Advertentie

Vijf op zes Vlaamse bedrijven blijft in gevaar ondanks overheidssteun

Duizenden bedrijven hebben de deuren moeten sluiten. ©Photo News

Slechts 16 procent van alle Vlaamse bedrijven die door de coronacrisis in de gevarenzone zijn beland, raakt er dankzij overheidssteun weer uit. Maar het overgrote deel blijft in de problemen zitten.

Voor 55.000 Vlaamse bedrijven betekent de steun van de overheid in deze coronacrisis een kwestie van leven of dood. Het is dankzij die miljardensteun dat ze overeind zullen blijven, als de regering straks zou beslissen de lockdown tot 3 mei te verlengen. Dat leert een verfijning van de ongeziene analyse die de bedrijfsdata-expert Graydon maakt van de economische schok die we meemaken.

Steunmaatregelen zoals de technische werkloosheid, het bankengarantieplan van 50 miljard euro en de federale en Vlaamse hinderpremies hebben dus wel degelijk een impact. Ze hebben tot gevolg dat één op zes van alle Vlaamse bedrijven die door de coronacrisis in extreem gevaar zijn gebracht, overeind blijft.

Maar voor een veel grotere groep, 275.000 bedrijven in het Vlaams Gewest, is echter meer nodig. Het gaat in het bijzonder om 213.000 eenmanszaken, 57.000 kmo’s, 5.000 grote bedrijven en 37 vzw’s uit de zorg- en de non-profitsector. Die groep is niet in staat een periode van twee maanden omzetverlies te doorstaan. Als de overheid niet met meer geld over de brug komt, dreigen ze over de kop te gaan.

Die opmerkelijke cijfers tonen nog maar eens aan wat voor een drama twee maanden omzetbreuk voor de meeste bedrijven is. In Vlaanderen kan 34 procent van alle ondernemingen zo’n periode niet aan: zij zijn in acuut gevaar.  Voor nog eens 40 procent is het gevaar minder acuut: zij kunnen in principe overleven, maar het is kantje boord.

Buffers

In Vlaanderen kan een op vijf bedrijven zonder steun twee maanden omzetverlies overleven. In Brussel en Wallonië is dat respectievelijk 22 en 26 procent.

Graydon - dat samenwerkt met de taskforce van de overheid - baseert zich voor dit onderzoek niet op de klassieke gezondheidstest voor bedrijven, omdat die test uitgaat van een economie die draait. Daarom wordt gekeken naar de buffers die bedrijven hebben om twee maanden omzetbreuk door te komen. Hoeveel omzet wegvalt, wordt per sector ingeschat via telefonische enquêtes.

Ten opzichte van de eerdere edities van de analyse in De Tijd zijn twee nieuwe conclusies mogelijk. De eerste is de impact van het bankenplan. Vorige week bleek al dat de tijdelijke werkloosheid en de federale hinderpremie een 3.000-tal vennootschappen in heel België uit de extreme gevarenzone loodste. Dankzij het bankenplan worden dat nu een kleine 46.000 Belgische vennootschappen.

In de nieuwe cijfers is ook de hinderpremie van de Vlaamse regering meegenomen, maar die heeft weinig impact op het aantal bedrijven dat uit de gevarenzone raakt.

De nieuwe data gaan niet alleen dieper, maar ook breder: ze omvatten niet alleen de vennootschappen die een jaarrekening neerleggen, maar ook de belangrijke vzw’s en de eenmanszaken. Het betekent dat alle bedrijven of werkgevers nu in de oefening zijn meegenomen.

Om privacyredenen gebeurt de analyse voor eenmanszaken via abstracte parameters zoals data per sector, betaalgedrag, grootte van bedrijven en de coronabesmettingsgraad in de gemeente.

Reserves 

Uit de data blijkt ook dat de steun voor Vlaanderen meer verschil maakt dan elders in het land. In Brussel raakt 6 procent van alle bedrijven uit de gevarenzone, in Wallonië 5 procent. Dat komt onder meer omdat de bedrijven in die laatste regio's iets ruimer gefinancierd zijn en traditioneel over iets meer vetmarge beschikken.

In Vlaanderen kan een op vijf bedrijven zonder steun twee maanden omzetverlies overleven. In Brussel en Wallonië is dat respectievelijk 22 en 26 procent.

Dat heeft alles te maken met de manier waarop het bedrijf financieel wordt gerund of de mate waarin de aandeelhouders reserves in de onderneming toelaten. In normale tijden worden overtollige reserves vaak weggehaald, omdat ze niet-renderend kapitaal vormen. Maar in abnormale omstandigheden, zoals de coronacrisis, komen ze van pas om de schok op te vangen.

De situatie is volgens Eric Van den Broele, senior manager onderzoek en ontwikkeling bij Graydon, vergelijkbaar met een topsporter die getraind is voor de 100 meter sprint en geen grammetje vet aan zijn lijf heeft. Als die onverwacht een marathon moet lopen, zal zijn lichaam geen vetreserve hebben voor die langdurige inspanning.

Opmerkelijk is ook dat de impact van de overheidssteun niet bij ieder type onderneming gelijk aankomt. Bij kmo’s en grote bedrijven raakt ongeveer een op de zeven van alle ondernemingen uit de gevarenzone weg. Bij de heel kleine vennootschappen is dat een op de negen. En bij eenmanszaken is dat vrijwel nul.

'Dat komt omdat we bij eenmanszaken slechts over abstracte gegevens beschikken', zegt Van den Broele. 'We hebben daar nog geen middelen om het effect op bedrijfsniveau te meten.'

©Mediafin

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud