interview

Wouter Beke: ‘Vandaag heeft iedereen het gevoel dat hij tekortschiet'

Wouter Beke werkt vanuit een bijna leeg gebouw in een bijna lege stad. 'In een storm hoort een kapitein op de brug te staan.' ©saskia vanderstichele

Ook voor corona was Wouter Beke al minister van ‘nooit genoeg’. Het tekort aan maskers en testen in de woon-zorgcentra plaatst hem helemaal in een storm. Beke blijft zichzelf. ‘Mijn reputatie is het laatste van mijn zorgen. Het is gaan en niet omzien.’

De Vlaamse minister van Welzijn en Volksgezondheid Wouter Beke (CD&V) bestiert de coronacrisis vanuit een dode stad. De Noordwijk in Brussel is sowieso al niet de meest bruisende buurt, maar dezer dagen heerst er alleen leegte. 

‘Veel medewerkers werken thuis, maar ik kom liever naar Brussel. Uiteindelijk zit ik hier vooral conferencecalls te houden, maar een kapitein moet op de brug staan als het stormt. En het stormt op meerdere fronten: gezondheidszorg, economie, maar ook welzijn. Ik denk dat ons zorgsysteem bewijst dat het grote crisissen aankan. In de ziekenhuizen is de capaciteit opgedreven en ook met onze Vlaamse schakelzorgcentra verlagen de we druk. Maar daarnaast mag je echt niet onderschatten wat wekenlange isolatie doet met mensen. Er zijn woon-zorgcentra die ervoor kiezen om - tegen ons advies in - bejaarden op de kamer te houden. Wel, de psychologische impact van opgesloten te zitten in een ruimte van 10 vierkante meter is gigantisch. Dat is de spagaat die wij moeten overbruggen.’

Kunt u er nog van slapen?

Wouter Beke: ‘Ik ben tien jaar partijvoorzitter geweest en dus heb ik geleerd om mijn werk niet mee te nemen naar de slaapkamer. Maar nooit heb ik als voorzitter over leven en dood moeten gaan. En ja, het is gemakkelijk vanaf de kant te staan roepen dat de rusthuizen in brand staan en dat keiharde maatregelen genomen hadden moeten worden. Maar als je berichtjes krijgt van bejaarden die je meedelen ‘liever dood, dan alleen’, hakt dat erin.’

‘De mensen die in zorgcentra werken, worden met datzelfde dilemma geconfronteerd. Het indijken van een gezondheidscrisis moet primeren. Maar tegelijk werk je wel met mensen die in de laatste fase van hun leven zitten en een waardig einde verdienen. Mensen kunnen sterven aan corona, maar ook van eenzaamheid.’

Misschien was dat dilemma er nooit geweest als het personeel wel gewapend was met mondmaskers. De onvrede over hoe verzorgers onbeschermd de strijd moeten aangaan, is gigantisch.

Beke: ‘Ik begrijp dat. De realiteit is dat het Westen voor dat soort producten erg afhankelijk is geworden van de Chinese markt. En dat je dus een probleem krijgt als China beschermproducten voor zichzelf begint te houden. De globalisering heeft veel weldaad gebracht, maar ook nadelen. Maar we hebben niet stilgezeten. We hebben heel snel extra bestellingen geplaatst - in China, maar ook in Europa. Tien dagen geleden is de eerste vracht aangekomen met miljoenen maskers voor de woon-zorgcentra en er zijn er nog 9 miljoen op komst. We doen wat we kunnen, maar de hele wereld is momenteel op zoek. En het is elk voor zich. In Duitsland, Turkije en Frankrijk zijn vrachten tegengehouden die naar België onderweg waren.’

Waardoor je plots met waardeloze mondmaskers uit Colombia opgescheept zit, verpakt in bananendozen.

Beke: ‘Wel ja, we zijn een maand geleden begonnen wereldwijd te zoeken naar maskers. Massaal en van alle soorten. Pas als ze geleverd worden, weet je of ze deugen of niet. Als dat dan niet het geval blijkt, dan moeten we ze afkeuren. Maar ik sta achter onze strategie. Hadden we de voorbije weken alleen maar bestellingen geplaatst waarbij we 200 procent zeker waren dat alles perfect in orde zou komen, dan hadden we er vandaag geen. Ook Nederland heeft al maskers moeten terugsturen, Spanje testkits en een Duitse lading verdween in Kenia. Je krijgt plots te maken met bedrijven die je niet helemaal kent… Ongelofelijk hoeveel Vlamingen er zijn die contacten hebben in China. (grijnst)’

Het had geholpen als er een nationale stock was geweest. Die was er, maar hij werd vernietigd. Een politieke fout van de federale overheid?

Beke: ‘Ik voel echt niet de behoefte daar veel tamtam over te maken, want dat helpt nu werkelijk niemand vooruit. Wat brengt het ons bij om ‘wat als’-discussies te voeren en politieke spelletjes te spelen? Wat kunnen we nu doen om de crisis te beheersen? Dat is het enige waar ik mee bezig ben.’

Intussen zijn honderden rusthuisbewoners vrijwel zeker besmet door personeel, want sinds 12 maart laat u geen bezoek meer toe. Dat is pijnlijk.

Beke: ‘Pas op, corona kan ook voor 12 maart al in rusthuizen binnengekomen zijn. Met een incubatieperiode van meer dan tien dagen is dat ook reëel. Plus, je kan zwaar zorgbehoevende mensen ook niet helemaal in quarantaine zetten. Er komen ook mantelzorgers, huisdokters, en verplegers binnen. Nulrisico bestaat niet.’

Het had wel geholpen als het zorgpersoneel regelmatig werd getest op besmetting. Tot nu is dat nauwelijks gebeurd, tot grote woede van de mensen op het terrein.

Beke: ‘Ik heb tien dagen geleden al via de interministeriële conferentie opgeroepen de focus op de woon-zorgcentra te leggen, zodra de Belgische testcapaciteit kon worden opgedreven. Op dat punt zijn we nu aangekomen en mijn vraag is ook gehonoreerd. Maar u hebt gelijk, hé. Die analyse hebben wij hier zelf ook gemaakt. Maar tot nu hadden we nu eenmaal niet de capaciteit om 10.000 tests per dag te doen. Dat is gelukkig aan het veranderen.’

Hebt u het gevoel dat u tekortschiet?

Beke: ‘In deze crisis heeft iedereen wel het gevoel dat hij op een of andere manier tekortschiet. In de hele wereld had niemand een draaiboek voor een pandemie als deze. En toen een maand geleden de eerste besmetting werd vastgesteld, heeft geen enkele specialist kunnen inschatten waar we vandaag zouden staan. Maar het heeft geen zin achterom te kijken. We moeten handelen, de crisis beheersen. De echte stresstest is het personeel. Op dit moment zitten we met een uitval van 5 procent, wat nog meevalt, maar de medewerkers van ziekenhuizen en woon-zorgcentra hebben het heel zwaar.’

Hoe vaak hebt u de voorbije weken gedacht: partijvoorzitter was een toffe job?

Beke: ‘Daar heb ik geen tijd voor gehad.’

En hoe vaak hebt u gefoeterd op de zesde staatshervorming, die de bevoegdheden in de zorg versnipperd heeft?

Beke: ‘Nog geen seconde. Met overleg en afspraken kan je alles oplossen. Wij opereren dezer dagen heel snel en heel direct. Als er een grijze zone is, neem ik mijn telefoon, bel ik naar minister van Volksgezondheid Maggie De Block en zoeken we samen een oplossing. Strikt genomen is de federale overheid bevoegd voor de thuisverpleging. We hadden kunnen zeggen dat we niks voor die sector hoeven te doen, maar we hebben er toch mondmaskers voor gekocht. We gaan toch nu geen communautaire strijdjes beginnen te voeren?’

Wat zegt deze crisis over besparingen op de sociale zekerheid?

Beke: ‘Dat België op weinig domeinen op de eerste rij staat, maar dat onze gezondheidszorg er toch mag zijn. Iedereen kan er een beroep op doen en toch is het in verhouding tot het bruto binnenlands product geen buitensporig duur systeem. Het is hout vasthouden, maar nu is een op de twee bedden in de intensieve zorg bezet. Ik hoop dat we dit gaan aankunnen - wat niet elk land kan zeggen. Is alles helemaal goed gelopen? Nee, natuurlijk niet. Daar kunnen we het later over hebben. Nu eerst de crisis aanpakken.’

U bent sinds uw overstap naar de Vlaamse regering bedolven onder kritiek en nu komt dit er nog eens bij. Hoe komt de politicus Wouter Beke hieruit?

Beke: ‘Gaan en niet omkijken. Ik werk 18 uur per dag om het schip door deze storm te loodsen. Ik heb simpelweg geen tijd om aan mijn reputatie te denken. Ik heb als voorzitter ook nooit dingen gedaan omdat ik dacht applaus te krijgen. Ik heb gedaan wat ik dacht dat nodig was.’

Wanneer mogen we weer buiten, denkt u?

Beke: ‘Veel zal afhangen van tests en een eventueel vaccin, maar het is duidelijk dat we dit niet onmiddellijk uitgezweet hebben. Het zal een gradueel proces zijn, waarbij we eerst het economisch leven opnieuw in gang proberen te trekken. Het heropstarten van het sociale leven zal pas in een latere fase komen. Tegen het schepencollege van Leopoldsburg heb ik gezegd dat ze maar beter een plan B kunnen voorbereiden voor de zomerevenementen.’

Kunnen we op vakantie deze zomer?

Beke: ‘Ik zou er toch niet al te veel geld op zetten. Aan mijn kinderen heb ik gezegd dat ze niet moeten denken dat ze op buitenlands kamp kunnen.’

En een binnenlands kamp?

Beke: ‘Ik heb hen deze week een kwartier gezien. Ik wou hen toch nog een beetje hoop geven. (lacht)’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud