analyse

Spaanse kiezer schudt kaarten moeilijker dan ooit

De socialistische partij van de Spaanse premier Pedro Sánchez sloot de parlementsverkiezingen als grootste af. Maar een onverdeeld succes was de stembusslag niet. De Madrileen had gerekend op zetelwinst maar hij verloor er drie in vergelijking met april van dit jaar. ©REUTERS

Na de vierde parlementsverkiezingen in vier jaar is het Spaanse politieke landschap gefragmenteerder dan ooit. Zonder een of andere deal tussen socialisten en conservatieven lijkt een uitweg uit de impasse vrijwel onmogelijk. Extreemrechts rukt op.

De versplintering regeert in Spanje. Dat is de belangrijkste conclusie die te trekken valt na de parlementsverkiezingen van afgelopen weekend. Voor de vierde keer in vier jaar probeerden miljoenen Spaanse kiezers de politici in hun land duidelijk te maken dat het vier decennia na de terugkeer van de democratie hoog tijd is om een belangrijk hoofdstuk in dat post-dictatoriale tijdperk af te sluiten: dat van het tweepartijenstelsel.

Net als bij de drie vorige electorale races die sinds eind 2015 plaatsvonden, blijven de traditionele partijen - de socialisten (PSOE) en de conservatieven (PP) - nog wel de grootste. Maar geen van beide krijgt nog voldoende steun om alleen te besturen.

Een mentaliteitswijziging in de Spaanse politiek dringt zich dus op. Maar die lijkt flink wat tijd te kosten. Omdat de Spaanse politici de kunst van de coalitievorming op nationaal niveau niet beheersen, is de politieke impasse al maanden compleet. 

Daar hebben de verkiezingen van zondag niets aan veranderd. Integendeel, de kiezer heeft de kaarten moeilijker dan ooit geschud. Een overzicht.

1. Gok socialisten pakt verkeerd uit

'Voor de derde keer in 2019 is de socialistische partij als winnaar uit verkiezingen gekomen. Eerst trokken we aan het langste eind bij de parlementsverkiezingen van 28 april, daarna volgde een zege bij de Europese verkiezingen van 26 mei en nu zijn we opnieuw de grootste', riep de Spaanse premier Pedro Sánchez zijn aanhangers zondagnacht toe.

Maar onverdeeld gelukkig kan de leider van de PSOE niet zijn met het resultaat. Want in vergelijking met ruim zes maanden geleden verliest zijn partij drie zetels. Ze houdt er nu nog 120 van de 350 over.

Sánchez had afgelopen zomer net aangestuurd op een nieuwe electorale race omdat hij ervan overtuigd was dat hij daar enkel versterkt kon uitkomen. De Madrileen liet zich leiden door peilingen die hem op een bepaald moment tot 145 zitjes voorspiegelden.

Deze keer keer gaan we er wel in slagen een progressieve regering op de been te brengen. Maar dat hangt niet alleen van de PSOE af. Ik roep alle partijen dan ook op hun verantwoordelijkheid op te nemen om de politieke situatie in ons land te deblokkeren.
Pedro Sánchez
Spaanse premier

Maar zijn gok pakte dus verkeerd uit. Niet alleen ziet de PSOE enkele zetels verloren gaan, het linkse blok in het parlement slankt ook af. Sánchez' meest voor de hand liggende bestuurspartner, het radicaal-linkse Unidas Podemos, zakt van 42 naar 35 zetels terwijl de nieuwe partij Más País dat verlies met haar drie zitjes niet kan compenseren. Links blijft met zeven zetels voorsprong wel het sterkste blok.

Ondanks de verzwakking van de linkse flank maakte de PSOE-leider zich zondagnacht sterk 'deze keer wel een progressieve regering op de been te kunnen brengen'. 'Maar dat hangt niet alleen van de PSOE af. Ik roep alle partijen dan ook op hun verantwoordelijkheid op te nemen om de politieke situatie in ons land te deblokkeren.'

Tijdens de campagne gaf Sánchez meermaals aan de voorkeur te geven aan een socialistische minderheidsregering. Hij zinspeelde op een Portugees scenario waarbij hij dossier per dossier steun zou zoeken bij andere partijen in het parlement.

Die optie is door de verdere versplintering van het politieke landschap niet evident. Zonder een of andere deal tussen de socialisten en de conservatieve aartsvijand lijkt een uitweg uit de impasse vrijwel onmogelijk. Maar zijn de geesten en de tijd daarvoor rijp? 

2. Conservatieven gaan vooruit en laten opening

Nadat de conservatieven eind april de zwaarste politieke nederlaag in hun geschiedenis geleden hadden, konden ze afgelopen weekend enkel zetelwinst boeken. De PP dikte het zetelaantal met 22 eenheden aan en klokte af op 88 zitjes.

'We hebben vandaag een goed resultaat behaald', stelde een zichtbaar opgeluchte Pablo Casado zondagavond laat hoewel het nog altijd om de op een na slechtste prestatie ooit gaat. 'We hebben bewezen het enige alternatief te zijn voor een linkse regering. Maar voor de bestuurbaarheid van Spanje en voor de toekomst van het land is deze uitkomst niet goed', voegde hij er meteen aan toe.

De PP-leider gaf een sneer aan Sánchez. Hij verweet de socialist zijn persoonlijke ambities en dromen boven het landsbelang geplaatst te hebben door het land opnieuw naar nieuwe verkiezingen geleid te hebben. 'U heeft uw referendum, uw motie van vertrouwen verloren.'

De conservatieve partij van Pablo Casado boekte zetelwinst in vergelijking met zes maanden geleden maar hij moet het initiatief opnieuw aan de socialisten laten omdat de rechtse partijen samen geen volstrekte meerderheid halen. ©EPA

Tegelijkertijd leek Casado de deur op een kier te zetten voor de socialistische leider.  Wij zullen onze verantwoordelijkheid opnemen want Spanje kan zo niet voort. Een bestuursploeg moet weer welvaart en jobs creëren.'

Hoewel de PP'er benadrukte dat de verkiezingsprogramma's van zijn partij en die van Sánchez 'niet compatibel' zijn, gaf hij aan benieuwd te zijn naar eventuele voorstellen van de socialisten. Welke scenario's de conservatieve politicus voor ogen heeft, liet hij in het midden. 

3. Extreemrechts groeit in een jaar uit tot derde partij

Slechts een partij kon zich zondagavond de grote triomfator noemen: VOX. Het extreemrechtse blok van Santiago Abascal heeft de voorbije twaalf maanden een krachttoer gerealiseerd. Begin december vorig jaar slaagde ze er voor het eerst in zetels te veroveren in een regionaal parlement en hielp ze in Andalusië een coalitie van conservatieven en liberalen in het zadel.

Een nieuw exploot volgde in april dit jaar. Uit het niets veroverde de partij 24 zetels in het Spaanse parlement. Een schokgolf ging door Spanje. Want het was de eerste keer sinds de terugkeer van de democratie dat een extreemrechtse partij daarin slaagde.

De extreemrechtse leider Santiago Abascal was een grote triomfator zondagavond. Een jaar geleden was VOX een marginale partij, vandaag mag ze meer dan 50 vertegenwoordigers naar het parlement sturen. ©REUTERS

Omdat de conservatieven en de liberalen het afgelopen jaar ook een steeds rechter discours aansloegen als het om migratie of de crisis in Catalonië ging, raakte VOX uit de marginaliteit. De gewelddadige protesten tegen de celstraffen voor negen Catalaanse leiders en de opgraving van ex-dictator Francisco Franco gaven de partij de afgelopen weken de wind helemaal in de zeilen.

Extreemrechts kreeg in deze campagne voor het eerst ook behoorlijk wat zendtijd op radio en tv. En Abascal mocht meedoen aan het grote kopstukkendebat op de Spaanse openbare omroep RTVE, waar hij amper weerwerk kreeg van de vier andere nationale partijen.

Meer dan ooit bereikte zijn boodschap langs meerdere kanalen de Spanjaarden. Met een score van 52 zetels als resultaat. In een jaar tijd groeide VOX van 'zero' uit tot de derde partij in de vierde economie van de eurozone. 

4. Liberalen imploderen

Terwijl VOX de triomfator van de Spaanse stembusslag is, zijn de liberalen de grote verliezers. Ciudadanos (Burgers) implodeerde. Van de 57 zetels die de partij van Albert Rivera in april nog in de wacht sleepte, houdt ze er amper 10 over.

Vier jaar geleden vervulde Ciudadanos, een pro-Spaanse partij met wortels in Catalonië, heel wat Spanjaarden nog met hoop na jaren van economische crisis en corruptieschandalen. Haar positieve, links-liberale boodschap sprak heel wat Spanjaarden wel aan.

Rivera droomde ervan hetzelfde parcours te rijden als de Franse president Emmanuel Macron. Maar het draaide helemaal anders uit. En daar zijn de gebeurtenissen in Catalonië niet vreemd aan.

De liberalen van Albert Rivera zijn de grote verliezers van de Spaanse parlementsverkiezingen. Van de 57 zetels in april houden ze er amper 10 over. ©EPA

Nadat de nationalisten in de liberale heimat een referendum over afscheuring van Spanje georganiseerd hadden, verhardde Ciudadanos zijn discours. De partij schoof steeds verder naar rechts op, bijvoorbeeld ook in het migratiedebat.

De koerswijziging kwam er nadat het Spaanse parlement begin juni 2018 de toenmalige conservatieve premier Mariano Rajoy weggestemd had. De demarche stortte de PP in een crisis. Die deed Rivera en co. dromen van het politieke leiderschap op rechts.

In april legde Ciudadanos de PP wel het vuur aan de schenen maar de verhoopte 'sorpasso' bleef uit. Rivera verspeelde de voorbije maanden bij heel wat centrumkiezers krediet omdat hij mordicus weigerde een regering onder leiding van Pedro Sánchez op de been te brengen.

10 zetels
Ciudadanos
Van de 57 zetels die de partij van Albert Rivera in april nog in de wacht sleepte, houdt ze er amper 10 over.

Intussen rukte VOX langs rechts op. De meest overtuigde Spaanse nationalisten lijken Ciudadanos zondag de rug toegekeerd te hebben om te vluchten in de armen van de PP en vooral extreemrechts. De centrumkiezer bleef wellicht thuis of stemde voor de PSOE. En de kiezers op het platteland richtten hun hoop weer op de traditionele partijen.

Na het debacle van zondag is Ciudadanos nog slechts de zesde partij van Spanje. Ver achter de socialisten, de conservatieven, VOX, Unidas Podemos en vlak na de Catalaanse links-nationalisten van ERC.

5. Catalaanse nationalisten houden stand

Hoewel de Catalaanse kwestie helemaal onderaan de prioriteitenlijst van de doorsnee Spanjaard staat, kaapte de kwestie de Spaanse parlementsverkiezingen opnieuw. Daar waren de protesten van de voorbije weken tegen de veroordeling van twaalf Catalaanse leiders niet vreemd aan.

Meer dan eens draaiden die manifestaties uit op geweld. Demonstranten gooiden containers om of stichtten brand en gingen herhaaldelijk in de clinch met de ordediensten. 

Zouden de Catalaanse nationalisten in de stembureaus de rekening gepresenteerd krijgen voor dat tumult? Dat vroegen heel wat waarnemers zich voor de verkiezingsrace van zondag af. Het antwoord luidt 'no'.

42,5 procent
stemmen voor Catalaanse nationalisten
Zes maanden geleden kregen de nationalisten samen 39,4 procent van de stemmen; zondag steeg dat cijfer naar 42,5 procent.

De drie partijen die streven naar Catalaanse onafhankelijkheid - het links-nationalistische ERC, Junts per Catalunya van ex-premier Carles Puigdemont en het antikapitalistische CUP - strandden in de regio op twee zitjes van een volstrekte meerderheid: ze veroverden 23 zetels in het Spaanse parlement. Dat zijn er evenveel als in april. Zes maanden geleden kregen de nationalisten samen 39,4 procent van de stemmen; zondag steeg dat cijfer naar 42,5 procent.

De nationale stembusslag bewijst dus nog eens dat de Catalaanse maatschappij hopeloos verdeeld blijft tussen voor- en tegenstanders van meer regionale autonomie. De Catalaanse kwestie oplossen blijft een van de grote uitdagingen van de volgende Spaanse regering. Wie die ook gaat vormen en wanneer die er ook komt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n