Racisme-rel vloek en zegen voor De Wever

De Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb (links), zelf met Berberroots, komt makkelijker weg met zijn uitlatingen over allochtonen dan de Antwerpse burgemeester Bart De Wever. ©Imagedesk / Bas Bogaerts

‘Dan is het game over.’ Bart De Wever zegt met politiek te stoppen als hij veroordeeld wordt voor racisme. Nu iedereen in de loopgraven kruipt, lijkt een oplossing verder af dan ooit.

‘Ze kunnen me van veel beschuldigen. Maar een racist? Dat ben ik echt niet.’ Het zijn niet de woorden van Bart De Wever, maar die van de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb, met wie het weekblad Humo een interview had. Dat gebeurde toen Aboutaleb naar ’t Schoon Verdiep in Antwerpen was afgezakt om samen met Bart De Wever (N-VA) het boek ‘Radicalisme, Extremisme, Terrorisme’ van de academicus Bilal Benyaich voor te stellen.

Waarna De Wever in ‘Terzake’ zei dat de Marokkaanse gemeenschap, en dan vooral de Berbers, moeilijkheden veroorzaken. Een ‘stigmatiserende’ uitspraak waarover heel de politieke wereld viel, en waarvoor De Wever nu tot bij de Verenigde Naties wordt aangeklaagd.

‘Ik ben al eens uitgemaakt voor negationist en homohater. De eerste keer voelde ik me aangetast in mijn beroepseer als historicus, de tweede keer als mens met nogal wat homo’s en lesbiennes in zijn vriendenkring en zijn familie. Maar racist? Ik? Dat slaat alles. Ik zou wel erg dom zijn mocht ik mijn uitspraken met slechte bedoelingen hebben gedaan, als burgemeester van een stad met 174 nationaliteiten’, reageerde De Wever gisteren in Het Laatste Nieuws op de klacht wegens racisme die tegen hem is ingediend. Dat gebeurde naar aanleiding van zijn uitspraken in ‘Terzake’ over de moeilijkheden in de Marokkaanse gemeenschap, vooral dan bij de Berbers.

‘Als ik voor dergelijke uitspraken word vervolgd, vraag ik Kamervoorzitter Siegfried Bracke de opheffing van mijn parlementaire onschendbaarheid. Dan zal ik me desnoods zelf verdedigen en verantwoorden voor de rechtbank (…). Mocht ik hiervoor worden veroordeeld, dan is het game over. Dan houdt het op. Waarom zou ik nog aan politiek doen als op de feiten een verbod en op de waarheid een taboe rusten? Als het stilzwijgen en de omerta van links tot de enige aanvaardbare norm wordt verheven? Als de waarheid onder de mat moet worden geveegd?’, zei De Wever.

Onder de mat

De feiten zijn volgens De Wever niet te ontkennen. ‘Bekijk de statistieken. Schoolverlaters zonder diploma, werkloosheid, criminaliteit, radicalisering, overlast: overal is die groep oververtegenwoordigd. De cijfers zijn helaas wat ze zijn.’

Even terug naar Ahmed Aboutaleb: ‘We moeten ophouden met problemen onder de mat te vegen. (…) Het ergste is dat de politiek de klachten van de mensen niet altijd serieus heeft genomen. ‘Het is nu eenmaal zo, leer ermee leven’, zei de politiek.’ Het is hetzelfde dat De Wever aanklaagt, maar wat Ahmed Aboutaleb als socialist met Berberroots blijkbaar makkelijker kan zeggen.

Maar volgens een liberaal gaat het daar helemaal niet over. ‘Bart De Wever, de man die durft te spreken waar anderen zwijgen, is klinkklare onzin. Het gaat om een welgemikt discours van achterhaalde clichés om de morrende Vlaams Belang-aanhang aan boord te houden. Leg zijn uitspraken naast recente rechts-fatsoenlijke speeches van Marine Le Pen en hij moet haar auteursrechten betalen. Dus zwijg me van hogere en moedige bedoelingen. Pure politieke berekening. No more, no less’, klinkt het fel.

Scoren

Het is een algemeen gemaakte analyse in de Wetstraat dat Bart De Wever met zijn gespierde taal over migratie, racisme en radicalisering de achterban van het Vlaams Belang, die is overgelopen naar de N-VA, wil bedienen. Maar De Wever lijkt te scoren. Op sociale media lijkt de kraan weer opengedraaid en worden in steunbetuigingen aan De Wever de grofste en puur racistische opmerkingen gemaakt. Een exponent daarvan is ironisch genoeg Vlaams Belang’er Filip De Winter, die gisteren in een tweet verklaarde dat hij zichzelf een ‘racist’ noemt, ‘een eretitel’.

Meteen is het onbedoelde effect dat De Wever door de dingen bij naam te noemen en door de controverse die daarover is ontstaan de deur lijkt te hebben geopend voor echte racistische praat. En de allochtonen een excuus hebben gevonden om zich nog meer te ‘wentelen’ in het slachtofferschap van racisme. Het brengt een oplossing voor de problemen niet dichterbij.

Het was nochtans goed begonnen, met Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA) die kort na zijn aantreden als minister-president bij de Vlaamse ondernemersorganisatie Voka de werkgevers opriep meer allochtonen aan te werven. Hij noemde het ‘dramatisch’ dat slechts 46 procent van de mensen van allochtone afkomst aan de slag is. Het streefcijfer van de Vlaamse regering is 75 procent, klonk het. ‘Ik moet aan dit publiek van Voka, dat ethisch ondernemen hoog in het vaandel voert, niet uitleggen dat discriminatie in deze verwerpelijk is’, zei Bourgeois.

Taboes

Bourgeois leek de aanzet te geven om het probleem van de lage werkzaamheidsgraad onder de allochtonen aan te pakken. Maar intussen is het debat zo vergiftigd geraakt en vliegen links en rechts elkaar zo vaak in de haren dat de echte inzet uit het oog is verloren.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud