Vlaamse student pikt hakbijl in hoger onderwijs niet

Volgens bepaalde scenario’s zou het inschrijvingsgeld stijgen met 400 à 600 euro tot 1.000 à 1.200 euro. ©blanken/Hollandse Hoogte

Met de heisa rond de verhoging van de inschrijvingsgelden heeft de Vlaamse regering een eerste rel aan haar broek. Maar waar gaat het nu eigenlijk over en hoe reëel is een verhoging van het inschrijvingsgeld?

Voor de verkiezingen legden de Vlaamse universiteiten en hogescholen nog een duidelijke eis op tafel: draai de besparingen in het hoger onderwijs van de afgelopen jaren terug. Die eis kwam neer op een investering van 120 miljoen euro. Ook de achterstand qua investeringsmiddelen moest bijgebeend worden, a rato van 200 miljoen euro. ‘We willen geen extra geld, we willen het geld waar we recht op hebben’, klonk het toen.

Het omgekeerde werd waar. Het Vlaamse hoger onderwijs moet de komende jaren nog extra besparen, bevestigt de nieuwe Vlaamse minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V). Maar Crevits wil die inspanning leveren ‘in dialoog met de partners van het hoger onderwijs’. In de krant De Morgen van vrijdag stond dat de dotatie van de universiteiten met 5 procent verlaagd zou worden. Dat betekent een totaal verlies van werkingsmiddelen van 80 miljoen euro.

‘Dat cijfer is totaal uit de lucht gegrepen’, fulmineert het kabinet van Crevits. In onderhandelingskringen is nochtans te horen dat de besparing van die orde zal zijn. Wat nagenoeg zeker is, is dat er beknibbeld zal worden op de basisdotatie van de universiteiten. Met die geldstroom betalen de universiteiten hun infrastructuur en personeel, de cruciale omkadering voor studenten.

Snoeien in personeel

Het is opvallend dat er bespaard wordt op de basisdotatie. Voor de verkiezingen luidde de VRIW, de Vlaamse Raad voor Innovatie en Wetenschap, nog de alarmbel over het onevenwicht tussen de basisdotatie en de projectfinanciering. ‘De basisdotatie is te laag waardoor de onderzoekers aangewezen zijn op de projectfinanciering’. Die projectfinanciering is het geld uit onderzoeksfondsen zoals het FWO, die in het regeerakkoord wel goed bedeeld zijn. Maar dat zijn meer 'competitieve geldstromen', waarbij de onderzoekers in competitie moeten gaan met een onderzoeksvoorstel om geld binnen te halen. 

De afbouw van de basisdotatie kan een belangrijke impact hebben op de omkadering van de studenten. Om de daling van de dotatie te compenseren zijn er maar een beperkt aantal opties. Snoeien in het personeel is er een van, maar de verhouding tussen het aantal proffen en het aantal studenten is nu al krap. ‘Door het hoge aantal studenten en doctorandi zitten we nu al op ons tandvlees’, aldus KU Leuven-rector Rik Torfs.

Om die reden wordt er gekeken naar de studenten. Een student betaalde vorig academiejaar 619 euro om aan een normale, voltijdse bacheloropleiding te beginnen. Volgens bepaalde scenario’s zou dat stijgen met 400 à 600 euro tot 1.000 à 1.200 euro.

Dat schiet bij de universiteiten en de studenten duidelijk in het verkeerde keelgat. In het verleden betoogden voorstanders van een verhoging van de inschrijvingsgelden nog dat een hoger inschrijvingsgeld een meer kwaliteitsvol onderwijs betekende. Dat argument valt nu weg. Maar de voorstanders zijn er nog wel. ‘Als studenten een bom geld uitgeven aan Tomorrowland, dan kunnen ze ook zoveel geld uitgeven aan haar studies’, aldus minister van Staat Miet Smet.  

Wind van voren

De besparingen in het hoger onderwijs worden alleszins een pittige strijd voor Onderwijsminister Hilde Crevits. In het debat over het regeerakkoord kreeg de regering over het thema al de wind van voren van de oppositie. Buiten aan het parlement stond de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS), die in naam van 225.000 studenten haar ongenoegen uitte. ‘De besparingen zullen ofwel leiden tot minder kwaliteitsvol onderwijs, ofwel een slechtere omkadering, ofwel minder democratisch onderwijs. Al die scenario’s zijn onaanvaardbaar’, aldus voorzitter Bram Roelant in een open brief.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud