Spade in grond voor duurste stukje autoweg

Over het Boudewijnkanaal moet een beweegbare brug komen.

Op 22 maart gaat de eerste spade in de grond voor het duurste stukje autoweg van België: een 12 kilometer lange autosnelweg tussen Brugge en Knokke. Kostprijs: minstens 760 miljoen euro.

Over exact een maand wordt gestart met de bouw van de A11, een nieuwe autosnelweg tussen de Blauwe Toren in Brugge en Westkapelle (Knokke). De 12 km lange autoweg zal de N31 Brugge-Zeebrugge verbinden met de N49 Knokke-Antwerpen en is bedoeld om het vrachtverkeer naar de haven van Zeebrugge en het toerismeverkeer naar de kust te scheiden van het lokale verkeer. Nu zorgen die drie verkeersstromen voor constante verkeersellende.

De nieuwe A11 (zie kaart onderaan, klik voor vergroting) is niet zomaar een 12 lang stukje platte asfalt met in elke richting rijstroken. Er komen bruggen over het Schipdonk- en het Boudewijnkanaal, een viaduct over de spoorlijn Brugge-Zeebrugge, en ondertunneling onder de gewestwegen N376 en N374. Daarnaast worden ook rotondes aangelegd, drie grote aansluitingscomplexen, negen ecopassages voor dieren en 15 km nieuwe fietspaden annex verlichte fietstunnels. Voor de inwoners en landbouwers in de regio worden bijkomende ontsluitingswegen en parallelwegen aangelegd.

Voor de ontwikkeling, bouw, financiering en onderhoud van de A11 doet de overheid een beroep op een privépartner. Die werd eind 2012 na een selectieprocedure aangewezen. 'Via A11' is een consortium van de private partijen Jan De Nul, Van Laere, Inframan, Aswebo, Aclagro, Franki en het fonds DG Infra van Gimv en Belfius. Die hebben 59 procent. De overige 41 procent is in handen van de Participatiemaatschappij Vlaanderen en het Agentschap Wegen en Verkeer, de overheid dus. Via A11 financiert het project met 83 miljoen euro risicokapitaal en bijna 600 miljoen euro via projectobligaties. Tijdens de bouwfase zal dus een 674 miljoen euro worden geinvesteerd. Via A11 moet de A11 gedurende 30 jaar onderhouden.

Dank zij het DBFM-principe (design, build, finance and maintain) kan de Vlaamse regering het project buiten de begroting houden. De Vlaamse overheid betaalt tijdens de bouwfase - die bijna vier jaar zal duren - niets, maar zal wel gedurende 30 jaar een ‘beschikbaarheidsvergoeding’ betalen aan het consortium. Die zal schommelen tussen 50 en 55 miljoen per jaar. Het exacte bedrag wordt later vastgelegd in functie van de basisrente en de aanpassing van het prijspeil van de bouwkosten.

In totaal komt dat overeen met minstens 1,5 miljard euro, maar als men dat verdisconteert of omrekent naar de prijzen van vandaag, beloopt de totale kostprijs van het project, aldus de Participatie Maatschappij Vlaanderen ‘slechts’ circa 760 miljoen euro. Nog altijd 63 miljoen euro per km autoweg. Ter vergelijking: voor de aanleg van de Kempense noord-zuidverbinding (7 km tussen Kasterlee en Geel inclusief enkele complexe bouwwerken, bouwkosten 180 miljoen euro) bedraagt de beschikbaarheidsvergoeding slechts 16 miljoen euro per jaar.

Daarnaast legt de Vlaamse overheid ook 20 miljoen euro op tafel voor onteigeningen in de regio - die zijn bijna allemaal uitgevoerd. Er verdwijnt ook 32 ha natuurgebied dat elders moet worden heraangelegd. Daarover gaat de Vlaamse Landmaatschappij overleggen met de landbouwers. Ook daarvoor moet nog geld worden uitgetrokken.

De A11 moet, zo maakte minister van Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevits vandaag in Brugge bekend, eind 2017 klaar zijn. Vanaf eind 2015 wordt grote hinder verwacht in de regio door de werken.

Meer info: www.A11verbindt.be


Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud