interview

Klokkenluider Publifin-affaire: 'Je moet als politicus beseffen dat je een passant bent'

©Valentin Bianchi / Hans Lucas

Hij was de klokkenluider in de Publifin-affaire en zo werd hij in Wallonië beroemd, maar door velen gehaat. Vier jaar later is Cédric Halin burgemeester van het dorpje Olne. Alle uitnodigingen voor tv-uitzendingen weigerde hij. ‘Ik ben burgemeester omdat ik wil dat de gemeente waar ik woon goed bestuurd wordt.’

Twee dagen na de mail en al diep in de avond antwoordt Cédric Halin op de vraag of hij met De Tijd wil praten. Hij schrijft dat hij ‘néanmoins un peu curieux’ is. Niettemin een beetje nieuwsgierig. ‘Je ne suis pas vraiment un BW (bekende Waal).’ Zo schrijft hij dat, letterlijk maar vriendelijk.

Drie weken later rijden we naar Olne. Onderweg regent het en het grijze land rond Luik wordt nog wat grauwer. Met elke bocht laveer je tussen de clichés van de tristesse, al wordt het groener en zie je dat de zomers hier mooi kunnen zijn. ‘Houdt iemand van regen, behalve de landbouwers?’

In zijn kantoor op de eerste verdieping van het gemeentehuis van Olne is er even tijd om rond te kijken. De burgemeester gaat eerst koffie zetten. ‘Allicht ben ik de enige burgemeester die dat doet’, zegt Halin. ‘Maar het is goed zo. Ik heb geen secretaresses die mijn agenda beheren. Ik sta om halfzes op en kom meteen naar hier. Zo zie ik alle post. ’s Avonds, na mijn werk (bij de Inspectie van Financiën, red.), kom ik terug. Alle buitengaande post moet ik immers signeren. Ik beantwoord mijn mails zelf. Logisch in een gemeente met 4.000 inwoners.’

Op de kast met de ‘Recueil des Lois et Arrêtés Royaux’, chique boeken, staat een zwart-witfoto van kinderen van het dorpsschooltje. Ze zullen nu allemaal dood zijn, op een bord staat ‘Souvenir 1914-1917. Repas scolaire.’ De kinderen poseren met een kom en een soeplepel. Een ander bordje herdenkt een samenwerking van de gemeente met Matete bij Kinshasa. Een foto van nu toont de burgemeester bij jubilarissen op hun zoveelste huwelijksdag.

Cédric Halin in Olne ©Valentin Bianchi / Hans Lucas

Olne is dus een kleine gemeente en hij verbaast zich nog eens. ‘Ik was drie-vier jaar geleden inderdaad de klokkenluider van Publifin. Wat ik toen deed, leek me niet zo uitzonderlijk. Ik was verontwaardigd dat mensen betaald werden om niets te doen. Met overheidsgeld. Terwijl anderen in de miserie zitten, mensen die hun huur amper kunnen betalen of de kosten voor de gezondheidszorg. Dat is onaanvaardbaar. En Publifin was verschrikkelijk voor de beeldvorming over de politiek.’

‘Peter Mertens (voorzitter van de PVDA, red.) heeft dat goed beschreven in zijn boek ‘Graailand’. Ik ben geen communist, maar ik begrijp zijn vaststelling van een sfeer die ik niet middeleeuws zal noemen, maar toch klassegebonden. Alles is binair. Het is zwart of wit. In een tijd waarin sociale media zo belangrijk zijn en voor nuance geen plaats is, realiseerde ik me dat het probleem groot was.’

Cédric Halin

Cédric Halin (40) is geboren in Hoei en groeide op in Amay. Na zijn studies politieke wetenschappen aan de universiteit van Luik ging hij in 2007 aan de slag als adviseur op het kabinet van cdH-minister Joëlle Milquet. Nadien was hij auditeur bij het Rekenhof en vandaag werkt hij voor het Interfederaal Korps van de Inspectie van Financiën. In 2012 werd Halin met 180 voorkeurstemmen verkozen als gemeenteraadslid van Olne. In 2015 werd hij er schepen. In 2016-2017 was hij de klokkenluider in de Publifin-affaire. In 2018 won zijn partij ‘Pour Olne’ de gemeenteraadsverkiezingen en werd hij burgemeester.

Ter herinnering. Eind december 2016 bracht het weekblad Le Vif/L’Express het verhaal dat 24 mandatarissen vergoedingen kregen door te zetelen in nepadviesraden van de Waalse intercommunale Publifin en dochtermaatschappij Nethys. Journalist David Leloup, die de zaak uitbracht, steunde op informatie van Halin, op dat moment nog schepen in Olne, maar ook auditeur bij de Rekenkamer. In totaal zou voor meer dan 2 miljoen euro van die vergoedingen betaald zijn. 13 van die 24 mandatarissen waren lid van de PS, maar ook van het cdH, waarvan Halin toen nog zelf lid was, Ecolo en de MR waren mensen betrokken. Op korte tijd kwam er een onderzoekscommissie, er vielen ontslagen en in januari 2021 nog werd onder meer ex-Publifin-CEO Stéphane Moreau door het Luikse parket aangehouden op verdenking van misbruik van vennootschapsgoederen en verduistering.

Dat het allemaal met overheidsgeld gebeurde, was voor u onaanvaardbaar.

Cédric Halin: ‘Hoe kan je als politicus geloofwaardig zijn als je praktijken beoefent die in wanverhouding staan tot de dagelijkse realiteit van de mensen? Veel politici kennen het echte leven van de echte mensen niet meer. Soms zou ik hen willen uitnodigen voor een stage in Olne: kom eens kijken hoe het leven eruitziet. En pas op, Olne is in vergelijking met sommige wijken in Luik of Charleroi niet eens achtergesteld.’

Wat u deed, was niet zo uitzonderlijk, zegt u. Maar de gevolgen waren enorm.

Halin: ‘Voor mij was het in het begin ‘une petite histoire’, maar het werd zeer groot. Zelfs tot in Vlaanderen met de affaire-Publipart (de Gentse dochter van de intercommunale Publilec waar bestuurders ook enorme vergoedingen kregen in adviesraden, red.). Ik begrijp het politieke spel en het is verleidelijk. Wie wil niet veel geld verdienen? Bovendien ben je als mandataris afhankelijk van verkiezingen. Na vier of vijf jaar kan je je job verliezen. Dus ik verwijt de politiek niet dat ze proberen voor gewezen verkozenen te zorgen. Maar het liep echt de spuigaten uit. Dat kon niet.’

Wat zegt het over de politiek dat u klokkenluider was? Het is toch niet voor te stellen dat u de enige eerlijke en ethische mens bent in die wereld?

Halin: ‘Voordien waren al affaires in Charleroi uitgekomen, dus nee. Maar dit is mijn beroep. Vroeger werkte ik voor het Rekenhof, nu ben ik inspecteur van Financiën. Ik controleer de openbare financiën. Dat is mijn leven. Je zou kunnen zeggen dat het een misvorming is. Daarnaast ben ik lokaal politiek actief en ik wilde burgemeester zijn omdat ik wil dat de gemeente waarin ik woon goed bestuurd wordt. Als belastingbetaler aanvaard ik niet dat mijn geld verspild wordt. Door die affaire naar buiten te brengen had ik niets te verliezen. Ik heb de politiek niet nodig om gelukkig te zijn.’

Hij is 40. Rossig baardje, bril, in blauw pak met blauwe das. Dunne haren: ooit wordt Cédric Halin kaal. Hij is graag burgemeester van Olne, een dorp waar hij toevallig kwam wonen. Niet eens voor de liefde, wel vaker bepalende factor voor de afbakening van een nieuw territorium. Pas lui. Hij kwam uit Amay, bij Hoei, had gestudeerd in Luik en zocht later een huis in deze mooie streek die hij had leren kennen.

En hoe klein Olne - nooit gefusioneerd - ook is, nog kleiner is mogelijk. Saint-Hadelin heet het gehucht van Olne waar hij woont. Zoals dat gaat verdeelt de geschiedenis tot vandaag die kleine kernen. ‘Historisch was Olne zelf protestants en rond de kerk vind je nog graven uit de 17de en 18de eeuw van Britten die naar het kuuroord in Spa waren gekomen en daar waren overleden. Die kregen in deze protestantse grond hun graf. In de kerk gold het simultaneum: op zondag was er eerst mis voor de katholieken, na die dienst werden wat beelden weggenomen en dan konden de protestanten hun mis vieren. Olne was protestants, Saint-Hadelin katholiek. Vandaag is daar niets van over, maar zoveel generaties verder zijn er nog mensen uit Saint-Hadelin die niets met Olne te maken willen hebben.’

Er zijn mensen die al burgemeester zijn van voor ik geboren ben. Dat kan niet. Als het een gewoonte wordt, word je middelmatig.
Cédric Halin
Burgemeester van Olne en inspecteur van Financiën

Het lijkt een anekdotisch detail, maar daarin zit de diepte van de mens. Het niet vergeten. Hoe een identiteit van generatie op generatie weerbarstig blijft doorleven. Wat Halin op de site van zijn lijst Pour Olne het DNA van de gemeente noemt. Hij kwam er in 2010 wonen, op een tentoonstelling in het dorp ontmoette hij iets later de burgemeester. Ze maakten kennis, hij werd gevraagd op de lijst voor de verkiezingen van 2012, hij werd verkozen. ‘Ik kende niemand. Dus ik ging aanbellen, van deur tot deur, alsof ik tapijten en stofzuigers verkocht. Maar vanop de 13de plaats werd ik verkozen.’

Zes jaar later werd u burgemeester. Niet meer voor cdH, maar met een eigen lijst die met 51 procent de absolute meerderheid haalde. Dat was na de Publifin-affaire.

Halin: ‘Zonder Publifin zou ik geen burgemeester geworden zijn. Het is niet evident mensen te vinden die in de politiek willen gaan. Kijk, er is geen geheim. (neemt een ongeopende envelop van zijn bureau en geeft hem) U mag hem gerust openmaken, dat is mijn loonfiche als burgemeester. Ik krijg 3.640 euro bruto per maand. Dat is zeer eervol, meer dan een gemiddeld loon. Ik heb geen auto, geen chauffeur, mijn laptop en gsm zijn van mij en betaal ik zelf. Ik reken nooit verplaatsingskosten, want er is al een forfaitaire onkostenvergoeding van 6.000 euro. Dat is helemaal correct.’

‘Maar het is wel een opoffering en veel mensen hebben geen zin om dat te doen. Mijn gsm-nummer staat op de site van de gemeente. Ik word zaterdag en zondag gebeld. En als ik met mijn vriendin ga wandelen, moeten we dat buiten Olne doen. (lacht) Zij wil vooruitgaan en in Olne word ik constant tegengehouden. Dat is slecht voor haar statistieken. Je familiaal en sociaal leven worden door deze job erg bepaald. Daarom vind ik dat twee mandaten het maximum is. Er zijn mensen die al burgemeester zijn van voor ik geboren ben. Dat kan niet. Als het een gewoonte wordt, word je middelmatig.’

Zelfs louter lokaal?

Halin: ‘Ik vind dit het mooist denkbare mandaat. Ik had nooit de ambitie om op regionaal of federaal niveau actief te worden. Ik heb ook nog een job, hè. Hoe mensen als Bart De Wever drie jobs (voorzitter van N-VA, burgemeester van Antwerpen en Vlaams Parlementslid, red.) kunnen combineren, begrijp ik niet. In het Frans hebben we daar een mooie uitdrukking voor: ‘Qui trop embrasse, mal étreint.’ Het wil eigenlijk zeggen dat als je te veel wil doen, je nergens geraakt.’

‘Als burgemeester moet ik problemen oplossen die ver van mijn competenties staan. Ik ben geen vrederechter, maar mensen uit het dorp bellen me voor burenruzies of echtscheidingsproblemen. Iemand zei: ‘Ik heb een fout gemaakt, maar ik ben geen slechte mens. Mag ik het u eens uitleggen?’ Voor die mensen wil ik er zijn. Je kan als burgemeester kort op de bal problemen oplossen. Als parlementslid is dat anders. We leven niet meer in de tijd van Montesquieu, waarin het parlement de regering controleerde. Niet eens honderd jaar geleden gebeurde dat nog. Nu moeten ze, met de vinger op de naad van de broek, stemmen wat hun partij beslist.’

Ze noemden u een ‘chevalier blanc’, een witte ridder. Vanwaar komt dat verantwoordelijkheidsgevoel?

Halin: ‘Mijn grootouders deden niet aan politiek. Mijn vader stemde voor de PS en mijn moeder voor het cdH. Dat was in de tijd dat alles nog veel meer verzuild was. (lacht) Uiteindelijk zijn mijn ouders toch gescheiden.’

Ik heb geen helden. Niet in de muziek, niet in de sport, ik ben geen voetballiefhebber of zo. Ik denk graag voor mezelf.

‘Zelf had ik altijd de drang om te weten hoe iets werkt. Daarom ging ik politieke wetenschappen studeren. Maar ik had geen politiek voorbeeld. Het was maar door bij het Rekenhof te werken en voortdurend te worden blootgesteld aan problemen dat ik geïntrigeerd raakte. Je moet je eigen verantwoordelijkheid nemen. Op Facebook schrijven dat ‘het allemaal profiteurs zijn’ is te gemakkelijk. Maar helden? Niemand. Niet in de muziek, niet in de sport, ik ben geen voetballiefhebber of zo. Ik denk graag voor mezelf. Alleen het boek ‘Meditaties’ van de Romeinse keizer Marcus Aurelius trof me zeer.’

Waarom?

Halin: ‘Het waren teksten die hij voor zichzelf schreef. Ze waren niet bedoeld voor publicatie. Niet meer dan een bladzijde of veertig. Hij was geen dictator, maar wel een machtige keizer. En toch stelde hij zichzelf en zijn beslissingen in die notities altijd in vraag: doe ik het wel goed? Ik wil mezelf niet met Marcus Aurelius vergelijken, maar zijn visie vind ik zeer inspirerend. Je moet als politicus beseffen dat je maar een passant bent en dat je geen rol bekleedt die belangrijker is dan die van iemand anders.’

U zei dat u geen voetballiefhebber bent. Dat moet wel vervelend zijn als politicus in het Luikse. U beschreef in een interview in De Tijd al eerder hoe dezelfde machtige mensen elkaar altijd ontmoetten in dezelfde restaurants en in de tribunes van Standard.

Halin: ‘Ha, nee, voetbal zegt me niets en recepties vervelen me. Ze gaan in dezelfde restaurants eten, zien dezelfde matchen, spelen samen golf. In Le Vif/L’Express had je een rubriek die ‘J’y étais et tout est vrai’ heette. Toen ik na de schoonmaak bij Publifin gevraagd werd er zelf bestuurder te zijn - wat ik deed, maar achteraf gezien nooit had moeten doen - kreeg ik een uitnodiging om de aankomst van Luik-Bastenaken-Luik bij te wonen. Ik heb niets tegen wielrennen, maar het passioneert me niet. Alleen is die koers zeer belangrijk voor de regio. Stéphane Moreau was burgemeester van Ans, hij was het die de aankomst daar had gekregen. Enfin, we werden uitgenodigd in de lokalen van VOO, waar het vipdorp was. Sjonge. Toen ik daar aankwam, dacht ik dat ik in Dubai was geland. Het stond vol Ferrari’s en Aston Martins en le tout Liège was er: ondernemers, politici en journalisten.’

En u.

Halin: (schatert) ‘Het mooie was dat je als genodigde iemand mocht meebrengen. Dus ik nam David Leloup mee, de journalist, maar ook ‘le meilleur ennemi’ van Stéphane Moreau. Geloof me, hij was niet echt content. Ik moet toegeven dat ik graag een beetje provoceer. Wij waren er voor de fun, maar echt geamuseerd heb ik me niet.’

Ik kan me voorstellen dat een en ander u niet in dank is afgenomen. Ook niet in het cdH, de partij waarvan u als kabinetsmedewerker van Joëlle Milquet en later gemeenteraadslid deel uitmaakte.

Halin: ‘Benoît Lutgen (de voorzitter van het cdH, red.) was altijd zeer correct met mij. Maar in Luik was ik persona non grata en in de intercommunales kreeg Olne het moeilijk. Het was ook duidelijk dat ik geschaduwd en gecontroleerd werd. Rond mijn huis in Saint-Hadelin cirkelden plots zware auto’s die daar niets te zoeken hadden. Ik denk dat ze mijn hele bestaan in kaart brachten en probeerden iets onreglementairs te vinden dat ze me zouden kunnen aanwrijven. Maar ze hadden de pech dat het me niet interesseerde om nog meer in de belangstelling te staan.’

Die verleiding was er nooit?

Halin: ‘Geloof me, ik had de mediaoptredens maar uit te kiezen. Elke dag hingen alle tv-stations aan de telefoon met uitnodigingen voor interviews. Ik kon elke avond in primetime in de actualiteitenprogramma’s van alle omroepen zitten. Maar ik heb in geen enkele tv-studio gezeten. Niet één keer. Ik wist dat als je te belangrijk wordt, ze klaar zitten om je af te slachten.’

Georges- Louis Bouchez ©BELGA

‘Iemand die ik kende van toen ik nog op het kabinet van Milquet werkte, is misschien ook een beetje bekend in Vlaanderen nu. (lachje) Zegt de naam Georges- Louis Bouchez u iets? Hij was in dezelfde periode als ik cabinetard, bij Didier Reynders. We ontmoetten elkaar vaak in vergaderingen, en kenden elkaar dus goed. Hij is een echte politicus. Toen ik hem in de periode van de Publifin-affaire tegenkwam, zei hij: ‘Ik begrijp niet waarom je niet meer doet. Je zou overal moeten zitten, in elk tv-programma!’ Maar het interesseerde me niet.’

Is er eigenlijk iets veranderd?

Halin: ‘Er is zeker een bewustwording gekomen. Mensen weten dat alles kan uitkomen. En men wil nu extra voorbeeldig zijn. In een gemeente word je tien keer meer gecontroleerd dan vroeger. Soms op het surrealistische af, maar ik begrijp het. Alleen wordt alles veel bureaucratischer.’

Mogen we u ten slotte eens vragen hoe goed u Vlaanderen kent? Wij stellen vast dat we niet zoveel meer weten van Wallonië en dat we misschien in twee verschillende landen leven.

Halin: ‘Ik lees en versta Nederlands, maar jullie taal praten is tot mijn spijt een ramp. Als ambtenaar vergader ik veel met collega’s uit Vlaanderen, maar je hebt gelijk dat de culturen erg verschillend zijn. Jammer genoeg kijken we allemaal te gemakkelijk naar wat we kennen. Ik heb er spijt van dat ik als jonge gast geen moeite heb gedaan. Een jaar op Erasmus gaan in Gent en aan de Universiteit Gent zou interessanter zijn dan een jaar Barcelona. Als kind ging ik wel op vakantie bij een tante in Wingene, bij Tielt. Maar dat is lang geleden. Stom. In Olne woon ik dichter bij Tongeren dan bij Charleroi. Maar zelfs mijn collega van Aubel, dat echt aan de taalgrens ligt, heeft amper nog contact met de Vlamingen.’

Denkt u dat dat onvermijdelijk ooit in een tweedeling van België eindigt?

Halin: ‘Aan alles komt ooit een einde. Ik ben geen belgicist. Maar ik ben wel voor efficiëntie. Ik begrijp dat men in Vlaanderen ‘le ras-de-bol’ heeft van het imago van het Wallonië van vandaag. Zelfs ik als Waal heb het daarmee gehad. Dat de Vlaamse belastingbetaler ziet dat met zijn geld in Wallonië slecht wordt omgesprongen, kan niet anders dan ergernis wekken. Maar is een splitsing daarom de oplossing? Beter lijkt het me te herstructureren.’

Confederalisme dus?

Halin: ‘U weet wat Francis Delpérée (hoogleraar aan de ULB, red.) zegt: ‘Le confédéralisme est le fédéralisme des cons.’ Zo creëer je twee verschillende staten en dat is onmogelijk. Maar je kan wel denken aan een staat waarin Defensie en Buitenlandse Zaken federaal geregeld worden en de rest regionaal.’

Misschien moet u deze zomer maar eens opnieuw in Vlaanderen op vakantie komen.

Halin: (lacht) ‘Ik woon in de mooiste regio van België, waarom zou ik elders op vakantie gaan? Ik hou me graag bezig als amateur-imker en vind ontspanning als ik mijn gras in rechte baantjes afrijd. We reizen niet veel. Ook niet naar de Costa del Sol trouwens. Tijdens de lockdown zag ik wel al veel Vlamingen en Nederlanders in ons dorp. Zou ik aan de kust Vlaanderen leren kennen? Het lijkt me net zoveel Vlaanderen als Durbuy Wallonië is.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud