Advertentie
Advertentie

Vlaamse zorg gekneld tussen ideologie en geldnood

©siska vandecasteele

In de Vlaamse zorg is de voorbije jaren steun gegroeid om broodnodige privé- investeringen te laten binnenvloeien. Maar in de laatste rechte lijn schoot iedereen toch weer in een kramp.

Normaal had het Vlaams Parlement vorige week de deur moeten openzetten voor privé-investeringen in de lokale zorg. Dat moet steden en gemeenten toelaten geld op te halen bij private spelers, zonder dat ze zelf de regie over de zorg uit handen geven. Maar op de valreep stak een storm van protest op over de ‘commercialisering van de zorg’ en werd de stemming over de zomer heen getild.

Op het eerste gezicht lijkt de passage te bevestigen dat wie in Vlaanderen de woorden ‘zorg’ en ‘privatisering’ in één zin gebruikt nog altijd een open zenuw raakt. Een nadere lezing leert echter dat wat zich afspeelde in meerdere opzichten bizar is.

De belangrijkste rariteit is de timing. Een groot deel van de welzijnssector verzette zich begin juli, twee dagen voor de finale stemming in de plenaire zitting, met een open brief tegen het plan. Dat is rijkelijk laat voor belangenorganisaties die doorgaans zeer goed geïnformeerd en zo goed politiek geconnecteerd zijn dat ze grotendeels een medespeler in de besluitvorming zijn geworden.

Wat was het plan?

Vorige week moest een decreet gestemd worden dat privé-investeringen in de lokale zorg toelaat. Steden en gemeenten zouden geld kunnen ophalen bij privéspelers voor hun zorginstellingen, die vaak onder financiële druk staan.

Waar loopt het vast?

Het plan ligt al even op tafel, maar op de valreep verzetten een groot deel van de welzijnssector en de oppositiepartijen zich ertegen. Ze vrezen voor een ‘commercialisering van de zorg’.

En nu?

Groen, de PVDA en Vooruit dienden nog nieuwe amendementen in en vroegen de Raad van State om advies. Daarmee wordt de kwestie over de zomer heen getild, maar de strijd is allerminst beslecht.

Dit plan ligt namelijk al jaren op tafel. In het Vlaams regeerakkoord van oktober 2019 staat dat de steden en gemeenten ‘private partners kunnen laten toetreden tot hun welzijnsverenigingen’, maar dat ze zelf de meerderheid in handen moeten houden en zelf de doelstellingen blijven bepalen. Die passage is eind vorig jaar al vertaald in een voorstel van decreet dat in het parlement is ingediend. De vorige week bevochten wetteksten zijn dus al acht maanden oud.

Even bizar zijn de politieke breuklijnen in deze discussie. Vooruit is in het Vlaams Parlement tegen het voorstel van decreet, maar is in Antwerpen voor omdat het er een oplossing in ziet voor de lokale problemen. Tegelijk zijn artsenverenigingen als Domus Medica en BVAS tegen, uit argwaan voor een bredere golf van commercialisering in de zorg, zoals in de tandartsenpraktijken.

Het leidde vorige week tot de bizarre situatie dat de Antwerpse socialisten voor privé-investeringen zijn en de artsen tegen. De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten is dan weer intern zo verdeeld dat ze geen advies aan het Vlaams Parlement bezorgde en zich ook verontschuldigde voor de hoorzittingen, waarvoor ze uitgenodigd was. De VVSG antwoordde evenmin op vragen van De Tijd over het thema.

Waarom loopt dit zo raar? De meest plausibele verklaring lijkt dat de zorgsector een wereld is van taboes, die uit geldgebrek die taboes beetje bij beetje moet laten varen.

3 euro per bewoner per dag

Waarom loopt dit zo raar? De meest plausibele verklaring lijkt te zijn dat de zorgsector een wereld is van taboes, die de sector beetje bij beetje uit geldgebrek moet laten varen. Cijfers zijn schaars, maar een Belfius-studie uit 2015 leert dat rusthuizen 3 euro per bewoner per dag overhielden om te investeren. Ze hadden toen al veel te weinig mensen voor de almaar vaker voorkomende zware ouderenzorg en stonden onder druk om de dagprijzen te verhogen. In de hoorzittingen in het Vlaams Parlement eind vorige maand werd bevestigd dat de financiële druk nog altijd hoog is.

Tegelijk zijn er de oude taboes. Die gaan terug naar het verzuilde Vlaanderen, waarbij de zorg grotendeels in handen is van twee spelers: de overheid en de katholieke kerk, aangevuld met vrije beroepen - de artsen - en een minderheid aan privé-spelers. Het verklaart waarom veel steden, zoals Aalst, nog altijd twee grote ziekenhuizen hebben: een van de stad en een met een naam die verwijst naar de maagd Maria of een andere heilige.

Die oude breuklijn is aan het wegdeemsteren. De vrijzinnige, publieke ziekenhuizen behoorden vroeger tot de koepel Icuro, terwijl de katholieke tot Zorgnet behoorden. Tegenwoordig zijn ze allemaal onderdeel van Zorgnet-Icuro - wel nog altijd met hoofdzetel in de Guimardstraat - en zijn ook ziekenhuisfusies almaar minder een taboe.

Het schoolvoorbeeld van die laatste trend is ZNA, het grootste algemeen ziekenhuis van Vlaanderen. Twintig jaar geleden was ZNA, een OCMW-ziekenhuis van de stad Antwerpen, virtueel failliet. Het herpakte zich, sloot allianties, creëerde schaalvergroting om de pensioenlasten te bedwingen en regelde een ander deel van die pensioenlast met het stadsbestuur.

Het ziekenhuis is nog altijd in handen van de stad Antwerpen en is uitgegroeid tot een financieel succesverhaal. De 48 Vlaamse algemene ziekenhuizen maakten de voorbije vijf jaar samen 392 miljoen euro winst, leren data die De Tijd verzamelde. ZNA is op zijn eentje goed voor meer dan een vierde van dat bedrag. Het timmert vandaag verder aan de weg van nog meer schaalvergroting, door aan te sturen op een fusie met de nummer vijf van Vlaanderen: GZA, voluit Gasthuiszusters Antwerpen en een fusiegroep van katholieke ziekenhuizen in Antwerpen: Sint-Augustinus, Sint-Vincentius en Sint-Jozef.

De stad Antwerpen wil die oefening nu overdoen met het Zorgbedrijf Antwerpen. De financiële situatie is er niet zo dramatisch als bij ZNA 20 jaar geleden, legde CEO Johan De Muynck vorige maand uit in het Vlaams Parlement, maar het is net de bedoeling het niet zover te laten komen. Daarom zoekt het Zorgbedrijf extra geld. Het heeft dat gevonden in een investeringsconsortium rond Participatiemaatschappij Vlaanderen, Gimv en de private rusthuisinvesteerders Aedifica en Vulpia. In de Antwerpse gemeenteraad zijn alle lichten op groen gezet, maar de laatste hindernis moet nog worden genomen: een wijziging van het Vlaams decreet op de lokale besturen.

De wijziging moet het mogelijk maken de welzijnsdiensten in een vennootschap onder te brengen, met de stad als meerderheidsaandeelhouder. Zoiets brengt miljoenen op in Antwerpen, omdat het fiscaal voordelig is. De taxshift van de regering-Michel, die de lasten op lonen verlaagde, is namelijk niet van toepassing op wie voor de overheid werkt. Maar de vakbonden zijn tegen het plan - dat hun leden meer loon oplevert - omdat ze de redenering omdraaien: de maatregel van de regering-Michel moet worden veralgemeend naar overheidspersoneel.

De welzijnsdiensten in een vennootschap onderbrengen maakt ook de instap van privé- investeerders mogelijk, al kunnen die nooit de macht over het welzijnsbeleid kopen. Ze mogen volgens het voorstel van decreet maximaal 49 procent van de aandelen in handen krijgen, nooit beslissende invloed op de strategie van de onderneming verwerven en nooit een blokkeringsminderheid bemachtigen. Voor alle documenten blijft de openbaarheid van bestuur gelden. Sowieso moet ook de Vlaamse regering haar goedkeuring geven voor de kapitaaloperatie.

Het voorstel van decreet gaat daarmee overigens een stuk verder dan wat ze in Antwerpen van plan zijn. De privéaandeelhouders in het Antwerps Zorgbedrijf krijgen maar 25 procent in handen. Bovendien is ‘privé’ relatief: de leidende investeerder is Participatiemaatschappij Vlaanderen, voor 100 procent in handen van de Vlaamse overheid en onder het voorzitterschap van de Antwerpse schepen Koen Kennis (N-VA). De Vlaamse socialisten leggen uit dat net daar de reden ligt voor hun spreidstand: het minder verregaande Antwerpse plan steunen ze wel, de verdergaande Vlaamse decreetswijziging niet.

Groen en de PVDA zijn echter ook over Antwerpen kritisch. Andere investeerders zijn er Gimv - voor 27 procent in Vlaamse handen - en de commerciële spelers Aedifica en Vulpia. Het leidt tot de kritiek dat via dividenden geld zal wegstromen uit de zorg. In de hoorzittingen wees Johan Staes, een vertegenwoordiger van de commerciële rusthuizen, erop dat een investering betekent dat in de eerste plaats net geld binnenstroomt. Bij de recentste overname van een rusthuis meldde Aedifica dat het een netto-huurrendement van 4,5 procent boekt op dat vastgoed.

De keuken, de schoonmaak en zelfs de verpleging worden vandaag de facto soms al uitbesteed aan zelfstandigen.
Johan De Muynck
CEO Zorgbedrijf Antwerpen

In de hoorzittingen in het Vlaams Parlement maakte ook De Muynck bovendien duidelijk dat het net nodig is dat extra geld binnenkomt, omdat de overheid zich anders blijft terugtrekken uit de zorg. Publieke zorginstellingen, vaak onderdelen van het OCMW, nemen tegenwoordig 10 procent van de gezinszorg in Vlaanderen voor hun rekening, zei hij, terwijl dat vroeger twee keer zoveel was. Hij merkte op dat veel lokale overheden vandaag al veel activiteiten in hun zorgbeleid uitbesteden aan commerciële spelers: ‘De keuken, de schoonmaak en de technische dienst. Er zijn sale-and- lease-backoperaties rond vastgoed en zelfs de verpleging wordt de facto soms aan zelfstandigen uitbesteed.’ Een instroom van kapitaal van minderheidsinvesteerders moet die tendens helpen te keren.

En toch ligt het gevoelig. Dat komt onder meer omdat het Zorgbedrijf de vleugels wil uitslaan buiten het grondgebied Antwerpen. Het nam al een belang van 40 procent in het Aalsterse Mederi, een sociaal secretariaat voor 1.200 zelfstandige thuisverpleegkundigen. Vanuit de zorg bekeken houdt dat steek, omdat veel ouderen zo lang mogelijk thuis willen blijven voordat ze naar een rusthuis gaan. Maar buiten Antwerpen zien ze het als een manier om al aan klantenbinding te doen voor een rusthuisopname die pas later volgt.

Pragmatisme

De Vlaamse meerderheidspartijen deden er de voorbije twee jaar alles aan om van de privé-investeringen in de zorg geen symbooldossier te maken. De technocratische titel van de plannen zegt wat dat betreft alles: ‘Voorstel van decreet tot wijziging van deel 3, titel 4, hoofdstuk 1 en 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.’ Het verwoordt het pragmatisme, dat langzaamaan van onderuit aan het groeien was, onder druk van toenemende zorgnoden en beperkte budgetten.

Maar het gebeurt niet zonder slag of stoot. Sommigen vrezen dat het Vlaams Parlement de deur naar privé-investeringen veel verder openduwt dan in Antwerpen nodig is. Vlozo, de werkgeversorganisatie van de commerciële ouderenzorg, zag er eind vorige maand in de hoorzittingen al een eerste stap in naar een wereld met ‘dezelfde regels, financiering en voor- en nadelen voor alle woon-zorgcentra in Vlaanderen’. Dus ook voor de private.

In de laatste rechte lijn naar de finish werd het voorstel van decreet daardoor alsnog een symbooldossier over die twee politiek explosieve woorden in dezelfde zin: privatisering en zorg. Groen, de PVDA en Vooruit dienden vorige week nog nieuwe amendementen in op het voorstel van decreet, waarop ze meteen advies aan de Raad van State vroegen. De meerderheid zag daar ‘obstructiepolitiek’ in, maar moest knarsetandend toegeven dat het reglement het toelaat. De strijd over privégeld in de zorg is daarmee over de zomer heen getild, om in september weer los te barsten.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud