nieuwsanalyse

Waarom schiet iedereen op het katholiek onderwijs?

Lieven Boeve, de topman van het katholiek onderwijs. ©Debby Termonia

Het katholiek onderwijs is kop van Jut in het onderwijsdebat. Hoe komt dat? En wat moet beter?

Het katholiek onderwijs zit in de hoek waar de klappen vallen. Een nieuwe studie van de KU Leuven legde deze week opnieuw de vinger op de wonde: het Vlaams onderwijs behoort niet langer tot de wereldtop. De afgelopen 15 jaar ging Vlaanderen er in verschillende onderwijsstudies op achteruit. Dat geldt zowel voor het gemiddelde niveau als voor de toppers. 

N-VA-partijvoorzitter Bart De Wever en Open VLD-partijvoorzitster Gwendolyn Rutten wijzen daarvoor met de vinger naar de katholieke onderwijskoepel en zijn topman Lieven Boeve. Uit de studie blijkt dat het katholiek onderwijs de zwaarste klappen krijgt.

'De vrije val van het katholiek onderwijs heeft een naam: struisvogelpolitiek van Lieven Boeve', tweette Rutten maandagavond. 'Blaast warm en koud tegelijk, komt met oorzaken die geen oorzaak kunnen zijn (eindtermen), schrapt uren Nederlands en weigert te luisteren naar leerkrachten.'

Ook De Wever, wiens partij graag de volgende minister van Onderwijs wil leveren, legt de bal in het kamp van de katholieke onderwijskoepel. 'Het katholiek onderwijs heeft de lat altijd hoger gelegd. Dat heeft het blijkbaar losgelaten', zei hij in het VRT-programma 'Terzake'. 'We zijn afgegleden naar pretpedagogie.'

Geloof ze niet, diegenen die beweren dat je met de afschaffing van de koepels het onderwijs kunt financieren.
Lieven Boeve
topman katholiek onderwijsnet

De Wever verwijst naar de hervorming van het secundair onderwijs en het idee van een brede eerste graad waarbij leerlingen pas op 14 jaar hun studiekeuze maken. 'Vroeger was het katholiek onderwijs een baken tegen dat soort vernieuwingen. Vandaag lijkt de koepel bijna de ergste promotor van die nivellering naar beneden. Weg met het Latijn, weg met de colleges, een brede eerste graad.'

Het is opvallend dat het katholiek onderwijs zo geviseerd wordt, want de alarmbellen gelden voor het hele Vlaamse onderwijs. Meer zelfs, voor leesvaardigheid bijvoorbeeld scoort het GO!, het vroegere gemeenschapsonderwijs, het slechtst. Maar dat blijft samen met de andere kleinere onderwijsverstrekkers in de hele discussie onder de politieke radar. 

Katholieke zuil

Hoe komt dat? Het katholiek onderwijs is natuurlijk veruit de grootste speler. Zijn marktaandeel gaat er licht op achteruit, maar twee derde van de Vlaamse leerlingen gaat nog steeds naar een katholieke school.

Als de onderwijskwaliteit daalt, verwacht de politiek dat de katholieke koepel als grootste speler zijn verantwoordelijkheid neemt. Die verwachting is er des te meer omdat katholieke scholen zich ook zo profileerden. De K staat voor katholiek, maar evengoed voor kwaliteit, luidt het in katholieke scholen. Ze verwijzen daarmee naar het jezuïetenmotto 'Plus est en vous'. 

Ook de strijd tegen de eens zo machtige katholieke zuil speelt mee in de kritiek op het katholiek onderwijs. Net zoals de N-VA op federaal niveau de macht van de vakbonden en ziekenfondsen wil inperken, vindt ze dat op Vlaams niveau de onderwijskoepels te veel het onderwijslaken naar zich toetrekken.

Electoraal belangrijk

De Wever zei al expliciet dat hij de minister van Onderwijs wil leveren omdat hij vindt dat de huidige Vlaamse minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) te dicht bij de onderwijskoepels staat. Net zoals vicepremier Kris Peeters (CD&V) zich volgens de N-VA te veel de wet laat dicteren door de vakbonden, luistert Crevits volgens hen te veel naar de orders van de Guimardstraat, waar de katholieke onderwijskoepel gevestigd is.  

Zowel op het kabinet als op de Guimardstraat wordt die kritiek weggewuifd. Crevits is zelfs op sommige vragen van het katholiek onderwijs niet ingegaan omdat het dan te veel op een katholiek een-tweetje zou lijken. 'Het was soms gemakkelijker werken met een socialistische minister die niet tegen die perceptie moest strijden', zucht men in de Guimardstraat.  

De Wever speelt ook handig in op een conservatievere groep kiezers. Er staan bijna 200.000 mensen in het onderwijs. Dat maakt van hen, samen met hun directe omgeving, een belangrijke electorale groep. Het grootste deel van hen staat voor de klas in een katholieke school.

Ook veel ouders delen de bezorgdheid van veel leerkrachten over de kwaliteit van het onderwijs. Twee maanden voor de verkiezingen is het dus niet toevallig dat verschillende partijvoorzitters op het onderwijsthema springen.

Open oorlog

In die strijd tussen de politiek en het katholiek onderwijs helpt de figuur van topman Lieven Boeve niet. Hij doet geen enkele poging om de banden met de N-VA te verbeteren. Integendeel, hij waarschuwde de partij al expliciet dat ook een N-VA-minister met het katholiek onderwijs zal moeten samenwerken als hij iets wil realiseren.

Zeker achter de schermen is Boeve niet bang om zijn macht in het onderwijs uit te spelen. Dat bruuskeert de N-VA en Open VLD, die vinden dat hij als niet-verkozen vertegenwoordiger van het middenveld zijn plaats moet kennen. Niet iedereen in het katholiek onderwijs vindt die strategie overigens even verstandig.

Een open oorlog met een volgende minister houdt volgens sommigen te veel risico's in voor een koepel die al marktaandeel verliest en waarvan sommigen de maatschappelijke positie constant in vraag stellen. 

Gelijke kansen

Zijn omvang, historische rol en topman maken dus dat de katholieke onderwijskoepel constant in vraag wordt gesteld. Is dat ook terecht? De Wever wijt de kwaliteitsdaling aan de hervormingsdrang van de Guimardstraat. Die voerde nieuwe leerplannen in in het basisonderwijs, wilden een uur Nederlands schrappen in het secundair en stimuleerden scholen de stap te zetten naar grotere schoolbesturen. 

Maar de koepel kan in theorie niet meer dan richtlijnen aan zijn scholen bezorgen. De school kiest zelf of ze daarmee aan de slag gaat of niet. Dat de koepel het Latijn of de colleges wou afschaffen, zoals De Wever maandag zei, klopt overigens sowieso niet. 

Hoe komt het dan dat de kwaliteit daalt? Er zijn heel wat oorzaken. De maatschappij verwacht meer van het onderwijs waardoor leerkrachten en directeurs zich ook met allerlei zaken moeten bezighouden naast het lesgeven. Het groeiend aantal anderstalige leerlingen is een extra uitdaging, net zoals het M-decreet, waardoor meer leerlingen met een beperking in het gewoon onderwijs zitten. 

Uitdaging

Veel leerkrachten en inspecteurs geven aan dat de focus - bijvoorbeeld onder de socialistische minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke - te veel op gelijke kansen lag waardoor het streven naar excellentie in het gedrang kwam. De verklaring van Boeve is gelijkaardig. Volgens hem lag de focus de laatste jaren te veel op de eindtermen, de minimumlat die de overheid bepaalt voor wat leerlingen moeten kennen en kunnen.

Historisch was het zo dat naast die eindtermen elke leerling op zijn niveau werd uitgedaagd. Daar wil het katholiek onderwijs opnieuw werk van maken, zei Boeve maandag in het VRT-programma 'Terzake'. 

Hij wees er ook op dat de klassen diverser en groter zijn geworden wat extra druk op de leerkrachten zet. 'Investeren in onderwijs is nodig. Extra geld alleen is niet de oplossing, maar er is wel een actieplan voor het basisonderwijs nodig.' 

Extra geld

Voor extra geld is er politiek weinig animo. De groeiende groep leerlingen die de komende jaren naar het secundair onderwijs gaat, leidt sowieso tot een verdere verhoging van het onderwijsbudget. Bovendien geeft ons land al vrij veel  uit aan onderwijs. 5,3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) gaat op dit moment naar onderwijs. Dat is een pak meer dan het OESO-gemiddelde van 4,5 procent (zie grafiek).

Open VLD en de N-VA willen het huidige budget vooral efficiënter inzetten. Volgens de liberalen en de Vlaams-nationalisten zijn er te veel mensen die wel in het onderwijs werken, maar niet voor de klas staan. Daarmee viseren ze opnieuw de koepels die volgens hen te veel opleggen en de scholen te weinig ondersteunen. 

Een recent kritisch rapport gaf hen daarvoor extra munitie. De overheid financiert op dit moment de pedagogische begeleidingsdiensten die voor de onderwijskoepels werken. Zij ondersteunen leerkrachten en directies om de kwaliteit van het onderwijs hoog te houden. Maar die pedagogische begeleidingsdiensten zijn nog te weinig actief in de klas, bleek uit een evaluatie

De verschillende politieke partijen grepen dat meteen aan om te pleiten voor een hervorming van de pedagogische begeleiding. De Wever herhaalde dat deze week. Er zijn te veel mensen actief in het onderwijs die niet voor de klas staan of niet bezig zijn met de ondersteuning van de leerkracht. Lees: haal het geld weg bij de koepels en investeer het in de scholen.

Afschaffing koepels

42 miljoen
Katholiek Onderwijs Vlaanderen
Boeve wijst erop dat de kostprijs van Katholiek Onderwijs Vlaanderen 42 miljoen euro bedraagt, waarvan een deel bestaat uit ledenbijdragen van de scholen.

Boeve voelt de bui hangen. Hij wijst er in zijn boek 'Het evangelie volgens Lieven Boeve' op dat de kostprijs van Katholiek Onderwijs Vlaanderen 42 miljoen euro bedraagt, waarvan een deel bestaat uit ledenbijdragen van de scholen. Ter vergelijking: het totale onderwijsbudget is 13,2 miljard euro.

'Dat is inderdaad veel geld', schrijft Boeve. 'Dan moet je je de vraag stellen wat je met die 42 miljoen euro kunt doen.' Hij wijst erop dat je met 42 miljoen in elke basisschool gedurende één dag per week een administratief medewerker kan aanstellen. Maar basisscholen hebben nood hebben aan een voltijdse medewerker. Je zou er ook één grote of een paar kleinere scholen mee kunnen bouwen terwijl voor 3 miljard euro projecten op de wachtlijst voor scholenbouw staat.

Tegelijkertijd zouden scholen dan niet geen beroep meer kunnen doen op juridische, administratieve en pedagogische ondersteuning vanuit de koepelorganisatie en dus opnieuw geld moeten uitgeven voor die diensten. 'De prijs van dat alles zal de ledenbijdrage aan Katholiek Onderwijs Vlaanderen en de gehele kostprijs van onze organisatie vele malen overstijgen. Geloof ze niet, diegenen die beweren dat je met de afschaffing van de koepels het onderwijs kunt financieren.'

Wat dan wel?

Wat moet dan gebeuren? De vraag komt hoe dan ook op het bord van de volgende minister van Onderwijs. In december verschijnen de resultaten van het driejaarlijkse PISA-onderzoek, een internationale onderwijsvergelijking. Experts gaan ervan uit dat Vlaanderen ook daarin zal zakken.

Opvallend is dat De Wever ervoor pleit om de kwaliteitsdaling tegen te gaan door vooral zoveel mogelijk bij het oude te laten. Hij wil in de volgende regeerperiode enkel werk maken van een hervorming van de lerarenloopbaan. Er moet volgens hem vooral rust komen.

Rutten pleit dan weer voor een centraal eindexamen zodat de kwaliteit van het onderwijs beter gemeten wordt. Daarmee gaat ze lijnrecht in tegen haar onderwijsspecialist Jo De Ro, die in het Vlaams Parlement heel wat bedenkingen plaatste bij zo'n examen. 

Dat de partijvoorzitters zich opeens met allerlei nieuwe voorstellen en slogans opeens in het onderwijsdebat mengen, wordt niet bij elke partij evenveel gesmaakt. Maar het toont wel dat het onderwijs - met 13 miljard ook de grootste hap uit het Vlaamse budget - voor veel partijen dé inzet is van de Vlaamse kiesslag.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud