Spanje neemt ruk naar links, conservatieven imploderen

De socialistische partij van de aftredende Spaanse premier Pedro Sánchez komt als grootste uit de Spaanse verkiezingsrace. ©REUTERS

In Spanje komen de socialisten als winnaar uit de parlementsverkiezingen. De conservatieve PP halveert en haalt haar slechtste resultaat ooit. De hamvraag luidt of links kan besturen zonder de steun van de Catalaanse nationalisten.

Voor de derde keer in nog geen vier jaar trokken de Spanjaarden zondag naar de stemlokalen om een nieuw parlement te kiezen. Het ging om vervroegde verkiezingen. Die hadden zich opgedrongen nadat de socialistische premier Pedro Sánchez er begin februari niet in geslaagd was voldoende parlementaire steun te vergaren voor zijn begrotingsplannen voor 2019.

Op het spel stonden 350 Kamerzetels en 208 van de 266 zitjes in de senaat. De regio's wijzen de overige 58 senatoren aan. De campagne was bits. Alle partijen speelden het spel hard. Slagen onder de gordel waren schering en inslag.

Mobiliseren

Meer dan ooit stonden linkse en rechtse partijen met getrokken messen tegenover elkaar. De socialisten van premier Sánchez probeerden hun achterban te mobiliseren door te waarschuwen voor de terugkeer van extreemrechts op het hoogste politieke niveau in Spanje.

18
Opkomst hoger dan in 2016
In vergelijking met een kleine drie jaar geleden lag de opkomst in Catalonië om 18 uur zowat 18 procentpunten hoger. Vooral in streken die gewonnen zijn voor onafhankelijkheid gingen de inwoners veel meer dan in 2016 stemmen.

De conservatieven, liberalen en extreemrechts riepen de Spanjaarden dan weer op massaal te gaan stemmen om hun afkeer te uiten over Sánchez. Zij verweten de socialist een 'verrader' te zijn en 'medeplichtig aan de coup van de Catalaanse nationalisten'. 

De viriele verkiezingsrace liet de Spanjaarden duidelijk niet onbewogen. Volgens het Spaanse ministerie van Binnenlandse Zaken ging 75,75 procent van de kiezers stemmen. Dat is ruim 9 procentpunten meer dan in 2016.

Socialisten

De hoge opkomst lijkt de socialisten van de PSOE alvast geen windeieren gelegd te hebben. De partij van Sánchez komt als winnaar uit de verkiezingsrace. Ze wist net geen 29 procent van de kiezers te verleiden. In 2016 strandde ze nog op 22,7 procent. 

Die score levert 123 van de 350 Kamerzetels op. Dat zijn er 38 meer dan bij de vorige parlementsverkiezingen. 

De socialisten lijken heel wat kiezers teruggewonnen te hebben die in 2016 in de armen van Unidas Podemos (Samen kunnen we het) gevlucht waren. Het radicaal-linkse blok van Pablo Iglesias kreeg zondag de steun van 14,3 procent van de kiezers, tegenover 21,2 procent in 2016. Van de 71 zetels van drie jaar geleden houdt het er nog 42 over.

Strijd op rechts

De strijd om het leiderschap op rechts is uitgedraaid in een nek-aan-nekrace. De Partido Popular (PP) van Pablo Casado sleepte 16,7 procent van de stemmen in de wacht terwijl de liberalen van Albert Rivera 15,8 procent van het electoraat achter zich kregen.

Veel reden tot euforie heeft Casado niet, ook al blijft de PP nipt de grootste rechtse partij. Ze krijgt een flinke oplawaai. Bij de vorige nationale verkiezingen haalde ze nog 33 procent. Van de 137 zitjes uit 2016 houdt ze er nog 66 over, het slechtste resultaat ooit. In 2011 stuurden de kiezers nog 186 PP-leden naar het parlement.

Ciudadanos dikt het zetelaantal gevoelig aan: van 32 zitjes in 2016 naar 57 nu. Kopman Rivera eiste zondagnacht dan ook het leiderschap op rechts op.

Extreemrechts

Behalve naar de uitkomst van het duel tussen Casado en Rivera was het uitkijken naar de prestatie van VOX. Zes maanden geleden stelde de extreemrechtse partij amper wat voor, maar bij de Andalusische verkiezingen eind 2018 haalden de troepen van Santiago Abascal uit het niets 11 procent van de stemmen.

Voor het eerst sinds 1982 toont Santiago Abascal extreemrechts de weg naar het Spaanse parlement. ©EPA

Met een discours doordrongen van Spaans nationalisme wilden ze die krachttoer overdoen op nationaal niveau om voor het eerst sinds 1982 weer extreemrechtse politici naar het Spaanse parlement te kunnen sturen. En VOX slaagde in haar opzet.

De partij verleidde ruim 10 procent van de kiezers. Met dat resultaat mag ze 24 vertegenwoordigers naar het halfrond sturen.

Regionale nationalisten

Maar niet alleen de Spaans-nationalistische boodschap sloeg tijdens deze verkiezingen aan. Ook de Baskische en Catalaanse nationalisten scoorden.

De gematigde Basken van de PNV klimmen van vijf naar zes zetels. EH Bildu, de politieke erfgenaam van de inmiddels ontbonden Baskische afscheidingsbeweging ETA, klokt af op 4 zetels, twee meer dan bij de vorige verkiezingen.

In Catalonië scoorden de linkse nationalisten van ERC het best: zij profiteren van de hoge opkomst in de regio en stijgen van 9 naar 15 zetels. Junts per Catalunya, de partij van de voormalige Catalaanse premier Carles Puigdemont, strandt op 7 zetels, tegenover 8 zitjes in het vorige parlement.

Versnippering

De uitslagen bevestigen wat analisten al weken voorspelden: het Spaanse politieke landschap was nooit zo versnipperd. Dat maakt de vorming van een stabiele regering niet eenvoudig.

De aftredende premier Pedro Sánchez lijkt eerst aan zet te zullen komen. Mogelijk kijkt hij de volgende weken naar Unidas Podemos en een kleine linkse partij, Compromís, die een zetel zou halen. Maar de drie partijen zouden niet aan een parlementaire meerderheid komen.

De conservatieve leider Pablo Casado dong de voorbije maanden met een erg rechts discours naar de hand van de kiezer. ©REUTERS

Zelfs met de steun van de gematigde Basken van de PNV komen de linkse partijen niet aan een meerderheid. Met het links-nationalistische ERC zou dat wel lukken. Maar Sánchez liep de afgelopen weken niet warm voor een samenwerking met de Catalaanse nationalisten.

Hij vreest dat die een referendum over Catalaanse onafhankelijkheid gaan eisen in ruil voor hun steun. Zo'n volksraadpleging is voor Sánchez uitgesloten.

Mogelijk klopt hij, behalve bij Unidas Podemos, PNV en Compromís, aan bij kleine partijen uit Cantabrië, Galicië en de Canarische Eilanden. Met hun steun komt hij aan 175 zetels. Dan zou het volstaan dat ERC zich tijdens de tweede ronde van de vertrouwensstemming in het parlement onthoudt om de socialist aan de macht te helpen.

Grote coalitie

De rechtse partijen kunnen evenmin een stabiele regering op de been brengen. De conservatieven, liberalen en VOX stranden op 147 zetels, 29 te weinig voor een parlementaire meerderheid.

De liberale leider Albert Rivera verdedigde de afgelopen weken tijdens de campagne de eenheid van Spanje. ©AFP

Een verstandshuwelijk tussen de socialisten en de liberalen heeft op papier een meerderheid. Maar Ciudadanos legde tijdens de verkiezingscampagne een cordon sanitaire rond de PSOE. 

In 2016 had het liberale kopstuk Rivera hetzelfde gedaan met de PP. Uiteindelijk hielp Ciudadanos wel een conservatieve minderheidsregering in de steigers.

Een grote coalitie, tussen socialisten en conservatieven, levert mathematisch ook een meerderheid op maar in de praktijk ligt die optie erg moeilijk.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud