interview

Toxicoloog Jan Tytgat: ‘Oosterweel kan alleen doorgaan mits gigantische opkuis’

©Photo News

De toxicoloog Jan Tytgat zegt dat de werken aan de Oosterweelverbinding maar kunnen doorgaan als een bijkomende berg van 600.000 m³ vervuilde grond op de werf meteen wordt gesaneerd of ingekapseld.

‘Het is kiezen tussen de pest of de cholera’, zegt de toxicoloog Jan Tytgat (KU Leuven). In 2017 waarschuwde hij al voor de gezondheidsrisico’s van de met PFOS vervuilde grond op en rond de site van het chemiebedrijf 3M in Zwijndrecht.

De expert, die toen in opdracht van het toenmalige BAM - vandaag Lantis - mee de normen hielp te bepalen voor het afgraven van de vervuilde grond op de Oosterweelwerf, waarschuwt dat bijkomende maatregelen moeten genomen worden. ‘Ofwel laat je alle verontreinigde grond boven 3 microgram volledig onaangeroerd, omdat het verplaatsen en het verwerken te risicovol is. Ofwel zeg je: we weten dat die grond potentieel gevaarlijk is, maar de werken uitstellen is nog slechter. Dus laat ons het probleem aanpakken.’

In 2017 vond u al dat de inwoners van Zwijndrecht beter geen eigen eieren eten, groenten met putwater besproeien of kinderen in de zandbak laten spelen. Die richtlijnen raakten pas deze week bekend. Wat vindt u daarvan?

Ik vind dat we tijd hebben verloren. Iedereen weet dat de PFOS-molecule zeer moeilijk afbreekbaar is, en hoe meer tijd dat je erover laat gaan, hoe minder beheersbaar het wordt.
Jan Tytgat
Toxicoloog KU Leuven

Jan Tytgat: ‘Ik vind dat we tijd hebben verloren. Iedereen weet dat de PFOS-molecule zeer moeilijk afbreekbaar is, en hoe meer tijd dat je erover laat gaan, hoe verder die bron van besmetting zich kan verspreiden en hoe minder beheersbaar het wordt. Het onweer dat we donderdagnacht hebben gehad, met erg veel regenwater, maakt dat de PFOS-vervuiling zich heel snel in de bodem verspreidt. In die zin hebben we jarenlang kostbare tijd verloren.’

OVAM schatte destijds het risico voor de gezondheid in als ongevaarlijk, terwijl uit uw aanbevelingen net het tegenovergestelde blijkt. Hoe is dat mogelijk?

Tytgat: ‘U moet het zo zien. OVAM had het over directe toxiciteit. Tot op vandaag is nog niemand in korte tijd ziek gevallen of overleden aan een overdosis PFOS. Dat is het goede nieuws. We kennen weinig of geen casussen van mensen met een zeer grote, kortstondige blootstelling, maar de wetenschappelijke literatuur laat veronderstellen dat er, wat acute toxiciteit betreft, geen onmiddellijk gevaar is. De gevolgen op het vlak van chronische toxiciteit zijn veel belangrijker. Bij dierenproeven zijn effectief nadelige effecten waargenomen op de lever, het immuunsysteem en de hormonale werking, en op basis daarvan heb ik die richtlijnen gegeven.’

Toxicoloog Jan Tytgat. ©KU Leuven / Rob Stevens

Waarom hebt u niet aan de alarmbel getrokken toen u zag dat er met die richtlijnen niets werd gedaan?

Tytgat: ’Ik ben een wetenschapper: ik geef advies, in alle wetenschappelijke neutraliteit en correctheid, en dan is het aan het beleid om daar iets mee te doen. Als ik voor een assisenzaak als expert optreed, dan is het aan de rechter of jury om te zeggen of iemand schuldig is of een fout heeft begaan. Het is niet de expert die daarover een oordeel moet vellen.’

Dus aan de alarmbel trekken was niet uw taak.

Tytgat: ’Nee, ik vind van niet. De opdracht die de toenmalige BAM mij toen gegeven heeft, was een risicoanalyse uitvoeren voor wat betreft die PFOS-verontreiniging in de bodem en het grondwater. Voorts werd me ook gevraagd een kort tekstje te maken dat bruikbaar was voor communicatie. En er werden mij een aantal concrete vragen voorgelegd, die de burgers konden stellen, waarop ik een antwoord moest formuleren. Dat was het verzoek.’

Met wat we nu weten, pleit u voor een systematisch bloedonderzoek in Zwijndrecht en omgeving. Maar moet dat niet over heel Vlaanderen gebeuren, want er zijn op diverse plekken hotspots van PFAS-vervuiling vastgesteld?

Tytgat: 'Daar hebt u een punt. Ik zou ervoor pleiten dat het Agentschap Zorg en Gezondheid, of zelfs Sciensano, met ons belastinggeld een initiatief neemt om dat in kaart te brengen, zodat we proactief kunnen optreden. Overal in Vlaanderen zijn er kazernes waar de brandweer heeft geoefend met blusschuim waarin PFAS-stoffen zitten. Bij metingen zijn rond die kazernes verhoogde concentraties vastgesteld. Als mensen daar een moestuintje hebben, dan is dat voor mij een soort mini-3M-situatie.'

Overal in Vlaanderen zijn er kazernes waar de brandweer heeft geoefend met blusschuim waarin PFAS-stoffen zitten. Als mensen daar een moestuintje hebben, dan is dat een soort mini-3M-situatie.
Jan Tytgat
Toxicoloog KU Leuven

'Kijk naar Mechelen, waar naast de E17 het bedrijf Dupont de Nemours (vandaag Chemours, red.) was gevestigd dat teflon heeft geproduceerd. Die stof staat bij ons bekend als PFTE. Tal van Vlamingen gebruiken die als een spray om bijvoorbeeld hun fietsketting te smeren. Als je die spray op je oprit gebruikt, dan zorg je voor verontreiniging van de bodem. Het zou weleens nuttig zijn om systematisch van Hasselt tot Ieper te kijken hoe het zit met dergelijke vervuiling, want dat zijn allemaal PFAS-stoffen die zorgwekkend zijn.’

Moet OVAM of de Vlaamse overheid die PFAS-hotspots niet dringend openbaar maken?

Tytgat: 'Een terecht punt. Dat is gemakkelijk in kaart te brengen, omdat de Europese Unie al sinds 2006 elk bedrijf verplicht een vergunning aan te vragen als het PFAS-moleculen wil gebruiken in zijn producten. Als vandaag nog industriële productie met PFAS in Vlaanderen plaatsvindt, dan moet de overheid dat weten, want daarvoor zijn vergunningen nodig. Op basis daarvan kan je een milieueffectenrapport opstellen over hoever die vervuiling verspreid is en wat de mogelijke gevolgen zijn.’

Omwonenden hebben ook het recht te weten of een hotspot met historische vervuiling zich in hun buurt bevindt.

Meten is weten. Als het effectief nog meevalt met die PFAS-concentraties, dan is de burger tenminste gerustgesteld.
Jan Tytgat
Toxicoloog KU Leuven

Tytgat: 'Ook daar moet de situatie in kaart gebracht worden. We moeten niet altijd paniekvoetbal spelen. Meten is weten, en als het effectief nog meevalt met die PFAS-concentraties, dan heb je de meerwaarde dat de burger tenminste gerustgesteld is.’

Waarom wordt dan niet over die risicogebieden gecommuniceerd?

Tytgat: 'Ik stel dat samen met u vast en dat is een beetje vreemd. Hetzelfde met die dading die Lantis met 3M heeft gesloten. Daar had de politiek door betere communicatie en toelichting heel wat misverstanden uit de wereld kunnen helpen. Hetzelfde geldt voor toxicologie en gezondheidsrisico’s: communiceer op voorhand, dan hebben de mensen tenminste vertrouwen.’

U bent door Vlaams minister van Mobiliteit Lydia Peeters gevraagd om, samen met de milieu-experte Greet Schoeters, advies te geven over de PFAS-problematiek. Wat houdt die opdracht precies in?

Tytgat: ‘Met de minister zelf heb ik nooit contact gehad. Ik heb wel op 10 juni een mail gekregen van een medewerker van het Agentschap Zorg en Gezondheid, die aan collega Schoeters en mij vraagt of we willen meewerken om de metingen die nu in en rond Zwijndrecht gebeuren te interpreteren en mee te analyseren. Zodra we die resultaten krijgen, zullen we daar een toxicologische risico-evaluatie op maken. Van mevrouw Peeters heb ik tot tot vandaag niets gehoord.’

Kan die risico-evaluatie tot gevolg hebben dat de Oosterweelwerken al dan niet tijdelijk worden stilgelegd?

Tytgat: ‘Wat de werken zelf betreft, vind ik als wetenschapper dat je niet mag dralen. We moeten de situatie nu aanpakken. Laat er geen weken meer overgaan.’

Dus de Oosterweelwerken moeten doorgaan?

Tytgat: 'Absoluut, daar blijf ik bij.’

Zelfs als zwaar verontreinigde grond met een PFOS-concentratie tussen 3 en 70 microgram niet ingepakt wordt op de werf, zoals nu het geval is? Die vervuiling dreigt zich bij onweer of zware regenval verder te verspreiden in de bodem.

Tytgat: 'Ik volg u volledig. Daarom wil ik pleiten voor de veel strengere norm die in Nederland van toepassing is. Daar geldt dat grond boven 3 microgram in principe te gevaarlijk is om in verkeersinfrastructuur of geluidsbermen te verwerken op een werf. Alles boven 3 microgram houdt voor het milieu en de gezondheid op lange termijn een risico in. Dat lijkt mij een verdedigbare grens, waar we onder moeten blijven. U praat over dat venster van 3 tot 70 microgram. Ik zou zeggen: alles dat boven 3 microgram ligt, daar moet je iets mee aanvangen. Dat moet je proberen te saneren of, zoals ze in Nederland doen, wegstoppen in een geïsoleerd depot of een zogeheten sarcofaag. Kijk naar de Nederlanders, is mijn advies. Zij zijn wat die 3 microgram betreft een goede leerling in de klas.’

Als uw advies gevolgd wordt, betekent dat dat een gigantisch grondvolume van 600.000 m³ niet meer vrij op de Oosterweelwerf gebruikt kan worden. Dat is een volume van 200 Olympische zwembaden.

Als Lantis of politici beweren dat er geen saneringsmogelijkheden zijn, dan klopt dat niet. Die zijn er wel, alleen kunnen ze duur uitvallen.
Jan Tytgat
Toxicoloog KU Leuven

Tytgat: ‘Inderdaad, het moet ingepakt of gesaneerd worden. Want er zijn technieken om te saneren. Als Lantis of politici beweren dat er geen saneringsmogelijkheden zijn, dan klopt dat niet. Die zijn er wel. Economisch gezien kan dat misschien heel duur uitvallen, maar je kan die grond in een soort slijmachtige massa draaien, zodat het een waterige substantie wordt die door zogeheten zeolietfilters wordt getrokken die de PFOS-moleculen eruit halen. Die techniek bestaat. Of dat economisch haalbaar is, is een andere zaak.’

Dat dreigt het kostenplaatje van de Oosterweelwerf serieus te verhogen en kan ook heel wat vertraging opleveren.

Tytgat: 'Ja, tenzij er extra ruimte kan worden gevonden om die grond te isoleren op de terreinen van 3M. Ik weet niet of daarvoor voldoende oppervlakte is, maar het lijkt me niet onlogisch dat die hele partij vervuilde grond wordt teruggezonden naar de site van de historische verontreiniger, zodat het probleem op het publieke gedeelte wordt opgelost. Dan krijgt 3M de verantwoordelijkheid die grond op zijn eigen terrein te saneren of in een geïsoleerd depot te stoppen. Is dat haalbaar? Dat weet ik niet. Is het realistisch om die hele berg naar ergens elders te plaatsen tot we technologisch of financieel een oplossing vinden? Dat is de vraag.’

Het lijkt me niet onlogisch dat die hele partij vervuilde grond wordt teruggezonden naar de site van de historische verontreiniger 3M.
Jan Tytgat
Toxicoloog KU Leuven

Waarom heeft OVAM die norm van 70 microgram niet eerder verstrengd?

Tytgat: 'Daar heb ik geen antwoord op. De Vlaamse overheid heeft wel de norm voor vrij gebruik buiten de werf strenger gemaakt van 8 tot 3 microgram. Maar niet die voor het inpakken van de gronden.’

Eigenlijk is er geen andere optie. Als de werken doorgaan zoals ze nu zijn gepland, dan dreigt de verontreiniging zich verder te verspreiden.

Tytgat: ’Je moet een afweging maken. Ofwel laat je alle verontreinigde grond boven 3 microgram volledig onaangeroerd omdat verplaatsen en verwerken van die grond te risicovol is voor de volksgezondheid. Ofwel zeg je: we weten dat die grond potentieel gevaarlijk is, maar de werken uitstellen is nog slechter, dus laat ons die grond meteen inpakken en isoleren om verdere verspreiding van de verontreiniging te voorkomen. Het is kiezen tussen de pest of de cholera.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud