Advertentie

De intellectuele oorlogsmachine van de PS

Anne Poutrain ©Photo News

De PS een bolwerk van militanten en crypto communisten? Vergeet dat beeld. Achter de façade schuilt een fijnmazig intellectueel netwerk, aangestuurd door de knapste koppen. Als een levend organisme waarin dag en nacht informatie wordt rondgepompt en experts worden ingezet. Een exclusieve kijk in het raderwerk dat de PS quasi onoverwinnelijk maakt.

Donderdag 8 mei, iets na 18 uur op het PS-hoofdkwartier aan de Keizerslaan in Brussel. Zo’n dertig mensen, prille dertigers, luisteren in het zaaltje van het partijbureau aandachtig naar een uiteenzetting van ULB-professor Benoit Bayenet. Hij geeft een gevorderde cursus over publieke financiën. De deelnemers van deze leerstoel economie en alternatieve financiering krijgen een jaar lang op hoog niveau les. Ze worden door onder anderen Guy Quaden (ex-gouverneur Nationale Bank), Jean-François Cats (Nationale bank, FSMA) of David Szafran (Nationale Bank, PWC) ingewijd in thema’s als financieel management, schuldbeheer, regulering en het bank- en verzekeringswezen.

Dit is geen cursus waar je zomaar binnenspringt. Het is een soort Vlerick, maar dan op socialistische leest. De deelnemers vormen een select kransje dat zorgvuldig door de partij werd geselecteerd. Ze werken bij banken, consultancybedrijven, verzekeringskantoren of bedrijfsrevisoren. De kans is zeer groot dat in dit zaaltje de toekomstige sterkhouders van de partij zitten. In het verleden organiseerde de PS al gelijkaardige ‘political schools’, met intensieve lessen over de werking van de Belgische staat, de sociale zekerheid en de openbare financiën. Vandaag zijn de alumni stuk voor stuk terug te vinden in het organigram van de partij. De cursussen fungeren als kweekvijver om parels op te vissen en klaar te stomen voor een carrière in het socialistische netwerk.

Enigma

Iedereen kent het beeld van de PS als dogmatisch bastion. Het bolwerk dat samen met de vakbond en de mutualiteit de Waal begeleidt van wieg tot graf. Minder bekend is de intellectuele machine die dat systeem aandrijft, bevolkt door het kruim van de Franstalige intelligentsia. Het is nochtans essentieel om de kracht van de PS echt te vatten. Om te begrijpen waarom de Waalse socialisten, in tegenstelling tot veel geestesgenoten overal in Europa, hardnekkig overeind blijven.

Terug naar het hoofdkwartier aan de Keizerslaan. Op de derde verdieping, bij de studiedienst van de partij, ligt de sleutel van dit verhaal. Het Institut Emile Vandervelde (IEV) is de warroom van de PS-oorlogsmachine. Hier zwaait Anne Poutrain de plak. Als rechterhand van Elio Di Rupo en partijvoorzitter Paul Magnette heeft ze zoveel macht en invloed dat ze de echte baas van de PS wordt genoemd. En dus de machtigste vrouw in politiek België. Ze treedt zelden voor het voetlicht. Sinds de fragiele

blonde dame aan de zijde van Di Rupo opdook tijdens de 541 dagen durende onderhandelingsmarathon in 2010-2011, weet iedereen dat ze bestaat. Maar buiten PS-kringen kennen weinigen haar echt.

Een ontmoeting met het enigma van de PS is geen alledaagse ervaring. Poutrain spreekt nooit met de pers. Ze wil ook niet geciteerd worden. Maar ze is, samen met partijsecretaris Gilles Mahieu, wel bereid ons een inkijk te geven in hoe het systeem werkt. Net als verschillende bronnen in of rond het netwerk. De meesten doen dat anoniem. De kracht van het PS-raderwerk bestaat bij gratie van zijn discretie.

Klasbakken

Eerste vaststelling: in de warroom zitten stuk voor stuk klasbakken, net als in de ministeriële kabinetten. Het volstaat niet het hart links te dragen, de medewerkers moeten uitblinken. Jonge dertigers doorgaans, met twee diploma’s op zak en een interessant parcours op het CV. Ervaring bij een groot consultancybedrijf, aan de balie of bij de Europese Commissie.

Wie zich geroepen voelt hier mee te draaien moet een standaardtest doorstaan. Kandidaten krijgen 24 uur de tijd om een politieke case op te lossen, waarbij ze het PS-standpunt bij een probleemstelling moeten beargumenteren en samenvatten in een persbericht. De beste drie worden uitgenodigd voor een schrijfproef: met briljante koppen die de dingen niet bevattelijk kunnen uitleggen, kan de partij niets beginnen. Dan volgt de ultieme selectie: een gesprek met Anne Poutrain. Wie dat overleeft, is een ‘PS-parel’, iemand met hersenen én de capaciteit om een netwerk van informanten te onderhouden. En met het hart op de juiste plaats. Ook dat.

Dat uitgekiende hr-beleid is essentieel. Los van de mensen die zich spontaan aanbieden, doet de PS actief aan scouting. Bij universiteiten rekruteert de partij onder

beloftevolle studenten rechten, economie of politieke wetenschappen. Vooral met de ULB onderhoudt ze intensieve contacten. Proffen met uitstraling en banden met de partij - zoals Pascal Delwit (politieke wetenschappen), Robert Plasman (economie), Benoit Bayenet (economie en openbare financiën), Carine Doutrelepont (mediarecht) of Marc Uyttendaele (publiek recht) - krijgen af en toe telefoon vanuit de Keizerslaan met de vraag of ze onder hun studenten of doctorandi interessante profielen hebben zitten. Hetzelfde gebeurt in Luik, en in mindere mate ook bij andere universiteiten. Voorts helpen ook stages op advocatenkantoren als die van Doutrelepont of Uyttendaele om door de partij te worden opgepikt.

Zo worden aan de lopende band klasbakken in het systeem getrokken, die vaak een jaar of vier meedraaien op het IEV en vervolgens doorstromen naar de kabinetten. Bright young minds als de jurist Jérémie Tojerow, adviseur van Di Rupo, die een beslissende rol speelde bij het technisch ontwarren van de BHV-knoop. Of de econoom Pierre Provost, die voor de PS de financieringswet onderhandelde. Door het systematische beleid om mensen al vroeg voor de partij te winnen droogt het reservoir aan talenten nooit op.

Aan de knoppen

Terwijl in Vlaanderen zulke profielen al snel bij een advocatenkantoor of een consultancybedrijf terechtkomen, kiezen ze in Wallonië net zo goed voor de PS. Ze verdienen er nochtans een pak minder dan in de privésector en draaien de klok rond. Een cultuurverschil, zeggen betrokkenen. In het zuiden van het land heerst nog meer het primaat van publieke dienstverlening. ‘We zijn hier met onze hersenen, maar we zijn óók militanten’, zegt Jérémie Tojerow. ‘Wij waren op 1 mei aanwezig op de PS-manifestaties. We willen onze economische of juridische kennis inzetten in het streven naar een meer rechtvaardige en sociale samenleving.’

‘Si vous ne le vivez pas dans les tripes, ça n’ira pas.’ Dat wordt nieuwe medewerkers ingepeperd. Je moet erin geloven, of je houdt het moordende ritme niet vol. Daar tegenover staat het gevoel dingen in beweging te kunnen zetten. De partij is 26 jaar onafgebroken aan de macht, op alle niveaus. Als jonge cabinetard of IEV-medewerker draai je mee aan de knoppen. De studiedienst is niets minder dan het kloppende hart van de partij, dat constant informatie door de aderen van het systeem pompt. Dag en - vaak ook - nacht.

Elk van de 14 IEV-raadgevers is gespecialiseerd in een aantal domeinen, en heeft een zorgvuldig opgebouwd netwerk van tientallen informanten. Dat informele PS-netwerk vertakt zich tot diep in de samenleving. In hun smartphones staan telefoonnummers van proffen en experts. Van bedrijfsleiders en vakbondslui. Van bankiers en ambtenaren. Mensen uit het middenveld, het onderwijs, de ngo’s. Uit de Europese Commissie. Le tout, quoi. Die kunnen altijd gebeld worden. Dat mag je vrij letterlijk nemen, zegt een medewerker. ‘Stel dat we moeten reageren op een uitspraak van een tegenstrever, of op een parlementaire vraag. Je krijgt een uur of twee om een nota op te stellen. Dan begin je rond te bellen in je netwerk. Meestal neemt de man of vrouw die je nodig hebt snel op. Dat lukt vrijwel altijd, ook op de meest onmogelijke momenten.’

Zo gebeurde het meer dan eens in de zomer van 2010 dat een expert wiens input noodzakelijk was, telefoon kreeg ergens op een zonnig strand. En worden vandaag fiscalisten of proffen tot na middernacht geconsulteerd voor een of andere technische kwestie die aan de orde is in de campagne. Waarom zij dat zien zitten? Omdat ze de partij genegen zijn, klinkt het. Maar dat is misschien wat te gemakkelijk. Het is ook een kwestie van opportunisme. Wie iets gedaan wil krijgen in Wallonië, moet bij de PS zijn.

Ook bedrijfsleiders weten dat. Mensen als Jean-Pierre Hansen, Luc Vansteenkiste of Luc De Bruyckere hebben een directe lijn met de partij. Wie een vergunning nodig heeft, spreekt maar beter zijn politieke netwerk aan. Waar Vlaanderen zweert bij een gedepolitiseerde maar vaak in regels verstikkende administratie, zijn de lijnen naar de politiek in Wallonië korter. In de praktijk kom je dan meestal uit bij de PS.

Gestroomlijnd

Het systeem van de informanten gaat terug naar de tijd van Guy Spitaels. ‘Dieu’ was zelf universiteitsprofessor en ging prat op hersenen en bevoorrechte informatie om zijn partij te voeden. Volgens indiscreties had hij een persoonlijk netwerk van een honderdtal toppers uit alle geledingen van de samenleving. Die stuurden hem elke zondagavond een bericht, met daarin kort aangestipt wat de komende week aan de orde was. Een rapport dat zou verschijnen, een cijfer dat in het oog zou springen. Zo zat Spitaels op een berg informatie, en begon hij zijn week altijd met drie stappen voor op de rest.

Dat informele systeem is gebetonneerd in het IEV, dat vooral onder Poutrain uitgebouwd werd tot een gestroomlijnde informatiemachine met een jaarbudget van 2,2 miljoen euro. Het werkt als een levend organisme, dat voortdurend input ophaalt via zijn honderden tentakels, die informatie verwerkt, verpakt en hapklaar doorpompt naar iedereen die het nodig heeft, van premier tot militant.

Die stroomlijning is essentieel. Het is de reden waarom Poutrain zowel chef van het IEV is als kabinetschef van de partijvoorzitter. Waarom ze de hele dag door met Magnette en de verschillende kabinetschefs aan de lijn hangt. Het is de reden waarom geen enkel belangrijk dossier door gaat zonder groen licht van haar of Gilles Mahieu, die als link tussen alle partijgeledingen al jaren mee in de cockpit zit. Waarom bij belangrijke onderhandelingen en debatten altijd iemand van de studiedienst meegaat. En waarom het IEV ook tijdens de campagne de hele marketingketen in de hand houdt: zowel de ideeën voor het partijprogramma als de verwerking in brochures en campagnefilmpjes zijn homemade.

Tegenstanders noemen het systeem verstikkend en dirigistisch. Maar het is wel efficiënt. Het 14-koppige IEV-team doet dezer dagen niets anders dan voorstellen van tegenstrevers fileren op onjuistheden, daarbij onder meer geholpen door de simulator van KUL-professor André Decoster. Tegelijk voorzien ze de kandidaten van munitie voor vervelende vragen over pensioenen of uitkeringen als ze in hun thuisbasis van deur tot deur gaan. Poutrain bestiert dat alles op meesterlijke wijze. Een medewerker: ‘Ik heb vaak contact met CEO’s van Bel20-bedrijven. Anne Poutrain evenaart ze allemaal in intelligentie en performantie. Ze is een machine.’

Dat het top-down zou zijn, wordt aan de Keizerslaan trouwens met klem tegengesproken. Veel dossiers ontstaan na concrete vragen vanuit de basis. Bovendien heeft elke adviseur als militant ook zijn eigen lokale netwerk, als een tweede cirkel rond hun expertendatabase. Daar worden ideeën afgetoetst op hun haalbaarheid. ‘Die realitycheck is essentieel’, zegt Tojerow. ‘Wij werken niet vanuit een ivoren toren, maar op basis van sociaal-economische dossiers die leven op het terrein.’

Springplank

Van die dossiers kent Poutrains alle ins and outs. Maar er is meer. Zij is de enige in de partij die het overzicht houdt van alle pionnen op het schaakbord. Zij kent alles en iedereen, van hoog tot laag. Iedereen die iets wil betekenen in de PS moet via haar. Als er op het IEV iemand weggaat, en ‘de parel’ die ze zoekt zit ergens op een kabinet, dan eist ze die gewoon op. Die autoriteit heeft ze. Zo is er een constante uitwisseling van mensen tussen het IEV, de kabinetten, administraties, parastatales, intercommunales enzovoort.

Het IEV is voor de meesten de springplank voor een carrière in de kabinetten, en verder in de (semi-)publieke instellingen. Wie enkele jaren op de studiedienst heeft meegedraaid, heeft weinig moeite met de examens voor een topfunctie bij de overheid. Zo komen de klasbakken stelselmatig op sleutelposities terecht. Zoals Olivier Vanderijst (investeringsmaatschappij SRIW, NMBS), Frédéric Delcor (administratie van de Franstalige gemeenschap), Laurence Bovy (Brusselse Haven, NMBS, FPIM), Bovy’s partner Jean-Paul Philippot (ziekenhuisnetwerk IRIS, RTBF), Benjamin Cadranel (GOMB, Brussels Airport), Dominique Vosters (mediaregulator CSA) of Julien Compère (CHU Luik, het grootste Waalse ziekenhuis). De lijst van mensen die meedraaiden in de studiedienst of de kabinetten en vervolgens carrière maakten in het overheidsapparaat, is eindeloos. Daar vormen ze kernen van kennis, maar evengoed van macht.

Die positie is niet vrijblijvend. Je blijft lid van de grote familie. ‘Als het nodig is, wordt van je verwacht dat je er staat’, zegt partijkenner en politicoloog Pascal Delwit. ‘Zeker als het erom spant, zoals tijdens regeringsonderhandelingen. Tussen juli 2010 en december 2011 zijn velen in dat uitgebreide netwerk geroepen om hun expertise aan te leveren voor de honderden scenario’s die op tafel lagen voor de hervorming van de financieringswet, BHV, het uitkeringsstelsel of de pensioenen.’

Achtervolging

Niet dat de partij altijd een symfonisch orkest is. Er is de realiteit van de baronieën in Luik en Charleroi. Er zijn serieuze barsten gekomen in de vroegere onwrikbare drie-eenheid van partij, vakbond en mutualiteit. Maar als het erop aankomt, sluiten de rangen zich. Dan is het de machine die het overneemt.

Is de PS daarin dan zo uniek? Toch wel. Andere partijen hebben ook hun studiediensten, hun topcabinetards en hun mensen op cruciale posten. Maar vaak vallen ze terug op telkens weer dezelfde experts. En nergens is het intellectuele netwerk zo uitgebreid en zo systematisch uitgebouwd als hier. Tegenstanders zien telkens weer hoe de PS-machine over hen dreigt te rollen. Het vervult hen met weerzin en bewondering tegelijk. Bart De Wever (N-VA) zou er de mosterd hebben gehaald voor een efficiëntere uitbouw van zijn eigen studiedienst. De zeldzame keren dat hij zich de voorbije jaren positief uitliet over de PS, drukte hij zijn onverholen ontzag uit voor de efficiëntie van het IEV.

De ultieme betrachting: de tegenstander twee stappen voor zijn. Tijdens de vorige regeringsonderhandelingen was dat legendarisch. ‘Ik heb het gevoel dat we over dit denkspoor een nota moeten opstellen’, zei Poutrain soms na een lange onderhandelingsdag. Waarop haar medewerkers: ‘Maar daar práten ze helemaal niet over.’ Poutrain: ‘En toch: ‘Il faut la note.’’

Meestal werd er de volgende dag effectief niet over gepraat. Tot plots, in de late uurtjes, een partijvoorzitter het idee en stoemelings op tafel gooide. Waarop Poutrain in haar valies dook en de nota met een uitgestreken gezicht voor Di Rupo op tafel legde. Probleemstelling, PS-voorstel, argumentatie, cijfers. En onderaan het gsm-nummer van de expert die over het thema gebeld kon worden. Op zo’n moment rest tegenstanders enkel de achtervolging.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud