analyse

Spaanse kiezer dwingt politici tot compromissen

Aanhangers van de Spaanse socialistische partij vierden zondag feest in Madrid. ©AFP

Na de Spaanse parlementsverkiezingen is de aftredende premier Pedro Sánchez weer aan zet. Als hij zijn verblijf in La Moncloa wil verlengen, moet hij op zoek naar partners. Een eventuele doorbraak in de formatiegesprekken volgt wellicht pas na 26 mei.

De Spaanse kiezers hebben de kaarten geschud. Zoals verwacht stemden de inwoners van de vierde economie van de eurozone erg divers. Het parlement, dat op 21 mei - vijf dagen voor de Europese, regionale en lokale verkiezingen - een eerste keer samenkomt, zal het meest gefragmenteerde zijn sinds de terugkeer van de democratie vier decennia geleden.

Eenvoudig legden de Spanjaarden de kaarten niet voor hun politici. Ze maakten hen wel een ding duidelijk: de tijd van het tweepartijenstelsel - waarbij conservatieven en socialisten elkaar aflosten aan de macht - is definitief voorbij.

De kiezer vraagt de politici pacten te sluiten om het land samen te besturen. Wat zijn de belangrijkste conclusies na de bitse verkiezingsrace?

1. Spanjaarden stemmen in groten getale

Zelden was een Spaanse stembusslag zo fel bevochten. Meer dan ooit stonden linkse en rechtse partijen met getrokken messen tegenover elkaar. De socialisten van de aftredende premier Pedro Sánchez probeerden hun achterban te mobiliseren door te waarschuwen voor de terugkeer van extreemrechts op het hoogste politieke niveau in Spanje.

De conservatieven, liberalen en extreemrechts riepen de Spanjaarden dan weer op massaal te gaan stemmen om hun afkeer te uiten over Sánchez' aanpak van de Catalaanse kwestie. Zij verweten de socialist een 'verrader' te zijn en 'medeplichtig aan de coup gepleegd door de Catalaanse nationalisten'. 

76 procent
Opkomst
De Spanjaarden trokken zondag in groten getale naar de stemlokalen. De opkomst bedroeg net geen 76 procent. Dat is ruim 9 procentpunten meer dan bij de vorige nationale stembusslag in juni 2016.

De campagne miste haar effect niet. De Spanjaarden trokken zondag in groten getale naar de stemlokalen. De opkomst bedroeg net geen 76 procent. Dat is ruim 9 procentpunten meer dan bij de vorige nationale stembusslag in juni 2016.

De angst voor een regering van conservatieven, liberalen en extreemrechts deed vooral veel Catalanen naar de stembus trekken. De opkomst lag er 12 procentpunten hoger dan drie jaar geleden. En vooral nationalistische partijen en bewegingen die via dialoog een uitweg uit de Catalaanse kwestie willen zoeken, scoorden. De drie rechtse partijen konden maar 7 van de 48 Catalaanse zitjes in het Spaanse parlement veroveren. 

Ook in het Baskenland scoorden de nationalistische partijen sterk. De gematigde PNV stijgt van 5 naar 6 zetels. EH Bildu, de politieke arm van de inmiddels ontbonden Baskische afscheidingsbeweging ETA, gaat van 2 naar 4 zetels.

De conservatieve leider Pablo Casado wakkerde het Baskische nationalisme de voorbije weken aan. Hij verweet Sánchez bijvoorbeeld deals te sluiten met 'terroristen', alluderend op EH Bildu. Voor het eerst in vier decennia haalt de PP geen zetel in Baskenland. Net als Ciudadanos en VOX.

2. Links wint maar grijpt naast meerderheid

Zowat 2,5 jaar nadat de socialisten Sánchez, na de smadelijke nederlaag bij de Spaanse parlementsverkiezingen van juni 2016, afgeserveerd hadden als partijleider, maakt de 47-jarige econoom een comeback door de grote poort. 

Voor het eerst sinds 2008 triomfeert de PSOE weer bij nationale verkiezingen. En voor het eerst sinds 2011 is een Spaanse politieke partij zo onbetwist de grootste van het land: 57 zetels scheiden de PSOE van de eerste achtervolger, de conservatieve PP. 

Nochtans waagde de ex-basketbalspeler een gok door begin februari een vervroegde stembusgang uit te schrijven. Zijn partij lag toen weliswaar - zij het nipt - aan kop in de peilingen maar het politieke klimaat leek tegen te zitten. Rechts leek stilaan de wind in de zeilen te hebben, onder meer na een grote manifestatie tegen het beleid van Sánchez.

Het tij keerde echter snel en naarmate de campagne vorderde, diepte de PSOE de kloof met de conservatieven en de liberalen uit. Daar is de verrechtsing van het discours van het liberale Ciudadanos (Burgers) niet vreemd aan. De socialisten knuffelden snel de centrumkiezer die wat verweesd achterbleef.

Daarnaast slaagden Sánchez en co. erin kiezers terug te winnen die in 2016 hun toevlucht hadden gezocht bij het radicaal-linkse Unidas Podemos. Van de 71 zitjes die de troepen van Pablo Iglesias toen haalden, houden ze nu 42 over.

De twee partijen halen echter geen meerderheid in het parlement. Ook met de steun van kleinere partijen als Compromís, En Marea en PRC en de gematigde Baskische PNV grijpt links nog naast die meerderheid.

Twee opties lijken Sánchez te resten: op zoek gaan naar steun bij de het Catalaanse links-nationalistische ERC of een pact sluiten met de liberalen. Die laatsten gaven zondagnacht aan de oppositie tegen een linkse regering te willen leiden.

3. Versplintering op rechts doet conservatieven imploderen

Spaans rechts trok zondag in gespreide slagorde naar de kiezer: zowel de conservatieven als de liberalen en extreemrechts dongen naar de gunst van de kiezer, die veel belang hecht aan de eenheid van Spanje.

Door die versplintering kwam het rechtse blok verzwakt uit deze verkiezingsrace. De PP, Ciudadanos en VOX haalden samen 147 zetels. In 2016 veroverden de conservatieven en de liberalen samen nog 169 zitjes.

In tegenstelling tot drie jaar geleden is het rechtse blok nu ook kleiner dan het linkse. De socialisten en Unidas Podemos klokken af op 165 zitjes, tegenover 156 in 2016.

Op rechts incasseerde vooral de PP zware klappen. De partij van Pablo Casado haalde nog de helft van het aantal stemmen van 2016. Van de 137 zitjes drie jaar geleden houdt ze er 66 over. Nooit eerder zette de PP zo'n slechte prestatie neer.

De traditionele PP-kiezer lijkt de verrechtsing die de partij sinds het aantreden van Casado in juli vorig jaar onderging, niet echt te smaken. Velen lijken naar Ciudadanos overgelopen te zijn.

De liberalen zitten de conservatieven op de hielen. Het verschil is maar 0,8 procentpunt. Ciudadanos dikt zijn zetelaantal aan van 32 naar 57. De partijleider Albert Rivera eiste zondagavond het leiderschap op rechts op.

4. Extreemrechts breekt nationaal door

Sinds de terugkeer van de democratie vier decennia geleden bleven extreemrechtse partijen, in tegenstelling tot in heel wat andere Europese landen, een marginaal fenomeen in Spanje. De deur van het nationale parlement bleef sinds 1982 dicht voor die bewegingen.

24
Zetels voor extreemrechts
De extreemrechtse doorbraak was minder groot dan onderzoeksinstituten voorspeld hadden, maar VOX veroverde wel 24 zitjes in het parlement.

Een grote verrassing was dat niet. De dictatuur van Francisco Franco ligt bij heel wat Spanjaarden nog vers in het geheugen. Maar na zondag is Spanje niet langer de uitzondering in Europa.

De extreemrechtse doorbraak was minder groot dan onderzoeksinstituten voorspeld hadden, maar VOX veroverde wel 24 zitjes in het parlement. Vooral in Andalusië scoorde de partij sterk.

Dat hoeft niet te verbazen. Bij de regionale verkiezingen in de zuidelijke regio hadden de troepen van Santiago Abascal eind 2018 ook al uit het niets 12 van de 109 zitjes gehaald. De Andalusische afkeer van het Catalaanse nationalisme en de toestroom van migranten waren daar niet vreemd aan.

Die thema's speelde VOX de afgelopen weken ook uit. Abascal maakte zondagavond duidelijk dat die twee dossiers vanaf 21 mei ook bovenaan de prioriteitenlijst van de 24 parlementsleden zullen staan.

5. Geen doorbraak voor 26 mei

Op basis van de verkiezingsuitslag lijkt het voor de hand te liggen dat de Spaanse koning Felipe VI de aftredende premier Sánchez vraagt de mogelijkheden voor de vorming van een regering af te tasten. Unidas Podemos staat alvast te springen om mee te besturen.

'Ik heb Pedro Sánchez gebeld om hem te feliciteren met de overwinning. En ik heb hem aangeboden samen een linke regering op de been te brengen die de sociale rechten beschermt', stelde de radicaal-linkse leider Pablo Iglesias zondagnacht.

Pablo Iglesias, de leider van Unidas Podemos, bood de socialist Pedro Sánchez aan samen te regeren. ©EPA

De socialist liet nog niet in zijn kaarten kijken. 'Ik leg rond geen enkele partij een cordon sanitaire', stelde hij tijdens zijn overwinningsspeech. De uitspraak kwam er nadat zijn aanhangers 'Con Rivera no' (Niet met Rivera) waren beginnen te scanderen.

Wellicht houdt Sánchez zijn kaarten nog even stevig tegen zijn borst geklemd. Op 26 mei trekken de Spanjaarden al terug naar de stembus voor Europese, regionale en lokale verkiezingen.

Ook daarin willen de socialisten sterk scoren. Ze zijn ervoor beducht een hypotheek te leggen op hun kansen door al snel kleur te bekennen in de formatiegesprekken op nationaal niveau. Het zal dus wellicht nog wel een tijdje duren voor Spanje een stabiele regering heeft.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud