analyse

Minder belastingen, maar we leven op de poef

©BELGA

De regering-Michel beloofde België uit het sociaal-economische moeras te trekken. Vandaag onderzoeken we wat ze gerealiseerd heeft van haar beloftes voor lagere belastingen, een lager overheidsbeslag en een begroting in evenwicht. Zijn we er financieel op vooruitgegaan?

We spelen niet langer de belastingfinale

Na hun verlies tegen Frankrijk misten de Rode Duivels afgelopen zomer de finale van het WK voetbal in Rusland. Wat de belastingen betreft, speelden we, met enig cynisme gesteld, aan het begin van de legislatuur wél de finale. Na Denemarken waren we volgens de statistici van Eurostat het Europese land met de hoogste belastingdruk. Volgens de Nationale Bank rijfde de Belgische staat in 2014 voor 45,1 procent van het bruto binnenlands product (bbp) aan belastingen binnen. Dat is een prestatie waarop de centrumrechtse regeringspartijen allesbehalve trots waren.

©Mediafin

Operatie taxcut werd in gang gezet. De meest in het oog springende maatregel was de taxshift, waardoor de socialezekerheidsbijdragen die bedrijven betalen en de personenbelasting die burgers op hun inkomen afdragen, daalden. Werknemers houden netto meer over aan het einde van de maand. Dat leidde er samen met de aantrekkende economie toe dat de koopkracht, na een stagnatie of zelfs daling tussen 2011 en 2015, vanaf 2016 is gestegen. Eerst nog voorzichtig, maar voor dit jaar wordt al een stijging van 1,7 procent verwacht.

Samen met de indexsprong deed de taxshift bovendien de concurrentiehandicap die de bedrijven sinds 1996 tegenover de buurlanden hadden opgebouwd wegsmolt. Onze loonkosten zijn nog altijd bij de hoogste van Europa, maar het is voor onze bedrijven iets gemakkelijker geworden om met het buitenland te concurreren. Dat vertaalde zich in extra jobs: de afgelopen legislatuur kwamen er meer dan 230.000 banen bij, waarvan zo’n 150.000 in de privésector. Volgens onderzoek van Joep Konings en Gert Bijnens (KU Leuven) is de helft van die banen er dankzij de taxshift gekomen.

De taxshift werd deels gefinancierd door hogere lasten op kapitaal, zoals de verhoging van de roerende voorheffing op onder meer dividenden, en vervuiling, zoals het zwaarder belasten van diesel. Maar de facto was het een belastingverlaging. Ook de hervorming van de vennootschapsbelasting, die de regering in 2017 op het festival Tomorrowland vierde, bleek in de feiten in belastingverlaging. Bedrijven betalen daardoor minder belastingen op hun winst.

Door die belastingverlagingen kon de regering-Michel de fiscale druk doen dalen van 45,1 procent van het bbp in 2014 tot naar verwachting 43,6 procent dit jaar. In de Europese ranglijst zakken we een plaatsje. Behalve Denemarken staat nu ook Frankrijk boven ons. We spelen niet langer de belastingfinale, maar staan op plaats drie. De federale meerderheidspartijen, en met hen een groot deel van de bevolking, hadden wellicht van een forsere daling gedroomd.

Overheid geeft nog altijd meer dan helft van gecreeërde welvaart uit

De regering-Michel wilde niet alleen de belastingdruk verlagen, maar ook de overheid minder doen uitgeven. In 2014 ging 55,3 procent van het bruto binnenlandse product (bbp) door de handen van de overheid. De stille wensdroom van de regering-Michel was dat overheidsbeslag onder 50 procent te krijgen. Daarvoor zette ze grote besparingswerven in de steigers.

In eerste instantie werd de sociale zekerheid geviseerd, wat de regering vanuit vakbondshoek en op de linkse oppositiebanken het verwijt opleverde aan sociale afbraak te doen. De uitgaven voor de pensioenen stijgen onvermijdelijk, waardoor elders naar besparingen werd gezocht. Daarom werd de stijging van de uitgaven in de gezondheidszorg fors afgeremd. Enkele jaren geleden mochten de uitgaven nog met 4 procent per jaar boven op de inflatie stijgen. De jongste jaren was dat maximaal 1,5 procent per jaar.

Ook op de werkloosheidsuitgaven werd fors bezuinigd, waarbij de regering werd geholpen door de aanslaande jobmotor. Daarnaast werden allerhande regels verstrengd, waardoor het bijvoorbeeld moeilijker is geworden om met brugpensioen te gaan. Het aantal werklozen met een uitkering daalde daardoor naar een dieptepunt.

Ondanks alle besparingen vloeit er door de vergrijzing en de stijgende pensioenuitgaven nog steeds meer geld naar de sociale zekerheid dan in 2014.


Ondanks alle besparingen vloeit er door de vergrijzing en de stijgende pensioenuitgaven nog steeds meer geld naar de sociale zekerheid dan in 2014. Om het overheidsbeslag naar beneden te krijgen, waren dus ook elders besparingen nodig. Daarbij werd vooral de overheid geviseerd, waarvan de werkingsuitgaven sterkt werden beperkt, terwijl vertrekkend personeel niet werd vervangen. Daardoor telt de federale overheid voor het eerst minder dan 60.000 ambtenaren.

Toch waren niet alle besparingswerven even succesvol. De uitgaven voor de werkloosheid daalden dan wel fors, maar dat ging gepaard met een toename van het aantal langdurig zieken. De regering wilde zieken die nog aangepast werk aankonden, activeren, maar dat bleek moeilijker dan gedacht. Het ambitieuze plan om met de borstel door de administratie te gaan - de zogenaamde redesign waarmee honderden miljoenen euro’s zouden worden bespaard - werd een mislukking.

De asielcrisis en de aanslagen deden de regering dan weer meer uitgeven, waardoor het overheidsbeslag dit jaar naar verwachting op 51,8 procent van het bbp uitkomt. Dat is een behoorlijke daling tegenover 2014, maar het gestelde doel van 50 procent werd niet gehaald.

Regering krijgt begrotingstekort niet weggewerkt

Doordat de taxshift en de hervorming van de vennootschapsbelasting belastingverlagingen waren, volstonden de besparingen die de regering-Michel doorvoerde niet om het begrotingstekort weg te werken. De federale ploeg erfde in 2014 een tekort van 3,1 procent van het bbp. Ze wilde dat tegen 2018 wegwerken. Dat mislukte, want de begroting van 2018 werd afgesloten met een tekort van 0,7 procent.

0,7%
Begrotign
De begroting van 2018 werd afgesloten met een tekort van 0,7 procent.

Om 2018 af te sluiten met een ‘redelijk’ tekort moest de regering bovendien een kunstgreep toepassen. Ze verhoogde de boetes voor bedrijven en zelfstandigen die te weinig belastingen vooraf betaalden. Daardoor gingen die meer voorafbetalingen doen, met een piek in de inkomsten tot gevolg. Dat deed het tekort snel krimpen, maar de impact ervan is tijdelijk. De weerslag komt na de verkiezingen. Dan is het effect van de maatregel uitgewerkt. Voor dit jaar wordt gerekend op een tekort van 1,7 procent van het bbp. Onder meer door de stijgende kosten door de vergrijzing blijft dat tekort de volgende jaren bij ongewijzigd beleid toenemen.

Uit een vergelijking van de begrotingsinspanningen die de regering-Di Rupo en de regering-Michel hebben geleverd, blijkt dat de eerste een iets grotere inspanning heeft geleverd. De regering-Di Rupo moest saneren in minder gunstige omstandig heden, want de groei lag lager en de rente op de staatsschuld hoger. Filteren we de impact van die factoren weg, dan was de inspanning van Di Rupo groter. Het verschil is wel dat Di Rupo vooral saneerde door de belastingen te verhogen en Michel door te besparen.

102
Staatsschuld
De staatsschuld bedraagt nog altijd 102 procent van het bbp.

Premier Charles Michel (MR), die vindt dat zijn regering niet moet onderdoen voor de saneringsregeringen van Jean-Luc Dehaene (CVP/CD&V) in de jaren 90, dreigt zo de geschiedenis in te gaan als de premier die op sociaal-economisch vlak de hooggespannen verwachtingen niet kon inlossen. De belastingen gingen weliswaar omlaag, maar we leven op de poef. En ook al is het tekort geslonken, die poef blijft gigantisch: de staatsschuld bedraagt nog altijd 102 procent van het bbp.

Dat heeft tot gevolg dat er voor de volgende regeringen nauwelijks ademruimte is om de vergrijzing, die ons tussen vandaag en 2040 financieel almaar zwaarder zal treffen, te financieren. En dat in de wetenschap dat de huidige gunstige omstandigheden - de lage rente en de relatief hoge groei - niet blijven duren. De volgende regering wordt onvermijdelijk opnieuw een saneringsregering.

Reeks | De stand van het land 

De regering-Michel stelde zich bij haar aantreden tot doel ons land uit het sociaal-economische moeras te trekken. Is ze in haar opzet geslaagd? De Tijd maakt de balans op van vijf jaar Michel I. 

Wie deed het volgens u het beste, Di Rupo of Michel? Probeer het uit op tijd.be/standvanhetland



 



Lees verder

Advertentie
Advertentie