Britse economie krimpt met een vijfde door pandemie

Een lege 'high street' in Hemel Hempstead, een typisch Brits straatbeeld dit voorjaar ©REUTERS

Niet Spanje, maar het Verenigd Koninkrijk is dit voorjaar door de impact van het coronavirus hardst gekrompen.

Eén ding is zeker: de Britten zullen de crisis van 2009 niet meer 'The Great Recession' kunnen noemen. Want op een langetermijngrafiek verzinkt de recessie van 2009 in het niets vergeleken met die van 2020. Volgens het Britse bureau van de Statistiek is de Britse economie in de periode april-juni met 20,4 procent gekrompen tegenover het eerste kwartaal. Meteen de grootste krimp sinds de start van de kwartaalstatistieken, in 1955.

De reden is niet ver te zoeken: de pandemie die ook in het Verenigd Koninkrijk, één van de zwaarst getroffen landen van Europa, grote delen van het openbaar leven heeft lamgelegd. 'Er was een recordkrimp in diensten, industrie en bouw in het tweede kwartaal', stellen de cijferaars van het Office for National Statistics vast.

In vergelijking met het Europees continent ging het Verenigd Koninkrijk relatief laat in maart in lockdown, waardoor de krimp in het eerste kwartaal tot 2,2 procent beperkt bleef. Maar de keerzijde was dat de Britten pas vanaf juni geleidelijk de lockdown mochten versoepelen, terwijl dat in grote delen van Europa vanaf mei was.

Het resultaat is dat het tweede kwartaal in het VK nog meer dan elders zo goed als volledig een 'pandemiekwartaal' was. En dat de Britse economie nog veel harder kromp dan de Europese, die een klap van 12 procent incasseerde. De klap was zelfs groter dan in Spanje, dat door het ineenstuiken van het toerisme deze lente 18,5 procent kromp.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud