Tekort van 2 miljard in groenestroombeleid

(foto belga) ©BELGA

Vlaanderen schuift voor bijna 2 miljard euro kosten van het systeem van groenestroomcertificaten door naar de volgende legislatuur. Dat staat in een studie van de SERV die De Tijd kon inkijken.

De voorbije jaren kende Vlaanderen massaal groenestroomcertificaten toe aan windmolens, zonnepanelen en andere groene installaties.

De kosten van die ondersteuningspolitiek moeten worden betaald door de energieverbruikers: de Vlaamse gezinnen en bedrijven.

Maar omdat er al jaren minder wordt aangerekend aan de verbruikers dan er wordt uitgedeeld aan de producenten ontstaat een tekort. Dat tekort moet ooit door iemand betaald worden. De factuur loopt op tot bijna 2 miljard euro, blijkt uit berekeningen van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV).

Enkele partijen trokken eerder dit jaar aan de alarmbel over het ontsporende Vlaamse energiebeleid. Netbeheerders, energieleveranciers en ook de Vlaamse energieregulator VREG hebben het probleem aangekaart.

De SERV, waarin werkgevers en vakbonden zetelen, heeft als eerste een gedetailleerde berekening gemaakt van het probleem waar Vlaanderen op afstevent.

De SERV legt de laatste hand aan een studie waarin het probleem wordt becijferd. In het document dat De Tijd kon inkijken, staat dat er voor bijna 2 miljard euro kosten van het huidige certificatensysteem wordt doorgeschoven naar de volgende legislatuur. Meerdere sectorspecialisten steunen die berekening.

‘Het Vlaamse energiebeleid houdt de elektriciteitstarieven kunstmatig laag, maar de gepeperde rekening daarvoor volgt later -lees: na de verkiezingen’, staat in het document van de SERV. De vakbonden en werkgevers vertegenwoordigd in de SERV vragen unaniem dat het doorschuiven van de kosten naar de toekomst wordt gestopt.

De SERV wil geen commentaar geven. ‘Het document wordt niet publiek gemaakt omdat het politiek erg gevoelig is’, zegt een kenner.

Wie betaalt de steun aan groene stroom?

Vlaanderen geeft de producenten van groene stroom (windmolens, zonnepanelen, biomassa...) steun via groenestroomcertificaten. De certificaten worden verplicht opgekocht door de energieleveranciers (Electrabel, Luminus...) of de netbeheerders (Eandis en Infrax).

Zij rekenen die kosten integraal door aan hun klanten. Uiteindelijk betalen dus de Vlaamse gezinnen en bedrijven de steun via allerlei onderdelen van de elektriciteitsfactuur.

De doorrekening gebeurt grotendeels volgens het verbruik. Gezinnen of bedrijven met een hoge stroomfactuur betalen dus meer dan gezinnen en bedrijven met weinig verbruik.

Hoe moet het verder?

De factuur van 2 miljard zal ooit door iemand betaald moeten worden. In grote lijnen zijn er maar twee oplossingen: ofwel krijgt de stroomverbruiker die binnen enkele jaren retroactief gepresenteerd, en dreigt een explosie van de stroomfactuur. Ofwel doet de Vlaamse regering een inspanning en wordt een deel van het bedrag uit de begroting betaald. Maar beide scenario’s zijn politiek erg gevoelig.

De SERV werkt ook aan enkele aanbevelingen voor de Vlaamse regering. Donderdag zouden de sociale partners en de Vlaamse regering elkaar over de zaak ontmoeten in het overlegcomité van de SERV.

Hoe komt het dat alle kosten niet worden doorgerekend?

Zowel de netbeheerders als de leveranciers rekenen te weinig door aan de klanten. Dat komt deels doordat er meer groenestroomcertificaten in omloop zijn dan gepland.

Daarnaast zijn er mechanismen die de doorrekening verhinderen. De netbeheerders moeten op dit moment meer certificaten opkopen dan ze kunnen doorrekenen aan de verbruikers. In 2012 moesten de netbeheerders voor 626 miljoen euro certificaten opkopen, tegenover 60 miljoen euro in 2009. Een deel van die enorme stijging was gebudgetteerd, maar een deel niet.

Wat boven het budget zit, mogen de netbeheerders niet doorrekenen aan de verbruikers: dedistributienettarieven zijn immers bevroren. Die bevriezing werd ingevoerd als overgangsmaatregel tot Vlaanderen bevoegd wordt voor energie en zelf de distributienettarieven kan opstellen. Intussen moeten de distributienetbeheerders schulden aangaan om hun tekorten te financieren. De intresten van die leningen doen het kostenplaatje verder oplopen.

Ook de leveranciers rekenen eigenlijk te weinig aan aan hun klanten. De leveranciers moeten in verhouding tot de geleverde stroom een hoeveelheid (quotum) groenestroomcertificaten aankopen. Maar het quotum dat de leveranciers wordt opgelegd, ligt veel te laag om alle certificaten op de markt op te kopen. De Vlaamse regering verhoogde het quotum in 2012, maar onvoldoende om het certificatenoverschot weg te werken.

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud