analyse

Rome flirt met nieuwe eurocrisis

©EPA

De consensus is voorlopig dat de kans op een nieuwe eurocrisis in Italië klein is. De financiële markten zijn wel dodelijk nerveus en dat is geen goed teken. Italië wordt niet het nieuwe Griekenland: ofwel waait het over, ofwel wordt het véél erger dan bij de Helleense crisis.

De Italiaanse president Sergio Mattarella biedt nog steeds stevig constitutioneel weerwerk bij de vorming van de nieuwe Italiaanse regering. Mattarella staat op zijn prerogatieven om na de president ook de ministers te benoemen. Het verlanglijstje van de coalitiepartners, de extreemrechtse Lega en de anti-establismentpartij Vijfsterrenbeweging, zint de president duidelijk niet. De debatten over de samenstelling van de nieuwe regering verlopen bijzonder moeilijk.

Wat wel op tafel ligt, is het regeringscontract dat Luigi Di Maio van de Vijfsterrenbeweging en Matteo Salvini van de Lega afsloten. Daarin staat niet dat Italië uit de euro wil stappen of een kwijtschelding van 250 miljard euro schuld eist. Die twee punten, opgenomen in een kladversie, sneuvelden. Maar wat niet sneuvelde, was de opgestoken middelvinger naar de regels van het Europese stabiliteitspact. Een forse belastingverlaging, gecombineerd met hogere sociale uitgaven en gelardeerd met onder meer de redding van de nationale luchtvaartmaatschappij Alitalia, doen de factuur oplopen tot 100 miljard euro. Sommigen analisten spreken zelfs over 130 miljard euro. Als dat maatregelenpakket niet gefinancierd wordt, komt dat bedrag op ongeveer 5 procent van het bbp.

Zelfmoordmissie

In Europa werd Italië daarom al snel aangemaand zich aan de afspraken te houden. Slovakije sprak al over een ‘zelfmoordmissie’ van Italië. De Europese commissaris voor Economische Zaken, Pierre Moscovici, was voorzichtiger. Hij riep de Italianen op ‘een geloofwaardig antwoord’ te geven op de overheidsschuld, die 132 procent van het bbp bedraagt. Maar om de zaken niet te forceren werd Italië niet op het Europese strafbankje gezet voor overmatige overheidsschuld. Het was een gebaar om niet meteen de harde confrontatie aan te gaan met de Italiaanse regering, die nog niet eens in het zadel zit.

Aan dergelijke politieke subtiliteiten hebben de financiële markten geen boodschap. Daar worden de risico’s ingeprijsd. Dat vertaalde zich deze week in de gestage groei van de risicopremie van Italiaans overheidspapier ten opzichte van de Duitse Bunds. Uiteindelijk piekte het verschil op 217 basispunten tussen een tienjarige Duitse obligatie en een tienjarige Italiaanse obligatie.

Het betekent ook dat ontlenen voor de Italiaanse schatkist gevoelig duurder is geworden. De piek van 550 basispunten, bereikt op het hoogtepunt van de eurocrisis in 2012, is wel nog ver. ‘Tot nu toe is de marktreactie duidelijk geweest, maar niet extreem. Misschien rekent de markt erop dat de coalitie ook niet het extreme beleid gaat uitvoeren dat ze vooropgesteld heeft’, verklaarde Francesco Papadia, senior analist bij Europese denktank Bruegel, aan Reuters.

217
217 basispunten is de risicopremie voor Italiaanse obligaties tegenover de Duitse.

Het verschil met de Duitse rente is niet het enige knipperlicht. Het verschil met de Spaanse obligaties liep op tot 100 basispunten en zelfs Portugal kan 50 basispunten goedkoper ontlenen dan Italië, hoewel de Portugese economie kleiner is dan de Italiaanse. Het verschil tusssen de Italiaanse en Spaanse rente is relevanter, omdat beide landen een vergelijkbare omvang en economie hebben. Hoe hoger het verschil, hoe groter het politieke risico.

Het verschil met Spanje liep vrijdagnamiddag terug toen de Spaanse premier Mariano Rajoy in moeilijkheden kwam: de socialistische PSOE diende een motie van wantrouwen in en de gedoogpartner van Rajoy, het liberale Ciudadanos, vroeg vervroegde verkiezingen. De Spaanse crisis zette de obligatiemarkt onder druk.

Tot nu toe is de marktreactie duidelijk geweest, maar niet extreem. Misschien rekent de markt erop dat de coalitie ook niet het extreme beleid gaat uitvoeren dat ze vooropgesteld heeft.
Francesco Papadia
Senior analist denktank Bruegel

De financiële markten kijken ook uit naar de volgende zet van de Italiaanse regering. Er zou best een nieuwe opstoot van de Italiaanse rente kunnen komen als Paolo Savona aangesteld wordt als minister van Financiën. Savona is een oudgediende, maar ook een verklaard tegenstander van de euro, die hij als ‘de Duitse kooi’ voor de rest van de eurozone omschreef. President Mattarella probeert hem uit de regering te houden, maar de Lega houdt vast aan zijn benoeming. ‘Met Savona gaan we een sterke Italiaanse positie in Europa uitbouwen, met fierheid en waardigheid. Hij is de garantie voor 60 miljoen Italianen. Eindelijk gaat iemand naar Brussel die hen zal verdedigen.’

Hoelang de Italiaanse president zijn lijdzaam verzet kan volhouden tegen de benoeming van Savona, is een open vraag. Mattarella is wel grondwettelijk verantwoordelijk voor het naleven van de internationale verdragen die Italië afsloot, dus ook die met Europa.

Draagvlak

De onuitgegeven coalitie kan wel rekenen op instemming van de Italianen zelf. Volgens een recente peiling gaat 60 procent van de Italianen akkoord met deze regering. Bij de verkiezingen haalden beide partijen samen 49 procent van de stemmen. De populariteit van Europa zakt naar een historisch dieptepunt. Er is dus wel degelijk een draagvlak voor de combinatie Lega-Vijfsterrenbeweging.

Hoe het verder moet, blijft moeilijk te voorspellen. Wat zullen de twee partijen van hun regeercontract ook effectief uitvoeren? Hoelang kunnen ze politiek overleven? Italiaanse regeringen zijn legendarisch instabiel, maar deze coaltie heeft heel wat voorzorgen genomen om te voorkomen dat de eerste politieke crisis ook leidt tot de val van de regering.

De graadmeter voor de economische gezondheid van Italië zullen de financiële markten blijven. Voorlopig zit het land nog niet in de gevarenzone. Zelfs bij de opgelopen rente zijn de gemiddelde kosten voor de Italiaanse schatkist lager dan in de voorgaande crisisjaren.

Als Italië overigens echt gaat schuiven, is er wel een probleem. De Italiaanse economie is tien keer groter dan de Griekse. En het onderstutten van 2.300 miljard staatsschuld is onbegonnen werk. In die zin is Italië niet alleen ‘too big to fail’, maar ook ‘too big to bail’. In Rome blijft het dus flirten met een crisis. Dat is niet hetzelfde als ze omarmen. Gelukkig maar.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content