‘Zonder ons harde optreden had de wereld er nu ingrijpend slechter uitgezien'

©Anthony Dehez

Veel mensen beseffen echt niet hoe zwaar de crisis is waaruit we komen, zegt Peter Praet, de hoofdeconoom van de Europese Centrale Bank.

Stel je een brandweerman voor die nog altijd aan het blussen is, terwijl de eigenaars van het gebouw klagen dat al dat bluswater ook schade veroorzaakt. Zo ongeveer moet Peter Praet (68) zich voelen, de Belg die als hoofdeconoom het brein is van het monetair beleid van de Europese Centrale Bank.

Mensen beseffen te weinig hoe zwaar de financiële crisis van de voorbije tien jaar er heeft in gehakt, maakt hij herhaaldelijk duidelijk tijdens ons gesprek op de 38ste verdieping van het ECB-hoofdkwartier in Frankfurt.

Vanuit die uit glas en staal opgetrokken toren probeert de ECB nu al jaren de Europese economie weer op dreef te krijgen, op weg naar een normale situatie waarin de inflatie weer een kleine 2 procent bedraagt. Om die reden maakt ze geld lenen al jarenlang nagenoeg gratis en koopt ze maandelijks voor 60 miljard euro aan obligaties op. Intussen staat daardoor op de ECB-balans al 2.000 miljard euro, of het bruto binnenlands product (bbp) van België, Nederland, Ierland en Oostenrijk samen. En net daarom groeit ook de kritiek op de ECB, omdat wie er zo stoutmoedig op in hakt ook spaanders maakt. Spaarders krijgen al jarenlang geen rente meer.

Peter Praet (68) is geboren in Noordrijn-Westfalen. Zijn moeder is Duits, zijn vader is Belgisch. 

Na zijn studies economie aan de Franstalige Brusselse universiteit ULB werkte Praet twee jaar bij  het Internationaal Monetair Fonds. In 1987 werd hij hoofd econoom van de Generale Bank. In 1999 werd hij kabinetschef  van toenmalig minister van Financiën  Didier Reynders (MR). Van 2000 tot 2011 was hij directeur bij de Nationale Bank.

Sinds 2011 is Praet lid van de directie en de raad van bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB), waar hij sinds 2012 hoofdeconoom is. Als ‘brein’ van het monetair beleid wordt hij gezien als de feitelijke nummer twee, na ECB-voorzitter Mario Draghi.

 

Praet omschrijft het werk van een centraal bankier als het beïnvloeden van de verwachtingen die mensen over de toekomst hebben. Daarom ligt elk detail in zijn boodschap gevoelig. Zodra hij het huidige ECB-beleid begint te verdedigen, schakelt hij daarom over op het Engels, de taal van de markten. En wanneer hij echt naar de kern gaat, schakelt hij over op de officiële ECB-zinnetjes.

In die Frankfurtse codetaal wordt namelijk niet gezegd dat ‘de inflatie traag stijgt’, maar dat ‘alhoewel de huidige economische expansie vertrouwen geeft dat de inflatie geleidelijk zal toegroeien naar een niveau dat in overeenstemming is met onze inflatiedoelstelling, deze zich wel nog moet vertalen in een sterkere inflatiedynamiek’. Voor wie een financiële crisis moet bedwingen, telt elk woord.

Tien jaar oud is de crisis intussen. Praet herinnert zich nog goed waar hij was toen hij voor het eerst begon te beseffen dat er een storm op komst was. ‘Ik had in september 2007 op de Nationale Bank in Brussel een vergadering met Europese collega’s. Een collega van de Bank of England moest in allerijl weg omdat er problemen waren met Northern Rock, waar de klanten in wachtrijen op straat stonden om hun spaargeld af te halen. Dat was beangstigend. Ik had nooit gedacht dat zoiets opnieuw mogelijk was.’

Ik herinner me dat ik tegen mijn vrouw zei: ‘Ik hoop dat we in België geen bankencrisis krijgen, want zoiets duurt tien jaar.’

‘Ik herinner me dat ik in die periode tegen mijn vrouw zei: ‘Ik hoop dat we in België geen bankencrisis krijgen, want zoiets duurt tien jaar.’ De risico’s die we toen droegen, waren enorm. Alleen Fortis al had een balans van - verzekeringen meegeteld - 1.000 miljard euro. Als je de bankenbalansen tegen het bbp van België afzette, zag je wat een enorm gevaar we liepen. Al bij al zijn we in België die periode goed doorgekomen, al was het niet prettig voor de aandeelhouders en is er nog altijd een erfenis van Dexia. Alleen is het triestig dat in Europa de bankencrisis zo lang heeft geduurd.’

Waarom precies is het zo triestig?

Praet: ‘Omdat het niet nodig was. De hervormingen hadden sneller gekund. Daarom zijn de kosten voor de maatschappij veel hoger dan wat had gekund: het weegt op onze groei.’

‘Het duurde zo lang omdat we onder meer niet de juiste Europese instellingen hadden om de crisis te bedwingen. Er brak een schuldencrisis uit waarbij veel gezinnen en bedrijven hun leningen niet konden afbetalen. Zoiets verplicht de schuldenaars en de schuldeisers een deal te maken. Alleen woonden de enen in één Europees land en de anderen in een ander Europees land. En er was nog geen Europees toezicht op de banken. En er was geen Europees resolutiefonds dat erover waakt dat een bank failliet kan gaan zonder andere in de val mee te sleuren. Dat maakte de situatie heel rommelig.’

Had u het zien aankomen? U was op dat moment bij de Nationale Bank in België de expert in financiële stabiliteit.

Peter Praet: ‘Ik was eigenlijk al in de jaren negentig aan het waarschuwen voor de internetbubbel. Dat leverde me de bijnaam Mister Doom op, waarmee ik niet gelukkig was. Ik ben toen kabinetschef van federaal vicepremier Didier Reynders (MR) geworden - om politieke ervaring op te doen, maar politiek is niet mijn ding - en van daaruit naar de Nationale Bank gegaan. Daar was financiële stabiliteit inderdaad wel mijn ding. Ik reisde in die tijd veel naar Scandinavië, omdat ze daar in de jaren negentig al een zware bankencrisis hadden doorgemaakt. Alleen was wat in 2007 begon veel erger.’

Waarop heeft iedereen zich verkeken?

Praet: ‘Er was toen heel weinig informatie over hoe banken aan elkaar gelinkt zijn en elkaar kunnen meesleuren.’

‘Ik zat in die tijd in een instelling die toezicht houdt op de financiële infrastructuur, zoals Euroclear. Vanuit die functie had ik op een zondag in 2008 een teleconferentie met de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve. Op een bepaald moment lieten ze weten dat de gesprekken met Lehman Brothers waren afgesprongen. ‘We couldn’t reach a deal with Lehman. Now we have to be ready.’ En dat was de tweede schok.’

‘De ECB reageerde toen. Ze maakte dat de banken op grote schaal bij haar konden lenen, zodat ze niet in paniek hun activa zouden verkopen omdat ze cash nodig hadden. Lehman Brothers was in de problemen gekomen door goedkope subprimewoonkredieten die niet meer werden afbetaald. Maar omdat die Amerikaanse subprimemarkt internationaal bekeken niet zo groot is, werd toen nog gedacht dat de crisis in zes maanden voorbij kon zijn.’

Dat was niet het geval.

Praet: ‘Pas later begon men te begrijpen dat het probleem veel dieper zat. En ik denk dat wie vandaag kritiek heeft op de ECB, dat onderschat. Het fundamentele probleem was dat we jarenlang veel te optimistisch waren over de toekomstige groei. We dachten dat ons inkomen stevig zou blijven stijgen en dat we almaar productiever zouden worden, maar we hebben die trend stelselmatig overschat. Het probleem was dat men in veel Europese landen op basis van dat overdreven optimisme vervolgens schulden begon aan te gaan. Je casht op die manier dat optimisme, om het later af te betalen. Alleen ontstaat een immens probleem als die verwachtingen geen realiteit worden.’

En dat was het moment waarop de bankencrisis een overheidsschuldencrisis werd.

Praet: ‘Ja. En opnieuw was er een grote schok. Dit keer was dat de strandwandeling van de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Franse president Nicolas Sarkozy in Deauville in Normandië, waar ze afspraken dat investeerders in Griekse staatsobligaties - waaronder veel banken - in de toekomst moesten delen in de verliezen.’

‘Tot dan draaide het financiële systeem op de zekerheid dat leningen van regeringen uit de eurozone altijd worden afbetaald. Daarom werden staatsobligaties gebruikt als veilig onderpand bij transacties. In Deauville werd die veiligheid doorbroken.’

Hoe hard speelde dat?

Praet: ‘De interbancaire markt werd compleet bevroren. Banken in landen met kwetsbare overheidsfinanciën hadden plots problemen omdat de overheidsobligaties op hun balans - die ze al decennia als veilig beschouwden - plots door de markten niet langer als veilig werden gezien. De economie van de eurozone gleed toen weer af in een recessie en er ontstond vrees voor het uiteenvallen van de euro. Het was door die schok dat ECB-voorzitter Mario Draghi uiteindelijk in 2012, tijdens de Olympische Spelen in Londen, de boodschap gaf dat de ECB ‘whatever it takes’ ging doen om de euro te redden. In de daaropvolgende jaren heeft de ECB haar beleid dan versoepeld, met onder meer negatieve rente en de aankoopprogramma’s.’

Dat beleid werkt niet echt, blijkt vijf jaar later.

Praet: ‘Niet zo snel. We zijn nog altijd bezig.’

©Anthony Dehez

‘En sta me toe dit even vrij technisch te verwoorden: er is economische groei. En hoewel de huidige economische expansie vertrouwen geeft dat de inflatie geleidelijk zal toegroeien naar een niveau dat in overeenstemming is met onze inflatiedoelstelling, moet deze zich nog wel voldoende vertalen in een sterkere inflatiedynamiek.’

‘Mag ik er bovendien aan herinneren dat er destijds grote risico’s waren op deflatie? Dat zou hebben betekend dat de prijzen over een lange periode zouden dalen en mensen hun bestedingen zouden beginnen uit te stellen, waardoor de hele economie in een negatieve spiraal zou komen. Dat risico op deflatie is nu totaal weg.’

‘Maar we zijn er nog niet. Daarin hebt u gelijk.’

Waarom duurt het zo lang?

Praet: ‘Omdat we uit een enorme crisis komen. Een bankencrisis is een van de ergste economische crisissen die je kan meemaken. Zeker in een regio als Europa, waar bedrijven zich hoofdzakelijk financieren via banken en minder via financiële markten. Als dan je schuldeisers en schuldenaren uit andere landen komen, krijg je er nog eens een hoop politieke spanningen bovenop.’

‘De mensen realiseren zich volgens mij niet hoe groot de crisis was. Ze realiseren zich volgens mij niet dat de wereld er totaal anders - en ingrijpend slechter - had kunnen uitzien als de centrale banken niet zo hard hadden opgetreden.’

Intussen groeit de kritiek op het beleid van de ECB, omdat uw beleid ook schade veroorzaakt.

Praet: ‘Ik denk niet dat het stimulusbeleid op zich wordt aangevallen. Ik hoor wel almaar vaker de vraag of het geen tijd wordt om het stilaan af te bouwen.’

‘Ik snap waarom die vraag wordt gesteld. De groei is terug. Het risico op deflatie is weg. Maar de huidige economische expansie moet zich wel nog voldoende vertalen in een sterkere inflatiedynamiek.’

Wat antwoordt u dan aan degenen die vinden dat de ECB haar opdracht te streng interpreteert en ondertussen elders onnodige schade veroorzaakt?

Praet: ‘Dat het ons mandaat is te waken over stabiele prijzen. En de ECB heeft ‘prijsstabiliteit’ in 2003 gedefinieerd als ‘net geen 2 procent inflatie’ op middellange termijn.’

Veel mensen, die in de winkel het goedkoopste product zoeken, zijn wellicht blij met maar een half procentje inflatie. Waarom dan zo hard doorduwen tot we aan 2 procent zitten?

Praet: ‘Omdat het heel belangrijk is geloofwaardig te zijn. Als iedereen erop vertrouwt dat ons doel net geen 2 procent inflatie is, dan wordt dat bijvoorbeeld ingecalculeerd in contracten, en in het bijzonder in de loononderhandelingen. We zien nu al dat in sommige loononderhandelingen rekening wordt gehouden met lagere inflatie en niet met onze bijna 2 procent. Dat laat zien dat inflatieverwachtingen fragiel zijn.’

Maar waarom ‘bijna 2 procent’?

Praet: ‘Stel dat we prijsstabiliteit zouden definiëren als nul procent inflatie in de eurozone. Dan zou dat betekenen dat in sommige eurolanden de prijzen stijgen, maar in sommige eurolanden de prijzen dalen. Het betekent dat zodra sommige producten duurder worden, voor andere de prijzen moeten dalen. Anders kom je gemiddeld niet aan nul.’

‘Stel dat we prijsstabiliteit op 1 procent definiëren, dan betekent het dat we bij een dip nauwelijks ruimte hebben om de rente te verlagen en in te grijpen. Onze veiligheidsmarge wordt dan te klein. Als je het op lange termijn bekijkt, zijn er heel goede redenen om te streven naar net geen twee procent.’

‘Ik vind dit een terecht debat. Maar wie vindt dat we blij moeten worden met nul procent inflatie omdat we anders het financieel systeem uit balans brengen, onderschat hoe belangrijk het is om te streven naar net geen 2 procent inflatie.’

Maar de gevaren van goedkoop geld voor het financieel systeem zijn er intussen wel. Toch?

Praet: ‘Ik ontken niet dat hoe langer centrale banken dit soepel monetair beleid voeren, hoe meer het risico op zeepbellen groeit. We kijken daarnaar. In de eurozone als geheel is geen sprake van een bubbel, hoewel in sommige steden vastgoed erg duur is geworden. Maar dat nadeel weegt te licht om ons beleid om te gooien.’

Waarom?

Praet: ‘Als vastgoed ergens te duur zou worden, kan je daarop reageren met andere, meer gerichte maatregelen. In België bijvoorbeeld, is de Nationale Bank verantwoordelijk voor dat beleid. Bovendien betalen gezinnen in sommige Europese steden veel voor vastgoed, maar ze lenen daarvoor relatief weinig. De link met goedkope kredieten is niet altijd even duidelijk. Dus ja, er zijn neveneffecten, maar we denken dat ze beheersbaar zijn.’

Groeit er een bubbel op de aandelenmarkten?

Praet: ‘Als je naar de Verenigde Staten kijkt, lijken aandelen behoorlijk duur. Ik zie dat niet in Europa. Deels stijgen de aandelen misschien door de lage rente, maar de koersen stijgen ook omdat de winstvooruitzichten van de bedrijven stijgen.’

Ik vind het echt niet goed dat kinderen de indruk krijgen dat ze beter vandaag spenderen dan morgen, omdat de rente negatief is.

‘Begrijp me niet verkeerd: ik ben geen beursanalist. Ik zeg niet dat Europese aandelen goedkoop of te duur zijn. Ik zeg gewoon dat ze op dit moment geen zorgen creëren voor de financiële stabiliteit van de eurozone. Dat zou wel het geval zijn mochten veel mensen geld op korte termijn lenen om het in aandelen te investeren. Dat zou zorgwekkend zijn.’

Een ander neveneffect is dat wie geld spaart, daar geen rente meer op krijgt.

Praet: ‘Wat me daarin het meest zorgen baart, is het culturele aspect. Ouders krijgen aan hun kinderen het tijd-effect van geld niet meer uitgelegd. Ze krijgen niet meer uitgelegd dat geld uitgeven vandaag en geld uitgeven morgen niet aan dezelfde prijs gebeurt. Ik vind het echt niet goed dat kinderen de indruk krijgen dat ze beter vandaag spenderen dan morgen, omdat de rente negatief is. Er ontstaan ervaringen en referenties die niet oké zijn. Dat baart me zorgen, maar opnieuw: we moeten keuzes maken.’

Leidt de lage rente tot een zombieeconomie, waarbij onproductieve bedrijven, die eigenlijk zouden moeten verdwijnen, via goedkope leningen toch overleven?

Praet: ‘Vertragen we met goedkoop geld het proces van creatieve destructie? Het is een terechte vraag. We kijken daarnaar. Als je het macro-economisch overzicht maakt, merk je dat de bedrijven gemiddeld bekeken weerbaarder en steviger zijn geworden. Het probleem is dat achter gemiddelden grote verschillen kunnen schuilen. Daarom bestuderen we nu bottom-up - ook het IMF doet dat - de balansen van bedrijven. Alleen zo kunnen we simuleren - bedrijf per bedrijf - of ze een grote stijging van de intrestlasten na een ECB-renteverhoging kunnen overleven. We zien grote vooruitgang in landen als Spanje, maar het werk is nog niet af.’

Maar de prikkel om schulden af te bouwen is klein, zowel voor bedrijven als voor overheden. Die schulden kosten hen niets op dit moment.

Praet: ‘In het algemeen zijn de jongste jaren indrukwekkende inspanningen geleverd. Maar dat neemt inderdaad niet weg dat sommige bedrijven - en overheden - hervormingen uitstellen. Soms hebben we het gevoel dat wij ‘the only game in town’ zijn, en dat de anderen hun werk te weinig doen. Maar hoe zouden wij verantwoordelijk kunnen zijn voor het gebrek aan moed bij anderen?’

Maar feit blijft dat de ECB tijd en ademruimte koopt, maar de regeringen van de eurozone die ademruimte maar niet voldoende gebruiken om te hervormen?

Praet: ‘Dit soort redeneringen is gevaarlijk. De ECB is een instelling die een helder mandaat heeft gekregen – prijzen stabiel houden – en onze onafhankelijkheid betekent ook dat we ons beleid op grond van dat mandaat, en niet op grond van andere overwegingen, kiezen.’

Wat kan je dan wel doen?

Praet: ‘Waarschuwen. We geven de heldere boodschap dat we onze taak ernstig nemen. Dat betekent dat zodra er een gevaar optreedt dat de inflatie boven onze doelstelling stijgt, we even hard zullen optreden om ook dát te vermijden. We zullen daarin niet aarzelen, ook al betekent het dat de rente zal stijgen en wie veel schulden heeft dat zal voelen.’

Houden die economische problemen u ’s nachts wakker?

Praet: ‘Ik maak me al mijn hele leven zorgen. Op den duur ben je dat gewoon.’

Maar wat baart u het meeste zorgen?

Praet: ‘Ik maak me vooral zorgen over de overheden die te traag hervormen. In sommige Europese landen moeten die structurele hervormingen echt gebeuren.’

‘Ik was gisteren in Parijs. De hervorming van de arbeidswetgeving door president Emmanuel Macron is indrukwekkend. Maar we zullen nu moeten zien hoe het werkt in de praktijk. Er is nog veel werk te doen, ook elders in Europa.’

Is voor de ECB de tijd gekomen om de stimulus af te bouwen?

Praet: ‘Nog niet, zeggen wij. We zullen in de herfst een besluit nemen over ons beleid voor volgend jaar. Ik zal daarover nu niet veel zeggen. We hebben er dankzij de zeer sterke economische groei meer en meer vertrouwen in dat de inflatie zal stijgen in de richting van onze doelstelling. Maar de onderliggende inflatie blijft laag. We moeten geduld hebben en ons beleid doorzetten. Een substantiële stimulus blijft nodig.’

‘Iedereen is het er bovendien mee eens dat als we de stimulus ooit afbouwen, we dat op een ordelijke manier moeten doen. Zonder al te grote schokken.’

Zal dat lukken?

Praet: ‘We zullen het heel voorzichtig moeten doen. En we zullen erg op onze woorden moeten letten. Eigenlijk komt monetair beleid er gewoon op neer dat je de verwachtingen over de toekomst van andere mensen probeert te beïnvloeden.'

Monetair beleid is een stille en moeilijke opdracht in massapsychologie.

'Het is een stille en moeilijke opdracht in massapsychologie. Het beste voorbeeld is de impact van die drie woorden die Mario Draghi uitsprak: ‘Whatever it takes.’’

‘Daarom moet ik er blijven op hameren dat we ons houden aan ons mandaat. Ik ben daar een extreme havik in. Ik weet dat sommigen me omschrijven als een duif, die soepeler met het monetair beleid wil omspringen. Daarom zeg ik het duidelijk: we houden ons aan het mandaat, op een symmetrische manier. Als de inflatie te hoog wordt, zullen we even meedogenloos reageren als nu om de inflatie weer op koers te krijgen.’

Wanneer mag de spaarder weer beginnen te dromen van een rendement?

Praet: ‘Je moet beseffen dat er een reden is voor de huidige lage rente. Je moet het rendement eigenlijk meten in reële termen, dus gecorrigeerd voor inflatie. De reële rente was ook voor de crisis heel laag en soms negatief. Helaas snappen vooral economen dat, en de meeste andere mensen niet.’

‘Ik krijg bovendien ook weinig klachten van de mensen die een hypotheek hernieuwen tegen een lage rente en nu goedkoper hun huis afbetalen. Al hoor je diezelfde mensen dan soms nadien klagen dat hun spaarboekje niets opbrengt.’

‘Het klopt wel dat sommige groepen worden geraakt door ons beleid. Gepensioneerden die hun huis huren en veel gespaard hebben, voelen het. Maar die klap helpen opvangen is het werk van regeringen.’

Maar wanneer komt dat rendement op spaargeld dan terug?

Praet: ‘Als we weer kunnen overschakelen naar een normaal beleid. Dus als er sprake is van een duurzame terugkeer van de inflatie naar een niveau onder maar dicht bij 2 procent. Ons beleid werkt en we zien licht aan het einde van de tunnel. En het zijn niet de lampen van een trein die op ons afrijdt, zoals sommigen schertsen. Maar wanneer? Het zal tijd vragen. Vergeet niet dat we altijd hebben bevestigd dat we eerst zullen stoppen met het opkopen van obligaties en dan pas zullen overwegen de rente te verhogen. Geduld.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect