Vlaanderen blijft worstelen met aanpak coronacrisis

Antwerpen stelde woensdagavond voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog een avondklok in. ©BELGA

Geen zicht op wie waar besmet geraakt, een te lakse contactopsporing en een vooralsnog nutteloze ­registratieplicht in de horeca. Beschuldigende vingers wijzen naar het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid. ‘We krijgen het verwijt te laat te komen, maar er is net veel werk verzet.’

B ij de Antwerpse uitbraak van het ­coronavirus klaagden burgemeester Bart De Wever (N-VA) en de provinciegouverneur Cathy Berx over een gebrek aan gedetailleerde data over waar de besmettingen zich hadden voorgedaan. Nadat eerst lacherig werd gedaan over netflixende contactspeurders, blijkt het contactonderzoek niet te volstaan om een uitbraak in te dijken.

Bij dat contactonderzoek worden de gegevens die klanten achterlaten in de horeca vooralsnog niet gebruikt. Telkens wordt met een beschuldigende vinger naar het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid gekeken, de leidende Vlaamse administratie in de strijd tegen het coronavirus.

De data over het aantal besmettingen worden verzameld door het federale ­wetenschappelijke instituut Sciensano, dat ze doorspeelt aan de regionale zorgagentschappen. In Vlaanderen is dat het Agentschap Zorg en Gezondheid, waarvoor ­minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) bevoegd is. De informatie levert een belangrijk wapen op. Als geweten is waar het virus woekert, kunnen gerichte maatregelen worden genomen.

Geen data op wijkniveau

Data per gemeente zijn publiekelijk beschikbaar, op wijkniveau zijn ze dat niet. Toen het aantal coronabesmettingen in Antwerpen op 13 juli begon te stijgen, deden De Wever en Berx daarover hun beklag in de media. Zorg en Gezondheid werkt aan een dashboard waarop burgemeesters de cijfers terugvinden, maar dat zal pas op 1 augustus beschikbaar zijn. Woordvoerder Joris Moonens wijst erop dat al snel gegevens op wijk­niveau met de Antwerpse stadsdiensten werden gedeeld. ‘We hebben de informatie bezorgd waarover we beschikten’, zegt hij.

We zijn ons bewust van de kritiek dat alles te traag gaat.
Joris Moonens
Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid

Zorg en Gezondheid gaat ook zelf met de cijfers van Sciensano aan de slag. Het Agentschap gebruikt ze om aan contactonderzoek te doen. Wie met het corona­virus besmet is, wordt gecontacteerd en gevraagd zijn contacten door te spelen. Die mensen worden op hun beurt opgebeld en gevraagd zich te isoleren en te laten testen.

Althans, dat is de theorie. In de praktijk blijkt dat de contactopsporing met heel wat kinderziektes kampt. Er waren klachten over een te trage informatiedoorstroming, waardoor mensen pas enkele dagen na een positieve test van een contactpersoon werden gebeld. Er werd geklaagd over contacttracers die zich aan steriele vragenlijsten moeten houden en over een verbod om te vragen naar ‘privacygevoelige’ thema’s, waaronder op een bepaald moment zelfs het beroep van de ondervraagde. Goede contactopsporing wordt zo onmogelijk.

Daarenboven werd het aantal contactonderzoekers afgebouwd van 500 naar 150 nadat in juni, toen het aantal besmettingen laag lag, te veel personeel met de vingers had zitten te draaien. Intussen zijn dat er weer 300, al moeten dat er meer worden nu het aantal besmettingen fors toeneemt. ‘We zien het aantal telefoontjes stijgen’, zegt Moonens. In de week van 17 tot 23 juli ging het over 10.342 gesprekken, een verdubbeling tegenover de week voordien.

Mensen contacteren is één ding, iets doen met de vergaarde informatie is iets anders. Het is de bedoeling dat casemanagers clusters in kaart brengen. Als geweten is op welke plaats iemand besmet is geraakt - die vraag wordt vooralsnog evenwel niet gesteld - kunnen ook andere mensen die op die plaats waren worden opgespoord. Er komen ook mobiele teams die naar plekken kunnen gaan waar veel mensen besmet zijn geraakt om extra informatie in te winnen. In een ideale wereld wordt ook gecontroleerd of mensen zich aan hun quarantaine houden.

Nauwelijks tot geen controle op quarantaine

Zowel voor die casemanagers als voor de mobiele teams staan de vacatures nog open. Omdat dat gedeelte van de contact­opsporing nog niet actief is, missen we evenwel kostbare informatie. Bij gebrek aan casemanagers wordt ook nog niets gedaan met de klantenregistratie in de horeca die vorige week werd ingevoerd. Idem voor de quarantaine: daar is nauwelijks tot geen controle op.

De tekortkomingen in de corona-aanpak leiden bij veel burgemeesters tot ergernis. De regio rond Kortrijk wou daarom zelf beginnen met het opsporen van besmette personen, maar Zorg en Gezondheid ziet dat niet zitten. Het leidt er tot ergernis over het ‘amateurisme’ van het Agentschap. ‘Alle clichés over een niet-werkende administratie komen er samen’, klink het.

Het Agentschap Zorg en Gezondheid krijgt wel vaker het verwijt een starre overheidsinstantie zijn. Woorden als keizer-kostermentaliteit vallen vanwege de verregaande regeldrift. De sector wijst op het contrast met de federale overheidsdienst Volksgezondheid. Ook die kende problemen, want in het heetst van de crisis werd topman Tom Auwers tijdelijk opzijgeschoven. Maar de federale administratie kan vrijer werken en zo sneller schakelen, ­terwijl ze in Vlaanderen voor alles moet terugkoppelen naar het ministeriële kabinet. En laat Beke nu net de minister zijn die onder vuur kwam te liggen omdat hij te traag reageerde op de coronacrisis.

Je kan er dan wel een berg geld tegenaan gooien, maar als iets door een gebrek aan middelen jarenlang niet goed kon functioneren, kan je niet verwachten dat het in één twee drie vlot wordt getrokken.
Joris Moonens
Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid

‘We zijn ons bewust van de kritiek dat alles te traag gaat’, zegt Moonens. ‘Maar sinds februari zitten we in crisismodus en is het ene na het andere op ons afgekomen. We kunnen niet anders dan prioriteiten naar voren schuiven, die afwerken en dan aan het volgende beginnen. Er is zo ontzettend veel werk verzet.’ Hij wijst erop dat we er zowel qua beschermingsmateriaal als qua testcapaciteit beter voorstaan dan tijdens de eerste golf en dat ook qua contacttracing belangrijke stappen zijn gezet.

In de administratie wordt er bovendien op gewezen dat jarenlang nauwelijks werd geïnvesteerd in epidemiepreventie. ‘Dan moet je niet verbaasd zijn dat de administratie niet klaar is. Je kan er dan wel een berg geld tegenaan gooien, maar als iets door een gebrek aan middelen jarenlang niet goed kon functioneren, kan je niet verwachten dat het in één twee drie vlot wordt getrokken. Zelfs niet als iedereen zich kapot werkt.’

Het leidt ertoe dat de administratie op zijn tandvlees zit. De hoop was dat het virus ons tot september respijt zou geven. Daardoor zou de tijd ontstaan om wat uit te blazen en alle structuren op orde te krijgen. ‘Dat is helaas niet gelukt’, zegt Moonens. ‘Je kan dat aan de contacttracing wijten, maar het is ook een gevolg van ons gedrag. We zijn met zijn allen te veel contact beginnen te hebben, waardoor het virus zich gemakkelijk kon verspreiden.’

Wat is het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid?

Het Vlaams Agentschap Zorg en ­Gezondheid is de administratie achter het Vlaamse welzijnsbeleid. Het is verantwoordelijk voor die deeldomeinen van de zorg waarvoor Vlaanderen bevoegd is. Het gaat dan onder meer over een deel van het ziekenhuizenbeleid, de ouderenzorg, de zorg voor personen met een beperking en delen van de geestelijke gezondheidszorg. Omdat Vlaanderen ook bevoegd is voor preventie speelt het een belangrijke rol in het bestrijden van epidemieën. Bij het agentschap werken 314 personeelsleden. Het wordt sinds 2014 geleid door Dirk De Wolf, een voormalige CD&V-cabinetard. De administratie volgt de bevoegdheid van Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V).

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud