analyse

Stuurloos Spanje zoekt werfleider

Pedro Sanchez, ontslagnemend premier, op een campagnebijeenkomst. ©EPA

Spanje trekt zondag naar de stembus. Sinds de Spanjaarden eind 2015 het tweepartijenstelsel opbliezen, lijkt hun land stuurloos.

Zondag verkiezen de Spanjaarden voor de vierde keer in even veel jaren een nieuw parlement. Zowat vier decennia waren Spaanse verkiezingsraces zo voorspelbaar als de wisseling van de seizoenen. De electorale strijd mondde steeds uit in de vorming van een socialistische of een conservatieve regering, nu en dan met gedoogsteun van deze of gene kleine regionale partij. Tot de Grote Recessie kwam. Zodra de vastgoedzeepbel een decennium geleden uiteenspatte, gleed Spanje weg in een diepe financiële en economische crisis.

Te midden van dat onheil kwamen steeds meer corruptieschandalen aan het licht, niet zelden met politici van de traditionele partijen in een hoofdrol. ‘Basta ya!’ ‘Nu is de maat vol’, besloten heel wat Spanjaarden verontwaardigd. Dus keerden ze bij de parlementsverkiezingen van december 2015 de traditionele partijen de rug toe en vluchtten ze in de armen van twee nieuwkomers: het liberale Ciudadanos (Burgers) en het radicaal-linkse Podemos (We kunnen). Het tweepartijenstelsel maakte plaats voor een vierpartijensysteem.

©Mediafin

Een cultuurschok ging door de politiek. Om krachtdadig te kunnen besturen moesten de traditionele partijen plots op zoek naar partners. Dat bleek geen sinecure in een land dat de kunst van de coalitievorming nooit beoefend had. Het is onzeker of deze keer wel een einde aan de impasse kan worden gemaakt.

Ondanks het politieke gesteggel van de voorbije vier jaar kan Spanje voor die periode een behoorlijk economisch rapport voorleggen. Maar het miste wel een uitgelezen kans om in gunstige tijden enkele broodnodige hervormingen door te voeren. De boodschap van de Europese Commissie, het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de financiële én de bedrijfswereld aan de politieke leiders is dan ook duidelijk: zet jullie geschillen na zondag opzij en breng terstond een stabiele regering op de been want verschillende werven liggen te wachten op bekwaam personeel.

1. Economie nieuw tijdperk inloodsen

Zodra Spanje in 2014 de recessie van zich afgeschud had, ontpopte het zich tot een van de motoren van de Europese economie. Het boomende toerisme, de bloeiende export en de heroplevende bouwsector stuwden het land naar meer dan 3 procent groei.

Maar achter die glorieuze cijfers gaan enkele structurele problemen schuil. Al decennia kampt de vierde economie van de eurozone met een te lage productiviteit. ‘Spanje heeft de boot van de technologische revolutie helemaal gemist’, zegt María Jesús Fernández van Funcas, de denktank van de vroegere spaarkassen. De volgende regering staat voor een inhaalrace. Investeringen in innovatie maar ook in de strijd tegen klimaatverandering zijn onontbeerlijk.

Spanje heeft de boot van de technologische revolutie helemaal gemist.
María Jesús Fernández
Econoom denktank Funcas

Omdat Spanje tijdens de economische hoogconjunctuur naliet fors te snoeien in de staatsschuld en het begrotingstekort, rest de volgende bestuursploeg maar weinig manoeuvreerruimte voor maatregelen om de groei aan te zwengelen nu tegenwind opduikt.

Als open economie is Spanje niet immuun voor de wereldwijde strubbelingen zoals de internationale handelsspanningen, de financiële instabiliteit in de groeilanden en de brexit. Het Britse vertrek uit de Europese Unie kan Spanje pijn doen, niet alleen vanwege de bilaterale handel maar vooral ook omdat de Britten de Spaanse toeristische sector draaiende houden.

2. Job- en inkomenszekerheid brengen

De Grote Recessie richtte een bloedbad aan op de arbeidsmarkt. Op het hoogtepunt van de crisis waren meer dan 6,2 miljoen mensen, ruim 26 procent van de beroepsbevolking, vergeefs op zoek naar een job. Dat werklozenleger is door de economische heropleving intussen afgeslankt.

Voor het eerst in een decennium is de werkloosheidsgraad weer onder 14 procent gedoken. Maar dat is nog altijd de op een na slechtste score in de eurozone, na Griekenland (16,7 procent). Nog steeds telt Spanje zowat 1 miljoen gezinnen waarvan alle leden werkloos zijn.

©Mediafin

De positieve evolutie van de werkloosheidsgraad verbergt bovendien een zorgwekkende trend. Van alle in 2018 gesloten arbeidscontracten was 27 procent er een van bepaalde duur, vaak van zes maanden of nog korter. Wie zo’n tijdelijke job vindt, moet bovendien dikwijls tevreden zijn met een schamele vergoeding, met armoede en sociale ongelijkheid tot gevolg.

De nieuwe regering wacht niet alleen een gevecht tegen die precaire jobs. ‘Door de opkomst van digitale platformen en de digitalisering dringt een heel nieuw arbeidsstatuut zich op’, beseft ook de Spaanse minister van Economie Nadia Calviño.

3. Onderwijssysteem in een fris kleedje steken

Spaanse jongeren kunnen hun kansen op een waardige job opvijzelen als ze de poort naar de arbeidsmarkt openduwen met een mooi diploma op zak. Maar daar wringt nog al te vaak het schoentje. Heel wat 18- tot 24-jarigen verlaten vroegtijdig de schoolbanken. Net geen 18 procent van hen haakt af zodra ze hun middelbare school afgewerkt hebben. Het Europese gemiddelde schommelt rond 11 procent.

Versplintering regeert

Voor de vierde keer in vier jaar schudden de Spanjaarden zondag de politieke kaarten. Opnieuw dreigt de conclusie daarna te zijn dat het Spaanse politieke landschap hopeloos versplinterd is.

Als de peilingen het bij het rechte eind hebben, zijn de krachtsverhoudingen tussen het linkse en het rechtse blok zondagavond dezelfde als na de race van eind april. De PSOE, het radicaal-linkse Unidas Podemos en de splinterpartij Más País zijn samen nipt groter dan het blok van conservatieven (PP), liberalen (Ciudadanos) en extreemrechts (VOX) maar geen van beide haalt een volstrekte meerderheid.

Ciudadanos zou veel kiezers verliezen aan de PP en VOX. Het Catalaanse conflict en de opgraving van ex-dictator Franco gaven extreemrechts de wind in de zeilen.

De fragmentatie vereenvoudigt de vorming van een stabiele regering niet. Een nieuwe maandenlange impasse kunnen de politici zich niet permitteren als ze de bruggen met de al aan verkiezingsmoeheid lijdende kiezers niet definitief willen opblazen.

Het is uitkijken naar de opkomst. Is die lager dan 69 procent, dan speelt dat volgens analisten in het voordeel van rechts.

Kort na 20 uur, als de stembureaus op het vasteland sluiten, volgt een eerste exitpoll. Rond 22.30 uur hoopt het Spaanse ministerie van Binnenlandse Zaken een zo goed als volledige uitslag te kunnen bekendmaken.

Het onderwijs kan ook een financiële injectie gebruiken. Nu vloeit 4,2 procent van de Spaanse overheidsuitgaven naar onderwijs. Het land hinkt daarmee een eind achterop bij het Europese gemiddelde van 5,04 procent. Het onderwijzend personeel hengelt al jaren naar meer middelen en een betere vorming. Maar onderhandelingen over een allesomvattend nationaal pact sprongen af op de eis van Ciudadanos om onderwijs in het Catalaans te verbieden.

4. Pensioenstelsel op een moderne leest schoeien

Het zwaard van Damocles boven de Spaanse economie, zo omschreef de Círculo de Empresarios, een denktank van ondernemers, het Spaanse pensioensysteem onlangs. Zowat 150 miljard euro, of een derde van haar totale budget, zet de Spaanse overheid jaarlijks opzij om zowat 9,5 miljoen uitkeringen te kunnen storten. En dan nog kampt het land met een gat van ruim 18 miljard euro in het socialezekerheidssysteem.

‘Een hervorming is broodnodig, want de Spaanse overheid staat voor een grote vergrijzingsgolf. Tussen 2023 en 2045 kloppen de babyboomers massaal op de pensioenpoort’, merkt Mercedes Ayuso, een pensioenexperte van de Universiteit van Barcelona, op. Bovendien zullen die allemaal langer leven. Het huidige financieringsmodel is daarom onhoudbaar.

5. Catalaanse knoop ontwarren

Vraag de doorsnee-Spanjaard wat zijn grootste besognes zijn en de Catalaanse strijd om onafhankelijkheid bengelt achteraan het lijstje, na de zoektocht naar een vaste en fair betaalde job, kwalitatieve openbare diensten, de strijd tegen sociale ongelijkheid en armoede en de klimaatverandering. Enkel van de digitalisering en de robotisering ligt Pepe Pérez, de Spaanse Jan Modaal, minder wakker.

Toch kaapte de Catalaanse kwestie ook deze keer de Spaanse verkiezingscampagne. Met uitzondering van de uiterste linkerzijde - Unidas Podemos en diens splinterpartij Más País (Meer Land) - spraken alle nationale partijen, de socialisten incluis, de afgelopen dagen straffe taal aan het adres van de Catalaanse nationalisten. De kloof tussen beide kampen was wellicht sinds de terugkeer van de democratie nooit dieper.

Desondanks zullen de politieke voorstanders van de Spaanse eenheid en de pleitbezorgers van de Catalaanse onafhankelijkheid met elkaar in gesprek moeten gaan om de knoop te ontwarren. De kwestie slaat niet alleen diepe wonden in de Catalaanse maatschappij. Ze staat ook akkoorden in nationale dossiers in de weg, zoals een onderwijspact of de uitwerking van een nieuw financieringsmodel voor de regio’s.

De Spaanse centrale bank waarschuwde enkele dagen geleden bovendien dat het conflict net als in 2017 een rem dreigt te zetten op de Spaanse economie. En dat bezorgt Pepe Pérez wel eens een slapeloze nacht.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect