analyse

Speelbal van de reuzen

©AFP

Worden giganten als Amazon en Facebook zo machtig dat ze de spelregels van de wereldmarkt én de politiek opzij kunnen schuiven? De bezorgdheid groeit, en niet bij de minsten.

Hebben beleggers in Amazon hun verstand verloren als ze een aandeel kopen dat het Amerikaanse bedrijf op meer dan driehonderd keer de jaarwinst van 2016 waardeert? In de Europese wijk in Brussel wordt de astronomische beurskoers soms aangehaald als een alarmsignaal: ontpopt de ‘everything store’ zich tot een e-commercemonopolist die op den duur de prijzen wereldwijd naar zijn hand kan zetten?

De Europese Commissie blijft waakzaam voor monopolies, al is niet iedereen ervan overtuigd dat dat moet. Sommigen vinden dat de Commissie de strijd tegen technologische reuzen beter opgeeft. Het belangrijkste argument is het epische gevecht in de jaren negentig en 2000 tegen Microsoft. Toen Bill Gates de pc-markt domineerde en vanuit die machtspositie verhinderde dat concurrenten zoals de internetbrowser Netscape hun vleugels konden uitslaan, trok de Commissie ten strijde tegen Microsoft. Tegen de tijd dat ze die won, hadden Apple en Google het ooit almachtige Microsoft al van de troon gestoten.

Moeten we, meer dan vroeger, waakzaam zijn voor grote bedrijven? Voor de diensten van Europees commissaris voor Mededinging Margrethe Vestager is het een van de cruciale vragen van dit tijdperk.

De vrije markt is altijd al een complex stukje beschaving geweest. Om een markt te doen werken moeten de eigendomsrechten duidelijk zijn, is een betrouwbare munt vereist, is een efficiënte justitie nodig om contracten af te dwingen, moeten wegen veilig en vlot zijn om goederen te kunnen leveren. En er is een sterke waakhond nodig om te verhinderen dat bedrijven zo groot worden dat ze de marktregels en de concurrentie kunnen uitschakelen en de prijzen naar hun hand kunnen zetten. Die waakhond heet in Europa Margrethe Vestager. Zeker nadat ze Apple 13 miljard euro aan fiscale voordelen heeft doen terugbetalen, is de Deense de meest gevreesde vrouw van de Europese zakenwereld.

Eén muisklik

Hoe staat het met die strijd tegen bedrijven die hun macht misbruiken en de markt uithollen? Twee vragen dringen zich op. Eén: zijn bedrijven groter geworden dan vroeger en moeten er dus meer alarmbellen afgaan? En twee: veranderen de Silicon Valley-jongens zoals Google de spelregels?

95
Amazon nam de voorbije vijf jaar 28 bedrijven over, Facebook 31, Apple 51 en Google 95.

Laat ons beginnen met die laatste kwestie. Het stond niet in de sterren geschreven dat het internet zou worden gedomineerd door een handvol giganten. Vijftien jaar geleden beschouwden velen het internet als een zegen voor de markt. Plots kon iedereen met een goed idee een bedrijf beginnen, of hij nu in India, San Francisco of Gent woonde. De concurrentie was slechts één muisklik ver. De manier waarop het in 1998 opgerichte Google vanuit het niets Microsoft overklaste, was het beste bewijs.

Maar zo liep het dus niet. De interneteconomie wordt anno 2018 geregeerd door reuzen als Google, Facebook, Amazon en Apple. De kleine beloftevolle concurrenten dagen hen doorgaans niet eens uit, maar proberen voor een goede prijs door hen te worden opgekocht. De video-app YouTube of de slimme gps Waze? Kwamen bij Google terecht. De liedjesherkenner Shazam? Werd een onderdeel van Apple. Whats-App en Instagram? Zitten bij Facebook. De cv-site LinkedIn? Onder dak bij oude reus Microsoft.

Het zijn geen geïsoleerde verhalen. Amazon nam de voorbije vijf jaar 28 bedrijven over, Facebook 31, Apple 51 en Google 95. Is dat een probleem? Dat is niet zo duidelijk. Een van de klassieke argumenten tegen monopolisten is dat ze de markt kapotmaken. Ze schakelen de concurrentie uit, laten de consument geen keuze meer en drijven de prijzen op. Maar zo werkt het in dit geval vaak niet. Google levert zijn diensten gratis. Amazon leeft op flinterdunne winstmarges en duwt winkelprijzen overal ter wereld omlaag.

Een tweede argument is dat monopolisten lui worden en niet meer innoveren. Maar Apple, Facebook, Google en Amazon innoveren tegen de sterren op. Ze spenderen fortuinen aan zelfrijdende auto’s, warenhuizen zonder personeel, computers die aan blinden een foto kunnen beschrijven, artificiële intelligent of op zonnepanelen aangedreven zweefvliegtuigen die Afrikaanse gebieden van wifi voorzien. Amazon-oprichter Jeff Bezos en Tesla-oprichter Elon Musk zijn zelfs in een strijd verwikkeld om de eerste te zijn in het ruimtevaarttoerisme.

Privacymarkt

©Filip Ysenbaert

Geen vuiltje aan de lucht dus? Wel, misschien vergissen we ons in de manier waarop we de nieuwe reuzen de maat nemen. Tijdens een debat van de denktank Bruegel over de digitalisering en de vrije markt werden vorige maand pertinente vragen opgeworpen. Zoals deze: volgens de Europese wetgeving kan een bedrijf maar als te machtig worden beschouwd als de omzet een bepaald niveau haalt, maar wat doe je dan met Google, dat zijn diensten gratis aanbiedt? En: is het een markt als iedereen een gratis dienst betaalt met persoonlijke data en van geld geen sprake is?

Wat doe je als een bedrijf zo’n immens communicatieplatform bouwt dat het andere markten gaat verstoren? Op de Bruegel-sessie werd het voorbeeld gegeven van fake news. Wat doe je als Twitter en Facebook in de Amerikaanse verkiezingen het speelveld van de mediabedrijven doorkruisen door op grote schaal fake news te helpen verspreiden dat misschien wel de presidentsverkiezingen heeft beïnvloed?

Nog zo’n bedenking. Moeten de diensten van Vestager voortaan ook rekening houden met privacy? Stel - for the sake of the argument - dat KBC de warenhuisgroep Colruyt en het energiebedrijf Eneco overneemt. In de klassieke concurrentielogica is dat geen probleem, want het gaat om drie verschillende markten. Maar stel dat het nieuwe megabedrijf de bankgegevens van alle klanten koppelt aan de getrouwheidskaarten van het warenhuis én de data achter de energiefacturen? Is privacy een ‘markt’ waarop je té dominant kan worden?

Bij de Europese consumentenorganisatie BEUC maken ze zich alvast zorgen. ‘We vrezen voor het scenario van de kikker die levend wordt gekookt maar niet uit de pan springt omdat het vuur slechts geleidelijk heter wordt’, zegt woordvoerder Johannes Kleis. ‘Lange tijd was Google alleen maar goed nieuws voor consumenten, maar we begonnen ons zorgen te maken toen we zagen hoeveel miljarden het uit advertenties binnenrijft.’

De vrije markt is altijd al een complex stukje beschaving geweest.

Daarom heeft BUEC zich partij gesteld in de rechtszaak van de Commissie tegen Google. Vestager legde Google vorig jaar 2,4 miljard euro boete op, omdat het bedrijf bovenaan in de zoekresultaten de prijzenvergelijker Google Shopping aanbiedt. Concurrerende aanbieders van online prijzenvergelijkers zijn daardoor amper nog te vinden. Anders gesteld: via de dominantie van de zoekmachine probeert Google de markt voor prijzenvergelijkers voor zichzelf te houden.

‘Vroeger gingen concurrentiezaken over twee staalbedrijven die fuseerden en de prijzen kunstmatig opdreven’, zegt Jan De Loecker, die aan de KU Leuven onderzoek doet naar concurrentie en vorig jaar furore maakte met een studie die de monopoliewinsten van Amerikaanse bedrijven blootlegde. ‘Nu stellen zich nieuwe vragen. Het probleem is niet dat de mensen die over mededinging waken ongevoelig zouden zijn voor die nieuwe vragen. Het probleem is dat het denkkader en de wetgeving achterlopen op de realiteit. Dat is altijd zo in zekere mate, maar hier is het pertinent.’

In de schaduw

Is de fabelachtige beurskoers van Amazon een alarmsignaal? ‘Ja,’ zegt De Loecker, ‘maar je mag het niet zo ver drijven dat je er een keihard bewijs van een toekomstig monopolie zou in zien. We weten nog te weinig.’ Is het normaal dat Apple al jaren een winstmarge van bijna 40 procent haalt zonder dat er concurrentie opduikt die die marge naar beneden duwt? Ook dat is een moeilijke vraag, omdat je Apple zou kunnen beschouwen als een luxebedrijf. Ook LVMH en Hermès halen winstmarges van die grootteorde.

De Loecker waarschuwt er echter voor dat we ons niet mogen blindstaren op de Silicon Valley-reuzen. In de schaduw van de technologie worden ook in heel wat andere sectoren de bedrijven almaar groter. Vaak kennen we ze niet eens, omdat ze niet aan consumenten verkopen maar toeleveren aan andere bedrijven.

Hij noemt het Amerikaanse Mylan, dat de markt voor middelen tegen allergie-aanvallen domineert en 11 miljard dollar omzet boekte in 2016. De denktank Bruegel onderzocht in 2014 in welke sectoren de markt wordt gedomineerd door slechts een handvol bedrijven en zette in de top van de lijst tabak, chemie, farma, media, dranken en elektronica.

46%
bbp
In 1994 waren de grootste 100 Amerikaanse bedrijven goed voor 33 procent van het Amerikaanse bbp. In 2013 was dat al 46 procent, berekende The Economist.

Zeker in de Verenigde Staten zijn de voorbije jaren de grote bedrijven alleen maar groter geworden. In 1994 waren de grootste honderd Amerikaanse bedrijven goed voor 33 procent van het Amerikaanse bruto binnenlands product. In 2013 was dat aandeel gegroeid tot 46 procent, berekende The Economist. En een van de kwalijke gevolgen van te dominante bedrijven die concurrentie uitschakelen is dáár wel degelijk zichtbaar, zegt De Loecker. ‘Ze investeren minder.’

De vraag wanneer een groot bedrijf te groot wordt, is echter bijzonder lastig, erkent hij. Bedrijven groeien doorgaans uit tot mastodonten omdat het schaalvoordelen oplevert om groot te zijn. Daarom kan je volgens hem nooit afgaan op ruwe cijfers zoals de omzet. ‘De farmabedrijven zijn groot omdat het nu eenmaal veel geld kost om onderzoek naar medicijnen te doen. Is hun winst te hoog? Ze zullen argumenteren dat die winst nodig is om kanker te kunnen genezen.’ En schaalvoordelen kunnen net goed zijn voor de consument, omdat ze toelaten prijzen te doen dalen.

Meer zelfs: grote bedrijven zijn vanwege die schaalvoordelen heel vaak een zegen. Volgens een KU Leuven-studie uit 2012 zijn buitenlandse - en vaak heel grote - bedrijven in Vlaanderen goed voor 56 procent van de toegevoegde waarde en vier op de tien jobs in de privésector. In de Vlaamse industrie zitten zeven op de tien jobs bij buitenlandse multinationals.

Politiek relevant

Worden ook in Europa de giganten almaar groter? De Loecker moet toegeven dat het beeld wazig is. Dat bevestigt ook Tommaso Valletti, de hoofdeconoom van het directoraat-generaal Mededinging van de Europese Commissie. De eerste indrukken leren dat de concentratie van grote bedrijven sinds de financiële crisis in Europa niet is toegenomen. Maar er zijn te weinig data om dat met zekerheid te zeggen, benadrukt hij. Ook een studie van de London School of Economics ziet op het eerste gezicht geen toename van de concentratie tussen 1995 en 2015.

Toch is De Loecker er niet helemaal gerust op. Hij ziet alvast één contra-indicator. ‘Die honderd bedrijven die in de VS veel dominanter zijn geworden, zijn doorgaans ook in Europa heel actief.’ Wat het nog extra lastig maakt, is dat de Europese markt veel complexer is dan de Amerikaanse. ‘Neem nu AB InBev. Speelt de biergigant op de Europese markt? Of op de Belgische? In theorie op de Europese, maar ik zie niet veel Belgen in Frankrijk hun bier gaan kopen.’

Ook hier weten we nog veel te weinig, zegt hij. Veelbetekenend is dat ook de Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt onderzoek voert naar hoe zwaar grote bedrijven op hun markten wegen. De ECB wil weten of zo’n dominantie inderdaad de investeringen doet dalen, prijzen doet stijgen of bedrijven minder productiever maakt.

Er is ook een bredere politieke reden waarom meer inzicht nodig is. Grote bedrijven liggen ook politiek zwaar onder vuur, wat de voorbije jaren onder meer bleek uit het hevige verzet tegen de handelsakkoorden van de Europese Unie. Het lijstje van de argwaan is lang. Betalen megabedrijven campagnes van politici? Hoe groot is hun lobbymachine? Onderhandelen ze met de fiscus over hun belastingen, terwijl gewone stervelingen maar moeten betalen wat de overheid eist? Zetten ze de regulering naar hun hand?

Die argwaan, of hij nu terecht is of niet, is meer dan ooit politiek relevant. Een van de analyses van het brexitreferendum en de Trump-campagne is dat de verliezers van de globalisering met succes opstonden tegen de winnaars van de globalisering. Anders gesteld: in een ideale wereld vijlt de politieke wereld de scherpe kantjes van de globalisering af, zodat ze breder wordt gesteund. Als dat niet lukt, omdat de reuzen te groot worden, dreigen in verkiezingen protectionistische politici met de voorhamer te komen.

Tomassi Valletti van het directoraat-generaal Mededinging van de Europese Commissie erkent dat politieke gevaar. Vorige maand gaf hij een lezing over de uitdagingen voor het mededingingsbeleid, waarbij zijn laatste zin in het rood stond gemarkeerd: ‘Als we ons niet goed aanpassen aan de veranderende markten, bestaat het risico dat de politiek het voor ons zal doen, op een manier die ons misschien niet zal bevallen.’

Dat vat meteen ook het beleid van Vestager samen. Door Google en Apple aan te vallen steekt ze haar teen in het water van een debat dat de komende jaren alleen maar intenser zal worden. Niet iedereen is er van overtuigd dat haar beslissingen overeind zullen blijven voor het Europees Hof van Justitie. Maar dat de politieke logica - tonen dat de Commissie een politieke tegenmacht kan vormen tegen bedrijfsreuzen - krachtig is, betwist niemand.

The Future of Europe > Europees commissaris voor Mededinging Margrethe Vestager spreekt woensdagavond op het De Tijd-event The Future of Europe. Dinsdag leest u een interview met haar in de krant.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content