reportage

Op campagne in La Brousse

De eerste ronde van de gemeenteraadsverkiezingen in Frankrijk gaat ondanks de coronacrisis gewoon door. ©rik van puymbroeck

Ook Frankrijk ging dit weekend 'op slot', met deze uitzondering: de Fransen gaan vandaag wel naar de stembus voor de eerste ronde van de gemeenteraadsverkiezingen. Niet alleen in Parijs, ook in dorpjes die Faches-Thumesnil, Le Villaret en Saillans heten. We reden dwars door de buik, van noord naar zuid. Zoekend naar de erfenis van de gilets jaunes. Ons afvragend hoe president Macron deze eerste test zal doorstaan. 'Ik ben niet ontgoocheld, want ik had niets verwacht.'

We staan in La Brousse, het heeft er net gesneeuwd. Cécile Rouvière en Yves Commandré brengen in bruine enveloppen hun folder van deur tot deur. Er zijn er enkele tientallen. ‘Hier liggen mensen wakker van de staat van het wegdek’, zegt Commandré. ‘Macron? Ach, wij Fransen zijn ‘râleurs’, mopperaars. Het zal nooit goed zijn.’

1.425 kilometer eerder staken we in Bettignies de Belgisch-Franse grens over. In vogelvlucht kon het korter, maar een tour de France doe je via routes départementales. Want Parijs en het protest tegen de pensioenplannen kennen we. Maar wat denken le centre et le ventre de la France? Hoe zal Frankrijk, in de eerste echte verkiezingen sinds Emmanuel Macron president werd, reageren? Kan zijn beweging La République en Marche (LREM) voet aan de grond krijgen? Wil ze dat? Wat is de nasleep van de gele hesjes?

Daarom vertrekken we in Bettignies. In november 2018 stonden we er ook, een dag en een avond, bij de gilets jaunes en na anderhalf jaar hadden we graag opnieuw gepraat met Yohan en Emeline. Hij was 30 en als autorestaurateur failliet gegaan. Zij was 21. Ze maakten vuur, ze hielden camions tegen, hun taal was hard.

Maar Yohan antwoordt niet op onze mail. En Emeline pas na enkele reminders: ‘… apporter mon avis sur la france ma créer beaucoup d’ennuis et d’ennemis donc je ne donnerai plus mon avis au média j’en suis désolé…’ (sic) Emeline is verhuisd en wil een nieuw leven beginnen. ‘Het is hier slecht afgelopen met de gele hesjes’, zegt Etienne Ziomek, nog net aan de Belgische zijde van de grens, waar hij een tankstation uitbaat. ‘Ze hadden een kamp opgebouwd, maar op een dag kwam de politie alles schoonvegen.’

Van het kamp rest enkel afval: verbrand karton, een zonnebril, een blikje Tropico. Bettignies, een gemeente met 300 inwoners, is doods. Op het kerkhof ligt de familie Van de Kerkhove, bij de kerk herdenkt een steen vier gesneuvelden uit de twee oorlogen en het witte officiële aanplakbord voor de verkiezingen is blanco.

Een overblijfsel in graffiti van het protest van de gilets jaunes. ©rik van puymbroeck


Au Bon Coin

Al is grijs in deze streek de echte kleur. Frankrijk is ons favoriete vakantieland, maar niemand huurt een huis in Maubeuge waar Pelforth de cafés belevert en je in deelgemeente Feignies wel het eerste bord met ‘Ville Fleurie’ ziet. Ook gaat niemand op vakantie naar Faches-Thumesnil, nooit eerder van gehoord zelfs, al telt deze faubourg van Lille zelf ruim 18.000 inwoners. Natuurlijk is er een Rue Jean Jaurès, een centre commercial, een Salle de Fêtes Jacques Brel. Het café op de hoek heet Au Bon Coin en sinds november 2019 is Nicolas Mazurier burgemeester. Op de site van Emmanuel Macrons beweging LREM staat dat zij hem officieel steunen.

‘In 2014 werd ik gemeenteraadslid voor de UDI (Union des démocrates et indépendants, red.)’, zegt Mazurier, 47 en directeur van een bedrijfje in Villeneuve-d’Ascq. ‘Onze lijst is een samensmelting van UDI, les Républicains en LREM. Natuurlijk is de situatie anders dan toen. Toen de president met zijn beweging begon, kreeg hij alleen lof. Ik weet dat dat vandaag anders is.’

‘Mais’, zegt Mazurier, er is ook een maar: ‘al ben ik surtout UDI, ik herken me in de ideeën van de president. We willen vooral ten dienste staan van de stad, niet van de politiek. Bij gemeenteraadsverkiezingen is dat van tel. Misschien ontstaat er een dubbel effect: LREM en Macron. Er zullen altijd mensen zijn die ze uit principe niet willen steunen. Maar ik heb ondertussen ervaren dat ‘le maire’ niet alleen het eerste contact is, hij krijgt ook alle scheldpartijen naar zijn hoofd. Als er iets niet goed gaat, is het onze schuld.’

Je kan over Macron discussiëren, maar je kan niet zeggen dat hij niet moedig is. Alleen de manier waarop is soms brutaal.


In het Frans is zo’n scheldpartij mooier: ‘engueulade’, daarin zit het woord ‘gueule’, de mond, de muil die scheldt. Weer 300 kilometer verder, in Fleury-les-Aubrais, is het datzelfde ‘engueulade’ dat Johann Lauthier gebruikt. Hij is kabinetschef van burgemeester Marie-Agnès Linguet (die in coronavergadering zit), met een rode broek, wit T-shirt en blauw sweatshirt is hij bleu-blanc-rouge uitgedost en terwijl hij vertelt, speelt hij met een flesje handgel. Fleuryssez-Vous! is de naam van de lijst van de burgemeester, er staan dertig kandidaten op, een mix van rood, blauw en groen. Gesteund door LREM. Ook een mix van namen en achtergronden van Boivin-Pages, over Neuville, Ridoux en Le Beuze, tot Niomba, Diallo en Diniz.

‘Het eerste contact met een hoop van die mensen was een ‘engueulade’’, zegt Lauthier. ‘Via Facebook of aan de telefoon: mensen die over iets dat fout liep in hun straat of in de stad de burgemeester contacteerden. Maar Marie-Agnès ontvangt al die mensen, en enkelen van hen waren zo gecharmeerd dat ze zich uiteindelijk mee engageerden en op de lijst staan. Het zijn mensen van links en zelfs zeer links, tot rechts. Maar niet rechtser van rechts.’

Hij spreekt van basisdemocratie. Van menselijk contact. Van hoe ook hier naar Parijs gekeken werd en hoe de regering van eerste minister Edouard Philippe artikel 49/3 gebruikte om de pensioenhervorming door te drukken. ‘Je kan over Macron discussiëren, maar je kan niet zeggen dat hij niet moedig is. Alleen de manier waarop is soms brutaal. Misschien is dat een probleem van opvoeding. Tegelijk denk ik niet dat mensen lokaal stemmen met het oog om nationaal iets te bereiken.’

Mobilhome

Twee jaar geleden riepen ze de Fleuryssois op ideeën voor het bestuur in te leveren. ‘We kregen er duizend binnen, met 500 zijn we aan de slag gegaan.’ Gek genoeg is de lijst van 30 mensen pas klaar, maar on est en France, zo gaat het. Bijzonder trots rijdt Lauthier van zijn bureau in het gemeentehuis even voor naar de Place de l’abbé Basty, waar de lijst Fleuryssez-Vous! een mobilhome heeft neergezet. Ze noemen haar ‘la MAM: la Marie-Agnès Mobile’. Het regent en de kandidaten Emilie Ridoux en Nicolas Le Beuze staan er met de gepensioneerde militant Jacques Bauchet klaar om mensen te overtuigen. Maar is niemand. ‘Elke dag bereiken we vijf à tien mensen en we rijden al sinds december rond. Tel dat samen en we hebben 700 mensen aangesproken. In een stadje van 20.000 mensen is dat de moeite.’ Ook hier is het onderhoud van de wegen een thema. Maar ook de veiligheid. Een van de 15 concrete projecten: ‘Des forces de police disponibles au-delà de minuit.’

Vandaag ligt in de krantenwinkels het nieuwste nummer van Zadig, een vorig jaar geboren blad met verhalen over Frankrijk. Thema is ‘Ces maires qui changent la France’ en daarin staan drie opvallende cijfers. Een: in 2014 was slechts 16,9 procent van de Franse burgemeesters een vrouw. Twee: 65,2 procent was 60 jaar of ouder. En drie: 75 procent van de Fransen is tevreden van haar of zijn burgemeester. In totaal zijn er overigens in heel het land 34.816 burgemeesters. In een mooi verhaal dat journalist Jean-Louis le Touzet optekende in het spoor van de burgemeester van Brest, lees je: '... (il) roule dans sa Peugeot sans âge et reste socialste malgré l'écroulement.'

We zijn door de Sologne gereden, zagen borden met Vierzon erop, reden een rivier over die Le Boeuf heet en zo reden we de Allier en het dorpje Bellenaves binnen. Ook deze burgemeester, sinds 1995 al is dat Dominique Bidet van de Parti Communiste Français, is elders in het departement voor een coronavergadering. Maar zijn dorp overleeft die paar uur wel. Een oud dorp, zo lijkt het, met een oude WC Public, een door onkruid omgeven lege benzinepomp, een telefooncel die is omgevormd tot gratis boekentil.

De burgemeester van dit dorp is los van alles. Dat komt door 25 jaar communistisch beleid: ze hebben alles in handen en ze denken dat ze alles kunnen beslissen.

In Bellenaves zullen twee lijsten opkomen en mijnheer Royet, die even een boek komt zoeken, vertelt dat dat niet zo raar is. ‘In Veauce, vlakbij, wonen 39 mensen en er zijn 50 kiesgerechtigden, maar ook daar zijn er twee lijsten’, zegt hij. ‘Bij de presidentsverkiezingen stemde ik voor Macron en ik verwijt hem niet veel. Behalve dat hij een amateur is die zich liet omringen door mensen die met hun voeten niet meer op de grond staan. Dat voel je nu.’ Heeft dat met Macron te maken? Volgens Nicole Hauchart niet. ‘Ook de burgemeester van dit dorp is los van alles. Dat komt door 25 jaar communistisch beleid: ze hebben alles in handen en ze denken dat ze alles kunnen beslissen.’

25 jaar communistisch beleid, je kan het je amper voorstellen als Belg. Hauchart, die twaalf jaar geleden vanuit Duinkerke hier is komen wonen, steekt samen met haar man Michel van wal over Bidet, over Bellenaves, over de geplande windmolens (‘180 meter hoog, in een bos met bomen van amper 30 meter’), over de lobby van bedrijven, over de rurale miserie (‘hier is geen ziekenhuis, wie zich geen auto kan permitteren, gaat eraan: ook dat was de colère van de gilets jaunes’). Eindconclusie: ‘Er is verandering nodig en daarom heb ik, die nooit politiek deed, aanvaard een lijst te trekken. Ik kreeg net nog een sms: Bidet lanceert het gerucht dat ik hier een psychiatrisch centrum wil oprichten. We hebben een zoon die in de psychiatrie zit, maar hij wordt elders goed verzorgd. Er is geen sprake van. Maar Bidet lanceert het wel.’

Ze is zeker: zondag 15 maart zal één ronde volstaan in Bellenaves. Zij en haar lijst ‘Bellenaves 2020 Avec Vous’ gaan zo glorieus winnen dat Bidet niet van de tweede ronde op 22 maart moet dromen. ‘En halen we 50 procent, dan zijn we door het kiessysteem hier meteen zeker van 12 van de 15 zetels. Het is gedaan met de communisten.’

Officieel aanplakbord van de verkiezingen, in de belangrijkste stad van het leegste departement van Frankrijk (de Creuse) en de stad met enorm vele werkloosheid. De Creuse heeft ook maar één vertegenwoordiger in de Assemblée nationale, iemand van Macrons La République en Marche. ©rik van puymbroeck


Hoogste werkloosheid

Hoe dieper je de buik inrijdt, hoe kleiner en meer verlaten alles wordt. ‘En France’, een boek van journaliste Florence Aubenas, waarin ze een staat van het land opmaakte, begon niet voor niets in Guéret. Hartje van La Creuse, een van de minst bevolkte departementen van dit land, Guéret zelf een van de steden met de hoogste werkloosheidsgraad. Het departement telt één vertegenwoordiger in de Assemblée nationale, veeboer Jean-Baptiste Moreau uit Aulon, die zetelt voor LREM.

Hij zit in Parijs vandaag, maar in zijn dorpje Aulon - goed voor 162 inwoners - stapt een dametje uit haar witte bagnole. Als ze onze Belgische nummerplaat ziet, begint Martine Warlop in het Nederlands dat ze 43 jaar geleden vanuit Kortrijk meebracht. ‘Mijn ouders wilden boeren en toen ik zeven was, kwamen ze naar hier’, zegt ze. ‘Uiteindelijk ben ik getrouwd met een man van hier, Tixier, een beetje verder zie je ons bedrijf. We zijn loonwerkers. Mijn kinderen spreken alleen maar Frans, maar als ik kan, luister ik nog altijd het liefst naar Vlaamse liedjes. Als België tegen Frankrijk voetbalt, supporter ik voor de Rode Duivels.’

Mais elle est Française: ‘In het dorp is er maar één lijst, die van onze burgemeester Josette Moreau. Die heeft niets met politiek te maken, wel met het dorp. Natuurlijk is Frankrijk in 43 jaar veel veranderd. Maar met die gilets jaunes… In begin had ik daar sympathie voor. Maar op den duur verbrokkelde dat. Allez, de Fransen werken maar 35 uur per week. Dat willen ze zo houden én ze willen meer geld. Natuurlijk is dat niet vol te houden.’

In Guéret was er nochtans protest, en dat zie je. Net voor het binnenrijden van het stadje hangt een affiche met de foto van Macron en een van zijn gecontesteerde uitspraken: ‘Les femmes salariées sont pour beaucoup illettrées.’ Iemand schreef er ‘apprenti’ en ‘sorcier’ bij. Elders: ‘Retraite: tu as toute la vie pour travailler.’ De affiche voor de film ‘De Gaulle’ in cinéma Le Senechal zou je kunnen lezen als heimwee. Maar in de boekenwinkel kopen we ‘Les grandes villes n’existent pas’, een boek van Cécile Coulon, een ‘portret van een generatie die ver van de steden opgroeide.’ Het is een dun boekje. 96 bladzijden. Coulon is zelf zo iemand, 29, opgegroeid in Saint-Saturnin. Een vlekje in de Puy-de-Dôme. Ze beschrijft treffend het verschil in leven: ‘A Paris les gens vivent à quatre dans 30 mètres carrés, on appelle ça ‘la bohème’: à la campagne, tu vis seul dans 60 mètres carrés, on appelle ça ‘la misère’.’

A Paris les gens vivent à quatre dans 30 mètres carrés, on appelle ça ‘la bohème’: à la campagne, tu vis seul dans 60 mètres carrés, on appelle ça ‘la misère’.


Parijs heeft geen idee van de Franse buiten, door niemand mooier in beeld gebracht dan door fotograaf en filmmaker Raymond Depardon. In ‘La vie moderne’, zijn film uit 2008, volgde hij enkele boeren in het kleine dorpje Le Villaret in de Lozère. Dorpje van niets waarin, met Parijse of buitenlandse ogen, mensjes van niets wonen. Vanuit Guéret is het bijna 500 kilometer rijden. Als wielerliefhebber passeer je langs borden met aankomstplaatsen van de Tour (Rodez! Montluçon! Mende!), het begint te sneeuwen en dat doet het ook in La Brousse. Maar we willen naar Le Villaret dus. Daar openen Alain Henry en Anne Peissik de deur van hun afgelegen huisje, pas bereikt via een onverharde slingerweg en de allermooiste uitzichten. Misschien bestaat er niets mooiers dan de Cévennes. ‘Dat vinden wij zelf’, zegt Alain, afkomstig uit La Lorraine en tien jaar geleden met pensioen gegaan na een leven bij de Franse spoorwegen. Hij was toen 55. ‘Ja, dat was jong.’

Toen kwam hij hier definitief wonen. Twee jaar geleden passeerde Anne. Ze kwam uit Marseille en ze bleef. ‘Ik heb nooit écht gewerkt,’ zegt ze, ‘maar ik was actief in allerlei organisaties. Tot ik er genoeg van had. Genoeg van de stad, genoeg van het leven als militante, genoeg van de absurditeit van de maatschappij.’

Dit is ver. Van alles, van iedereen, al zeggen ze: ‘Er is geen stad en er is geen cinema, maar er is wel een verenigingsleven, er zijn concerten, on est bien ici. Maar als u bij de mensen van Depardon wilde komen, dan bent u verkeerd.’

Wraak op Macron

Ook dat is Frankrijk. In dezelfde fusiegemeente Le Pont-de-Montvert heten twee aangesloten gehuchten Le Villaret. Natuurlijk sta je eerst in het verkeerde. ‘Reken op drie kwartiertjes en dan kom je bij Cécile. D’ailleurs, Cécile staat zelf op de tweede lijst in het dorp.’ Cécile speelde een rol in ‘La vie moderne’, haar eigen rol: die van de vrouw met een dochter die vanuit le nord de la France naar dit dorp in de Lozère kwam om met Alain Rouvière te trouwen. Zestien jaar later woont ze er nog, wie de film zag weet dat dat een wonder is, en ze is kandidate voor ‘Sud Mont Lo’ Actif!’

Alain Henry kan voor Cécile stemmen, maar hij kan tegelijk voor de lijst van Stéphan Maurin stemmen. ‘De Franse wet laat toe, in kleine dorpjes, dat je ‘panacheert’. Dit is de stad niet.’ Anne bevestigt: ‘In de stad gaan ze wraak nemen op Macron. Hij beloofde veel, maar deed niets. Ecolo gaat winnen.’ Alain twijfelt. ‘De gilets jaunes waren een erfenis van járen. Niet enkel een protest tegen Macron.’

Naar het andere Le Villaret is het nog meer kronkelen. Plots rijd je zelf door het decor van Depardons film, de boerderij is niet veranderd. Alain Rouvière wel. Ouder geworden. Céciles dochter Camille woont er nog en heeft een zaakje met bio-eieren. Cécile is niet thuis: ‘Ze is op campagne in La Brousse.’ Daar waar het twee uur geleden sneeuwde. Uit zijn oude klaptelefoon haalt hij haar nummer.

Yves en Cécile in La Brousse. 'De Fransen zijn altijd ontgoocheld. We zijn superveeleisend. Of het nu Macron is of Hollande of Sarkozy: het zal voor ons nooit goed zijn. We zijn râleurs.' ©rik van puymbroeck


Ook La Brousse is een deeltje van Le Pont-de-Montvert en met Yves Commandré stapt Cécile door de straatjes van het boerendorp. Haar haar is grijzer geworden, haar coupe dezelfde: ‘Ze ziet eruit als Jeanne d’Arc’, zei Alain. ‘Ik heb me altijd ingezet voor de MSA, de Mutualité Sociale Agricole. Ik houd ervan mensen te helpen. Politiek was ik nooit actief, maar toen Yves me vroeg, zei ik ja. Ook hier is het onderhoud van de wegen een belangrijke zorg. Maar ook de opvang van mensen die van elders komen. Ook hier wonen Tsjetsjenen, Bulgaren en Syriërs. We willen voor die mensen zorgen.’

Daarnet schreven we over ‘mensjes van niets’, dat was snobistische bubbelpraat. Yves, landbouwer en lijsttrekker, is opgetrokken uit gezond verstand. ‘De Fransen zijn altijd ontgoocheld. We zijn superveeleisend. Of het nu Macron is of Hollande of Sarkozy: het zal voor ons nooit goed zijn. We zijn râleurs. Ik ben niet ontgoocheld in Macron, want ik had niets verwacht. Je moet hem wel aangeven dat hij ballen aan zijn lijf heeft.’ Cécile: ‘We leven niet meer in de tijd van ‘La Bête Humaine’ (een film uit 1938, red.) met Jean Gabin. Op pensioen gaan als je 55 bent, dat kan niet meer. Die wet dateert van toen de treinen nog op steenkool reden. Dat was zware arbeid. Maar dit zijn andere tijden.’ La vie moderne, quoi…

Zaterdagochtend in Orange, een stad als poort naar de Provence en dus naar vakantie. Maar in 1995 viel er een sluier over Orange: met 36 procent won Jacques Bompard, toen van het Front National, de stad. Orange was een van de eerste in een extreemrechtse lijn tot in Perpignan. Zes jaar later haalde Bompard 60 procent. 25 jaar nadien is hij nog altijd burgemeester en kandidaat voor Ligue du Sud, zijn eigen extreemrechtse partij. Aan de andere kant van het bord hangt een affiche van Xavier Magnin, Bompards neef en ex-kabinetschef. ‘Waarmee wij twee extreemrechtse partijen hebben’, zegt Régine Pellegrin. ‘Magnin is kandidaat voor Rassemblement National, de nieuwe naam van het Front National.’

We staan in het midden van Orange en Fabienne Haloui van de lijst ‘Décidons Orange’ heeft een paar medestanders verzameld om te flyeren. Régine Pellegrin en Anne Marie Hautant zijn erbij. Ze noemen zich ‘solidaire & écologique’ en vormen een verzameling van linkse stemmen en gedachten. Fabienne speecht, het is Internationale Vrouwendag en symbolisch wil ze het plein voor het stadhuis omdopen tot Place Claudia Chauvière, naar een lokale heldin. Ze maakte van de gelegenheid gebruik om de plaatselijke historische heldin Claudia Chauvière in de kijker te zetten. Onze toevallig aanwezigheid verdubbelt het aantal toehoorders. We zijn dus met twee: de andere is een collega van een lokale krant.

Dat demotiveert Haloui, Pellegrin en Hautant niet. Hun boodschap: ‘Wij vragen de Fransen: kijk naar Orange en, beste mensen, n’y allez-pas. Onze bibliotheek werd gezuiverd, de openbare diensten werden afgebouwd, de stad wordt met militaire hand geleid, er is volop vriendjespolitiek. Wat je soms leest over politiek in Afrika, zie je hier ook. Trek lessen uit Orange en laten wij de eerste stad zijn die zich van extreemrechts kan bevrijden.’

Campagne in Orange. Haloui, Pellegrin en Hautant: 'Trek lessen uit Orange en laten wij de eerste stad zijn die zich van extreemrechts kan bevrijden.’ ©rik van puymbroeck


Participalisme

De echte Tour eindigt in Parijs, deze doet dat in Saillans. Het is een dorp van 1.300 inwoners, in de mooie Drôme, onderweg zien we de laatste sporen van de gele hesjes. Eén voorbeeld: ‘Gilets Jaunes Partout’, op een bushokje. Maar er is niemand meer. Het protest is voorbij. De Franse pers schreef de voorbije weken veel over Saillans. In 2014 experimenteerde dit dorpje met ‘la participalisme’: een gemeente geleid op basis van overleg. Ja, er zou één burgemeester zijn (‘dat moet van de wet’), maar het dorp zou zich verenigen en die burgemeester zou vooral uitvoeren wat samen beslist werd.

De voorwaardelijke wijze is van belang, zegt Pierre-Jean Dardier, een 65-jarige gepensioneerde. ‘Dat ‘participalisme’ kwam er niet zomaar’, zegt hij in zijn studio, beetje rommelig, op de eerste verdieping van zijn huis in dit bijzonder gezellige dorpje. Er is vanalles: een boekenwinkel, een slager, cafés en restaurants. Op zaterdag speelt de ‘Boule Mousseuse’ petanque, nadien wordt Clairette de Die gedronken. Die opsommingen zijn van belang. ‘De vorige burgemeester wilde plots een supermarkt net buiten Saillans toelaten. Terwijl we in dit dorp net nog alles hébben! Dat maakt Saillans zo uniek. Maar hij wilde onze lokale commerçanten vermoorden door die supermarkt. Zo kwamen we in 2014 op dat idee.’

Pierre-Jean en Patrick in Saillans: 'Macron heeft geen idee van de werkelijkheid, hij stort de gewone mensen in de miserie'. ©rik van puymbroeck


Op dit middaguur zit hij samen met Patrick Boutes-Teghil te aperitieven, zo te horen al even overigens, de twee vrienden noemen zich ook vijanden. Want zes jaar na de verkiezingen en dus het participalisme, is er… een tweede lijst. Tégen die van de burgemeester. Pierre-Jean gaat die nieuwe steunen, Patrick is kandidaat op de eerste. Pierre-Jean gaat niet meer akkoord. ‘Men had ons beloofd dat iedereen, ook ik dus, burgemeester zou zijn. Het zou ‘une liste collégiale’ zijn. Maar twee beslissingen, een voor het waterbeheer en een over urbanisatie, namen ze zonder ons eerst te bevragen. We mochten onze mening geven nadat het was beslist.’

Patrick zegt duizend keer ‘quoi’, voor en na elke zin, maar hij verdedigt de lijst van ‘maire sortant’ Vincent Beillard. ‘Die overigens níét opnieuw kandidaat-burgemeester is, dat was de afspraak, niemand mag langer dan één legislatuur in die zetel zitten. Maar de beslissingen die Pierre-Jean aanhaalt, zijn beslissingen die Saillans niet alleen kon nemen. Dat zijn intercommunale besluiten. Daar kun je het participalisme niet op afrekenen. Die afspraken nu afbouwen zou ons helemaal terug in de tijd werpen. Dat mogen we niet doen.’

Ze zijn het wel eens met veel analyses over Macron, ook over wat Régine en Anne Marie in Orange over de president zeiden: ‘Hij heeft geen idee van de werkelijkheid, hij stort de gewone mensen in de miserie, met een paar oneliners lacht hij de arbeiders gewoon uit.’ Patrick zegt: ‘Wat ik hem nog het meest verwijt, is dat hij geen kinderen heeft.’ Hoezo? Pierre-Jean legt de woorden van zijn vriend/vijand uit: ‘Wie kinderen heeft, heeft geleerd te onderhandelen. Dat heeft Macron nooit moeten doen. Dus beslist hij maar. Ik had een pensioen van 1.170 euro. Daar heeft hij nog eens 50 euro van afgeknipt.’
Hij besluit: ‘We zijn genaaid door Macron.’


Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud