nieuwsanalyse

Ceci n'est pas une crise politique

De Brusselse regering vergaderde vorige week alsof er niets aan de hand was. ©BELGA

De lilliputpartij cdH dropte afgelopen week een bom in Franstalig België door de PS uit de Brusselse en de Waalse regering te schoppen. Het gevolg is dat de politiek in Franstalig België maandenlang op zijn gat zal liggen. En de politici? Die hielden de schijn hoog en deden alsof ze in alle ernst verder werkten.

Politiek België bewees afgelopen week eens te meer dat we het land zijn van de surrealistische schilder René Magritte. De Brusselse regering hield afgelopen donderdag een ministerraad en deed alsof er niets aan de hand was. Ze hadden er net een ‘goed gevulde’ en constructieve vergadering op zitten, klonk het.

Dat het cdH van Benoît Lutgen drie dagen eerder de stekker uit de Brusselse en Waalse regering had getrokken, werd zonder blozen genegeerd. ‘We zijn hier om te werken’, verklaarde nota bene cdH-minister Céline Fremault.

Het ging om een staaltje van slecht politiek theater. Want achter de schermen is een vuile oorlog bezig tussen de Franstalige partijen, een oorlog die zowel de Brusselse als Waalse regering maandenlang zal verlammen.

De coup van cdH-voorzitter Benoît Lutgen is een poging om het cdH op zowat een jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen van de ondergang te redden.

De aanstoker van dienst is Lutgen. Hij zit met zijn cdH zowel in de Brusselse als in de Waalse regering en kondigde maandag aan dat hij niet langer met de door schandalen geteisterde PS in één regering wil blijven. ‘De politiek moet dienen, niet zichzelf bedienen. Elk schandaal is een handicap voor de werking van de regering’, fulmineerde de cdH-voorzitter. Hij riep de andere Franstalige partijen - de MR, DéFI (het voormalige FDF) en Ecolo - op om een alternatieve meerderheid te vormen.

Lutgen deed daarmee een schuldbekentenis die kan tellen. Hij geeft daarmee toe dat hij in 2014 de verkeerde keuze heeft gemaakt.

Hij had toen een uitgelezen kans om van de PS af te geraken, indien hij had gekozen voor een centrumrechtse regering met de MR. Dat had hem ook de kans gegeven tot de federale regering toe te treden. De MR en CD&V drongen daar op aan. De MR om niet als enige Franstalige partij te moeten zetelen in een ‘kamikazeregering’. En CD&V omdat ze dan niet de enige ‘linkse’ partij was in de centrumrechtse regering.

Maar Lutgen koos voor de PS. De veiligste keuze, dacht hij. De PS dreigde vanuit de oppositie te veel te schieten op het cdH.

Schaduw

Maar nu ziet de cdH-voorman dus in dat hij verkeerd was. Zijn partij raakte de afgelopen jaren nooit uit de schaduw van grote broer PS en stelt electoraal nog nauwelijks iets voor. De coup van Lutgen moet dus gezien worden als een poging om het cdH op zowat een jaar van de gemeenteraadsverkiezingen van de ondergang te redden. De schandalen bij de PS waren het perfecte excuus.

PS-voorzitter Elio Di Rupo zette meteen in de verf dat Lutgen spelletjes speelt. ‘Het is ongelofelijk dat Lutgen zijn coalitiepartner beschuldigt, simpelweg omdat hij in zijn eigen partij verdeeldheid en zwakheid voelt en hij een grote mediatieke coup probeert te plegen.’

De demarche van Lutgen is voor de MR een uitgelezen kans om overal in het land de leiding te nemen, iets waar de partij al jaren van droomt. Maar de Franstalige liberalen reageerden afwachtend. Niet omdat ze niet willen, want ze staan te popelen om de macht te grijpen. Maar omdat ze niet willen overkomen als een partij die het enkel om de postjes te doen is.

Ook DéFI speelde het spel magistraal. DéFI-voorzitter Olivier Maingain weigerde aanvankelijk in te gaan op een uitnodiging van Lutgen voor een gesprek. Eerst moest het cdH zelf grote kuis houden en iedereen die in opspraak is gekomen aan de kant schuiven. Maingain doelde op het Brusselse cdH-kopstuk Joëlle Milquet. Zij is in beschuldiging gesteld omdat ze haar kabinet had ingezet voor haar verkiezingscampagne.

Maingain speelt het hard, in de hoop zo veel mogelijk binnen te halen. Stilletjes droomt hij zelfs van het minister-presidentschap in Brussel, goed wetende dat ze niet zonder zijn partij kunnen om een regering in Brussel te vormen.

Oorlog

Terwijl Lutgen de rol van formateur op zich nam, probeerden de socialisten te redden wat er te redden valt. Brussels minister-president Rudi Vervoort (PS) maakte duidelijk dat een regering zonder het cdH in Brussel ook mogelijk is, een regering PS-DéFI-Ecolo.

Maingain houdt dat scenario achter de hand, om zo veel mogelijk binnen te halen bij de onderhandelingen met Lutgen.

Het ziet er dus naar uit dat de oorlog in Franstalig België nog niet direct voorbij is. Intussen kunnen de 258 parlementsleden van het Brussels en Waals Parlement en het Parlement van de Franse Gemeenschap met vervroegd verlof, want zolang de regeringen in lopende zaken zijn, zullen ze ook niet veel kunnen uitrichten.

Als het stof is gaan liggen en de communicatie-oorlog is uitgevochten, wordt wellicht een regering zonder de PS op de been gebracht in Brussel en Wallonië. Ongetwijfeld zal dat gevolgen hebben voor heel het land. Als nu centrumrechtse regeringen in de steigers worden gezet op regionaal niveau, is de kans reëel dat er meteen afspraken worden gemaakt om ook na 2019 dezelfde coalitie te vormen op het federale niveau.

Premier Charles Michel (MR) kijkt allerminst ongerust naar de evolutie in Franstalig België. Een regering-Michel II is plots veel realistischer. Bij de MR stonden ze niet te springen om opnieuw voor vijf jaar als enige Franstalige partij in een federale regering te zitten. Maar nu het cdH heeft gekozen voor centrumrechtse regeringen op het regionale niveau, zal het dat ongetwijfeld ook doen op het federale, zodat de MR de gewenste versterking krijgt.

Blufpoker

Terwijl de Franstalige politici politieke blufpoker speelden, ontsnapte Brussel afgelopen week op het nippertje aan een drama. In het station Brussel-Centraal is een aanslag mislukt. Een man bracht er een bom tot ontploffing, maar gelukkig vielen er geen doden en gewonden. De bom kwam maar gedeeltelijk tot ontploffing, waarna een militair de dader kon doodschieten.

In plaats van een discussie over hoe we dergelijke aanvallen kunnen vermijden, volgde een schaamteloos staaltje van politieke recuperatie.

De N-VA zag in het optreden van de militair het bewijs van haar grote gelijk. ‘Ik ga de eerste militair die ik tegenkom omhelzen’, kondigde N-VA-staatssecretaris Zuhal Demir aan. En ze deed dat ook.

De partij is altijd een groot voorstander geweest van de aanwezigheid van militairen op straat. Dat in tegenstelling tot een aantal andere partijen. Toen Groen-voorzitster Meyrem Almaci de veiligheidsdiensten bedankte voor hun optreden in Brussel-Centraal kreeg ze er op Twitter van langs van N-VA-staatssecretaris Theo Francken. ‘Ik dacht dat je tegen militairen op straat was? En nu plots voor?’, tweette hij.

Vanuit linkse hoek klonk het dan weer dat het niet de militairen waren die de aanslag hadden vermeden. Het was door het amateurisme van de dader en niet door het ingrijpen van de soldaten dat er geen slachtoffers waren gevallen.

En toen bekendraakte dat de terrorist uit Molenbeek kwam, kreeg minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) kritiek omdat hij had beloofd dat hij ‘Molenbeek zou opkuisen’.

Zo ging het de hele dag door. In plaats van dat zo’n verijdelde aanslag ons versterkt, verdeelt het ons. Ook dit is België. Ook dit is surrealistisch. Maar zonder de humor van René Magritte.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect