Hoe een minilandje de digitale kampioen van Europa werd

De bezorgrobotjes van Starship Technologies, één van een nieuwe generatie hardwarebedrijven in de Estse start-up-scene. ©rv

In een uithoek van Europa ligt misschien wel de meest toekomstgerichte Europese lidstaat. Zoals Luxemburg destijds het bankenparadijs werd, wil Estland de digitale nummer één zijn. Een open blik op de wereld en het voorbeeld van Skype maakten de hoofdstad Tallinn tot een broeinest van ondernemerschap.

Waar zou dit bouwwerk ooit voor hebben gediend?’ Het is een vraag die regelmatig opkomt tijdens onze trip door de hoofdstad van Estland. Aan de noordkant van de stad beklimmen we een metershoge trap naar een gigantisch betonnen platform. Het verkeert in complete staat van verval, maar blijkt populair te zijn wegens het mooie uitzicht op de stad en de haven. Later lezen we op het internet dat we ons op het dak bevinden van de Linnahall, een evenementenhal waarmee de Sovjet-Unie tijdens de Olympische Spelen van 1980 haar vernuft aan de wereld wilde tonen.

Het kan geen toeval zijn dat de Esten amper honderd meter verderop een gloednieuwe evenementenhal hebben gebouwd. Het ‘Kultuurikatel’, een oude energiecentrale, doet na een knappe renovatie dienst als ‘creatieve hub’ en conferentiecentrum. En, nog tot eind dit jaar, als hoofdkwartier en uithangbord van het Estse EU-voorzitterschap.

Het contrast tussen de twee plekken symboliseert de enorme ommezwaai die dit Baltische land heeft gemaakt na het einde van de Sovjetbezetting in 1991. De Esten kozen voor een snelle liberalisering van hun handel en economie. In 1994 voerde het land als eerste ter wereld een zogenaamde ‘vlaktaks’ in. Een jonge generatie politici greep de snelle breuk met het verleden aan om een moderne infrastructuur uit te bouwen en de overheid verregaand te digitaliseren.

Klik hier als de kaart niet zichtbaar is.


Alles begon met Skype

Het recept sloeg aan. Als kleine open economie profiteerde Estland van een massa buitenlandse investeringen, vooral uit West-Europa en Scandinavië. Maar de jongste tien jaar is het vooral de golf van lokaal ondernemerschap die tot de verbeelding spreekt. Met zowat 430 start-ups op een bevolking van 1,3 miljoen mensen staat het landje bekend als een hotspot voor jonge en innovatieve bedrijven.

In 2008 was hier nog niets. We hadden zelfs geen woord voor start-up.
Heidi Kakko
Directeur EstBan

‘Nochtans was hier in 2008 zo goed als niets’, zegt Heidi Kakko, directeur van de Estse vereniging van business angels (EstBan) en de leading lady van de Estse start-upscene. ‘Er bestond in onze taal zelfs geen woord voor start-up.’ De belangrijkste game changer was het internettelefoniebedrijf Skype, dat in de jaren 90 mee was opgericht door vier Estse ingenieurs. Toen zij Skype in 2005 voor 2,6 miljard dollar aan eBay verkochten, toonden ze een hele generatie jonge Esten dat je vanuit je slaapkamer met wat computercode een miljardenbedrijf kunt creëren.

De Skype-jongens herinvesteerden hun centen in bedrijven van bevriende ondernemers, en rond dezelfde tijd lanceerde de overheid een investeringsfonds voor nieuwe bedrijven. ‘Dat vormde het begin van het ecosysteem’, zegt Kakko.

Creatieve stad

De indrukwekkende statistieken over de Estse start-upboom komen nergens meer tot leven dan in Telliskivi, de ‘creatieve stad’ in het noordwesten van Tallinn. Zowat 250 start-ups hebben de oude industriële site ingepalmd en getransformeerd tot een van de hipste stadswijken van Europa. Cafeetjes, restaurants, theaterzaaltjes en winkeltjes wisselen af met lofty werkplekken op een verkeersvrije campus van zowat 25.000 m².

Opnieuw valt op hoe de Esten zonder complexen hebben gebouwd op de communistische ruïnes. Letterlijk. Op enkele muren ontwaren we Russische opschriften uit de tijd dat de kantoren nog loodsen en fabrieken waren. Net buiten Telliskivi staat het nog vol met vervallen gebouwen die wachten op hun herontwikkeling. Maar nu al heeft Jaanus Juss, de manager van de site, zijn concept van ‘creative city’ uitgevoerd naar de tweede Estse stad, Tartu, en droomt hij ervan het ook naar Londen te exporteren.

Dat illustreert de ‘can do’ mentaliteit van de Estse ondernemers, die zonder een grote thuismarkt en vaak zonder veel middelen manieren moeten vinden om te blijven groeien. Die onbevangen blik op de wijde wereld is, naast Skype, misschien wel de belangrijkste verklaring voor het start-up-succes.

Digitale nomaden

‘Ik was acht jaar oud toen Estland onafhankelijk werd. Ik heb de overgang van totale isolatie naar totale vrijheid heel bewust meegemaakt én omarmd’, zegt Karoli Hindriks. Zij is de oprichtster van Jobbatical, een internationaal jobplatform dat gericht is op de generatie ‘nomadische’ werknemers die reizen en werken willen combineren. ‘Het zijn in de eerste plaats de mensen die van Silicon Valley een fantastische plek maken. Ik wilde een manier vinden om dat talent over de hele wereld te verspreiden’, zegt Hindriks, die in de VS naar school ging en er al op haar zestiende een eerste bedrijfje oprichtte.

Een gelijkaardig verhaal horen we bij Testlio, een bedrijf dat een online community van softwaretesters tewerkstelt en aanstuurt. Oprichtster Kristel Kruustük kwam op het idee omdat ze zelf gefrustreerd was over hoe slecht ze als freelance tester behandeld werd. Vijf jaar later telt haar bedrijf 65 werknemers in Tallinn en San Francisco, en voert het met 1.000 testers wereldwijd opdrachten uit voor grote klanten zoals Microsoft.

Estse schoolkinderen leren programmeren met robotjes. Technologie maakt er al in de lagere school deel uit van het lessenpakket. ©Arno Mikkor (EU2017EE)

Ook het grootste succesverhaal van Estland, het fintech-bedrijf Transferwise, ontstond uit een persoonlijke frustratie van de twee oprichters, over de kosten van internationale geldtransfers. Hun oplossing: door mensen in verschillende landen te poolen, kunnen ze via lokale overschrijvingen een systeem van internationale transfers simuleren.

Als we polsen naar de rol van de overheid komt vaak hetzelfde antwoord terug: de grote verdienste van de overheid is dat ze het ondernemerschap heeft gefaciliteerd, zonder zelf een hoofdrol te willen claimen. Dat komt tot uiting in het eenvoudige belastingsysteem, maar vooral in de verregaande digitalisering van de overheidsadministratie.

Showroom van de overheid

Om daar meer over te vernemen, gaan we poolshoogte nemen in de e-Estonia Showroom, een speciale ruimte waar de overheid haar technologie tentoonstelt. Projectmanager Indrek Önnik laat me zien wat elke Est met een elektronische identiteitskaart en een internetverbinding vanop zijn computer kan doen. Een auto registreren, een erfenis regelen, stemmen, een bedrijf oprichten, akten raadplegen, documenten handtekenen... De mogelijkheden zijn eindeloos.Onze mond valt helemaal open als Önnik vertelt dat hij zijn jongste belastingaangifte in twee minuten geregeld heeft. ‘Gewoon, met mijn smartphone in de autobus.’

De Tijd ging op onderzoek in de start-up-scene in Tallinn.

Het mooie aan het Estse e-gov-verhaal is dat de digitalisering niet zomaar een manier is om te besparen, maar eerst en vooral ten dienste staat van de burger. ‘Government as a Service’ betekent hier onder meer dat de overheid nooit twee keer om dezelfde gegevens mag vragen. ‘Overheidsdiensten moeten die info maar bij elkaar opvragen’, legt Önnik uit. ‘Een ander principe is dat elke burger steeds zijn data kan raadplegen én kan nakijken welke instanties zijn data hebben geraadpleegd.’

De ontwikkeling van een digitale overheid leverde enkele mooie technologische spinoffs op. Het Estse techbedrijf Cybernetica ontwikkelde het blockchainachtige netwerk waarop alle overheidsdiensten draaien, en is daardoor een toonaangevende leverancier geworden van e-gov-oplossingen. Het securitybedrijf Guardtime groeide dan weer uit tot een topper in cryptografische beveiliging.

E-burgers

Maar Estland gebruikt zijn expertise in e-government ook als economische hefboom. Het land pionierde met zijn e-residency-programma, een soort digitaal burgerschap voor buitenlanders waarmee het mogelijk is vanop afstand een bedrijf in Estland op te richten en te beheren. ‘In drie jaar tijd hebben al 23.000 buitenlanders, onder wie ruim 260 Belgen,  het ‘e-residentschap’ aangevraagd, van wie er 3.000 een Estse vennootschap hebben opgericht’, zegt woordvoerder Arnaud Castaignet.

De overheid mag dezelfde info nooit twee keer vragen.
Indrek Önnik
Project manager E-estonia

Omdat de economische activiteit vaak in andere landen plaatsvindt, levert dat niet direct veel fiscale inkomsten op. Maar de Esten rekenen vooral op positieve secundaire effecten: buitenlandse ondernemers komen in contact met Estse bedrijven en werknemers, doen er zaken mee, en beslissen misschien op een dag om ook fysiek naar Estland te verhuizen. ‘Voor grote bedrijven is dit een prima land om nieuwe producten en diensten uit te testen alvorens ze op grote schaal uit te rollen’, zegt Heidi Kakko.

Het is geen toeval dat het land begin dit jaar ook uitpakte met ‘Startup Visa’, een programma om buitenlandse starters en werknemers te lokken met een mix van loonvoordelen en administratieve vrijstellingen. ‘Sinds nieuwjaar hebben al meer dan 200 oprichters een aanvraag voor een Startup-visum ingediend, waarvan er half september al 100 goedgekeurd waren. Dat is een pak meer dan we hadden gehoopt’, zegt Kadi-Ingrid Lilles van Startup Estonia, de overheidsorganisatie voor starters.

Beurs voor start-ups

Naast de strijd om talent voert het kleine land ook een permanente strijd voor buitenlands kapitaal. ‘Vooral grotere bedrijven hebben het moeilijk om zich lokaal te financieren’, zegt Lilles. Dat verklaart mee waarom succesbedrijven als Transferwise en Pipedrive (CRM-software) deels naar het buitenland verhuisden. ‘We proberen dat ook niet tegen te houden. De ervaring leert dat veel van die bedrijven later wel iets terugdoen voor het land waar ze als jong bedrijf ondersteund werden.’

Ook hier zien we hoe slimme lokale ondernemers met innovatieve software in het gat proberen te springen. Een van de meest besproken start-ups is Funderbeam, dat met blockchaintechnologie een handelsplatform voor start-ups heeft ontwikkeld. Jonge bedrijven kunnen er geld ophalen bij investeerders uit de hele wereld.

‘Dit jaar hopen we de eerste kapitaalronde van 1 miljoen euro te organiseren, vanaf volgend jaar mikken we op rondes van 5 miljoen of meer’, zegt marketingdirecteur Mads Emil Dalsgaard.

Ambitieus? Misschien. Maar na onze trip door Tallinn lijkt dat weer zo’n typisch Belgische reactie. De ondernemers die we hier ontmoet hebben, hadden een eenvoudige droom en zijn daar keihard voor gegaan, zonder zich ooit af te vragen of ze niet te vroeg, te laat, te duur, te goedkoop of te ambitieus waren. Een hecht netwerk en een ondersteunende overheid hielpen hen daarbij. Wie in Europa de spirit wil voelen die er enkele decennia geleden ook in Silicon Valley moet zijn geweest, moet een uitstap naar het kleine Tallinn zeker overwegen.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content