Advertentie
analyse

'Crisismanagement hapert bij nazorg grote rampen'

De Waalse regering richt een ad-hoccommissie op voor de heropbouw na de watersnood. ©EPA

De Waalse regering richt een bijzonder commissariaat met experten op om Wallonië na de overstromingen weer op te bouwen. Dat de overheid die structuur in volle crisis nog moet opstarten, legt volgens specialisten gebreken in het Belgische crisismanagement bloot. ‘Je zag het bij corona, en je ziet het nu weer.’

‘Toch niet wéér een onderzoekscommissie’, denkt Hugo Marynissen, expert in crisismanagement. Zowel de minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) als de Waalse regering kondigde na de verwoestende watersnoodramp in Wallonië aan dat ze wilden bestuderen of er fouten zijn gemaakt. Het is een reactie op de kritiek over de hulpverlening tijdens en vlak na de natuurramp.

‘Een typisch Belgische gewoonte’, zegt Marynissen. ‘Na een ramp richten we een commissie op om te onderzoeken wat er misging. Daaruit moeten we dan leren hoe we zo’n ramp in de toekomst moeten aanpakken. Na de gasexplosie in Gellingen hebben we ons voorbereid op de volgende grote gasramp. Sindsdien is er geen meer geweest. Hetzelfde na de treinramp in Buizingen, de terroristische aanslagen in Brussel en Zaventem, en Covid-19.’

De essentie

  • Experts vinden dat de overheid niet goed voorbereid is op de nazorg bij grote rampen.
  • Ons land maakte tijdens de coronacrisis en na de watersnoodramp in Wallonië telkens dezelfde fouten. Die worden veroorzaakt door een gebrek aan coördinatie op het terrein.
  • De oprichting van een interfederaal rampenagentschap met specialisten, die bevelen op het terrein kunnen uitvoeren, kan een oplossing zijn. Al lijkt daar politiek weinig animo voor.

Marynissen evalueerde het crisisbeheer van de regering tijdens de coronapandemie. Hij was lid van het vierkoppige expertenpanel van de bijzondere Kamercommissie. Een dag nadat de commissie haar werk had beëindigd, stond Wallonië onder water. ‘Ik zag de fouten die we in ons rapport omschreven opnieuw gebeuren. Weer was België niet voorbereid op een ramp.’

De provincies Namen en Luik waren gelijktijdig een telefooncentrale aan het oprichten, met verschillende nummers.
Hugo Marynissen
Expert in crisismanagement

De crisis die bij uitstek de gebreken van het Belgische crisismanagement blootlegde, was de coronacrisis. De regering had meermaals af te rekenen met lokale bestuurders die hun eigen regels invoerden, of de federale regels niet wilden handhaven. Er was het akkefietje met de West-Vlaamse gouverneur Carl Decaluwé (CD&V), die een verbod op binnenactiviteiten voor kinderen na een half uur weer introk, na kritiek van enkele ministers. Marynissen: ‘Ook bij de watersnood in Wallonië zijn er voorbeelden van ongecoördineerd lokaal beleid. De provincies Namen en Luik waren gelijktijdig een telefooncentrale aan het oprichten, met verschillende nummers.'

Nazorg

‘Bij grote rampen die de samenleving ontwrichten, ontstaan telkens problemen’, zegt Marynissen. ‘Toegegeven, in 90 procent van de gevallen gaat het goed. De recente instorting van het schoolgebouw in Antwerpen, zoiets kunnen de hulpdiensten prima coördineren. Maar ons systeem hapert als het gaat over de nazorg bij rampen. Als we de (langdurige) gevolgen van een systeemcrisis moeten managen, gaat het mis. In het crisiscentrum bepaalt de minister of het kernkabinet dan wat er moet gebeuren. Ze nemen bijvoorbeeld de beslissing om mensen te evacueren. Maar de verschillende lokale overheden moeten nog altijd dat ‘bevel’ op het terrein uitvoeren. In de praktijk heeft dat tijdens de coronacrisis en bij de overstromingen niet gewerkt.’

Uit veel dorpen kwam geen hulpvraag, omdat ze compleet verwoest waren. Niemand dacht eraan verkenners uit te sturen.
Bert Brugghemans
Brandweercommandant

De Antwerpse brandweercommandant Bert Brugghemans en zijn collega’s ondervonden dat na de watersnood. ‘De eerste 48 uur hebben we acute noodhulp verleend. We reden het terrein op en begonnen gewoon te helpen waar dat nodig was. Daarna kom je in een andere fase. Er is nog altijd humanitaire hulp nodig, maar niemand kan dan aangeven wáár precies. Daardoor zaten onze ploegen soms lang niets te doen. In de media is daar een communautair relletje van gemaakt. Dat was het natuurlijk helemaal niet. Die situatie ontstaat door fouten in het systeem. Uit veel dorpen kwam bijvoorbeeld geen hulpvraag, omdat ze compleet verwoest waren. Niemand dacht eraan verkenners uit te sturen. Dat toont een gebrek aan expertise.'

De trage opstart van hulpverlening via het Waalse Rode Kruis is een symptoom van hetzelfde probleem. Brugghemans: ‘Dat is geen kritiek op het Rode Kruis, maar het toont aan dat vooraf niets bedacht was om die hulp op te starten. Daardoor krijg je allerlei initiatieven voor hulp, maar blijven professionals en materiaal in de kazerne zitten.’

Oplossing

‘De oplossing staat in ons rapport’, zegt Marynissen. Samen met zijn collega-experten pleit hij voor de oprichting van een interfederaal Belgian Emergency Management Agency (BEMA), zoals het Amerikaanse FEMA en het Deense DEMA. Politiek lijkt daar weinig animo voor te zijn, aangezien het advies sneuvelde in het eindverslag van de commissie. Het probleem zou niet zozeer bij het crisiscentrum liggen - dat doet goed werk - maar op de lagere niveaus.

‘Nochtans lijkt het ons de oplossing voor pijnpunten die we altijd weer zien. Experts kunnen dan de leiding nemen zodra een ramp zich voordoet, of dat nu een overstroming, een pandemie, terrorisme of een cyberaanval is’, zegt Marynissen. ‘Het BEMA stuurt dan meteen aan op het terrein. De politiek bepaalt het kader waarin zij moeten opereren, maar hoeft niet meer te vergaderen over hoeveel mensen aan tafel mogen op restaurant. Nu zetten we onze crisisstructuren altijd ad hoc op. Neem nu het coronacommissariaat. Dat kwam er pas in volle crisis. Als je dat dan nog moet oprichten, ben je te laat.’

De geschiedenis herhaalt zich in Wallonië, waar de Waalse regering een ad-hoccommissie voor de heropbouw opricht. Marynissen: ‘En wat als we straks een zware overstroming in Vlaanderen krijgen?'

Fases rampenplan

  1. Gemeentelijke fase: wordt afgekondigd bij kleine rampen die geen gevaar betekenen voor andere gemeenten, zoals bijvoorbeeld een grote brand. De burgemeester coördineert politie, brandweer en communicatie in een coördinatiecomité.
  2. Provinciale fase: wordt afgekondigd als een ramp invloed heeft op meerdere gemeenten of een grotere regio. De gouverneur neemt de coördinatie op zich.
  3. Federale fase: wordt afgekondigd door de minister van Binnenlandse Zaken. Die legt in het federale coördinatiecomité samen met andere ministers de noodzakelijke maatregelen vast en krijgt advies van de evaluatiecel, waarin zowel wetenschappers als leden van de bevoegde departementen zitten.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud