analyse

Euro viert 20 bewogen jaren

De ministers van Financiën van de eurozone poseren voor de herdenking van de twintigste verjaardag van de vorming van de Eurogroep. ©EPA

Begin 1999 stapte een groep Europese landen in een gemeenschappelijke munt: de euro. Het werd een rollercoaster, leert een terugblik aan de hand van grafieken.

Elf Europese landen verbonden op 1 januari 1999 hun lot door een monetaire unie te vormen. Het eerste decennium van de euro verliep bijna rimpelloos. Maar de financiële crisis van eind 2008 en de eurocrisis die erop volgde, leidden tot een breuklijn: een groeiachterstand tegenover de VS, snel stijgende overheidsschulden, speculatie over een vertrek van Griekenland uit de eurozone en een kelderend vertrouwen van de Zuid-Europese landen in hun eigen democratieën en de Europese Unie. Ondanks de problemen waarmee de eurozone werd geconfronteerd groeide het aantal lidstaten van de monetaire unie geleidelijk van 11 naar 19.

©Mediafin

Behalve het in toom houden van de inflatie, waarin de Europese Centrale Bank geslaagd is, is duurzame groei een van de doelstellingen van de Europese integratie. De eurozone is er niet in gelukt de welvaart evenveel te verhogen als de VS. De landen van de monetaire unie werden niet alleen geconfronteerd met de financiële crisis van 2008 maar ook met de eurocrisis van 2010-12. Die schuldencrisis veroorzaakte een nieuwe recessie in de meeste lidstaten van de eurozone. Vooral de zuidelijke lidstaten Griekenland, Spanje, Portugal en Italië werden zwaar getroffen. Sinds 2014 stijgt de welvaart weer ongeveer even snel als in de VS. Maar voorlopig slaagt de eurozone er niet in om de tijdens de eurocrisis opgelopen achterstand goed te maken.

©Mediafin

De bescheiden groei in de eurozone als geheel verbergt enorme verschillen tussen de landen. In de Baltische staten en Slovakije - die tussen 2009 en 2015 toetraden - is de welvaart de jongste 20 jaar meer dan verdubbeld. De welvaart blijft er wel veel lager dan het Europees gemiddelde. Ook het Ierse bruto binnenlands product (bbp) per inwoner verdubbelde, al is dat cijfer vertekend omdat sommige Amerikaanse bedrijven in 2015 hun hoofdzetel naar het fiscaalvriendelijke eiland verhuisden. In Italië is de welvaart sinds 1998 amper toegenomen. De vooruitgang tijdens het eerste decennium is de daarop volgende tien jaar bijna volledig ongedaan gemaakt. Italië scoort zelfs slechter dan Griekenland. België is een middenmoter.

©Mediafin

De financiële crisis van 2008 en vooral de daaropvolgende schuldencrisis van 2010-12 hebben de langetermijnrente in Griekenland en in mindere mate Ierland, Portugal, Spanje en Italië sterk doen stijgen. Die forse rentestijging weerspiegelde de twijfel van de beleggers of die landen wel in staat zouden zijn hun overheidsschuld terug te betalen. Bovendien speculeerden beleggers op een grexit, een vertrek van Griekenland uit de eurozone. De rust op de obligatiemarkten keerde pas terug na de ‘whatever it takes’- toespraak van Mario Draghi. De voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB) beloofde in de zomer van 2012 dat Frankfurt al het nodige zou doen om de euro te beschermen.

©Mediafin

Niet de overheidsschuld maar de schuld van de gezinnen en ondernemingen is in de jaren voor de financiële crisis van 2008 fors gestegen. Bevrijd van wisselkoers- risico’s en grenzen financierden de Europese banken een kredietzeepbel in heel Europa. Al dat krediet hielp een vastgoedzeepbel voeden, die in talloze Europese landen groter was dan die in de VS. Vooral Spanje en Ierland kenden een explosieve cocktail van krediet en stijgende vastgoedprijzen. De financiële crisis bedreigde de gezondheid van de banken en veroorzaakte een zware recessie. De overheden moesten ingrijpen om de banken te redden en de economie te ondersteunen. Die actie leidde tot een forse stijging van de overheidsschuld vanaf 2008.

©Mediafin

Het stabiliteitspact bepaalt dat de eurolanden hun begrotingstekort moeten beperken tot maximaal 3 procent van het bbp. Veel landen hebben moeite om die norm na te leven. De grootste zondaars in de voorbije 20 jaar waren Griekenland en Portugal. Maar in de beginjaren van de euro boekten ook Duitsland en Frankrijk herhaaldelijk een deficit van meer dan 3 procent. Die laksheid van beide landen heeft de geloofwaardigheid van het stabiliteitspact ondermijnd. Luxemburg is het enige van de oorspronkelijke eurolanden dat altijd de Europese begrotingsnorm heeft nageleefd. Ook België behoort bij de betere leerlingen. Onze hoge overheidsschuld dateert van voor de invoering van de euro.

©Mediafin

Een belangrijk gevolg van de eurocrisis was een groeiende tweespalt in het vertrouwen van burgers in hun nationale democratieën en in de EU. Terwijl het vertrouwen van de inwoners van de noordelijke lidstaten ongeveer stabiel bleef, nam het vertrouwen van de zuidelijke landen een stevige duik. Die landen werden verplicht forse bezuinigingen en onpopulaire hervormingen door te voeren om de druk van de markten af te houden. Dat ging gepaard met een braindrain van hooggeschoolden die op zoek gingen naar werk in de noordelijke lidstaten. De achterblijvers presenteerden hun regering de rekening door op populistische en eurosceptische partijen te stemmen.

©Mediafin

De Europese aandelenmarkten presteerden veel zwakker dan de Amerikaanse. De EuroStoxx50 en de Bel20 noteren ongeveer even hoog als bij de invoering van de euro, terwijl de Dow Jones met zowat 150 procent is gestegen. De zwakke prestatie van de Europese beurzen is te wijten aan een combinatie van factoren. Het gewicht van de banken is hier veel groter en bijgevolg ook de impact van de bankencrisis. Bovendien veroorzaakte de eurocrisis een tweede recessie. Ten slotte is het gewicht van technologieaandelen veel kleiner dan in de VS. Als ook rekening wordt gehouden met de uitgekeerde dividenden is de totale return van de aandelen van de Dow Jones ruim dubbel zo groot als die van Belgische aandelen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect