun vastbenoemde ambtenaren. In tegenstelling tot de Vlaamse overheid betalen de gemeenten de pensioenlasten van hun vastbenoemde ambtenaren zelf, waardoor ze hun eigen vergrijzingsprobleem hebben.

Het aantal werkende vastbenoemde ambtenaren wordt steeds kleiner tegenover het aantal gepensioneerde collega's. Terwijl de pensioenlasten tussen 2018 en 2024 met 27 procentpunten stijgen, stijgt de loonmassa slechts met 4,6 procentpunten.

Voor die 'pensioenboemerang' wordt al jaren gewaarschuwd. Deze bestuursperiode krijgen de gemeenten er volop mee te maken als niet wordt ingegrepen, waarschuwt Belfius. Mogelijk moet de federale of de Vlaamse overheid bijspringen, maar dat is door hun budgettaire situatie ook niet vanzelfsprekend. 

35%
Overheidsinvesteringen
Traditioneel nemen de lokale besturen zo'n 35 procent van de totale overheidsinvesteringen voor hun rekening.

De pensioenfactuur heeft ook een impact op de lokale investeringen. Traditioneel nemen de lokale besturen zo'n 35 procent van de totale overheidsinvesteringen voor hun rekening. Zij investeren vooral in mobiliteit, cultuur en onderwijs. De afgelopen jaren namen die investeringen al af. In 2016 zakten de investeringen naar hun laagste peil sinds 30 jaar tot 0,6 procent van het bruto binnenlands product. Dat is slechts iets meer dan in Griekenland. In het verkiezingsjaar 2018 gingen die investeringen wel opnieuw licht omhoog. 

Onderinvesteringen

De jaarrekeningen van 2019 tonen opnieuw een lichte toename (1,8%) van de investeringsuitgaven. De intentie om te investeren blijft dus. De vraag is hoe de gemeenten de stijgende pensioenfactuur in hun meerjarenplannen voor de komende bestuursperiode zullen rijmen met de nood aan extra investeringen. 

'Tijdens de vorige legislatuur merkten we al dat lokale besturen minder investeerden', zegt Belfius-hoofdeconoom Veronique Goossens. 'Het onderinvesteren is al een feit. We willen vermijden dat er de komende jaren nog minder wordt geïnvesteerd.'

Belfius schuift daarom enkele pistes naar voren, zoals de boekhoudkundige regels versoepelen, het beheer van investeringsprojecten verbeteren en het gebruiken van alternatieve financieringsformules. Idealiter worden ook een aantal budgettaire onzekerheden weggewerkt, zoals de pensioenfactuur. 

Het is dus van macro-economisch belang dat de gemeenten voldoende zuurstof hebben om te blijven investeren.
Veronique Goossens
Hoofdeconoom Belfius

Ons land heeft dringend nood aan extra investeringen, zegt Goossens. 'Er zijn te weinig nieuwe investeringen in infrastructuur en oude investeringen worden te weinig onderhouden of vervangen. Bovendien is het multiplicatoreffect van lokale investeringen veel groter dan bij nationale investeringen. Het is dus ook van macro-economisch belang dat de gemeenten voldoende zuurstof hebben om te investeren.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud