IJslandse premier treedt af na afstraffing

Boegbeeld Birgitta Jonsdottir van de Piratenpartij steekt de duim op. ©REUTERS

De IJslandse premier Sigurdur Johannsson heeft zondag zijn ontslag aangekondigd, een dag na de parlementsverkiezingen waarbij zijn centrumrechtse Vooruitgangspartij een afstraffing had gekregen.

De partij van Johannsson verloor bij de verkiezingen elf zetels en kwam uit op acht, op een totaal van 63. De regerende Onafhankelijke Partij blijft na de verkiezingen van zaterdag de grootste partij van IJsland met 21 zetels. De amper vijf jaar oude IJslandse Piratenpartij zou tien zetels in het parlement veroveren, ruim een verdrievoudiging tegenover 2013. Openbare omroep RUV voorspelde eerder nog dat de Piratenpartij haar zetelaantal in de Althingi, een van de oudste parlementen ter wereld, zou zien stijgen van 3 naar 12.

Het is nog te vroeg om te stellen welke partijen een meerderheid kunnen vormen in het parlement.

Panama Papers

De vervroegde verkiezingen werden uitgeschreven nadat het schandaal rond de Panama Papers de IJslandse premier tot aftreden had gedwongen. Sigmundur David Gunnlaugsson en zijn echtgenote bleken miljoenen euro's aan familiekapitaal bij een offshorebedrijf te hebben ondergebracht dat belangen had in IJslandse banken.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content